Plannen voor militaire inmenging op het eiland

Ogen VS gericht op Cuba

1 Mei op Cuba  

Fidel Castro  

Door Pascual Serrano

Op dit moment twijfelt niemand aan het feit dat de nieuwe buitenlandse politiek van de regering Bush is gebaseerd op militaire interventie, zonder enig respect, niet voor internationale instanties, noch voor de publieke opinie in de wereld. De strijd tegen het terrorisme is het perfecte excuus gebleken om het voorgaande excuus te vervangen; de dreiging van het communisme tijdens de Koude Oorlog. (deel 1 van 3)

Andere, zoals de strijd tegen de drugshandel, zijn minder goede excuses gebleken. De stilte van de VN na de invasie in Irak, de volgzaamheid van de EU, de ijzeren controle die de VS blijven houden op de meeste Arabische staten d.m.v. dictaturen, waarvan de VS de touwtjes in handen hebben, garanderen de straffeloosheid voor de Noordamerikaanse regering.

De VS zijn tamelijk duidelijk over hun volgende militaire doelen. Syrië, Democratische Volks Republiek Korea, Iran en Cuba. Dezelfde strategie als bij Irak werd gebruikt. Samenwerking tegen het internationale terrorisme, de kwalificatie van dictatuur en het schenden van mensenrechten door de bedoelde landen worden als excuus gebruikt bij internationale instanties, vriendschappelijke regeringen en de internationale publieke opinie.

Zonder enige twijfel ontwikkelt deze campagne zich in hoog tempo voor wat betreft Cuba. Laten we eens kijken hoe.

In het jaarverslag "werkgevers van het terrorisme in de wereld"(2) wordt Cuba door de VS op 30 April jl. aan de lijst van landen die het terrorisme op internationaal niveau steunen, toegevoegd, samen met Irak, Iran, Soedan, Lybië en Noord-Korea. Letterlijk wordt er in dit verslag beweerd dat - hoewel Cuba alle 12 internationale conventies en protocollen tegen het terrorisme heeft getekend, Soedan 11 hiervan - beide landen steun blijven verstrekken aan internationale organisaties die als terroristisch zijn aangewezen. Een grote paradox, wanneer men zich herinnert dat Cuba de VS vier keer officieel heeft voorgesteld een bilateraal programma betreffende de strijd tegen het terrorisme te onderschrijven, wat steeds geweigerd is door de Noordamerikaanse buurman.

Laten we ook de verklaringen van vice-president Dick Cheney niet vergeten op de dag van de bezetting van Bagdad, waarin hij bevestigt dat het gebeuren een duidelijke boodschap is voor de landen die het terrorisme in praktijk brengen.(3)

In mei 2002 beschuldigde staatssecretaris John Bolton Cuba van het in bezit hebben van biologische wapens.

Opvallend zijn vele verklaringen van functionarissen van de regering Bush, zoals die van zijn eigen broer Jeb, de regeringsvertegenwoordiger in Florida, die bevestigde dat na het succes in Irak Washington een eind moet maken aan het Cubaanse regime; of de Noordamerikaanse ambassadeur in de Dominicaanse Republiek, Hans Hertell, die verzekerde dat de agressie in Irak een positief signaal is en een goed voorbeeld voor Cuba. Hij voegde eraantoe dat de invasie in het Arabische land slechts het begin was van een kruistocht naar bevrijding die alle landen van de wereld zou gaan omvatten.(4)

De militaire bedoelingen van de VS op Cuba werden duidelijk in publicaties in Military Review, een tijdschrift van de School voor Commando-eenheden en de Generale Staf van het leger van de VS, waar in een artikel (sept-okt-02) van luitenant-kolonel Geoff Demarest(5) in duidelijke bewoordingen de rol van het Noordamerikaanse leger in een vermoedelijke overgang naar een andere regering op Cuba aangesneden wordt. Zelfs zo dat de tweede paragraaf zegt dat de rol van het leger van de VS zich zou kunnen concentreren rondstabiliteitsoperaties, ondersteuning bij het naleven van de wet en/of steun aan hulporganisaties, met verderop een kop met de veelzeggende titel: Een rol voor het leger van de VS?

Hier begint men gedetailleerd alle excuses die gebruikt zijn voor het rechtvaardigen van een militaire interventie op te noemen: De migratie naar en van het eiland, de wapenarsenalen (inclusief duizenden kleine munitiewapens), het enorme electronische centrum van de inlichtingendienst in Lourdes, verklaringen van drugshandel door een deel van leden van het Castro-regime en een verondersteld onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma voor biologische oorlogsvoering. Het zijn maar een paar van de vele onderwerpen waarmee rekening zou moeten worden gehouden en die de overgang naar een andere regering in de weg zouden kunnen staan. De tekst van de luitenant-kolonel eindigt met te zeggen dat de boodschap duidelijk is (...). "Het leger van de VS zou zowel van pas kunnen komen vanwege het potentieel op het gebied van beïnvloeding van Cubaanse militairen, als vanwege zijn vaardigheid in het bedreigen van deze militairen".

