De zwarte pagina van Nederland


De Nederlandse regering heeft op de eerste nationale Veteranendag openlijk spijt betuigd over de behandeling van Indië-veteranen in de jaren vijftig. De oud-strijders werden bij terugkomst in Nederland miskend en door de overheid in de steek gelaten. "Dat is betreurenswaardig", zei vice-premier Zalm namens de regering tijdens een ceremonie in de Ridderzaal.  


De CPN en het ANJV stonden consequent aan de zijde van de Indonesische vrijheidsstrijders. (Foto's CPN/ANJV)  


 


 

Bot naar viering onafhankelijkheid Indonesië

Minister Bot van Buitenlandse Zaken woont op 17 augustus de viering van de Indonesische onafhankelijkheid bij. Het is voor het eerst dat een Nederlandse bewindsman op deze feestdag van de voormalige kolonie aanwezig is. Indonesië viert dat de latere president Sukarno en diens premier Hatta zestig jaar geleden de onafhankelijkheid van Indonesië uitriepen. De toenmalige Nederlandse regering accepteerde de onafhankelijkheidsverklaring niet. Zij stuurde militairen naar het gebied en de jaren daarop vielen veel doden. (HC, 26-7-2005)
Dheera Sujan

Op 17 augustus 1945, net toen de bloedige oorlog in de landen rond de Grote Oceaan tot een einde was gekomen riep Soekarno, de nationalistische leider van Oost-Indië, de onafhankelijkheid van zijn land uit waarmee er een eind kwam aan vier eeuwen Nederlandse overheersing.

De Nederlanders hadden het sinds de zestiende eeuw, toen de Oost-Indische Compagnie bijna alle handel met de Oost controleerde, voor het zeggen in Indonesië. Generaties Nederlandse planters en mijnbouwers leidden er een luxeleven en verzorgden de uitvoer van de natuurlijke rijkdommen naar Nederland. De oogst die Nederland vanuit zijn Aziatische kolonie binnenhaalde bestond onder meer uit thee, koffie, kruiden, textiel, petroleum en mineralen. Na de Japanse overgave zag Soekarno zijn kans schoon en verklaarde het tijdperk van de Nederlandse overheersing ten einde.

Keihard antwoord

De Nederlandse regering antwoordde met het zenden van troepen naar Indië tijdens wat bekend zou worden als de 'Politionele Acties'. De uitdrukking 'koloniale oorlog' werd vermeden omdat Nederland weigerde te erkennen dat het een conflict tussen twee landen betrof, men beschouwde het als een interne aangelegenheid. Gedurende een periode van drie jaar vonden er twee belangrijke Politionele Acties plaats, waarbij 120.000 jonge Nederlanders uitgezonden werden voor een missie die de 'rust en orde' in Nederlands-Indië moest herstellen. Wat er werkelijk gebeurde tijdens deze periode zou pas tientallen jaren later bekend worden en zou het Nederlandse geweten jarenlang kwellen.

Gus Blok werd als dienstplichtige verscheept naar een land zoals hij nog nooit gezien had. Hij is een forse man met een handdruk die de handen van minder flinke kerels kan verpulveren. "We kwamen ter plekke, bewonderden de mooie natuur en de prachtige vrouwen, maar we dachten niet na over de morele aspecten... dat gebeurde pas toen we weer thuis waren." Plotseling barst deze imposante man in tranen uit. Het wordt duidelijk dat praten over zijn tijd in Indonesië hem ten zeerste aangrijpt. Met trillende handen nipt hij aan zijn glas water, zijn stem breekt zo nu en dan en met afschuw vervuld fluistert hij over de dingen die hij zag en deed toen hij daar was. "Ik schoot ze niet dood, maar ik martelde ze en sloeg ze in elkaar. Ik zette ze in de zon neer tot ze omvielen. Niemand zei me dat ik dat doen moest, het sluipt er gewoon in. Verschrikkelijk toch? Ik kreeg niet de opdracht om mensen te martelen, dat deed ik zelf. Ik wilde mijn taak goed uitvoeren."

De echo in het heden

Dergelijke verhalen echoën door tot op heden, zeker gezien de schandalen rond het misbruik van de Irakezen in Amerikaanse gevangenschap. Terwijl de martelingen in Irak echter vrijwel onmiddellijk bekend werden, moesten mensen zoals Gus Blok meer dan vijftig jaar met hun daden leven. Vlak nadat de Nederlandse soldaten terugkeerden konden zij met niemand over hun acties praten.

