CPV: Statement against imperialist Aggression

Unity in defense of the homeland!

The political parties and social movements below signed, members of the Popular Anti-imperialist and Anti-fascist Front (FPAA), condemn the onslaught of US imperialism, in partnership with the European Union and the Group of Lima, against our nation. Their actions represent an act of provocation and interference that violates the sovereignty and peace of the Bolivarian Republic of Venezuela and across Latin America and the Caribbean.

Attacks

The purposes of the aggression and the attacks by international capital and Itâs’ lieutenants of the local Right wing forces against the national dignity and the well-being of the Venezuelan people are no longer a secret to anyone. The bourgeoisie of the United States, the big domestic capitalist monopolies and their related parties, have acted against peasants, workers and communities in Venezuela and Latin America for more than half a century.

Imperial onslaught

The Imperial onslaught has increased considerably in the last decades of the Venezuelan political process. It does not only include political conspiracy, assassination attempts and plans of national fragmentation so as to occupy geographic areas, carried out by oil and mining companies, but also economic sabotage, the grotesque elevation of prices of the basic food basket, the transport boycott, the sewing of anarchy and thousands of other abuses committed daily by the pro-imperialist Right. It is well known that for the advancement of those plans, the Right takes advantage of impunity and other governmental mistakes.

Recent developments

In recent months their isolationist plans and economic-military provocations have entered a new phase, looking to close in on surrounding the Venezuelan nation, to deliver the final blow against the Bolivarian process and its avant-garde. The imperialists and their lackeys, suffocated by the huge and prolonged structural crisis which consumes them, consider that the appropriate time has come to hit the struggles of the Venezuelan people at their base, ruining social plans, cornering the people and finding a way out of the Bolivarian Government through any route. These plans have been given the green light by the coup mongers, promoted by US imperialism, their footmen in Latin America,as well as by the unpatriotic Right based on Venezuelan soil.

The policy of carrying out an interventionary coup, so developed by the imperialist government of the United States, the European Union, and with the shameful collaboration of a number of Latin American governments, now focuses its goal on an aggressive military-political propaganda campaign, hidden behind the so-called “humanitarian aid” which seeks to justify the invasion of our country.

Condemnation

We condemn the imperialist plans of hunting down the natural resources and privatising them, publicly declared so by the United States, the European Union, the Lima Group, FEDECAMARAS-VENAMCHAM, and the National Assembly in contempt and directed by Guaido group.

We, members of the FPAA, call for preparation, organization and popular mobilization. We demand a heavy hand by the Government against the saboteurs, intervenors and terrorists, immediate jail for price speculators. We demand the application of article 113 and 114 of the Constitution of the Bolivarian Republic of Venezuela to the monopolist price speculators in particular and to the Article 113 and 114 financial system.

Call to action

We call to establish worker-peasant-community-popular control over the processes of production, marketing and distribution, and to boost national industrialization plans. We also call for a real agrarian revolution that would definitively remove the dependence, exploitation and unpatriotic ruthless blackmail of the historical enemies of the Venezuelan people and of the world.

Against imperialist aggression!

Unity and mobilization!

Communist party of Venezuela

Homeland for all party

Revolutionary Party of Labour

Pleidooi voor afgewogen huursector

Nederland had in het verleden een uitstekende reputatie op het gebied van volkshuisvesting

Amsterdam werd gezien als het Mekka voor de stedebouwkundigen: gemende buurten, een ongedeelde stad: Goede huisvesting werd gezien    als een teken van beschaving. De kentering komt in de jaren 90 als de neo-liberale doctrine vat kreeg op de politiek: De subsidies werden afgebouwd, corporaties werden stichtingen en het eigen woningbezit werd zwaar bevoordeeld middels riante hypotheekrente aftrek.

Neoliberale overheid en sociale huursector

De opzet van de neo-liberale overheid is om de sociale huursector te verkleinen ten opzichte van de marktsector. Was de huursector vroeger een brede publieke voorziening, nu is de heersende doctrine: huurwoning voor degenen die zich geen koopwoning kunnen permitteren. In plaats van uitgebalanceerde wijken komt het spook van de ghettovorming om de hoek kijken. Als klap op de vuurpijl hebben de woningbouwcorporaties te maken van verhuurdersheffingen en andere vormen van rijksbelastingen.

