Over de politieke situatie in Irak

Heinz Stehr, voorzitter van de DKP, over de houding van de CPI en over principes van de internationale relaties


Verdeeld Irak. Kinderen in het reuzenrad in Baghdad ...

... op een steenworp afstand van een opgeblazen auto


De Iraakse bevolking wil in meerderheid een politieke oplossing

Redactie buitenland

Op de 9de zitting van de partijraad nam Heinz Stehr, voorzitter van de DKP, opnieuw stelling in de discussie over het verzet en het karakter van dat verzet in Irak en over de houding van de Iraakse Communistische Partij (CPI) en haar deelname aan de regeringsraad van Irak. Bijgaand zijn discussiebijdrage.

"De DKP heeft op haar 16de partijcongres een beslissing genomen inzake de komende Irak-oorlog. In het kader van de inleidingen op de 6de en 7de zitting van de partijraad werden deze posities verder uitgewerkt. De inleiding 'over aspecten van het Internationalisme' vertegenwoordigde een bepaalde positie in dit probleem en werd collectief bewerkt door de internationale commissie. In UZ zijn standpuntbepalingen over de ontwikkeling in Irak geplaatst. In deze korte discussiebijdrage wil ik nog eens mijn positie verduidelijken in enkele vragen die zijn opgeworpen.

  1. De CPI is een communistische partij waarmee de DKP sinds tientallen jaren een vriendschappelijke, solidaire en vertrouwenwekkende samenwerking heeft. Ze toont zich in haar programma en haar optreden duidelijk een partij die zich inzet voor een revolutionaire breuk in de machts- en eigendomsverhoudingen en voor een toekomstige socialistische maatschappij. In de voorbereiding op haar 8ste partijcongres worden concepten van socialisme bediscussieerd. In de tientallen jaren van onderdrukking, vervolging en illegalisering werden duizenden van haar leden vermoord. De CPI heeft ook gewapend verzet gepleegd tegen het reactionaire Saddam-regime. Vandaag de dag is ze in Irak aanwezig met 85 partijkantoren, een krant met een oplage van 15.000 exemplaren, die tweemaal per week verschijnt, een theoretisch orgaan zoals de Marxistische Blätter en enkele tienduizenden leden.
  2. De CPI heeft gevochten om Irak te bevrijden van het Saddam-regime. Ze was tegen de oorlog van de VS en hun bondgenoten, hetgeen het beslissende argument was om als CPI niet deel te nemen aan de zogenaamde Conferentie van het Verzet in ballingschap. De CPI is tegen de bezetting. Ze bepleit het volledige herstel van de nationale soevereiniteit. Nu is ze de stuwende kracht bij de vorming van een vakbeweging op basis van klassenbelangen, van een vrouwen- en jeugdbeweging met anti-imperialistische basisprincipes.
  3. Voor de CPI is de medewerking in de regeringsraad zinvol zolang de mogelijkheid verzekerd is van een bondgenootschap met andere progressieve krachten, teneinde politieke doelen te verwezenlijken. Van de aanwezige participanten staat 60 procent een seculiere regering voor, 40 procent wenst een islamitische regering. Men wist een tijdelijke grondwet te realiseren die, volgens uitspraken van de kameraden, de meest vooruitstrevende is van het hele Midden-Oosten.

    Voor alle belangrijke maatschappelijke functies werd een percentage van 25 procent vrouwelijke deelname vastgelegd. Tot op heden werd vastgesteld dat de toekomst van Irak gezocht moet worden in een federaal burgerlijk-democratisch systeem. De VS streven naar een duurzame bezetting van het land om de invloed op de politieke verhoudingen veilig te stellen. Daarbij steunen ze onder andere op de krachten rond de overgangspresident Allawi. Andere delen van de regeringsraad willen een staat met een islamitische grondwet opbouwen. De CPI werkt aan buitenparlementaire bewegingen en aan participatie in de regering om haar politieke doelstellingen te realiseren.

    Volgens de Iraakse kameraden zullen de vormen van verzet veranderen als de politieke verhoudingen zouden wijzigen. Vanuit hun positie gezien is de huidige politiek succesvol, omdat ook de privatisering van de olie-industrie, van het verkeerswezen en enkele andere terreinen konden worden verhinderd. Het lukte om voorwaarden te scheppen voor een sociaal verzekeringsstelsel. Door het aanwezige distributiesysteem wordt de basisbehoefte aan voedselvoorziening voor de bevolking veiliggesteld. De werkloosheid kon in de afgelopen maanden van 52 procent naar 26 procent worden teruggebracht.

  4. De CPI ziet geen enkele samenwerkingsmogelijkheid met de groepen die gewapend verzet plegen, om voor haar geldende redenen. Volgens een gepubliceerd communiqué van deze groepen zijn ze als volgt te onderscheiden:
    • Het waren en zijn dragers van een politieke overtuiging die in de tijd van het Saddam-regime regeringspolitiek was.
    • Het zijn aanhangers en deel van de reactionaire terroristische Al Quaeda- beweging.
    • Het zijn sji'itische groeperingen die streven naar een reactionair-religieus maatschappelijk concept zoals in Iran.

    Deze groeperingen hebben hun posities op het internet kenbaar gemaakt, deels in het Engels. Er bestaat geen publieke documentatie over een gewapend verzet door anti-imperialistisch georganiseerd links. Uiteraard is er wel een wijd verbreid, links gemotiveerd politiek verzet tegen de bezetting en tegen de mensonwaardige politiek van de bezettende machten.

    Voor de CPI staat de mensonwaardigheid van de gewapende acties buiten kijf omdat voornamelijk Irakezen het slachtoffer zijn. Zelfmoordaanslagen of acties tegen de nationale en religieuze minderheden zijn onacceptabel. Objectief bewerkstelligt dit een verankering van de bezetting door de VS en hun bondgenoten op lange termijn. Het verhindert de vorming van een nationale Iraakse soevereiniteit om de eigen weg te bepalen. Het brengt de nationale eenheid voor een toekomstige federale staat in gevaar. Objectief groeit de kans op een burgeroorlog.

Deze korte weergave van de problematiek zou ons ertoe moeten brengen de principes van de internationale betrekkingen tussen communistische en arbeiderspartijen vast te houden en te ondersteunen.

Het is altijd de plaatselijke communistische partij die verantwoordelijk is voor de inschatting van de verhoudingen in het land en de ontwikkeling van strategieën en tactiek. Iedereen zou moeten kunnen volgen hoe moeilijk dat juist nu in Irak is. We zijn nog niet vergeten welke gevolgen de fouten van de Tudeh-partij hadden in Iran. Ook in Irak gaat het nu om dood of leven, ook voor onze kameraden.

Er bestaat geen gefundeerde kritiek op de politiek van de CPI, die een gegronde twijfel of een andere opstelling zou rechtvaardigen ten aanzien van de werkwijze van de partij aldaar. Deze constatering houdt in dat ook de CPI op dit moment verschillende opties heeft voor haar politieke handelen. Wat precies de politieke beslissing wordt moet ze zelf bepalen. Kritische vragen daarover zijn mogelijk. Die zouden dan binnen het kader van solidaire partijrelaties met elkaar bediscussieerd kunnen worden."

Vertaling Yosé Höhne-Sparborth.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019