De coup van Suharto en de CIA


De militaire coup van Suharto betekende een gruwelijke vervolging van communisten, progressieve nationalisten, leden van progressieve en nationalistische massaorganisaties. Honderdduizenden (sommige bronnen spreken van miljoenen) mensen werden vermoord of zonder vorm van proces in gevangenissen en concentratiekampen opgesloten. Met tal van demonstraties werd in ons land na de coup van 1965 de vrijlating van de honderdduizenden politieke gevangenen en het herstel van de democratische rechten in Indonesië geëist. Foto: 'Indonesië los van Holland', CPN, Pegasus 1982  


Foto: 'Indonesië los van Holland', CPN, Pegasus 1982  

Redactie

Veertig jaar geleden smoorde Suharto op gezag van de VS de jonge democratische Indonesische Republiek in bloed. Hieronder een deel uit "Indonesië los van Holland, de CPN en de PKI in hun strijd tegen het Nederlandse kolonialisme" van de hand van Joop Morrien. De komende weken zal Manifest het gehele hoofdstuk plaatsen.

"In Azië raakten de Verenigde Staten in de zestiger jaren steeds dieper betrokken in de smerige agressieoorlog tegen het Vietnamese volk, dat met grote dapperheid en vernuft de vrijheidsoorlog tot verdere ontplooiing bracht. De strategische positie van Indonesië werd daardoor voor de Verenigde Staten van groeiend gewicht.

Evenals bij de RTC-overeenkomst in 1949 hadden de Verenigde Staten ook bij de regeling van het Nieuw-Guinea-conflict een grote rol gespeeld. Zij hadden zich daarbij in de interne aangelegenheden van zowel Nederland als Indonesië gemengd, zoals zij dat ook bij talrijke andere landen in de wereld deden. Het Amerikaanse imperialisme beschouwde zich als de internationale toezichthouder, die zijn belangen zowel met militaire als met politieke en diplomatieke druk behartigde.

De massabeweging in Indonesië steunde het Vietnamese volk en Sukarno trad op voor een eenheidsfront van anti-imperialistische staten. Het aanzien van de PKI was enorm toegenomen, want in de Nieuw-Guinea-campagne was zij de voornaamste organisator van de massademonstraties geweest en communisten en hun sympathisanten in het leger hadden ook deelgenomen aan de militaire operaties. De PKI verlangde meer directe invloed te kunnen uitoefenen op het bestuur van het land en daarom naast deelname in provincie- en dessabesturen deelname in de centrale regering. De economische situatie in Indonesië was in die jaren slecht en de levensomstandigheden van het volk bleven achter bij hetgeen noodzakelijk en mogelijk was. Het nationale eenheidsfront, dat de PKI nastreefde, kon totstandkomen met betrekking tot de buitenlandse politiek en meer algemene politieke kwesties van binnenlandse aard. Op het terrein van de werkelijke en consequente democratisering en agrarische hervormingen bestond grote terughoudendheid, om niet te zeggen afwijzing bij enkele bondgenoten van de PKI in het nationale front.

De PKI-Ieiding had er de nadruk op gelegd dat de economische opbouw alleen mogelijk was en dat voltooiing van de Augustus-revolutie van 1945 alleen kon slagen als de grote massa van boeren in de strijd betrokken werd. De opstelling van een agrarisch program, dat de boeren aansprak, bleek echter niet zo eenvoudig. De agrarische verhoudingen in Indonesië waren niet overal eender en bovendien zeer ingewikkeld. (5) De PKI startte een campagne 'terug naar de dessa'. Onderzoekteams gingen met de boeren samenwonen om het leven beter te leren kennen en een inzicht in de werkelijke situatie te krijgen.

Onder invloed van de massabeweging werden twee agrarische wetten uitgevaardigd: één die een gunstiger beloning van de pachters ten doel had (wet op de oogstverdeling, 1960) en één die een zeer beperkte grondverdeling regelde (1960). Uitvoering van deze wetten werd echter gesaboteerd en de PKI startte in 1964 een 'aksi-sefihak' (eenzijdige actie, waarbij grondhervorming werd doorgevoerd), die tot botsingen op het platteland leidde door het verzet van landheren en rijke boeren. Dat leidde tot conflictsituaties in het nationale eenheidsfront en in sommige gevallen tot inschakeling van leger en politie tegen boeren.

In de strijdkrachten bestond bij sommige generaals en in ruimere mate bij het middenkader en de soldaten sympathie voor de PKI, maar in de generaalstop overheerste vijandschap tegenover de communisten en hun streven naar nationale eenheid op basis van anti-imperialisme en antifeodalisme. De speculaties over tegenstellingen tussen 'het leger' en 'de PKI' deden steeds meer opgeld en president Sukarno gold als de figuur, die beide in evenwicht hield of tegen elkaar uitspeelde. Sukarno was voorstander van een democratische regeringscoalitie, waarin de communisten zouden zijn opgenomen. Hij trad daarvoor op onder de formule NASAKOM (nationalisten - godsdienstige partijen - communisten). NASAKOM moest de samenwerking tussen de verschillende belangrijke krachten in de maatschappij verzinnebeelden en verwezenlijken. De president getuigde daarbij in het openbaar van zijn waardering voor de PKI. Tijdens de viering van het 45-jarige bestaan van de PKI (23 mei 1965) zei Sukarno dat niemand de rol van de PKI kon ontkennen en hij noemde haar een 'echt progressieve en revolutionaire partij'. De benoeming van communistische ministers bleef evenwel op felle tegenstand stuiten. Aidit, Njoto en Lukman kregen wel de rang van minister, maar maakten geen deel uit van het zogenaamde kernkabinet.