Dit soort maatregelen brengt de corporaties financieel in de problemen en dwingt hun om een gedeelte van hun woningbestand te verkopen om in het onderhoud van de andere woningen te voorzien. De aldus verkochte woningen vallen vaak in handen van investeringsmaatschappijen en huisjesmelkers die maximaal profijt proberen te halen.

Ompoling naar neo-liberaal

Dat de ompoling van de woningmarkt van sociaal naar neo-liberaal gepaard gaat met sprookjes en blatante onzin blijkt uit het volgende:

  1. De huursector wordt gesubsidieerd : uit het bovenstaande blijkt anders
  2. Huurders gaan minder zorgvuldig om met hun woonomgeving: niets is minder waar: huurders wonen langdurig in dezelfde wijk en hebben een goede sociale binding met woonomgeving.
  3. Scheefwoners (huurders in woningen met lage huren) zijn uitbuiters die wonen op kosten van anderen. Ten eerste is dit een hele beperkte groep maar wat de denken van mensen die hun hypotheek afgelost hebben en feitelijk geen lasten meer hebben.
  4. Kopers zijn in de ogen van de neo-liberale stemmingmakers de echte mensen, huurders zijn losers. Dit soort aantijgingen moeten het marktdenken promoten en het bezit en niet de woonfunctie centraal stellen.

Werkelijkheid

Wat is de werkelijkheid:

  1. De woningbouwcorporaties worden tot op het bot uitgeknepen. Op dit moment is de afdracht aan het rijk equivalent met 5 maanden huur.
  2. Slecht onderhoud door gebrek geld bij veel corporaties
  3. Slechte toegang tot de huurwoningmarkt, tijdelijke huurcontracten
  4. Lange wachttijden ( gemiddelde wachttijd 12 jaar in Amsterdam
  5. Slechte verhouding tussen huurders en corporaties
  6. Huurders betalen gemiddeld meer voor wonen dan kopers.
  7. Middeninkomens vaak uitgesloten van betaalbare huur.Zie hier de impact van het neo-liberale beleid zoals zich dit tijdens de opvolgende rechtse regeringen ontwikkeld heeft. De mensvijandige ideologie van het neo-liberalisme heeft ook in de stad Amsterdam in zijn greep en onthoudt mensen het fundamentele recht op een betaalbaar dak boven hun hoofd. Het marktmechanisme werkt in het voordeel van de particuliere huizenbezitters. Ondanks de bemoeienissen van de SP wethouder Laurens Ivens zet deze trend zich door.

Ivens gaat er prat op dat in 2018 8639 woningen in Amsterdam gebouwd zijn met nog eens 1256 tijdelijke. Meer woningen is een loffelijk streven maar het probleem zit hem veel meer in de structuur van de volkshuisvesting: De verhuurderheffing, de extra belasting van de woningbouwcor- poraties, die daardoor gedwongen worden om een deel van hun voorraad te verkopen is een typisch voorbeeld van neo-liberale graaizucht waar- mee de collectieve sector wordt leeggezogen op kosten van de lagere inkomens. Dit is een voorbeeld van de scheefgroei die besteden moet worden.

Artikel bewerkt naar stuk van Jan Kok en Marijke Storm: Huursector, fundament van de stedelijke samenleving, novenber 2018.

Anton de Kom

Anton de Kom

De Surinaams/Nederlandse gemeenschap vormt sinds 1976 een aanzienlijk deel van de Amsterdamse bevolking. Deze website schenkt aandacht aan twee belangrijke Surinamers van begin twintigste eeuw, die opkwamen voor de arbeiders- en mensenrechten en die later tijdens de Tweede Wereldoorlog een rol belangrijke rol speelden in het antifascistische verzet in Nederland.

We willen op deze manier aandacht geven en respect betuigen aan de Surinaamse gemeenschap en rekening houden met de gevoeligheden die onder andere door de Zwarte Piet discussie bloot kwamen te liggen.  Vrijheidsstrijders, schrijvers en politieke activisten: Anton de Kom en Charles Lu A Si.

Karin Amatmoekrim schreef onlangs voor digitaal tijdschrift de Correspondent een boeiende bijdrage over Anton. In het NCPN orgaan Manifest verscheen een bijdrage van Wil van der Klift over deze activist, schrijver en communist. Over Charles Lu A SI is minder bekend, wij besteden ook aandacht aan hem.

