17 november 1973 - 17 november 2003

Politechnion  

Door Anna Ioannatou

Dertig jaar geleden, op 17 november 1973, werd er op brute wijze een einde gemaakt aan de opstand in de Polytechnische Hogeschool (Polytechnion) te Athene. De militaire dictatuur (1967-1974) liet nogmaals haar tanden zien, maar zou binnen een jaar aan haar eigen eind komen (zomer 1974). Strenge heren regeren niet lang? Wel een erg rekbaar spreekwoord, dat bovendien verzwijgt waardoor die "strenge heren" dan wel aan het eind van hun bewind komen.

De driedaagse bezetting van het Polytechnion wordt vaak voorgesteld als een spontane uitbarsting, als een toevallige gebeurtenis. Op deze manier wordt de georganiseerde antidictatoriale strijd, die al jaren gaande was, afgedaan en wordt de opstand als een geïsoleerd feit gebracht. Met deze manier van geschiedenis schrijven zorg je ervoor dat mensen geen inzicht krijgen in oorzaken en samenhangen. Dit zou immers tot onaangename conclusies voor de verantwoordelijke politieke en economische kringen kunnen leiden. Aan de opstand in het Polytechnion gingen jaren van steeds intensiever wordende antidictatoriale strijd vooraf.

Ondanks de door de junta aangestelde vakbondsleiders en de door hen uitgeoefende terreur slaagden delen van de werkende bevolking erin soms toch openlijk hun gerechtvaardigde eisen te stellen en af en toe kwam het zelfs tot stakingen. Ook vele landbouwers waren in actie gekomen met betogingen in Thessalië en elders.

De studentenbeweging was bijzonder ontwikkeld. Vooral vanaf begin 1973. Al in februari van dat jaar had de studentenbeweging zich in het Polytechnion verschanst, waar een inval van de politie een eind aan maakte. In februari en maart volgden twee bezettingen van de juridische faculteit en in maart werd tevens de medische faculteit door betogende studenten gesloten om een paar voorbeelden te noemen. Aan de universiteiten van Thessaloniki en Patras vonden in diezelfde periode ook betogingen plaats.

Oorzaak en gevolg

De wortels van het antidictatoriale verzet lagen ongetwijfeld in de sociale, economische en politieke problemen, die de dictatuur in het land had veroorzaakt. De 'uitbarsting' van november 1973 kwam als resultaat van de omstandigheden, die niet alleen in het land zelf maar ook internationaal ontstaan waren, en bovendien organiseerde het volksverzet zich steeds beter. Je kunt dus niet spreken van spontane uitbarstingen.

De illegale KNE (Communistische Jeugd van Griekenland, in 1968 opgericht, zie Manifest 17, 25 september 2003) heeft een voorhoederol gespeeld bij het organiseren van de studentenbeweging. Uitgaande van de eisen van de studenten is de KNE erin geslaagd voor iedereen duidelijk te maken wie de ware schuldigen zijn (imperialisme, VS, NAVO) en de antidictatoriale strijd op een juiste grondslag te plaatsen met leuzen als 'volkssoevereiniteit en nationale onafhankelijkheid', 'de Amerikanen eruit' en 'weg met de junta.'

De enorme bijstand van de bevolking was een factor van doorslaggevend belang. Deze kon totstandkomen, doordat de KNE en de KKE (Communistische Partij Griekenland) in Athene vooral actief gewerkt hadden aan de 'mobilisering' van de bevolking. Belangrijk was ook het functioneren van de illegale studentenradiozender.

De idealen van het Polytechnion zijn echter niet in vervulling gegaan, ook al is de junta er niet meer. Niet omdat die idealen een utopie zouden zijn, maar omdat de regeringen die na de junta kwamen en tot op heden de macht in handen hebben, nooit echt in conflict met VS en NAVO wilden komen. Integendeel, ze worden zelfs geprezen voor hun medewerking. De eis tot volkssoevereiniteit en nationale onafhankelijkheid is nog geen realiteit, ondanks de 'democratischer' regeringsvormen sindsdien en het feit dat het hele politieke establishment elk jaar in het Polytechnion kransen legt voor de gevallenen van toen.

Daarom heeft 17 november 1973 dan ook niets aan actualiteit ingeboet.