Vriendje van Saddam?

Jan Cleton, temidden van een groep kinderen in Bagdad. Hoeveel zullen het slachtoffer worden van de Amerikaanse agressor? (Foto J.C.)  

Door Jan Cleton

In september 2000 maakte ik deel uit van een groep mensen die een bezoek bracht aan Irak. Met eigen ogen wilden wij vaststellen wat de gevolgen waren van de Eerste Golfoorlog en het daaropvolgende embargo. Als communist keek ik ook bijzonder kritisch naar de positie en de politiek van de Iraakse Baathpartij en de mensenrechten in Irak. Ik droeg kennis van de rol van het Baath-regime, hoe het tot stand gekomen was in wisselwerking met de voorafgaande geschiedenis en hoe het zich nadien gedragen had.

Ik was redelijk op de hoogte van de rol van het Engelse imperialisme, met zijn marionet-koning Faisal, en de levensomstandigheden in die periode van het Iraakse volk. Er was toen sprake van neokoloniale verhoudingen waarbij er een kleine bevoorrechte groep was die in luxe leefde en de rest in grote armoede. De Iraakse olie die toen al goudgeld opbracht kwam slechts ten goede aan die kleine bevoorrechte groep en de Britse petroleummagnaten. De Baathpartij, waarin Saddam Hoessein een rijzende ster was, maakte met de revolutie van 1968 een einde aan deze neokoloniale verhouding. De buitenlandse oliebelangen werden genationaliseerd en kwamen in de daaropvolgende periode voor een heel groot deel ten goede aan de Iraakse bevolking. De gemiddelde levensstandaard steeg hiermee voor Arabische begrippen tot ongekende hoogte en werd hierdoor een voorbeeld voor de armen in de Arabische wereld. Gratis onderwijs, een bijna gelijke positie voor mannen en vrouwen, gratis - en kwalitatief hoogstaande - gezondheidszorg, de waarde van de Iraakse dinar in verhouding tot de dollar, dat alles maakte dat de gehele Iraakse bevolking in tegenstelling tot andere derdewereldlanden een luxe bestaan leidde. Dat dit de woede opwekte van de bevoorrechte klassen in andere landen, laat staan van diegenen waaraan deze rijkdom rechtstreeks ontnomen was, is dan ook niet vreemd. Het was op dat moment echter wel een vaststaand feit.

De onderlinge concurrentie van die vijanden echter - wat in eerste instantie uitkomt op 'ieder voor zich en God voor ons allen' - maakte dat onderzocht werd hoe deze situatie ten eigen voordele uitgebuit kon worden. De VS worstelden op dat moment met de Iraanse revolutie en de gevolgen daarvan voor de belangen van met name de van olie afhankelijke multinationals in de Verenigde Staten, alsmede met de geopolitieke belangen van het VS-kapitaal in het algemeen. Hoe dit op te lossen met zeer weinig economische schade?

Enerzijds was daar dus een land, Irak, dat bulkte van het geld dat mede ingezet werd om de levensstandaard van de meerderheid van bevolking te verhogen. Anderzijds dreigde, zij het op een andere - minder socialistische - basis, hetzelfde te gaan gebeuren in Iran. De VS-regering, als belangenbehartiger van het VS-bedrijfsleven, maakte opnieuw gebruik van het ultieme kapitalistische instrument: "verdeel en heers" en verdien er ook nog aan.

Ook in dit geval werd er een tweeledig doel gediend. Het belangrijkste doel bleef: geld verdienen voor de eigen multinationals. Daarvoor moest er echter noodgedwongen samengewerkt worden met de concurrenten die dezelfde belangen nastreefden. Die rekening zou nadien wel weer vereffend worden.

In de praktijk kwam het er op neer dat de belanghebbenden bij het vrije liberalisme - het kapitalisme dus - zich verenigden om maximaal profijt te trekken uit een voor hen ongewenste situatie.

De VS, die bewerkstelligden dat Irak aan Iran de oorlog verklaarde, verkochten, evenals andere westerse landen, wapens aan Irak. Meer dan een miljoen doden kostte deze oorlog, waaronder 5000 Koerdische doden door een gifgasaanval in Noord-Irak.

Even buiten Bagdad staat het monument voor de martelaren. Een gigantisch complex, bestaande uit een 60 meter hoge doorgesneden koepel bekleed met blauwe geglazuurde tegels met daaronder een groot marmeren museum. Het er omheen liggende plein van tienduizenden vierkante meters bestaat geheel uit wit marmer. Dit monument is geschonken door de Japanse wapenfabrikant Mitsubishi. De objectieve bezoeker begrijpt daaruit hoeveel geld alleen al deze wapenfabrikant aan de oorlog verdiend heeft.

Irak kwam als overwinnaar uit de strijd. Saddam Hoessein, die zelf verklaarde een rechtstreekse afstammeling van de profeet Mohammed te zijn, bereikte een bijna goddelijke status. Afbeeldingen van de profeet zijn binnen de islam niet toegestaan, Irak is echter vergeven van de afbeeldingen van Saddam. Maar niet alleen buiten, ook in de huiskamers van de bevolking tref je zijn portret aan. Afgedwongen door een genadeloze dictatuur? Ik geloof dat niet. Saddam symboliseert voor de armen in de Arabische wereld dat het anders kan. Saddam symboliseert dat de Arabische olierijkdom ook ten goede kan komen aan de bevolking. Saddam symboliseert de anti-imperialistische gevoelens die binnen de Arabische wereld leven, hij is heerser, strijder en tegelijkertijd martelaar. Als heerser deinst hij er niet voor terug tegenstanders te liquideren. Veel Iraakse communisten verblijven daarom in het buitenland. Zijn status van martelaar heeft Saddam gekregen door het embargo dat door de imperialisten aan Irak opgelegd is. Hij is de trooster en islamitische leider die strijdt tegen de boze anti-islamitische buitenwereld. Saddam steunt de Palestijnse strijd, ook daardoor is hij populair bij de Arabische massa.

Ben ik door deze opsomming een vriendje van Saddam? Nee, ik tracht hiermee slechts aan te geven hoe de verhoudingen aangaande Saddam liggen, zowel in Irak als ver daarbuiten. Voor mij is Saddam een opportunist, dienstbaar aan het kapitaal. Hij laat zich al naar gelang het zo uitkomt gebruiken door datzelfde kapitaal. Hij viel Koeweit aan dat naar olie boorde onder Iraaks grondgebied met indirecte steun van de VS: "de VS zouden niet ingrijpen". De VS lachten in hun vuistje, net als bij de oorlog Irak-Iran. De oorlogsindustrie van de VS zou weer op volle toeren gaan draaien, de VN werd gebruikt om legitiem de eerste Golfoorlog te beginnen, de Engelse invloed in het Midden-Oosten via Koeweit zou een slag toegebracht worden en de oorlog zou betaald worden door de andere geallieerden. Welk land er aan deze oorlog verdiend heeft laat zich raden. Saddam en met hem het hele Iraakse volk was er ingeluisd. Al degenen die kiezen voor een eigen weg mogen eenzelfde lot verwachten, namelijk speelbal zijn van de imperialistische krachten en belangen zonder een werkelijke tegenkracht te vormen.

Ik ben dus geen vriendje van Saddam. Hij is geen internationalist maar een pan-Arabisch nationalist, die de islam gebruikt voor eigen doelstellingen. Hij gebruikt deze tegenstelling ter meerdere eer en glorie van zichzelf en zijn familie en sleept daar het hele Iraakse volk in mee. Dat dat volk en vele andere gewone Arabieren hem steunen is begrijpelijk, maar moet zeker niet door ons ondersteund worden. Ik wil Saddam en veel waar hij voor staat van het toneel zien verdwijnen, maar niet vervangen zien door een imperialistisch marionettenregime. Dat zal voor de gewone Irakees alleen maar een verdere verslechtering betekenen. Ook daarom verzet ik mij tegen deze oorlog.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019