De achtergrond van de recente crisis in Turkije

Door E.M. (*)

 

Vraag vandaag de dag aan een Turkse arbeider waar het bij de laatste economische crisis om draait en hij of zij zal jouw vraag met een wedervraag beantwoorden: "Welke laatste? We hebben altijd economische crises doorgemaakt!" Dat is waar. Turkije is niet uit een economische crisissituatie geraakt sinds de 'economische liberalisering' haar intrede deed, in de jaren '80 van de vorige eeuw.

Hieronder het tweede en laatste deel van een analyse over de huidige economische ontwikkelingen in Turkije.

De werkelijke crisis slaat toe in 2001

Aan het begin van het jaar 2001 brak de Turkse bourgeoisie zich het hoofd over hoe zij 25 miljard dollar bij elkaar kon krijgen, het bedrag dat nodig was om tot een redelijk budget voor het land te komen. Ook al verwachtte niemand in 2001 een aanzienlijk economisch herstel, men kan gerust zeggen dat niet verwacht werd dat de ineenstorting zo snel zou komen en zo overweldigend zou zijn. Op 19 februari 2001 brak er een nieuwe crisis uit en van de ene op de andere dag waren de Turkse en Koerdische werkers 40 procent armer.

Deze keer had de crisis een ongewone reden: tijdens een vergadering beschuldigde president Sezer de assistent en rechterhand van premier Ecevit ervan betrokken te zijn bij een enorme fraudezaak. In een paar minuten tijd raakten de financiële markten op tilt, omdat zij een regeringscrisis verwachtten. De volgende dag waren de rentetarieven gestegen tot 7500 procent! Als reactie hierop liet de regering de wisselkoersen zweven, met de bedoeling om de aankondiging van devaluatie uit te kunnen stellen.

Tenslotte, op 3 maart 2001, benoemden de Verenigde Staten een plaatsvervangend voorzitter van de Wereldbank, Dervish, als de staatsminister die verantwoordelijk werd voor de economie in Turkije. In eerste instantie doorzag de bourgeoisie niet hoe belangrijk deze persoon was, maar naarmate de tijd verstreek werd het haar duidelijk dat hij de enige in de regering was die beslissingen kon nemen. Hij was een directe vertegenwoordiger van het imperialisme in Turkije, en daardoor was het onmogelijk om hem te betwisten. Zelfs de premier kon niets doen zonder eerst deze superminister te raadplegen. In feite werd Dervish de eerste en enige Yankee-premier van Turkije.

Dervish ging eerst aan het werk. Gedurende een aantal ontbijtvergaderingen, om zes uur 's morgens, putte hij zijn collega's uit en charmeerde de pers. En aan het eind van een werkperiode van twee weken kondigde hij aan dat hij met een economisch programma zou komen, het zogenaamde 'Nationale Programma'. In feite was dit een voortzetting van het voormalige IMF-programma, met enkele kleine wijzigingen. Het programma werd ook aangevuld met een reeks 'structurele veranderingen'. Deze structurele veranderingen, zei Dervish, hadden voornamelijk tot doel om alle banden tussen de staat en de economie te verbreken. Deze veranderingen omvatten ook het stopzetten van alle subsidies aan de agrarische sector, het ontnemen van de Centrale Bank van al haar controle over de geldmarkt en het bespoedigen van alle privatiseringen, met Telecom en Turkish Air Lines bovenaan de lijst.

Wat er op dit moment ook gebeurt, het gebeurt omdat dit proces van structurele veranderingen ofwel te langzaam verloopt ofwel te snel. Als het proces te langzaam gaat, dan weigert het IMF om kredieten over te maken naar Turkije, want het geld zou onmiddellijk gebruikt worden om andere schulden af te betalen. Als het proces te snel gaat, heeft dit recessie en werkloosheid tot gevolg.

De politieke arena

Momenteel is er binnen de politieke wereld in Turkije niemand van de bourgeoisie die in staat of bereid is om politiek te maken. We zitten dus opgescheept met een grote hoeveelheid politici die bang is om politiek te handelen. De economische crisis is de enige politieke factor van betekenis op dit moment en de bourgeoisie doet simpelweg alles wat het IMF haar opdraagt. Dit is niet erg verbazingwekkend, gezien het feit dat de regerende coalitie verreweg de meest rechtse coalitie is die aan de macht kwam sinds de coup in 1980.

Alleen de fascistische partij in de coalitie had een aantal redenen om in het verweer te komen tegen het 'Nationale Programma'. Zij verzette zich bijvoorbeeld tegen de hervormingen in de landbouw, omdat zij terecht dacht dat dit haar belangrijkste kiezers, in de plattelandsgebieden van Centraal Anatolië, zou ergeren. Maar klaarblijkelijk was zij niet erg volhardend in haar argumenten en verloor de zaak snel. Ondanks dat was dit genoeg om de boeren van Centraal-Anatolië de boodschap over te brengen dat zij de enige partij was die zich verzette tegen zulke onredelijke hervormingen.

