De 31ste verjaardag van de Anjerrevolutie

Voorwaarts en niet vergeten


De nieuwe algemeen-secretaris van de PCP, Jéronimo de Sousa wordt gefeliciteerd door de vice-voorzitter van de PCdoBrazil, José Reinaldo Carvallo. Manuela Bernadino, lid van het CC van de PCP en verantwoordelijk voor Internationale Relaties kijkt toe. (Foto Manifest)  


Koor van landbouwarbeiders uit het zuiden van de provincie Alentejo (Foto Manifest)  


Strijdbaarheid op 17de Congres van de PCP (Foto Manifest)  

Redactie buitenland

In de laatste aprildagen van 1974 (25 april) speelden zich in het uiterste westen van Europa in de kleine NAVO-staat Portugal gebeurtenissen af waarmee niemand rekening had gehouden. Er gebeurde werkelijk iets ongelooflijks. Een revolutie die deze naam ook echt verdiende.

In een tot dat moment ongekende opleving van volkskrachten die zich verbonden met de progressieve soldaten en officieren uit het leger, bloeide binnen twee jaar vanuit een fascistische dictatuur een moderne democratie op, die op 2 april 1976 een grondwet aannam met daarin als doelstelling opgenomen de opbouw van een socialistische samenleving.

Veranderde bezitsverhoudingen

Door de nationalisering van grote banken en verzekeringen, van de nationale monopoliegezelschappen in de industrie en door de onteigening van het grootgrondbezit in Alentejo, dit in het kader van een wettelijk verankerde agrarische hervorming, werden voor het eerst sinds 1945 in een West-Europees land de bezitsverhoudingen grondig veranderd. Het land niet verdelen maar collectief in bezit nemen, dat was een van de originele ideeën van de Portugese Revolutie. De nationalisering van kernindustrieën en belangrijke dienstensectoren zoals banken en verzekeringswezen was een gevolg van het directe optreden van arbeiders in de bedrijven en employees bij de banken en verzekeringsmaatschappijen, die niet alleen hun sociale rechten opeisten, maar middels de vakbonden directe invloed uitoefenden op de economische leiding. Ze verhinderden sabotagedaden van de kapitalistische bezitters en pleegden verzet tegen alle pogingen om het kapitaal naar het buitenland te sluizen.

Rol van de communisten

Een revolutionair proces is niet een wandeling op geplaveide wegen. Allen die eraan deelnemen staan dagelijks voor nieuwe problemen en onverwachte moeilijkheden. Men heeft het vermogen nodig om op basis van een helder programma, met brede en vooruitziende blik, een langetermijnstrategie uit te zetten en tactisch flexibel te handelen. In Portugal was dat de Communistische Partij van Portugal (PCP). In 1921 gesticht, in haar illegale strijd van tientallen jaren tegen de fascistische dictatuur gerijpt, was ze in 1974 voortreffelijk op haar taak voorbereid. Sinds 1965 beschikte ze over haar programma 'Op naar de overwinning', dat zich consequent oriënteerde op een gewapende opstand en in de samenwerking tussen een strijd van de massa en militaire acties de basis zag voor een geslaagde revolutie. Op haar VIde Partijcongres in september 1965 had ze de wezenlijke doelstelling van een 'nationale en democratische revolutie' na de ineenstorting van het fascistische regime in acht punten samengevat.

De PCP was de enige politieke partij in Portugal die haar activiteiten ook in de 48 jaar illegaliteit nooit onderbrak. Haar centrale blad Avante! tot op heden met hamer en sikkel en de leus "Proletariërs aller landen verenigt u" op de titelpagina, verscheen ook regelmatig onder de moeilijkste omstandigheden, net zo goed als een hele serie andere publicaties. De Portugese communisten stonden in de vele harde gevechten tegen de fascistische dictatuur in de voorste linies en brachten de meeste offers.