Anton de Kom (1898-1945) staat in hoog aanzien in de Surinaamse gemeenschap. Een belangrijk plein in Amsterdam Zuidoost draagt zijn naam. Onder witte Nederlanders is hij veel minder bekend. Terwijl de Kom publiekelijk opkwam voor de Surinaamse arbeidersklasse, publiceerde over de slavernij, de koloniale Nederlandse geschiedenis, de dekolonisatie, de rechten van alle arbeiders, lezingen hield en tijdens WO2 actief werd in het Nederlandse verzet.

Tijd om aandacht te schenken aan deze Surinaamse intellectueel, die het Nederlandse kolonialisme aan de kaak stelde in zijn boek “Wij slaven van Suriname”.
***************************************
Cornelis Gerhard Anton de Kom werd geboren in 1898 in Paramaribo/ Suriname, destijds een Nederlandse kolonie. De slavernij was officieel afgeschaft, maar de gevolgen van het slavensysteem werkten nog zichtbaar door in de hele samenleving.

De Kom groeide op als een zelfbewuste, ambitieuze jongen. Hij bezocht de MULO, destijds de hoogst bereikbare opleiding voor zwarte Suri- namers. Hierna kreeg hij een baan als bureaumedewerker bij de Balata Compagnie, een bedrijf dat rubber produceerde. Hier maakte Anton voor het eerst bewust kennis met het koloniale systeem van uitbuiting. De arbeidsomstandigheden van de ‘Balata-bleeders’ (rubbertappers) waren erbarmelijk. Het was zwaar werk onder extreme omstandigheden (in de jungle in een vochtige hitte) en het werk werd nauwelijks betaald. De Kom zette zich actief in voor de Balata arbeiders. Deze ervaring werd bepalend voor Anton’s verdere leven.

In 1920 vertrok de jongeman naar Nederland waar hij ging enige tijd diende als huzaar en later werkte als assistent accountant. Maar als be-trokken waarnemer bleef hij op de hoogte van de actuele situatie in Suriname. Ook leverde hij bijdragen aan ‘Links Richten’, een progressief tijdschrift. Hij droeg al fragmenten voor uit zijn boek in wording ‘Wij slaven van Suriname’.

Deze activiteiten werd de welbespraakte Anton niet in dank afgenomen door de heersende klasse. Het bedrijf Reusen en Smulders (koffie en thee) ontsloeg hem in 1931 met als redenen: reorganisatie ‘en de Kom heeft te veel politieke belangstelling.’

In 1932 vertrok de schrijver/activist, inmiddels getrouwd met Petronella (Nellie) Borsboom en met vier kinderen naar Suriname om zijn ernstig zieke moeder bij te staan. De situatie die hij aantrof was nog slechter dan bij zijn vertrek in 1920. Paramaribo was een grote krottenwijk, zonder riolering. De gezondheidszorg was onbetaalbaar. Hindoestaanse immigranten waren naar Suriname gelokt (vanuit het toenmalige Brits-Indië)    met beloften van een stuk land en gratis gezondheidszorg.

In werkelijkheid betaalden de Hindoe immigranten huurwaardebelasting voor krotten met lemen vloeren. Belastingambtenaren roofden voed-selvoorraden van de boeren met behulp van soldaten. Er braken hongeroproeren uit op de plantages en in Paramaribo zelf. Politie en militairen traden wreed op tegen de ondervoede massa’s. Een gebruikelijke straf voor verzet was dwangarbeid aan wegen.

Bij de aankomst van Anton de Kom op 3 januari 1933 was zijn reputatie hem vooruitgesneld. Honderden mensen stonden hem in Paramaribo op  te wachten en hij werd begroet met een luid gejuich. De koloniale autoriteiten waren in paniek: hier arriveerde een communistische opruier  die alle etnische groeperingen in het land wilde samensmeden tot een hecht front ter bevrijding van Suriname.

Het garnizoen van Paramaribo moest gemobiliseerd en fort Zeelandia werd versterkt. Het bestuur was zo in de stress, dat het twee toevallig passerende oorlogsschepen uit Peru aanzag voor een Sovjet vlooteenheid. Kortom paniek alom.

Anton werd voortdurend omringd door werkende mensen, ongeacht hun etnische afkomst of achtergrond. Zijn leiderschap en kracht zat In zijn vermogen om over etnische tegenstellingen heen te stappen. De Kom richtte in zijn woning een advies- en dienstenbureau op voor arbeiders Dit initiatief was opnieuw een doorn in het oog van de autoriteiten. De activist werd nu voortdurend lastiggevallen en er verschenen affiches om voor hem te waarschuwen. Het enige effect was dat de Kom nog meer mensen naar zich toetrok. Na enkele opstootjes werd de Kom gearresteerd. Echter zonder officiële aanklacht of bewijs.