De fascisten maakten heftig bezwaar tegen de privatisering van Telecom. Gedurende de afgelopen jaren hebben zij dit instituut volgestopt met fascisten, van de werkvloer tot aan de top. Behalve dat dit hen de kans gaf om al het geld te controleren dat in deze branche werd vergaard door corruptie, gaf dit hen ook de mogelijkheid om de meest strategische sector in Turkije onder hun controle te krijgen. Zij verhieven hun stemmen, maar verloren opnieuw. Deze keer verloren zij niet alleen het debat maar ook een belangrijke minister.

Er zijn uitzonderingen, maar feitelijk treden verschillende delen van de bourgeoisie, namelijk het IMF, de EU en de Turkse heersende klasse, op als 'eenheid' in deze crisis. Het Amerikaanse imperialisme legt haar wensen op via het IMF. Het Europese imperialisme chanteert Turkije openlijk, door te dreigen dat als Turkije niet in staat is om zich aan te passen aan de richtlijnen van het IMF Turkije haar kans verliest om toe te treden tot de EU. En de Turkse bourgeoisie, moe van het jarenlang moeten leven in een crisissituatie, heeft ermee ingestemd om de kleine partner van het imperialisme te worden, in een armere maar meer stabiele economie. De militaire krachten, die meestal niets over de economie te vertellen hebben, herinnerden zich deze keer dat zij letterlijk een deel van de bourgeoisie vormen, doordat zij een van de tien grootste bedrijven in Turkije bezitten en bereid zijn om de grootste partner te worden in de zich ontwikkelende wapenindustrie. En aangezien zij geen ander plan hebben, waarom zouden zij zich niet stil houden en afwachten wat er gaat gebeuren?

Maar er is nog steeds een probleem aan de kant van de bourgeoisie. Wat zal er gebeuren als de crisis voorbij is? Wie zal de leiding hebben van de bourgeoispolitiek? De huidige premier zal waarschijnlijk binnenkort overlijden. De superminister Dervish heeft tot nu toe nog geen aanstalten gemaakt om een staf om zich heen te verzamelen. De fascisten hebben bewezen in veel gevallen onbetrouwbaar en onberekenbaar te zijn. Erdogan, de jonge fundamentalistische ster, voert een voortdurende strijd met de militairen, en de rest heeft 'zelfmoordneigingen'. Nu wordt er gesproken over een nieuw project: een regering van technocraten. Dit zou niet serieus genomen moeten worden in een land waar 'dodelijk letsel alleen legitiem is als het wordt toegebracht door diegenen die door de bevolking verkozen zijn'. Nu voelt de bourgeoisie zich behaaglijk, omdat zij zich op dit moment niet met politiek bezig hoeft te houden. Alle politiek wordt op dit moment sowieso door het IMF uitgevoerd. Maar hoe dan ook, als de economische crisis voorbij is zullen zij geconfronteerd worden met een andere enorme crisis: een politieke crisis.

De klassenstrijd heeft een levendige geschiedenis in Turkije en natuurlijk reageert de werkende klasse op deze kwaadaardige imperialistische campagne. Helaas reageren sommige delen van de Turkse linkse beweging niet op een juiste manier. De Arbeiders Platform-demonstraties, in de lente georganiseerd door de vakbonden, trokken niet zoveel arbeiders. Bij de viering van 1 Mei was dit jaar meer enthousiasme dan in de afgelopen jaren, maar de vakbondsleiders hadden het nog steeds druk met het proberen te verwijderen van rode vlaggen uit de menigte. Het linkse deel van de liberalen is volledig verward, omdat zij de toetreding tot de EU gesteund hebben, terwijl de EU nu tegen Turkije vertelt dat zij onmiddellijk alles moet doen wat het IMF zegt.

Er zijn drie indirecte, maar sterke antwoorden tegen de smerige wensen van het imperialisme in Turkije:

Alledrie de genoemde acties hebben openlijk dezelfde anti-imperialistische leuzen en hebben de neiging om hun krachten te bundelen. Er zullen er meer volgen. De Turkse en Koerdische arbeiders ontwikkelen op dit moment het enige concrete economische programma dat hen uit de economische crisis kan halen:

E.M. is lid van de SIP, Sosyalist Iktidar Partisi (Partij voor Socialistische Macht). Vertaling J. Bernaven.

Turkse economie krimpt harder dan verwacht

Het bruto nationaal product (bnp) van Turkije is als gevolg van de financiële crisis in het land in de eerste helft van dit jaar met 8,5 procent gedaald. Voor het bruto binnenlands product (bbp) staat in dezelfde periode een min van 9,3 procent. De krimp voedt de angst dat Turkije dit jaar niet in staat zal zijn economisch uit het dal te komen, ondanks de hulp van het

Internationaal Monetair Fonds. De regering in Ankara en het IMF gaan voor dit jaar uit van een krimp van 5,5 procent van het bnp. De slechte macrocijfers beschadigden de koersen op de beurs van Istanbul. De teleurstellende gegevens van het bureau voor statistiek betekenden een nieuwe domper voor beleggers. Zij kijken [bovendien] met een schuin oog naar een nieuw conflict in de Turkse regering.(FD, 1-9-2001)

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019