"De mensen in Nederland zouden geschokt zijn geweest als we bekend hadden gemaakt wat zich daarachter afspeelde", zegt een andere veteraan, Maarten Schaafsma. Destijds was hij negentien jaar en uit idealisme ging hij als vrijwilliger naar Indonesië. Hij ging op zoek naar avontuur maar uiteindelijk deed en zag hij dingen die hem sindsdien achtervolgen. Volgens hem wasde prioriteit van hem en zijn makkers na terugkomst de wederopbouw van het land en de Nederlandse economie, "dus borgen we onze herinneringen over de tijd in Indonesië op, maar je kunt ze niet blijven wegstoppen. Ik denk nog elke dag aan die tijd."

Uiteindelijk werden de Nederlanders door de internationale gemeenschap onder leiding van de Verenigde Staten naar de onderhandelingstafel gedwongen om de Indonesische onafhankelijkheid te erkennen. Stef Scagliola heeft de Politionele Acties uitgebreid onderzocht. Volgens haar bracht het conflict in Indonesië niet "de elementen van heldhaftigheid en trots" met zich mee die wel gepaard gingen met de oorlog tegen de nazi's. "Dit was een verloren strijd; veel mensen beschouwden het als een zinloze oorlog, dus het beste was om er maar over te zwijgen."

Dit zwijgen duurde meer dan twintig jaar totdat Joop Hueting, een vroegere diensplichtige, de stilte doorbrak in een actualiteitenrubriek. "Ze sloegen een vrijheidsstrijder aan stukken... ze bonden hem vast aan zijn enkels, hingen hem met zijn hoofd naar beneden en lieten zijn hoofd neerkomen op de betonnen vloer totdat het bloed uit zijn mond, neus en oren kwam."

In de openbaarheid

Het verhaal kwam de veteranen van de Politionele Acties maar al te bekend voor, maar het effect op de rest van de Nederlandse bevolking was explosief. Eindelijk kwam er een einde aan het verzwijgen van de waarheid. Terwijl sommige veteranen Hueting omwille van zijn getuigenis veroordeelden en zijn leven zelfs bedreigd werd vanwege de waarheid was de ban verbroken. Verhalen van schuld en schaamte kwamen in de openbaarheid. Hoewel veel militairen het erover eens waren dat de Politionele Acties neerkwamen op een ordinaire koloniale oorlog en zij zich verontschuldigden voor hun aandeel daarin, waren er anderen die alle wandaden ontkenden. Woedend verdedigden zij hun optreden, waarbij ze zeiden dat ze orders opvolgden en dat ze vochten voor hun land.

Zelfs nog in de jaren '80, toen de historicus Lou de Jong over deze periode in de Nederlandse geschiedenis schreef ontstond er een enorme publieke verontwaardiging omdat hij de woorden 'misdaden' en 'misdrijven' gebruikte. Deze verontwaardiging was zo groot dat hij zich genoodzaakt zag deze woorden te vervangen door de van officiële zijde gedoogde term 'excessen'. Volgens de militaire historicus Dr. Petra Groen wordt de term 'oorlogsmisdaad' teveel geassocieerd met het optreden van de nazi's en is hij daarom emotioneel te beladen om te gebruiken in verband met het Nederlandse optreden in Indonesië. "Na het interview met Joop Hueting vond er een parlementair onderzoek plaats naar Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië waarna geconcludeerd werd - en dat is tot nu toe het officiële standpunt van het leger - dat er inderdaad oorlogsmisdaden begaan werden door gewone militairen, maar dat dit incidenten waren en dat er geen sprake was van structureel excessief geweld."

Geen verontschuldigingen

Sindsdien is Indonesië de blinde vlek gebleven van een land dat de reputatie heeft er geen doekjes om te winden en ronduit te spreken. Nederland heeft nooit officieel zijn verontschuldigingen aan Indonesië aangeboden voor het geweld. Op individueel niveau zijn er wel pogingen tot verzoening gedaan. Gus Blok is teruggegaan naar Indonesië om de plaats te bezoeken waar hij gelegerd was en hij verontschuldigde zich in het openbaar ten overstaan van de verzamelde dorpsbewoners. Als hij praat over het applaus dat hem ten deel viel na zijn toespraak krijgt hij het te kwaad. Maarten Schaafsma verzamelde handtekeningen van andere veteranen en bood ze officieel aan bij de Indonesische ambassade. Volgens Joop Hueting zou de Nederlandse regering zelf meer toeschietelijk moeten zijn in het erkennen van schuld aan Indonesië. [Is het bezoek van minister Bot een stap in de goede richting?]

Enigszins ingekort overgenomen van Radio Nederland Wereldomroep, 28 mei 2004, vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019