De leden van de PCP kon je overal tegenkomen, in de vakbonden, in antifascistische jeugd- en studentenorganisaties, in culturele en sportverenigingen, in de vereniging van schrijvers en beeldende kunstenaars, boerenorganisaties en bewonerscomités. Handig koppelden ze de illegale strijd aan de legale handelingsmogelijkheden. Overal optreden - dat was de opgave - en zo had je dus ook communisten in het leger en bij de politie. Natuurlijk hielpen ze jonge mensen die niet wilden meedoen in de koloniale oorlogen, maar ze riepen hun leden ook op om binnen het leger mee te helpen een eind te maken aan die oorlogen.

Sinds maart 1961 was Aacute Calvaro Cunhal secretaris-generaal van de Portugese Communisten, een van de belangrijkste persoonlijkheden, zowel in Portugal als in de internationale arbeidersbeweging. Overtuigd als hij was van het gelijk van de leer van Marx, Engels en Lenin wist hij op meesterlijke wijze de klassenverhoudingen in zijn vaderland te analyseren en er praktische consequenties uit te trekken. Principiële overtuiging en discipline combineerde hij met een hoge mate aan flexibiliteit en creatief geduld.

De PCP wordt door haar vijanden vaak voor "demagogisch" uitgemaakt. Niets is minder waar. In de gecompliceerde discussies in 1974 en 1975 zette de PCP zich steeds in voor een gemeenschappelijk optreden van de aanhangers van de revolutie: communisten en socialisten, binnen het leger, voor de eenheid in de gelederen van de vakbeweging. Aacute Alvaro Cunhal maakte zelf deel uit van de regering, de PCP nam actief deel aan de schepping van een democratisch ambtenarenapparaat. De PCP liet in 1974 in haar programma het begrip 'dictatuur van het proletariaat' vallen vanuit het inzicht dat niemand dat zou begrijpen in de zin waarin Karl Marx het had bedoeld.

Ze mikte op een democratisch staatsbestel en veiligstelling van alle burgerlijke vrijheden en rechten, alsook op ongehinderde handelingsmogelijkheden voor alle politieke partijen. Deelname of niet aan een burgerlijke regering was voor haar geen dogma. Als de voorwaarden er waren om in regeringsverantwoordelijkheid ook daadwerkelijk en met succes de belangen te behartigen van de arbeiders, zou ze daartoe ook bereid zijn. Acht jaar lang bestond er daardoor een gemeenschappelijk stadsbestuur van socialisten en communisten in de hoofdstad Lissabon.

Zijn de anjers verwelkt?

Een nieuwe 'Anjerrevolutie' is, 31 jaar na de eerste, nog niet in zicht, maar wie weet! Nog steeds geldt de oude regel, dat een revolutionaire situatie ontstaat waar 'die van boven' niet meer kunnen en 'die van beneden' niet meer willen. Hoe lang de mensheid het zich nog laat welgevallen dat wereldwijd een kleine groep zich schaamteloos verrijkt en daarbij alle sociale voorzieningen opruimt, is moeilijk te voorspellen.

Aacute Calvaro Cunhal in zijn rede op het VIde Partijcongres van de PCP in 1965: "Er zijn mensen die zeggen dat ze bereid zijn zich op te offeren - als het de moeite waard is - dus in een beslissende laatste strijd. De communisten zijn van mening dat het altijd de moeite waard is om voor de belangen van het volk te vechten, als door het offer van vandaag de zege van morgen mogelijk gemaakt wordt", geschreven en uitgesproken negen jaar vóór 25 april 1974. Ondanks een aanzienlijk verlies aan stemmen (van 18,1% in 1983 naar 7,0% in 2002 en 7,6 procent in 2005) blijft de PCP de meest consequente antikapitalistische kracht, leidend in de vakbonden en nauw verbonden met de democratische beweging.

Bewerking van een artikel van Frank Bochow, junge Welt april 2004, waaruit we al eerder delen plaatsten: Manifest 14, 2004 en 4, 2005. Vertaling uit het Duits door Yosé Höhne-Sparborth.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019