Verder in deze tekst zullen we zien dat, als de VS over vrijheid van meningsuiting en dissidente journalisten praten, verwezen wordt naar persbureaus en redacteuren die geleid en betaald worden door de Bush-regering, met als enig doel het verspreiden van argumenten zoals we gezien hebben in de tekst van bovengenoemde militair, en die later gebruikt zullen worden om een interventie te rechtvaardigen.

De komende tekst laat zien dat alle beweringen gebaseerd zijn op journalistieke verslagen van bureaus en personen die door de regering Bush worden gefinancierd (El Nuevo Heraldo, Miami Herald, Hermanos al rescate, Cubanet/Cubanews, Washington Times, Insight Magazine).

Betaling van dissidenten

Wat zijn de betalingsmechanismes van die veronderstelde dissidenten? Vanuit het Bureau voor Belangen van de VS in Havana werd systematisch materiële en financiële hulp gegeven. Via radio en allerlei andere technische middelen werd bekendheid gegeven aan het feit dat iedereen die de chef van dit bureau, James Cason, bezoekt, betaald zou worden met 100 dollar per maand. (zie noot 4)

In het jaar 2000 doneert USAID, het Internationale Bureau voor Ontwikkeling van de VS, 670.000 dollar aan drie Cubaanse organisaties om te helpen bij de uitgave in het buitenland van het werk van onafhankelijke journalisten van het eiland... en voor de distributie hiervan binnen Cuba. (6)

De fondsen, die USAID bestemt voor de financiering van Cubaanse dissidenten, zijn exceptioneel. Voor het opzetten van onafhankelijke NGO's op Cuba 1.602.000 dollar; voor het plannen van de overgang naar een andere regering op Cuba 2.132.000 dollar; voor het evalueren van het programma 335.000 dollar.

Al dit geld is geïnd door groeperingen uit de VS. Laten we eens kijken welke groeperingen dat zoal zijn. Het Centrum voor een Vrij Cuba ontving 2.300.000 dollar in 2002, met als doel het loskrijgen van informatie van mensenrechtengroeperingen en deze te verspreiden. De werkgroep van de Interne Dissidentie 250.000 dollar; Freedom House, verantwoordelijk voor de strategische kwestie van de overgang naar een andere regering op Cuba, 1.325.000 dollar; groepen die steun verlenen aan de dissidentie 1.200.000 dollar.

Ook andere, zoals het Instituut voor Democratie op Cuba of het Internationaal Republikeins Instituut. Het bureau Cubanet ontving in 2001 243.000dollar en in 2002 nog eens 800.000 dollar; Het Amerikaanse Centrum voor Internationaal Solidariteitswerk, dat als sociaal doel heeft de buitenlandse investeerders te overtuigen niet op Cuba te investeren, 168.575 dollar. Cubaanse Democratische Actie ontving 400.000 dollar in 2002.(7)

Tussen 1997 en 2002 werd door het Amerikaanse Bureau voor Internationale Ontwikkeling 22 miljoen dollar bestemd voor dit doel. Op 2 maart jl. zei de staatssecretaris voor het westelijk halfrond, Curtis Struble, dat 'USAID' dit jaar nog eens 7 miljoen dollar als 'economische steun' op Cuba zal investeren en op 26 maart kondigde Colin Powell in de Senaat aan een bedrag van 26.900.000 dollar te willen besteden aan uitzendingen van Radio en Televisie 'Martí'. (8)

Radio Martí zendt, tegen de internationale regelgeving op dit gebied in, vanuit de VS 1200 uur per week uit met oproepen voor interne ondermijning en het plegen van sabotage, desertie en illegale emigratie.

Het is duidelijk dat achter de zogenoemde dissidenten, journalisten en onafhankelijke bureaus niets anders zit dan geld uit de VS met een duidelijk en concreet doel. (wordt vervolgd)

Noten:

  1. Maurice Lemoine, América Latina, Cuba y la democracia, Le Monde diplomatique edición Cono Sur, junio de 2003.
  2. Zie website van Departamento de Estado de EE.UU. http://usinfo.state.gov/espanol/terror/03043001.htm
  3. Jorge Isunza. No nos dejemos manipular. http://www.rebelion.org/internacional/030417insunza.htm
  4. Miguel Bonasso. Topos y condenas. http://www.rebelion.org/internacional/030414bonasso.htm
  5. http://www-cgsc.army.mil/milrev/spanish/SepOCt02/demerest.asp
  6. Verslag USAID, Evaluation of the USAID Cuba Program, 2001. Citado por Alan Woods y Roberto Sart% en Cuba: ejecuciones y represión. Un punto de vista de clase. El Militante.
    Zie http://www.rebelion.org/internacional/030516woods.htm
  7. Conferencia de Prensa del ministro Felipe Pérez Roque el 9 de abril del 2003. Zie http://www.lajiribilla.cubaweb.cuy http://www.rebelion.org/internacional/030412roque.pdf
  8. Carlos Fazio. Cuba: Los beneficios de una eventual era postrevolución. La Jornada. México. Zie http://www.rebelion.org/internacional/030518fazio.htm

Bron: Granma digital, 22 september 2003, overgenomen uit Le Monde Diplomatique. Vertaling Anne Vervoorn.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019