Op 4 februari 1933 verzamelde zich daarom een grote massa van vier duizend mensen: Creolen, Hindoestanen en Javanen bij het parket om de Kom’s vrijlating te eisen. De demonstranten werden tegengehouden door een politiemacht met getrokken bajonet. De voorhoede van de menigte ontblootte de borst en nodigde de politie uit om te schieten.

De procureur, onder de indruk van het protest, deed de toezegging dat de Kom de volgende dinsdag vrij te laten. Op die dinsdag verscheen een grote groep ongewapende arbeiders en boeren bij het Huis van Bewaring. Niemand dacht aan vechten, men wilde slechts de Kom afhalen uit de gevangenis. Volkomen onverwachts openden politie en militairen het vuur met als resultaat 2 doden en 22 gewonden.

De politieke activist bleef in hechtenis tot 10 mei 1933. Hij werd vanuit de gevangenis direct op een schip naar Nederland gezet. Toen het gezin de Kom op 27 mei aankwam in Nederland, werd het opgewacht door honderden arbeiders, intellectuelen en kunstenaars. Redevoeringen waren echter verboden.

De Kom voltooide in Nederland zijn werk ‘Wij slaven van Suriname’. In 1934 vond hij eindelijk een uitgever (Contact), maar de autoriteiten – lees geheime diensten – dwongen hem enige fragmenten te schrappen. Bekende Nederlandse auteurs steunden hem: Jef Last, Eduard du Perron. In deze periode gaf de schrijver lezingen over kolonialisme op communistische bijeenkomsten.

Ook onderhield hij contact met de Haagse communistische auteur Nico Wijnen. Een van de Kom’s geliefde thema’s waren de helden van de 19 -eeuwse Surinaamse slavenopstanden: Boni, zijn mede guerrillastrijder Baron en Joli Coeur. Zwarte verzetshelden die zijn geschrapt uit de Nederlandse geschiedenislessen.

Gebrandmerkt als socialist kon de Kom geen regulier werk vinden. (Broodroof was de geëigende methode van het Nederlandse establishment om linkse mensen het leven zuur te maken. Of onmogelijk (En dit gebeurt overigens nog steeds). Er volgde een tijd van armoede en wanhoop.

Na de inval van de Nazi’s in Nederland sloot de Kom zich aan bij het verzet en werkte hij voor de illegale pers. Dit was een bijzonder moedig besluit, omdat hij als Creool niet bepaald een onopvallende figuur was. Op 7 augustus 1944 werd de Kom gearresteerd en overgebracht naar   het concentratie Neuengamme en later naar kamp Stalag XB Sandbostel (Noord Duitsland). Op 24 april 1945 – met de bevrijding in zicht – stierf Anton de Kom door TBC en uitputting. Zijn lichaam werd teruggevonden in een massagraf in Sandbostel. In 1960 werd hij herbegraven op de erebegraafplaats in Loenen.

Wat ons betreft hoort Anton de Kom thuis in het rijtje verzetshelden naast Hannie Schaft, Jan Bonekamp, de februaristakers en anderen die hun leven gegeven hebben in de antifascistische strijd.

Anton de Kom was een uitzonderlijk man en mag met recht een ‘founding father’ van het Surinaamse nationalisme worden genoemd. Hij was   een pionier van de antikoloniale geschiedschrijving, een man ook die zijn eenvoudige milieu ontsteeg zonder zich ervan te distantiëren. Tegelijk, tragisch, een koloniaal onderdaan die in Nederland en niet in zijn ‘geliefde Sranan’ zijn carrière zou maken, ook ‘in het land van de overheerser’ altijd een tussenfiguur zou blijven, en bovendien zijn leven juist zou geven voor Nederland. Een man die met zijn intellectuele ontwikkeling zijn afkomst nooit verloochende en altijd trouw zou blijven.

Bron: Strijden ga ik . uitgave onbekend.

Delen van dit artikel zijn overgenomen uit het artikel van W. Man A Hing over Charles Lu A Si hetgeen gepubliceerd is in het blad Wi Ruto no. 8/2,  p. 29-34 (van de Stichting Surinaamse Genealogie). De redactie heeft het voornoemde artikel gevonden in de blog “Caribisch uitzicht”.

Bron Foto: Ter beschikking gesteld door Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis