Cuba-resolutie mensenrechten

Overwinning voor Cuba

Van redactie buitenland

Midden april vond er stemming plaats over de mensenrechtensituatie op Cuba in de Commissie Mensenrechten van de VN. Uiteindelijk werd de ontwerpresolutie van Peru, Uruguay en, na afwijzing van haar eigen veel verdergaande resoltie, Costa Rica (L.2) aangenomen. Hieronder een kwalitatieve en kwantitatieve analyse.

De tekst van deze resolutie luidt:
"De situatie van de mensenrechten in Cuba"

Commissie voor de mensenrechten,

Rekening houdend met het bepaalde in de Resolutie 2002/18 van 19 april 2002, goedgekeurd door de de Commissie voor Mensenrechten in haar 58ste zittingsperiode, genaamd "de situatie van de mensenrechten op Cuba";

Overwegend dat de geciteerde resolutie beschikte over een verwijzing van een persoonlijke vertegenwordiger van het Hoge Commisariaat van de VN voor de Mensenrechten als aanvulling op de Resolutie 2002/18 van 19 april 2002;

Wetend dat het Hoge Commissisariaat van de VN voor Mensenrechten is overgegaan tot benoeming van Mevrouw Christine Chanet als Persoonlijke Vertegenwoordiger als aanvulling op de resolutie 2002/18 van 19 april 2002;

Besluit:

  1. In te stemmen met de benoeming van mevrouw Christine Chanet, als Persoonlijke Vertegenwoordiger van het Hoge Commisariaat van de VN voor Mensenrechten, als aanvulling op de Resolutie 2002/18 van 19 april 2002.
  2. Bij de Cubaanse regering aan te dringen op het ontvangen van en het verlenen van alle noodzakelijke faciliteiten aan de Persoonlijke Vertegenwoordiger van het Hoge Commisariaat van de VN voor Mensenrechten, zodat zij het mandaat haar gegeven door de Resolutie 2002/18 van 19 april 2002 geheel kan uitvoeren.
  3. Beslist om deze kwestie in haar 60ste zittingsperiode opnieuw te beoordelen, wanneer de Persoonlijke Vertegenwoordiger van het Hoge Commisariaat haar verslag zal presenteren betreffende de toepassing van de onderhavige resolutie.
*Costa Rica gaf in eerste instantie geen steun, om het amendement L-74 te presenteren. Toen het amendement werd afgewezen steunde Costa Rica de ontwerpresolutie.

Uitslag stemming van het ontwerp L-2
Voor 24: Armenie, Australie, Belgie, Canada, Chilie, Costa Rica, Duitsland, Frankrijk, Guatemala, Ierland, Japan, Kameroen, Kroatie, Mexico, Oostenrijk, Paraguay, Peru, Polen, Sierra Leone, Uruguay, Verenigd Koninkrijk, VS, Zuid-Korea, Zwitserland.
Tegen 20: Argelia, Bahrein, Burkino Faso, China, Cuba, Gabón, India, Kongo, Libie, Maleisie, Oekraine, Pakistan, Rusland, Saoedi Arabie, Soedan, Syrie, Venezuela, Vietnam, Zimbabwe, Zuid-Afrika.
Onthoudingen 9: Argentinie, Brazilie, Kenia, Oeganda, Senegal, Sri Lanka, Swaziland, Thailand, Togo.

Mede-indieners van het goedgekeurde ontwerp waren (31):
Peru, Uruguay, Costa Rica (*), Nicaragua, Canada, Australia, El Salvador, Letland, Bulgarije, VS, Honduras, Tsjechie, Slowenie, Zweden, Albanie, Slowakije, Litauwen, Verenigd Koninkrijk, Italie, Denemarken, Finland, Polen, IJsland, Hongarije, Frankrijk, Belgie, Japan, Noorwegen, Roemenie, Monaco, Spanje.

*Costa Rica gaf in eerste instantie geen steun, om het amendement L-74 te presenteren. Toen het amendement werd afgewezen, steunde Costa Rica de ontwerpresolutie.

Kwantitatieve analyse

In vergelijking met de stemming van het vorige jaar: 23-21-9, is er een stem meer voor en een stem minder tegen. In 2002 waren 21 stemmen tegen en de de jaren 1999 en 2001 het zelfde aantal als nu: 20 stemmen tegen.

Kwalitatieve analyse

De goedgekeurde tekst is de tekst die in eerste instantie door Peru, Uruguay en Costa Rica werd ingediend (na het afkeuren van het amendement van Costa Rica).

De tekst heeft vooral een procedureel karakter. De drie inleidende paragrafen beperken zich tot het kennisnemen van de resolutie van het vorige jaar en het mandaat van het hoge Commissariaat tot het benoemen van een speciale vertegenwoordiger, evenals de benoeming van mevrouw Chanet als Persoonlijke Vertegenwoordiger van het Hoge Commisariaat voor Mensenrechten voor Cuba.

Het bepalende gedeelte bevat de goedkeuring van de benoeming van mevrouw Chanet, het verzoek aan Cuba tot het verlenen van medewerking aan de Persoonlijke Vertegenwoordiger van het Hoge Commisariaat en de garantie tot continuering van het onderwerp in de 60ste zittingsperiode van de Commissie voor Mensenrechten. Dit laatste is het belangrijkste doel van de deze tekst, omdat in deze 60ste zittingsperiode, deze Persoonlijke Vertegenwoordiger een verslag zal moeten presenteren, waar dit jaar geen tijd voor was, waar ze een stelling zal moeten innemen en noodzakelijkerwijs het niet-meewerken van Cuba zal moeten noemen. Dit zal zeker als argument gebruikt worden om de tekst van de resolutie aan te scherpen, met meer veroordelende taal, die zal kunnen leiden tot ander soort acties.

Costa Rica wilde een veel verdergaande resolutie en bracht daartoe het volgende amendement in: De Cubaanse regering aansporen tot het garanderen van het geheel respecteren van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting en het recht op een onpartijdige rechtsgang. Haar diepe bezorgdhied uitdrukken betreffende de de recente arrestaties, de snelle berechting en de zware veroordeling van de vele leden van de politieke oppositie. Er bij de Cubaanse regering op aandringen dat al deze personen onmiddellijk in vrijheid worden gesteld.

Het voorstel voor dit amendement kreeg ondersteuning van:
Belgie, Bulgarije, Canada, Costa Rica, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italie, Luxemburg, Monaco, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slowakije, Slowenie, Spanje, Tsjechie, Verenigd Koninkrijk, VS, IJsland, Zweden, Zwitserland,
* Japan had aanvankelijk getekend, maar trok zich later terug.

De uitslag van de stemming over dit amendement van Costa Rica was echter een slag in het gezicht van de scherpslijpers:
Tegen 31: Argelia, Argentinie, Armenie, Bahrein, Burkina Faso, China, Cuba, Gabón, Guatemala, India, Kenia, Kongo, Libia, Maleisie, Mexico, Oeganda, Oekraine, Pakistan, Paraguay, Peru, Rusland, Syrie, Soedan, Swaziland, Togo, Uruguay, Venezuela, Vietnam, Zimbabwe, Zuid-Afrika.
Voor 15: Australie, Belgie, Canada, Costa Rica, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Japan, Kroatie, Oostenrijk, Polen, Verenigd Koninkrijk, VS, Zuid-Korea, Zwitserland.
Onthoudingen 10: Brazilie, Chilie, Kameroen, Senegal, Sierra Leone, Sri Lanka, Thailand.

Analyse van deze stemming

De uitslag betekent een klinkende overwinning voor Cuba. Een verpletterende nederlaag voor Costa Rica, dat zonder twijfel was aangezet door de VS om de resolutie aan te scherpen met een veroordeling over de recente arrestaties en vonnissen van de contrarevolutionaire elementen. De veronderstelde eenheid in Latijns-Amerika wat betreft anti-Cubastemming viel helemaal uit elkaar, toen zeven Latijns-Amerikaanse landen tegenstemden, twee zich onthielden en Costa Rica geïsoleerd achterbleef als een duidelijk instrument van de VS.

Sommige landen die voor de resolutie wilden stemmen, onder druk van de VS en haar bondgenoten, maakten van de gelegenheid gebruik om tegen te stemmen, in een poging om hun positie t.o.v. van Cuba in balans te brengen.

Sommigen stemden tegen omdat ze de indieners waren van de tekst die geamandeerd werd of door angst dat verscherping van de resolutie zou kunnen leiden tot veranderingen die tot het afkeuren van de resolutie zouden kunnen leiden.

Ook Cuba had amendementen ingediend op de tekst L-2 "Situatie mensenrechten in Cuba".

  1. Eist het opheffen van de eenzijdige en onwettelijke blokkade tegen Cuba, opgelegd door de VS, die een overduidelijke schending van de mensenrechten van het Cubaanse volk inhoudt, in het bijzonder op het gebied van recht op voedsel en gezondheid;
  2. Verzoekt het Hoge Commisariaat van de VN voor Mensenrechten een evalutie te maken van de effecten van de voortdurende terroristische acties tegen het Cubaanse volk, ongestraft uitgevoerd vanuit het grondgebied van de VS.

Uitslag stemming eerste Cubaanse amendement
Tegen 26 (Argentinie, Armenie, Australie, Bahrein, Belgie, Canada, Chilie, Costa Rica, Duitsland, Frankrijk, Guatemala, Ierland, Japan, Kroatie, Mexico, Oekraine, Oostenrijk, Paraguay, Peru, Polen, Saoedi Arabie, Uruguay, Verenigd Koninkrijk, VS, Zuid-Korea, Zwitserland).
Voor 17 (Argelia, Burkina Faso, China, Cuba, Gabón, Kenia, Libia, Maleisie, Rusland, Syrie, Soedan, Swaziland, Togo, Venezuela, Vietnam, Zimbabwe, Zuid-Afrika).
Onthoudingen 10 (Brazilie, Cameroun, Kongo, India, Oeganda, Pakistan, Senegal, Sierra Leone, Sri Lanka, Thailand)

Na de uitslag van deze stemming trok Cuba het tweede amendement, over terroristische actie tegen Cuba vanuit het grondgebied van de VS, in.

Analyse van deze stemming

De indiening van dit amendement door Cuba maakte aan de internationale gemeenschap de totale onderwerping van de Europese en Latijns-Amerikaanselanden aan de belangen van de VS onweerlegbaar duidelijk. Hun dubbele moraal en schijnheiligheid bleek, omdat al deze landen voor de Cubaanse resolutie tegen de blokkade stemden in de Algemene Vergadering, maar niet in staat waren om een onafhankelijke positie in de Commissie voor Mensenrechten in te nemen, wanneer het gaat om een openlijke veroordeling van de VS. Deze stemming tegen de veroordeling van de blokkade verhoogt de interne politieke problemen voor verschillende landen van Latijns-Amerika.

Sommige Afrikaanse landen, die zich onthielden van stemming bij de oorspronkelijke resolutie, omdat ze niet kunnen verzetten tegen de druk van de VS, ondersteunden het Cubaanse amendement, om hun positie t.o.v. Cuba in evenwicht te brengen. Dezelfde situatie kwam ook omgekeerd voor. De tegenstemmers van de oorspronkelijke resolutie en tegen het amendement van Costa Rica, onthielden zich van stemming om hun positie t.o.v. de VS in evenwicht te brengen.

Vertaling: Anne Vervoorn

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019