Brussells Tribunaal: Oorlog voor een nieuwe Imperialistische Wereldorde


EU-commissaris Verheugen.  

Het 'Project voor een Niewe Amerikaanse Eeuw' (PNAC) en de schending van het internationaal recht Redactie buitenland

Het 'Project for the New American Century' en de leden ervan, vooral de sleutelfiguren in het oorlogskabinet van Bush, hebben misdaden tegen het internationaal recht en tegen de mensheid (zo niet in wettelijk, dan zeker in moreel opzicht) gepredikt, gepland en gepleegd.

Ook al heeft het PNAC alleen nog maar teksten geproduceerd, en zich dus ongetwijfeld kan en zal beroepen op de 'vrije meningsuiting', zijn wij van mening dat hun uitlatingen performatief zijn, d.w.z. er zit een intentie achter tot een handeling. Zulke 'taaldaden' vallen niet louter onder vrije meningsuiting. Ze liggen ten grondslag aan handelingen. De acties die rechtstreeks voortspruiten uit de PNAC-retoriek en hun omzetting in de door president Bush ondertekende 'National Security Strategy of the United States' (september 2002), zijn ontoelaatbaar.

De voornaamste daden worden hierna opgesomd:

  1. Een oorlog plannen zonder enig bewijs van een dreigend gevaar voor het betrokken land wordt krachtens het internationaal recht als een 'daad van agressie' beschouwd. Het voeren van zo'n agressieoorlog is een duidelijke schending van het Handvest van de Verenigde Naties.
    • De doctrine van de 'preventieve aanval', die door Paul Wolfowitz in de Defensierichtlijnen van 1991 werd voorgesteld, staat haaks op het internationaal recht, dat geweld strikt beperkt tot zelfverdediging in het geval een staat het slachtoffer wordt van een gewapende aanval, dus van een agressie. Deze doctrine, die door president Bush tot officieel standpunt werd verheven in zijn toespraak voor de militaire academie van West Point (6/1/2002), vormt een ernstige bedreiging voor de wereldvrede en is een schending van het internationaal recht.
    • De invasie van Irak door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is een ernstige schending van het internationaal recht en van het Handvest van de Verenigde Naties.
    • Het Handvest van de Verenigde Naties bepaalt dat staten enkel en alleen geweld mogen gebruiken met toestemming van de Veiligheidsraad, afgezien van gevallen van zelfverdediging. Het Handvest heeft een collectief veiligheidssysteem ingebouwd, dat door de huidige Amerikaanse regering flagrant met voeten wordt getreden. Bovendien vinden topadviseurs, zoals Richard Perle, de Verenigde Naties irrelevant en een obstakel dat uit de weg dient te worden geruimd.
    • Tot dusver zijn geen massavernietigingswapens gevonden, waardoor de volledige casus belli (onmiddellijke aanleiding tot oorlog) bedrog blijkt te zijn.
  2. Tijdens de oorlog in Irak werd verscheidene keren inbreuk gepleegd op het internationaal humanitair recht en werd het herhaaldelijk schaamteloos met voeten getreden:
    • Het gebruik van clusterbommen tegen burgers kan als een oorlogsmisdaad worden beschouwd omdat het onnodige verwondingen kan veroorzaken, ook lang nadat de vijandelijkheden zijn beëindigd.
    • Het gebruik van uranium in munitie en bommen kan als volkomen onnodig en als een ernstige oorlogsmisdaad worden aangemerkt.
    • De jacht op 'non-embedded' (niet aan de Amerikanen en Engelsen gelieerde) journalisten kan worden gezien als een aanslag op de vrije pers en dus alseen schending van de persvrijheid.
    • Het internationaal recht stelt duidelijk dat het de plicht is van een leger in oorlog gesneuvelde vijandelijke soldaten te begraven. De Verenigde Staten en de coalitietroepen hebben zich in geen geval aan deze regel gehouden.
  3. De plichten van een bezettingsmacht werden (en worden nog steeds niet) nageleefd:
    • De massale bombardementen hebben het land niet alleen in puin geschoten, ook het feit dat ziekenhuizen dagenlang werden geplunderd, bewijst dat het de coalitie er niet om te doen was dit te stoppen (de strijdmacht beschermde alleen de olievelden en het ministerie van Olie). Het volslagen gebrek aan bescherming van de ziekenhuizen was een schending van de plicht van een bezettende macht om oorlogsslachtoffers bij te staan. Deze grove tekortkoming kan worden beschouwd als een ernstige inbreuk op het oorlogsrecht, aangezien de internationale oorlogswetgeving duidelijk bepaalt dat het de plicht is van de bezetter om orde en veiligheid in het bezette land te handhaven.
    • Het oogluikend toelaten van de plundering van alle ministeries bewijst dat de coalitie er niet echt in geïnteresseerd is de geschiedenis van het Iraakse regime te kennen, aangezien de troepen toezagen hoe een aanzienlijk deel van het archief werd vernield. Dit is in zekere zin een aanslag op het collectieve geheugen van het Iraakse volk.
    • Het afwachtende optreden van het Amerikaanse leger en van de coalitietroepen bij de plundering van het Nationaal Museum van Bagdad en van de verschillende belangrijke vindplaatsen kan worden beschouwd als een misdrijf tegen het culturele erfgoed van het land en, gelet op de uitzonderlijke waarde van die plaatsen (zoals Babylon) als bakermat van de (westerse en oosterse) beschaving, als een misdrijf tegen het culturele erfgoed van de gehele mensheid.
    • De reconstructie van Irak komt vooral ten goede aan een aantal Amerikaanse ondernemingen als Halliburton, Kellog Brown & Root, en Bechtel. De inkomsten uit de Iraakse olie zullen rechtstreeks naar Amerikaanse bedrijven vloeien. Dit staat haaks op de basisbeginselen van het internationaal recht, volgens welke een staat die zelf de internationale rechtsregels met voeten heeft getreden hieruit geen voordeel mag halen en de schade die eruit voortvloeit moet vergoeden.
  4. De bezetting van Irak door de Amerikaanse en Britse strijdkrachten is een schending van het internationaal recht. Het feit dat de bezettingsmachten permanente leden zijn van de Verenigde Naties en hun veto zullen gebruiken tegen elke resolutie die als doel heeft de bezetting te beëindigen, doet niets af aan de permanente schending van het internationaal recht en van het VN Handvest, die zowel door de VS als het VK zijn geratificeerd.
  5. De 'Nieuwe Amerikaanse Imperiale Soevereiniteit' staat op het punt om te slaan in een wereldwijde 'Uitzonderingstoestand'. De oorlog in Irak is geen op zichzelf staand feit zoals kan worden afgeleid uit het PNAC-rapport en het geval Afghanistan, om maar niet te spreken over de dreigementen tegen Syrië en Iran of over het 'straffen' van Frankrijk omdat het tegen deze oorlog was gekant, of van België wegens de genocidewet. Dit 'unilateraal beleid'- dat moet uitmonden in een totale heerschappij over de wereld zoals omschreven in het PNAC-rapport (september 2000), vervolgens omgezet is in het officiële Veiligheidsrapport van president George W. Bush (september 2002) en sedertdien in praktijk gebracht - zal de planeet in sociaal, economisch, politiek en humanitair opzicht blijven destabiliseren en vele nutteloze slachtoffers maken.

De verwerping van elk internationaal gezag dat zeggenschap zou hebben over onderdanen van de Verenigde Staten of deze zou kunnen veroordelen, met name het schaamteloze verzet tegen de Verenigde Naties en de afwijzing van het Internationaal Strafhof, bewijst dat de Verenigde Staten elke eerbied voor een internationale rechtsorde verloren hebben.

Het is nodig onderzoek te doen naar en kritische kanttekeningen te maken bij de 'filosofische' (of ideologische) grondslagen van deze 'Nieuwe Imperialistische Wereld Orde' in het werk van Robert Kaplan, Robert Kagan, Paul Wolfowitz, Francis Fukuyama, Samuel Huntington en anderen. De grondbeginselen van het concept 'full spectrum dominance' (dominantie over de gehele linie) moeten aan het licht worden gebracht.[1]

De omslag in het Amerikaanse beleid is spectaculair en onrustbarend. De overgang van multilateralisme naar unilateralisme is niet onschuldig. De 'benevolent hegemony'[2] (welwillende hegemonie) waarvoor Robert Kagan en William Kristol, twee van de grondleggers van het PNAC, in 1996 pleitten, is malicieus (kwaadwillig) geworden. Het 'American exceptionalism' dat zij voorstonden verglijdt naar een uitzonderingstoestand. Soevereiniteit heeft (volgens Carl Schmitt [3]) steeds betekend: het recht om de uitzonderingstoestand uit te roepen. En het lijkt er op dat het nieuwe beleid van Amerika dit uitzonderingsbeleid aan het opstapelen is:

[1] Sleutelbegrip in 'Joint Vision 2020', de blauwdruk voor de Amerikaanse militairen voor het komende decennium, gedefinieerd als het vermogen van de Amerikaanse strijdkrachten om elke tegenstander te verslaan en de toestand in alle soorten militaire operaties onder controle te hebben.
[2] William Kristol en Robert Kagan: Toward a Neo-Reaganite Foreign Policy - Foreign Affairs, juli/augustus 1996.
[3] Giorgio Agamben's Homo Sacer (Parijs 1997) geeft duidelijk aan dat de Nieuwe Wereldorde op deze soevereiniteit is gebaseerd, zijnde de bevoegdheid om een staat van uitzondering uit te roepen.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019