Georgië, VS en NAVO dreigen Rusland met ultimatum

Van redactie buitenland (*)

Door Georgische strijdkrachten te laten trainen en commanderen door Amerikaanse militairen, bestaat de mogelijkheid dat Amerikaanse en Russische militairen, voor de eerste maal sinds de Russische revolutie 80 jaar geleden, in een gewapend conflict terechtkomen. Het behoeft geen betoog hoe ernstig de situatie is.

Georgië verzocht Rusland om zijn soldaten terug te trekken uit de betwiste zone. De minister van Defensie van Georgië, David Tevzadze, riep op tot onmiddellijke terugtrekking van Russische soldaten opgesteld met helikopters in een betwiste omgeving van een afgescheiden zone van Abchazië. "Wij hebben de Russen een ultimatum gegeven. Zorg voor terugtrekking uit de Kodori bergengte, deze avond nog", zei Tevzadze vrijdag op de staatstelevisie. Acht Russische helikopters landden in de door de Georgiërs bezette stad Azhara, waar ongeveer 100 soldaten ingezet waren en de spanning tussen Tbilisi en Moskou toenam. De reden die hier aan ten grondslag lag was dat Moskou de Abchazische kant gesteund had in een afscheidingsoorlog, tien jaar geleden.

De aankomst van de helikopters, vier militaire en vier civiele, zaaide paniek in Azhara, in de omgeving van de Kodori bergengte, zei de Georgische wetgever, Iveri Chelidze, tijdens een televisie-uitzending. Maar het Russische ministerie van Defensie ontkende de Georgische mededelingen over een 'gewapende landing' in Azhara, en zei dat de vredesmissie slechts was overeengekomen om een waarnemingspost te installeren, twee km. ten westen van de stad.

Het Georgische ministerie van Defensie bracht zijn strijdkrachten onmiddellijk in militaire paraatheid, terwijl het parlement zich voorbereidde om een staatsrechtelijke afkeuring uit te vaardigen aan Rusland voor zijn agressieve actie, vermeldde de staatstelevisie. De president van Georgië, Eduard Shevardnadze, besloot naar het weerspannige gebied te vliegen, na het eerste officiële rapport, "om de verantwoording voor de situatie op zich te nemen", zei een presidentiële woordvoerder.

"Als de Russen ons geen opheldering kunnen geven, zullen zij hun vredesoperatie (in Abchazië) vaarwel moeten zeggen, voorgoed", zei Shevardnadze tegen journalisten, voor hij Tbilisi verliet.

Shevardnadze's afgezant in Kodori, Emzar Kvitsiani, zei dat ongeveer 80 Russische paratroepers geland waren in Azhara, en voegde eraantoe: "De situatie zou kunnen verslechteren, tenzij vredesmissies de nodige stappen ondernemen". Kvitsiani, die niet-bevestigde berichten citeerde, dat 40 bewapende Georgiërs een van de helikopters hadden overmeesterd, zei dat Tbilisi nooit overeengekomen was om Russische soldaten in te zetten in Azhara.

De Kodori-regio, verspreid over door de regering bezet gebied, en de afgescheiden republiek van Abchazië, zijn bezet door Georgische soldaten na toenemende spanning aldaar.

Hoe dan ook, Tbilisi was van mening dat de strijdkrachten zich moesten terugtrekken op 10 april onder voorwaarde van een eerder ondertekende overeenkomst deze maand tussen de Georgische en Abchazische autoriteiten.

Chelidze beantwoordde vrijdag de klachten van Abchazië, dat niet alle Georgische militaire onderdelen zich teruggetrokken hadden uit het betwiste gebied, door te zeggen dat enkele soldaten vertraging hadden ondervonden door het slechte weer. Abchazië heeft in feite onafhankelijkheid van Georgië geclaimd, door een korte maar hevige oorlog te voeren in het begin van 1990, gesteund door Moskou. Een wapenstilstand was overeengekomen in 1994, maar er is sindsdien weinig vooruitgang geboekt in het oplossen van de tegenstellingen.

Moskou installeerde een vredesmissie in Abchazië, maar werd herhaaldelijk beschuldigd door Tbilisi van inmenging in het geschil.

De volgende spanning tussen de twee vroegere Sovjetstaten komt als 200 Amerikaanse soldaten in Georgië worden verwacht om Al-Queda-terroristen te helpen opsporen die zich, beweert men, verborgen houden in de afgelegen Pankisi bergengte, op de grens van Tsjetsjenïe.


Bron: Agence France-Presse, 12 april 2002, vertaling: Tineke van der Klift.