Voor de PKI, maar ook voor de Indonesische buitenlandse politiek, werden de geschillen in de internationale communistische beweging, die het scherpst tot uiting kwamen in het conflict tussen de Sowjet- en de Chinese partij, in toenemende mate een bron van moeilijkheden. De PKI beschouwde zich als een autonome partij en maakte duidelijk zich niet aan de zijde van een van beide partijen te scharen. Er ontstonden echter grote spanningen, omdat de Sowjet-Unie en de Chinese Volksrepubliek geen onderscheid maakten in hun betrekkingen tussen staten en de betrekkingen tussen communistische partijen. In de praktische buitenlandse politiek kwam de Indonesische regering nogal eens in de positie, dat zij tussen een standpunt van de Sowjet-Unie en de Chinese Volksrepubliek moest beslissen, waarbij zij zich door het directe anti-imperialisme vanuit Peking meer aangesproken voelde. Ook de PKI kreeg natuurlijk hiermee te maken.

De Verenigde Staten volgden de ontwikkelingen in Indonesië nauwlettend en speelden daarop in. Zij onderhielden hun contacten binnen de Indonesische legertop. In feite was dit al jarenlang de Amerikaanse politiek geweest. Zo schreef Dr. Anak Agung, korte tijd minister van Buitenlandse Zaken van de VSI, onverholen dat de Amerikaanse inlichtingendienst CIA jarenlang heeft geïntrigeerd tegen de persoon van president Sukarno en tegen de Indonesische regeringen onder diens leiding. De CIA was volgens hem tot de conclusie gekomen dat "Sukarno in feite al in 1957 een sympathisant van de PKI was, die Indonesië openstelde voor de vestiging van Russische aanwezigheid en invloed in het land". De CIA zocht naar een "alternatief leiderschap" voor Indonesië en onderhield, volgens Anak Agung, contacten in de topgroep van Indonesische generaals. (6)

Opmerkelijk is, dat op het hoogtepunt van de ontwikkelingen rond Nieuw-Guinea ook in Nederlandse regeringskringen rekening werd gehouden met een toekomstige Amerikaanse inmenging in Indonesië tegen Sukarno en de progressieve krachten. Oud-premier De Quay verklaarde in 1973: "Naar mijn mening heeft Kennedy zich bovendien sterk laten leiden door zijn verwachting, dat als de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië zou zijn geregeld, Soekarno spoedig door een interne machtsgreep zou worden gewipt. Hij zal de plannen voor een dergelijke coup heel zorgvuldig hebben gecontroleerd en afgetast. Niet zonder resultaat: een paar jaar later heeft hij met de omwenteling onder Soeharto gelijk gekregen." (7)

In de zomer van 1965 werd in beperkte kring in Indonesië bekend, dat een 'raad van generaals' op methoden zon voor het afzetten van Sukarno, het overnemen van de macht en de beëindiging van de invloedrijke positie van de PKI. In voorafgaande jaren (1952 en 1958 bijvoorbeeld) hadden rechtse generaals al eens een (mislukte) greep naar de macht gedaan, maar de voorbereidingen waren nu, tot en met het opstellen van nieuwe ministerskandidaten, in een vergevorderd stadium. De spanningen liepen op tegen de herdenkingsdag van het leger (5 oktober), die als datum voor de machtsgreep was gepland. Er is aanleiding voor de veronderstelling, dat Sukarno van het bestaan van de raad van generaals op de hoogte was gebracht.

Op 30 september 1965 werd in Jakarta bekendgemaakt, dat een beweging onder leiding van een commandant van Sukarno's paleiswacht, luitenant-kolonel Untung, militaire maatregelen had getroffen om het leven van de president te beschermen en een 'revolutionaire raad' had gevormd op NASAKOM-basis. De samenstelling van deze raad bleef onduidelijk, al werden wel namen genoemd. Enkele vooraanstaande generaals, die ervan werden verdacht tot de raad van generaals te behoren, werden thuis gearresteerd. Hun lijken werden later aangetroffen bij het vliegveld Halim. Generaal Nasution, die ook op de arrestatielijst stond, had door een vlucht uit zijn huis weten te ontkomen. De politieke partijen lieten niets van zich horen, maar al spoedig bleek, dat generaal Suharto met de Mobiele Strategische Kommando-eenheid (KOSTRAD) een machtspositie had opgebouwd en luitenant-kolonel Untung had verdreven." (wordt vervolgd, bronnen worden in laatste aflevering vermeld)

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019