Wil misdaadfamilie Bush moordenaar Carriles uit de weg ruimen?

Bob Chapman

Luis Posada Carriles zal in de Texaanse grensstad El Paso in hechtenis moeten blijven nadat een rechter zijn verzoek voor vrijheid op borgtocht afgewezen heeft. Hij zal in de gevangenis blijven totdat er over zijn zaak beslist is. Carriles wordt verdacht van terrorisme en moord en men vreest dat hij zal vluchten als hem borgtocht wordt toegestaan.

De rechter verklaarde dat hij Carriles' veroordeling in Panama vanwege het bezit van explosieven beschouwde als een wettige grond om hem de toegang tot de Verenigde Staten te ontzeggen. Hij gebruikte een vals Amerikaans paspoort om in april 2005 naar Miami te reizen. De Venezolaanse regering heeft zijn uitlevering verzocht vanwege het ontsnappen uit de gevangenis en moord.

Amerika's meest gezochte voortvluchtige Luis Posada Carriles werd opgespoord door de onderzoeksjournalist Yolanda Gutierrez Sagrero op het Mexicaanse Isla Mujeres in de Caribische Zee. Hij werd geboren op Cuba, betaald vanuit Miami, stond op de loonlijst van de CIA en heeft toegegeven de architect te zijn van de terroristische bomaanslag op een passagiersvliegtuig in 1976 waarbij 73 burgers, waaronder de jeugdige leden van het Cubaanse schermteam, om het leven kwamen. Zijn betrokkenheid bij terrorisme tegen burgerlijke doelen staat vast. Bovendien werd aangetoond dat hij in 1963 aanwezig was op Daley Plaza in Dallas, waar hij andere CIA-agenten hielp bij de moord op John F. Kennedy. Nu chanteert Carriles George W. Bush: "Je helpt me uit de problemen of ik zal krijsen als een speenvarken." Luis Posada heeft politiek asiel aangevraagd.

Op voorspraak van de familie Bush en de CIA werd Luis Posada gratie verleend en werd door de vertrekkende president Mereya Moscoso (in augustus 2004, nvdr) vrijgelaten uit de gevangenis. In Venezuela wordt hij gezocht vanwege zijn bommencampagne namens de Amerikaanse regering. Carriles werd opgespoord toen een Amerikaanse garnalenboot vastliep op het strand van Isla Mujeres. De boot, de SS Santrina, werd tenslotte weer in het water getild met hulp van de lokale bevolking. De vijf Cubaans-Amerikaanse bemanningsleden op het schip met het Amerikaanse registratienummer 604553 en met een Amerikaanse vlag waren opgelucht dat ze weer op het water dreven. Iedereen aan boord weigerde de pers te woord te staan over deze triviale gebeurtenis en werd kwaad toen de journalist Mario Alonzo hen fotografeerde. Deze boot, die eigendom is van de CIA, bracht Luis Posada Carriles naar de Verenigde Staten. De vorige officiële versie luidde dat hij de Mexicaans-Texaanse grens te voet overstak. De Amerikaanse autoriteiten hadden dit verhaal verzonnen om te verhullen dat ze hem clandestien de VS binnengesmokkeld hadden. Ze wilden Posada asiel bieden omdat hij in dienst was van de CIA toen hij het vliegtuig opblies en betrokken was bij nog veel meer terroristische acties. Ook gaf hij samen met onder meer Felix Rodriguez leiding aan de Iran-Contra-operatie.

Met Carriles werden nog twee moordenaars door Panama vrijgelaten. De anderen werden direct naar de Verenigde Staten gevlogen, maar Luis Posada werd overgebracht naar het vliegveld San Pedro Sula in Honduras, waar hij verwelkomd werd door andere CIA-agenten. Hij reisde met een vals paspoort onder de naam Melvin C. Thompson. Terwijl hij in Honduras verbleef reisde hij naar El Salvador, Costa Rica, Guatemala en Belize, van waaruit hij via de grensstad Chetumal ten zuiden van Cancun Mexico bereikte. Drie maanden lang was dit algemeen bekend in Mexico, Centraal-Amerika en in het Caribisch gebied, maar niets hiervan drong door tot de Amerikaanse media. Het terroristische monster Luis Posada Carriles is nu een nachtmerrie geworden voor de politieke elite in Washington. De hele wereld is ervan op de hoogte dat hij in de VS is aangekomen, behalve de Amerikaanse bevolking. Die is weer eens voorgelogen door George, de neoconservatieven en hun media. Luis Posada Carriles werd door de garnalenboot, een CIA-dekmantel, opgepikt op Isla Mujeres. De Mexicaanse regering moet van zijn aanwezigheid op de hoogte zijn geweest, maar kreeg te verstaan haar mond dicht te houden. De Mexicaanse minister van Marine, Marco Antonio Peyrot, bevestigde dat Luis Posada Carriles de Verenigde Staten binnengekomen was met de Santrina, die vertrok vanuit Isla Mujeres. Mexico had hem beschermd. Feitelijk wisten alle Centraal-Amerikaanse regeringen van de landen die hij bezocht had hoe de vork in de steel zat en werkten zij allemaal samen met de VS met betrekking tot deze terrorist.

Wat het verhaal nog interessanter maakt is dat Luis Posada in Guatemala, Belize en Mexico bescherming genoot van drugshandelaren die bij het Centraal-Amerikaanse kartel van Alto Herrera Garcia behoren. Deze Herrera Garcia wordt in verband gebracht met Mexicaanse criminele organisaties die onder leiding staan van Ismael Zambada en Joaquin Guzman, die op hun beurt weer contacten onderhouden met Cubaans-Amerikanen in Cancun. Ze organiseerden de logistiek waardoor Luis Posada meer dan een week op Mexicaans grondgebied kon verblijven zonder dat de Mexicaanse autoriteiten hem officieel konden opsporen. In Cancun werd Posada geholpen door Juan Carlos Riberol, een mensenhandelaar die zijn geld verdient met de illegale immigratie van Cubanen in dienst van een machtig crimineel netwerk waarin Cubaans-Amerikanen de dienst uitmaken. Deze drugshandelaren staan bekend als 'Las Marilletas', en maken deel uit van de Cuban-American Foundation in Miami. Sinds de tachtiger jaren heeft deze stichting nauwe banden met Colombiaanse drugshandelaren. Ook zijn 'Las Marilletas' verantwoordelijk voor de wekelijkse aankomst van ongeveer 100 Cubanen in Mexico, van waaruit ze verscheept worden naar de VS. De SS Santrina werd naast het overbrengen van Posada ook gebruikt voor de drugssmokkel.

Het is duidelijk dat er geen twijfel bestaat over de financiële connecties tussen de CIA, de misdaadfamilie Bush, de neoconservatieven en de werelddrugshandel.

Het is belachelijk dat Luis Posada Carriles, die toegegeven heeft een vliegtuig te hebben opgeblazen en 73 mensen met voorbedachte rade heeft vermoord, in een Amerikaanse gevangenis zijn immigratiezaak mag afwachten. De Amerikanen en de Britten ontvoeren vaak onschuldige mensen en leveren hen uit, terwijl Venezuela George Bush en de neoconservatieven niet ertoe kan bewegen Posada wegens moord uit te leveren. Er bestaat niet zoiets als goed en slecht terrorisme of een goede en een slechte moord.

Blijkbaar heeft de misdaadfamilie Bush vooralsnog geen manier gevonden om Carriles uit de weg te ruimen. Als hij ooit getuigt over zijn leven als CIA-agent betekent dat het einde van de Washingtonse elite.

The International Observer, 7 augustus 2005, vertaling Frans Willems

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019