Anton de Kom

Anton de Kom

De Surinaams/Nederlandse gemeenschap vormt sinds 1976 een aanzienlijk deel van de Amsterdamse bevolking. Deze website schenkt aandacht aan twee belangrijke Surinamers van begin twintigste eeuw, die opkwamen voor de arbeiders- en mensenrechten en die later tijdens de Tweede Wereldoorlog een rol belangrijke rol speelden in het antifascistische verzet in Nederland.

We willen op deze manier aandacht geven en respect betuigen aan de Surinaamse gemeenschap en rekening houden met de gevoeligheden die onder andere door de Zwarte Piet discussie bloot kwamen te liggen.  Vrijheidsstrijders, schrijvers en politieke activisten: Anton de Kom en Charles Lu A Si.

Karin Amatmoekrim schreef onlangs voor digitaal tijdschrift de Correspondent een boeiende bijdrage over Anton. In het NCPN orgaan Manifest verscheen een bijdrage van Wil van der Klift over deze activist, schrijver en communist. Over Charles Lu A SI is minder bekend, wij besteden ook aandacht aan hem.

Anton de Kom (1898-1945) staat in hoog aanzien in de Surinaamse gemeenschap. Een belangrijk plein in Amsterdam Zuidoost draagt zijn naam. Onder witte Nederlanders is hij veel minder bekend. Terwijl de Kom publiekelijk opkwam voor de Surinaamse arbeidersklasse, publiceerde over de slavernij, de koloniale Nederlandse geschiedenis, de dekolonisatie, de rechten van alle arbeiders, lezingen hield en tijdens WO2 actief werd in het Nederlandse verzet.

Tijd om aandacht te schenken aan deze Surinaamse intellectueel, die het Nederlandse kolonialisme aan de kaak stelde in zijn boek “Wij slaven van Suriname”.
***************************************
Cornelis Gerhard Anton de Kom werd geboren in 1898 in Paramaribo/ Suriname, destijds een Nederlandse kolonie. De slavernij was officieel afgeschaft, maar de gevolgen van het slavensysteem werkten nog zichtbaar door in de hele samenleving.

De Kom groeide op als een zelfbewuste, ambitieuze jongen. Hij bezocht de MULO, destijds de hoogst bereikbare opleiding voor zwarte Suri- namers. Hierna kreeg hij een baan als bureaumedewerker bij de Balata Compagnie, een bedrijf dat rubber produceerde. Hier maakte Anton voor het eerst bewust kennis met het koloniale systeem van uitbuiting. De arbeidsomstandigheden van de ‘Balata-bleeders’ (rubbertappers) waren erbarmelijk. Het was zwaar werk onder extreme omstandigheden (in de jungle in een vochtige hitte) en het werk werd nauwelijks betaald. De Kom zette zich actief in voor de Balata arbeiders. Deze ervaring werd bepalend voor Anton’s verdere leven.

In 1920 vertrok de jongeman naar Nederland waar hij ging enige tijd diende als huzaar en later werkte als assistent accountant. Maar als be-trokken waarnemer bleef hij op de hoogte van de actuele situatie in Suriname. Ook leverde hij bijdragen aan ‘Links Richten’, een progressief tijdschrift. Hij droeg al fragmenten voor uit zijn boek in wording ‘Wij slaven van Suriname’.

Deze activiteiten werd de welbespraakte Anton niet in dank afgenomen door de heersende klasse. Het bedrijf Reusen en Smulders (koffie en thee) ontsloeg hem in 1931 met als redenen: reorganisatie ‘en de Kom heeft te veel politieke belangstelling.’

In 1932 vertrok de schrijver/activist, inmiddels getrouwd met Petronella (Nellie) Borsboom en met vier kinderen naar Suriname om zijn ernstig zieke moeder bij te staan. De situatie die hij aantrof was nog slechter dan bij zijn vertrek in 1920. Paramaribo was een grote krottenwijk, zonder riolering. De gezondheidszorg was onbetaalbaar. Hindoestaanse immigranten waren naar Suriname gelokt (vanuit het toenmalige Brits-Indië)    met beloften van een stuk land en gratis gezondheidszorg.

In werkelijkheid betaalden de Hindoe immigranten huurwaardebelasting voor krotten met lemen vloeren. Belastingambtenaren roofden voed-selvoorraden van de boeren met behulp van soldaten. Er braken hongeroproeren uit op de plantages en in Paramaribo zelf. Politie en militairen traden wreed op tegen de ondervoede massa’s. Een gebruikelijke straf voor verzet was dwangarbeid aan wegen.

Bij de aankomst van Anton de Kom op 3 januari 1933 was zijn reputatie hem vooruitgesneld. Honderden mensen stonden hem in Paramaribo op  te wachten en hij werd begroet met een luid gejuich. De koloniale autoriteiten waren in paniek: hier arriveerde een communistische opruier  die alle etnische groeperingen in het land wilde samensmeden tot een hecht front ter bevrijding van Suriname.

