Het ware verhaal achter Amerika's oorlog

 

 

Door John Pilger

Sinds 11 september wordt de 'oorlog tegen terrorisme' als excuus gebruikt door de rijke landen, geleid door de VS, om hun beheersing over wereldzaken voort te kunnen zetten. Door "angst en ontzag" te verspreiden, zoals een verslaggever van Washington Post schreef, probeert Amerika om aanvallen op zijn zwakke mogelijkheid, om de wereldeconomie te controleren en te beheersen, af te slaan. Het eufemisme voor het toenemende beslagleggen op markten en grondstoffen door de rijke landen van de G8. (deel 1 van 2)

Dit, niet de jacht op een man in een grot in Afghanistan, is het doel achter de dreigementen van Dick Cheney, vice-president van de VS, tegen "40 tot 50 landen". Het heeft weinig van doen met terrorisme, maar veel met het handhaven van de groepen die de 'globalisering' ondersteunen.

Oorlog van rijken tegen armen

De internationale handel is vandaag meer dan 11,5 miljard pond (ruim 7 miljard euro) per dag waard. Een heel klein deel hiervan, 0,4 procent, wordt gedeeld met de armste landen. Amerikaans en G8-kapitaal beheren 70 procent van de wereldmarkt en vanwege de regel - die eist dat prijsbarrières en subsidies in arme landen gestopt moeten worden, terwijl het Westen protectionisme negeert - hebben de arme landen een handelsverlies van 1,3 miljard pond per dag.

Welke maatstaf je ook hanteert, dit is een oorlog van de rijken tegen de armen. Kijk naar de slachtoffers. De tol, zegt het World Resources Institute, bedraagt meer dan 13 miljoen kinderen per jaar, waarvan 12 miljoen onder de vijf jaar, volgens de schatting van de Verenigde Naties. "Als 100 miljoen gedood zijn tijdens formele oorlogen in de 20ste eeuw", schreef Michael McKinley, waarom heeft men dan meer mededogen met hen dan met de jaarlijkse tol van kindersterfte ten gevolge van structurele hervormingsprogramma's sinds 1982?" McKinley's artikel, "Triage: een onderzoek naar de nieuwe ongelijkheid als gevechtszone", werd in 2001 gepresenteerd tijdens een conferentie in Chicago en verdient breder gelezen te worden (hij doceert aan de Australian National University). Het beschrijft helder de versnelling van westerse economische macht in de Clinton-jaren, die sinds 11 september een gevarenzone voor miljoenen mensen overschreden heeft.

WHO rampzalig voor merendeel mensheid

De bijeenkomst van de Wereld Handels Organisatie (WHO) van november 2001 in Doha (in de golfstaat Quatar) was rampzalig voor het merendeel van de mensheid. De rijke landen eisten en kregen een nieuwe 'ronde' van 'handelsverruiming', wat betekent: de macht om te interveniëren in de economieën van arme landen, om privatisering en afbraak van openbare voorzieningen te eisen.

Akkoord over nieuwe handelsronde

De 144 lidstaten van de Wereldhandelsorganisatie WHO zijn het gisteren na een week praten eens geworden over de procedure voor een nieuwe onderhandelingsronde over verdere vrijmaking van de wereldhandel. Dat betekent dat de ronde, waarover in november een akkoord werd bereikt in Doha, later deze maand kan beginnen. De directeur van de WHO wordt voorzitter van de commissie die de onderhandelingen gaat begeleiden. Verder is afgesproken dat er zes onderhandelingsgroepen komen, voor onder meer landbouw en diensten.
(HC, 2-2-2002)

Alleen zij mogen hun binnenlandse industrie en landbouw beschermen; alleen zij hebben het recht om de export van vlees, graan en suiker te subsidiëren om ze vervolgens tegen kunstmatig laaggehouden prijzen te dumpen in de arme landen en daarmee het levensonderhoud van miljoenen vernietigen. "In India", zegt de milieudeskundige Vandana Shiva, "is zelfdoding onder arme boeren een epidemie". Vlak voor de WHO-bijeenkomst gebruikte Robert Zoelliek, de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger, de 'oorlog tegen terrorisme' als waarschuwing voor de ontwikkelde wereld, dat serieuze oppositie tegen de Amerikaanse handelsagenda niet getolereerd zou worden. Hij zei: "De VS is een wereldwijd leiderschap van openheid toevertrouwd en begrijpen dat blijvende macht van onze nieuwe coalitie (tegen terrorisme) afhangt van economische groei." De onderliggende boodschap is dat 'economische groei' (rijke elite, arme meerderheid) gelijk is aan antiterrorisme.

Marc Curtis, geschiedkundige en hoofd van het bestuur van 'Christian Aid' die Doha bijwoonde, beschreef een "verontrustend patroon van dreigementen en intimidatie van arme landen" dat gelijkstond aan "economische kannonneerboot-diplomatie". Hij zei: "Het was volkomen buitensporig. Welvarende landen buitten hun macht uit om hun agenda van 'big business' af te werken; de kwestie van multinationals als oorzaak van armoede kwam niet eens op de agenda voor. Het leek op een conferentie over malaria waarbij de mug niet ter discussie gesteld werd."

Afgevaardigden van arme landen klaagden erover dat zij bedreigd zijn met het afnemen van hun weinige, kostbare handelsovereenkomsten. "Als ik te sterk opkom voor de rechten van mijn volk", zei een Afrikaans afgevaardigde, zullen de VS mijn minister bellen. Zij zullen zeggen dat ik de VS in verlegenheid breng. Mijn regering zal niet eens vragen, 'wat heeft hij gezegd?' Zij zal mij morgen een ticket sturen, dus ik houd mijn mond uit angst om de meester boos te maken". Een hoge functionaris van de VS belde de Oegandese regering om te vragen of haar afgevaardigde naar de WHO, Nathan Irumba, teruggeroepen kon worden. Irumba is voorzitter van het comité voor handel en ontwikkeling van de WHO en is kritisch geweest over de "liberalisatie"agenda.
Dr. Richard Bernal, afgevaardigde uit Jamaica naar Doha, zei dat zijn regering op gelijke wijze onder druk was gezet. "Wij voelen dat deze WHO-bijeenkomst geen verband houdt met de oorlog tegen terrorisme, al geeft men ons het gevoel dat wij de redding van de wereldeconomie tegenhouden als we niet instemmen met de nieuwe ronde van liberalisiseringsmaatregelen." Haïti en de Dominicaanse Republiek zijn bedreigd met het beëindigen van hun bijzondere handelsovereenkomsten met de VS als zij doorgingen met het bezwaar maken tegen 'bemiddeling' - het jargon voor de effectieve overname van openbare bestedingsprioriteiten van een regering.
(wordt vervolgd)

(vertalig Thomas Janssen/Tineke van der Klift)