WIE IS ER BANG VAN... DE KAT VAN DENG?

Door Dirk Nimmegeers

Waarom beheersen Mao en Deng nog steeds het politieke debat in China? Hoe staat het met de klassenstrijd in China en welke toekomst is daarvoor weggelegd? Zien Chinese arbeiders en intellectuelen Amerika als vijand of als vriend? Komt het maoïsme ooit terug? Hoeveel kapitalisme moet het Chinese socialisme nu al verdragen en hoeveel kan het nog hebben? Op deze en vele andere vragen vind je een antwoord in 'De Kat van Deng' (EPO 2002).

Het boek is een serieuze studie van het moderne China en een uitdaging: je hoeft het er niet mee eens te zijn, maar het prikkelt tot nadenken en is gefundeerd op een grote kennis van zaken.

Maar is 'De Kat' niet negatief en ontmoedigend? Dit vragen kameraden die een recensie over het boek gelezen hebben of die geschrokken zijn van de bittere verwijten aan de huidige leiders in de inleiding. Verliest de auteur niet uit het oog dat China, zeker op lange termijn, het voornaamste doelwit is van het Amerikaanse imperialisme, dat de smaak van het oorlogvoeren te pakken heeft?

Het is waar dat de auteur Rob Weil de nadruk legt op de consequenties van Deng's lijn, een lijn die zonder twijfel rechts is en leidt naar het kapitalisme. Toen hij in 1993 les gaf in China zag Weil de opmars van de markteconomie. Toen hij in 1999 terugkeerde naar de Volksrepubliek om er de vijftigste verjaardag van het socialisme te vieren was hij geschokt door de effecten van dat offensief. Zijn analyse dateert duidelijk van voor 11 september 2001 en hij onderschat de ernst van de imperialistische dreiging, zoals de meesten van ons vóór die datum. Het is echter belangrijk te zien dat Weil schrijft in naam van de verdedigers van het socialisme, niet in naam van de liquidatoren ervan, zoals veel mensen spontaan denken als ze kritiek op China horen.

Ook uit de zeer kritische inleiding kunnen we positieve dingen halen. De auteur toont op haast elke pagina aan dat er permanente tegenstellingen zijn over de gevolgde weg.

Hij bewijst dat er opnieuw en vrij algemeen belangstelling bestaat voor het marxisme-leninisme en het denken van Mao Zedong. Weil beschrijft hoe de overheid dit ook toelaat en op sommige plaatsen blijkbaar zelfs promoot. In bepaalde regio's, hoe klein ook, gaan kaders tegen de stroom in en boeken ze weer succes met een zekere hercollectivisering... tot groot enthousiasme van de bevolking.

Rob Weil schrijft (terecht) over de zeer intense en algemene klassenstrijd tegen allerlei gevolgen van de privatiseringen (wat onvermijdelijk steeds meer vraagtekens zal oproepen bij de brede middengroep van "twijfelaars" in de Chinese Communistische partij).

Hij zegt nergens dat de situatie verloren is. In veel passages staat dat het beleid niet onomkeerbaar is en dat het partijcongres (november 2002) van groot belang zal zijn. Weil beweert zeker niet dat China vandaag al kapitalistisch is, of nog erger, een "speelbal van het imperialisme"...

Dat neemt niet weg dat 'De Kat van Deng' controversiële aspecten bezit, zeker in 2002. Toch moeten we de discussie voeren met mensen zoals Weil, marxisten met wie we het over een aantal punten niet eens zijn, 'andersglobalisten' en derdewereldactivisten. Dat zij er anders over denken sluit niet uit dat we grondig kennis moeten nemen van die opvattingen, opwerpingen, vragen enz. We moeten deze mensen er immers van overtuigen dat we ons niet mogen afkeren van de Volksrepubliek. Dat zou wel het mooiste geschenk zijn voor de imperialisten. Als het imperialisme plannen koestert om China toe te voegen aan de 'As van het Kwaad' en het (voorlopig verbaal) aanvalt,is dat niet omdat het land fouten maakt tegen de socialistische principes, maar omdat het nog altijd veel te socialistisch is (naast het feit dat China economisch en politiek steeds machtiger wordt). Voor de Nieuwe Wereldorde die globalisering heet, moet elk land dat aan socialistische beginselen vasthoudt, hoe partieel ook, bestreden worden. China verklaart nog steeds onafgebroken het socialisme op te bouwen (zie bijvoorbeeld de toespraak van vice-voorzitter Hu in de VS, begin mei: "We in China are working hard to build up a strong prosperous democratic and a culturally advanced modern socialist country"- "National Committee on US-China Relations Remarks of Vice President Hu" - Council of Foreign Relations, 1/05/2002, http://www.cfr.org/public/resource.cgi?pub!4535). Het imperialisme is er helemaal niet gerust over dat de zaken niet kunnen keren, zolang China zich op het socialisme blijft beroepen en de Chinese Communistische Partij aan de macht blijft. China heeft de laatste maanden grote inspanningen geleverd en concrete stappen ondernomen in de veel nauwere samenwerking tussen de socialistische landen (van Azië, maar ook met Cuba). China verzet zich tegen de imperialistische wereldorde, pleit en ageert concreet voor een andere wereldorde, gebaseerd op reële gelijkheid tussen staten, voor het reële recht van elk land en volk om zelf over zijn systeem en zijn toekomst te beslissen. Het versterkt zijn economische en politieke samenwerking met alle derdewereldlanden, vooral in Azië en Afrika en met de "schurkenstaten" in het bijzonder. Het klaagt de oneerlijke Noord-Zuidverhoudingen aan. Het ijvert voor een democratische hervorming van de VN, met groter gewicht voor de derde wereld, voor trouw aan het Charter van de VN en tegen de eenzijdige (of NAVO-) interventies. Het klaagt de militarisering van de VS aan.

In dat kader kunnen we ook begrijpen waarom het Westen steun geeft aan Falun Gong en aan de separatisten in Xinjang ,Tibet of Taiwan.

Rob Weil zegt in zijn boek dat hoe socialistischer China is, hoe beter het kan vechten tegen de imperialistische wereldorde. Maar het tegendeel is ook waar. Door aan China's zijde te vechten tegen die imperialistische wereldorde, kunnen we eraan bijdragen dat de imperialistische druk op China afneemt en geven we China (en de andere socialistische landen) meteen meer ruimte om het socialisme trouw te blijven. Voor een derdewereldland vraagt dat binnen de huidige machtsverhoudingen zware inspanningen. Geen land kan zich tegenwoordig buiten de wereldeconomie houden, maar om erbij te horen, wordt het gedwongen stappen terug te doen: privatiseren, de markt opengooien, de concurrentie aangaan, enz. Als we ons dat realiseren, kunnen we bepaalde stellingen in 'De Kat van Deng' met een kritisch oog lezen.

Nog een boeiend punt van discussie: Rob Weil erkent dat er binnen de Chinese CP en staat een hevig debat gaande is. Daarnaast heeft hij het uitvoerig over allerlei groepjes die zeggen zich op het marxisme-leninisme te beroepen. De ervaring van de Sovjet-Unie en de Oost-Europese landen bevestigt echter een belangrijke les: zolang het kapitalisme niet zonder meer is hersteld (inclusief dus de omverwerping van de staatsmacht van de partij, de invoering van de burgerlijke parlementaire democratie) - wat in de Sovjet-Unie pas in 1989-'91 gebeurde - moeten wij als communisten de Communistische Partij blijven steunen, en niet zulke groepjes, die immers marginaal zijn. Indien het eerlijke marxisten-leninisten zijn, dan zullen zij volgens ons inzien dat zij BINNEN de Partij moeten gaan werken, zich daar verenigen met de vele militanten en kaders die het marxisme-leninisme en de socialistische weg trouw willen blijven. We mogen verwachten dat zowel de trotskisten als andere tegenstanders van het socialisme "tout court" (de CIA incluis) natuurlijk hun "steun" zullen toezeggen aan die groepjes, als de Partij maar ondermijnd wordt!

Als we met dit alles in het achterhoofd en met een dialectische instelling 'De Kat van Deng' lezen, zal dat een leerrijke ervaring worden. We zulleninformatie opdoen, innerlijk de discussie aangaan met de auteur en met andere (mogelijke) bondgenoten. En niet te vergeten: we zullen een veelzijdig overzicht krijgen van de bijdrage die Mao Zedong heeft geleverd en van wat zijn gedachtegoed kan betekenen voor de toekomstige strijd in China en op internationaal vlak. Het hoofdstuk waarin Rob Weil de historische leiders Mao en Deng tegenover elkaar plaatst, kan gelezen worden als het embryo van een boek dat we 'Een andere kijk op Mao' zouden kunnen noemen. Het is een sterk tegengif voor jongeren die opgegroeid zijn met 'Wilde Zwanen' en 'Het privé-leven van voorzitter Mao'.

De Volksrepubliek is groot en ingewikkeld. Iedereen die belangstelling heeft voor de internationale politiek zou dit boek moeten lezen. We klagen soms dat er weinig betrouwbare informatie is over China en dat de anticommunisten het hoogste woord hebben over het land. Met dit boek, geschreven door een vriend van China, een vriend van het socialisme en van Mao%s erfenis, een vriend met wie we het misschien over een aantal punten niet eens zijn, kunnen we onze schade inhalen.

ISBN: 90_6445_217_2 (2002)
pb (15 x 22,5 cm) - 360 p.
Oorspr.tit.: Red Cat, White Cat. China and the Contradictions of Market Socialism. Uit het Engels vertaald door Tineke Jager, Dirk Nimmegeers en Jan Reyniers.
Winkelprijs: 32.00 euro.

Te koop in de NCPN-winkel of door te bestellen bij:
Jos Hennes
Promotie EPO uitgeverij & distributie
Lange Pastoorstraat 25-27
B-2600 Berchem-Antwerpen (België)
Tel: +32 (0)3 287 08 75
Fax: +32 (0)3 218 46 04
Gsm: +32 (0)478 99 83 31
Web: www.epo.be

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019