Het garnizoen van Paramaribo moest gemobiliseerd en fort Zeelandia werd versterkt. Het bestuur was zo in de stress, dat het twee toevallig passerende oorlogsschepen uit Peru aanzag voor een Sovjet vlooteenheid. Kortom paniek alom.

Anton werd voortdurend omringd door werkende mensen, ongeacht hun etnische afkomst of achtergrond. Zijn leiderschap en kracht zat In zijn vermogen om over etnische tegenstellingen heen te stappen. De Kom richtte in zijn woning een advies- en dienstenbureau op voor arbeiders Dit initiatief was opnieuw een doorn in het oog van de autoriteiten. De activist werd nu voortdurend lastiggevallen en er verschenen affiches om voor hem te waarschuwen. Het enige effect was dat de Kom nog meer mensen naar zich toetrok. Na enkele opstootjes werd de Kom gearresteerd. Echter zonder officiële aanklacht of bewijs.

Op 4 februari 1933 verzamelde zich daarom een grote massa van vier duizend mensen: Creolen, Hindoestanen en Javanen bij het parket om de Kom’s vrijlating te eisen. De demonstranten werden tegengehouden door een politiemacht met getrokken bajonet. De voorhoede van de menigte ontblootte de borst en nodigde de politie uit om te schieten.

De procureur, onder de indruk van het protest, deed de toezegging dat de Kom de volgende dinsdag vrij te laten. Op die dinsdag verscheen een grote groep ongewapende arbeiders en boeren bij het Huis van Bewaring. Niemand dacht aan vechten, men wilde slechts de Kom afhalen uit de gevangenis. Volkomen onverwachts openden politie en militairen het vuur met als resultaat 2 doden en 22 gewonden.

De politieke activist bleef in hechtenis tot 10 mei 1933. Hij werd vanuit de gevangenis direct op een schip naar Nederland gezet. Toen het gezin de Kom op 27 mei aankwam in Nederland, werd het opgewacht door honderden arbeiders, intellectuelen en kunstenaars. Redevoeringen waren echter verboden.

De Kom voltooide in Nederland zijn werk ‘Wij slaven van Suriname’. In 1934 vond hij eindelijk een uitgever (Contact), maar de autoriteiten – lees geheime diensten – dwongen hem enige fragmenten te schrappen. Bekende Nederlandse auteurs steunden hem: Jef Last, Eduard du Perron. In deze periode gaf de schrijver lezingen over kolonialisme op communistische bijeenkomsten.

Ook onderhield hij contact met de Haagse communistische auteur Nico Wijnen. Een van de Kom’s geliefde thema’s waren de helden van de 19 -eeuwse Surinaamse slavenopstanden: Boni, zijn mede guerrillastrijder Baron en Joli Coeur. Zwarte verzetshelden die zijn geschrapt uit de Nederlandse geschiedenislessen.

Gebrandmerkt als socialist kon de Kom geen regulier werk vinden. (Broodroof was de geëigende methode van het Nederlandse establishment om linkse mensen het leven zuur te maken. Of onmogelijk (En dit gebeurt overigens nog steeds). Er volgde een tijd van armoede en wanhoop.

Na de inval van de Nazi’s in Nederland sloot de Kom zich aan bij het verzet en werkte hij voor de illegale pers. Dit was een bijzonder moedig besluit, omdat hij als Creool niet bepaald een onopvallende figuur was. Op 7 augustus 1944 werd de Kom gearresteerd en overgebracht naar   het concentratie Neuengamme en later naar kamp Stalag XB Sandbostel (Noord Duitsland). Op 24 april 1945 – met de bevrijding in zicht – stierf Anton de Kom door TBC en uitputting. Zijn lichaam werd teruggevonden in een massagraf in Sandbostel. In 1960 werd hij herbegraven op de erebegraafplaats in Loenen.

Wat ons betreft hoort Anton de Kom thuis in het rijtje verzetshelden naast Hannie Schaft, Jan Bonekamp, de februaristakers en anderen die hun leven gegeven hebben in de antifascistische strijd.

Anton de Kom was een uitzonderlijk man en mag met recht een ‘founding father’ van het Surinaamse nationalisme worden genoemd. Hij was   een pionier van de antikoloniale geschiedschrijving, een man ook die zijn eenvoudige milieu ontsteeg zonder zich ervan te distantiëren. Tegelijk, tragisch, een koloniaal onderdaan die in Nederland en niet in zijn ‘geliefde Sranan’ zijn carrière zou maken, ook ‘in het land van de overheerser’ altijd een tussenfiguur zou blijven, en bovendien zijn leven juist zou geven voor Nederland. Een man die met zijn intellectuele ontwikkeling zijn afkomst nooit verloochende en altijd trouw zou blijven.

Bron: Strijden ga ik . uitgave onbekend.

Delen van dit artikel zijn overgenomen uit het artikel van W. Man A Hing over Charles Lu A Si hetgeen gepubliceerd is in het blad Wi Ruto no. 8/2,  p. 29-34 (van de Stichting Surinaamse Genealogie). De redactie heeft het voornoemde artikel gevonden in de blog “Caribisch uitzicht”.

Bron Foto: Ter beschikking gesteld door Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis