Vrede en brood

Door Cas Hilvers

De massa's, die gehoor gaven aan de oproepen van de vredesbeweging, hebben de spandoeken weer opgeborgen en wachten op een volgende oorlogsdreiging. Slechts de georganiseerde vredesbeweging blijft werkzaam. Voor het merendeel van de demonstranten is de oorlog even voorbij en kan de vredesbeweging niets meer doen. Maar verweer blijft nodig, het kapitalisme is op oorlogspad.

Ondanks de enorme aantallen demonstranten draaide en draait de oorlogsmachine gewoon door. Nieuwe doelen zijn al uitgezocht door de agressors en de voorbereidingen zijn al weer begonnen, met de verhalen over 'schendingen van mensenrechten' in het ene land en 'atoomdreiging' in het andere land, en steeds daarbij het succesnummer van het terrorisme. Provocaties tegen regeringen en volkeren en het stimuleren van bepaalde hulptroepen zorgen voor verhoogde spanningen en dreigingen en maken tegenmaatregelen noodzakelijk. De media zijn weer aan het werk om de mensen opnieuw te beïnvloeden en met leugens en verdraaiingen rijp te maken voor een volgend gewapend conflict.

Als de dreiging van de volgende oorlog voor iedereen weer duidelijk waarneembaar is, zullen de demonstraties weer georganiseerd kunnen worden en zullen de mensen, in misschien weer grotere aantallen, aan de demonstraties deelnemen. Dat is vervelend voor de agressieve krachten die op de oorlog aansturen, De propaganda- en leugenmachine zal nog grondiger ingezet worden en er zal 'politieke schade' worden opgelopen. Sommige regeringen zullen onder druk van de bevolking gedwongen worden zich afzijdig te houden en bepaalde standpunten in te nemen. Maar de oorlog gaat door.

De macht van de massa is niet te onderschatten en wordt mijns inziens ook niet onderschat, ook niet door de krachten die de oorlog willen, maar... - dat laatste woordje is altijd vervelend, want dan volgt meestal min of meer een ontkenning van het eerste deel van de bewering - de kracht van de massa in de vredesbeweging moet ook niet overschat worden! Ondanks de vele tienduizenden in Nederland en de miljoenen daarbuiten die tegen de oorlog te hoop liepen, kon de vredesbeweging (nog) geen echte vuist maken.

Een van de oorzaken daarvoor is de grote verscheidenheid in motivaties van de organisaties in de vredesbeweging en de mensen die deelnemen aan de demonstraties tegen de oorlog. Een grote demonstratie bestaat daardoor eigenlijk uit een aantal 'deeldemonstraties' ieder met een eigen uitgangspunt en gericht tegen een deelaspect van het probleem, die vaak zelfs haaks op elkaar staan. Natuurlijk heeft elke eerlijke motivatie bestaansrecht en moet worden gerespecteerd.

Eenheid in verscheidenheid

De verscheidenheid in het bewustzijn van de mensen en als gevolg daarvan ook de verscheidenheid aan motivaties is de afspiegeling van de veelheid aan verschijnselen in de maatschappij en de verwarring, die daaromheen wordt gesticht. Wat echter ontbreekt is een gemeenschappelijke basis, die al deze motiverende verschijnselen in een groter en duidelijker verband kan verenigen.

Een echte vuist kan de vredesbeweging pas maken als een belangrijk deel van de mensen er zich van bewust is dat oorlogen onweerstaanbaar voortkomen uit het kapitalisme. Niet uit kwaadaardigheid of plezier in moorden, maar uit de aard van de 'kapitalistische natuur en logica' zelf.

Nog keren veel mensen zich bijvoorbeeld tegen een of andere persoon die deoorlog voert, Bush nu, Nixon en Johnson toen. En dat is goed, maar het moet ook duidelijk zijn of worden gemaakt dat de toevallige personen komen en gaan, maar dat de werkelijke oorlogsvoerder blijft. Dat is niet de president van gisteren of vandaag, maar het kapitalistische stelsel met zijn moordende machtsstrijd tussen de verschillende economische machtsblokken.

In 1916 schreef Lenin: "De overheersingsverhouding en het daarmee verbonden geweld, dat is het kenschetsende voor "het nieuwe stadium in de ontwikkeling van het kapitalisme"; juist dit moest noodzakelijkerwijs voortvloeien en is ook voortgevloeid uit de vorming van almachtige economische monopolies."(1)

Sindsdien zijn ruim 87 jaar van ontwikkelingen en veranderingen gevolgd, maar men hoeft maar een krant open te slaan of naar de tv te kijken om te zien dat de juistheid van deze woorden nog dagelijks wordt bevestigd.

Zijn uitspraak over het imperialisme is nog even waar en levend als in 1916.

Het zal de grote en moeilijke opgave van het bewuste deel van de vredelievende mensen, communisten en anderen, zijn om die kennis en dat bewustzijn uit te dragen en zo de demonstraties te richten tegen de werkelijke oorzaken van ellende en oorlog. Lukt dat, dan zal de vredesbeweging een kracht ontwikkelen die gericht is tegen de wortels van het kwaad en daardoor enorm aan invloed en macht winnen.

Het dagelijks brood

Naast de oorlog tegen staten en tussen machtsblokken, voert het kapitalisme ook een voortdurende oorlog tegen delen van de bevolking in het eigen land. Deze strijd wordt even serieus en meedogenloos gevoerd als de gewapende strijd met andere landen. Deze strijd is gericht tegen alle delen van de bevolking, die voor hun bestaan en door hun bestaan een negatieve invloed uitoefenen op de ondernemerswinsten. Vooral in tijden waarin het kapitalisme in problemen is geraakt en de imperialistische spanningen toenemen, zoals nu, wordt ook de oorlog tegen de werkende en niet-werkende mensen opgevoerd.

Ook hierbij wordt het werkelijke gevecht voorafgegaan door een misleidingoffensief en pogingen om delen van de bevolking tegen elkaar op te zetten, zodat de uiteindelijke doelstellingen van het kapitaal, afwenteling van lasten, gemakkelijker doorgevoerd kunnen worden.

Een van de sterkste misleidingmethoden is de vanzelfsprekende houding waarmee de vertegenwoordigers van de kapitalistische belangen de lastenverzwaringen als noodzakelijk voorstellen. Door dit nonchalante en zelfverzekerde optreden worden mensen van de 'logica' van de voorgestelde verslechteringen overtuigd en wordt de doorvoering ervan vergemakkelijkt.

Een 'tweede front' wordt gevormd door de voortdurende informatiestromen, waarbij groepen tegen elkaar worden uitgespeeld en tegen elkaar worden opgezet, zoals: werkenden tegen uitkeringsgerechtigden, ouderen tegen jongeren, vast-aangestelden tegen uitzendkrachten, gezonden tegen zieken en invaliden en niet te vergeten de als nutteloos en overbodig aan de kant gezette, gedeeltelijk gecriminaliseerde, groepen tegen de 'normale' burgers.

Deze tot op zekere hoogte succesvolle pogingen om belangentegenstellingen binnen de verdeelde en uit elkaar gespeelde arbeidersklasse te creëren, heeft in het verleden en ook nu, de mogelijkheden tot de vorming van een eensgezinde strijdmacht tegen de kapitalistische barbarij bemoeilijkt.

De aanvallen op de posities van het niet-kapitalistische deel van de Nederlandse bevolking zullen de komende tijd heviger en ingrijpender zijn dan we in jaren gewend waren. Daarin neemt Nederland trouwens geen bijzondere plaats in, want in de ons omringende landen worden dezelfde maatregelen enverslechteringen uitgevoerd of voorbereid. Lonen, pensioenen, gezondheidszorg en alle verdere sociale voorzieningen worden aangevallen. De discussies, die bijvoorbeeld bij de kabinetsformatiebesprekingen wel eens naar buiten komen en de onenigheid en tegenstellingen, die er zouden bestaan over welke maatregelen en verslechteringen doorgevoerd moeten worden, komen niet voort uit zorg voor de belangen van de mensen, maar uit het feit dat de 'gewone' mensen, niet alleen kostenposten zijn, maar ook consumenten. In deze tijd van vogelpest, wil het kapitalisme niet de kip met de gouden eieren, de arbeidersklasse, slachten, maar deze 'kip' wel zoveel mogelijk op zwart zaad zetten.

Het kapitalisme is op oorlogspad.

Verweer

De linkse krachten en vooral ook de communistische partijen worden voor de noodzaak gesteld deze aanval zo goed mogelijk te weerstaan.

De belangrijkste opgave daarbij zal zijn om verenigend en activerend op te treden, opheldering te geven en aan te sluiten bij de concrete problemen waar de mensen mee te maken hebben en krijgen; daarbij zullen we moeten samenwerken met actiegroepen en andere groeperingen, die de strijd tegen de verslechteringen aangaan.

De partij heeft mijns inziens nu de taak om op deze aanvallen antwoorden te vinden en haalbare doelstellingen te formuleren. Daarbij zullen we bij ons aandeel in de concrete acties ook steeds de onderliggende oorzaken van de aanvallen op de werkenden en niet-werkenden duidelijk moeten maken. Deze oorzaken liggen net als bij de oorlogen tussen staten in de aard van de kapitalistische maatschappij.

De activisten in de vredesstrijd en de mensen, die opkomen voor hun dagelijkse belangen in allerlei actiegroepen strijden tegen dezelfde tegenstander. Daar ligt de mogelijkheid om beide fronten met elkaar te verbinden.

Het bewustzijn dat zowel oorlog als de aanvallen op de sociale belangen voortkomen uit het kapitalistische karakter van de maatschappij, zal niet door iedereen direct overgenomen worden. Sterker nog, het zal veel tegenstand ondervinden als gevolg van de blootstelling aan een zeer ontwikkeld systeem van beïnvloeding en hersenspoeling door de kapitalistische staten.

We zullen successen en succesjes boeken, maar ook tegenslagen en nederlagen. Door de ontwikkeling van een goed overlegsysteem zal de partij daardoor versterkt kunnen worden. We zullen deze enorme taak vermoedelijk niet op alle fronten kunnen uitvoeren en winnen, dat gaat onze kracht (voorlopig) nog te boven, maar we moeten de strijd aangaan, een alternatief is er niet!

1. W.I. Lenin, Verzamelde werken in twaalf delen, dl.5, blz.32, Pegasus, Amsterdam, 1937.