Reactie Farc aan Andres Pastrana

Farc wil voortzetting vredesbesprekingen

 

 

 

 

 

Van redactie buitenland (*)

Op 6 januari 2002 stuurde Manuel Marulanda Vélez, Oppercommandant van de FARC-EP een open brief aan Andres Pastrana Arango, president van de republiek Colombia. Manifest plaatst hieronder een samenvatting van een deel van die brief. Manuel Marulanda Vélez stuurde zijn brief na het weinig vruchtbare resultaat van de onderhandelingen van 3 en 4 januari. Afgelopen zondag werd echter bekend dat Pastrana niet op de uitnodiging van het Farc was ingegaan en de guerrillastrijders tot afgelopen maandag de tijd had gegeven om uit de 'vrije zone' te vertrekken. Colombia aan de vooravond van de oorlog, de feitelijke uitvoering van het Amerikaanse "Plan Colombia'.

De presidentiële verklaring van 7 oktober 2001 kondigde, volgens Marulanda, eenzijdige wijzigingen in de garanties voor het functioneren van de 'vrije zone' aan, hetgeen de normale ontwikkeling van het vredesproces schade berokkent en voortgang verhindert. Daarom kan de FARC niet worden beschuldigd van het niet uitvoeren van het Akkoord, dat zich onder andere richt op de aanbevelingen, gedaan door gezagsdragers, de strijd tegen het paramilitarisme en het staakt het vuren.

Integendeel, de meervoudige initiatieven die de FARC heeft ontplooid met het doel om het vredesproces te ontdoen van obstakels en die bekend zijn bij het nationale en internationale publiek, vormen een bewijs van ons onuitputtelijke verlangen naar vrede dat ons inspireert, en van onze bereidheid om door te gaan met het vredesproces wanneer en indien de garanties officieel hersteld zijn via dezelfde media als waarop de presidentiële verklaring van 7 oktober werd uitgezonden.

Het politieke karakter van de FARC-EP is bevochten gedurende 37 jaar strijd voor de belangen van het volk. Het komt voort uit haar doelstellingen die vervat zijn in het Agrarisch Programma, het Politieke Platform voor een Parlement van Nationale Verzoening en Heropbouw en uit haar ideologische en organisatorische principes neergeschreven in de Statuten, het Reglement van de Disciplinaire Code en de Interne Commando Normen.

De deelname aan de dialoog, aan de onderhandelingen en de aanwezigheid van de internationale gemeenschap in het discussieproces, bevestigen het politieke karakter van onze organisatie. Om deze reden is het onbegrijpelijk dat burgerlijke en militaire vertegenwoordigers van de regering, waarvan u de voorzitter bent, en officiële vertegenwoordigers van de regering van de VS, zoals ambassadeur Anne Paterson, ons blijven bestempelen als terroristen.

De demilitarisatie van de vijf gemeenten voor het voeren van de besprekingen, zoals gezamenlijk overeengekomen, vindt zijn oorsprong in de historische aanwezigheid van de FARC-EP in deze zone gedurende meer dan 30 jaar, en is dus geen geschenk van de staat. De bijeenkomst, gehouden met volledige garanties van commandant Marulanda en u als gekozen president, vóór de overeenkomst om de zone te demilitariseren, levert hier het bewijs van.

Evenmin begrijpen we dat aspecten, die zo fundamenteel zijn dat ze te vinden zijn in de Nationale Grondwet, zoals het recht op vrije beweging van personen en goederen naar de gedemilitariseerde zone, verworden tot niet onderhandelbare aspecten, die het proces kunnen doen instorten, terwijl de discussie gaat over de belangrijke thema's die de Colombianen bezighouden.

De belastingen in naam van de paramilitairen door het leger op de grote doorgangswegen naar de vier gemeenten, het handhaven van de wegversperringen waar misdaden worden gepleegd tegen de bevolking, het schenden van de vrije zone door de militaire eenheden en het overvliegen van gevechtsvliegtuigen - overtredingen die bevestigd worden door de media en de inwoners - zijn zaken die door de regering en de staat worden beschouwd als niet onderhandelbaar. Als zoiets simpels niet onderhandelbaar is, hoe moet het dan met de gewichtige thema's van de 'Gemeenschappelijke Agenda Naar een Nieuw Colombia'?

Als het vredesproces wordt beëindigd, zal de schuld liggen bij diegenen die de president er toe gedwongen hebben de FARC-EP voorwaarden op te leggen die niet door beide partijen zijn overeengekomen, en waardoor het proces van de dialoog is afgebroken ter voortduring van een schaamteloos systeem van privileges ten koste van honger, ellende, werkloosheid en onderdrukking van miljoenen Colombianen.

Ter afsluiting wil ik u voorstellen om, wanneer de huidige situatie is overwonnen, in de maanden februari en maart aan de 'Tafel van Dialoog' het thema werkloosheid te behandelen, alsmede het voorstel van de FARC-EP voor een uitkering voor de werklozen en, voor april en mei, de behandeling voor het staakt-het-vuren en staken van de vijandelijkheden te hervatten, zaken die onderdeel vormen van het 'Akkoord van San Francisco de la Sombra'.
(Vertaling Chuck Barkey).

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019