Gemeentelijke herindeling


 


 


 


 

Jan Ilsink

De gemeente Reiderland in Oost-Groningen is een kleine gemeente qua inwonertal. De gemeente telt 7000 inwoners maar heeft een oppervlakte van ruim 13.500 ha. Maar dit is wel inclusief ruim 4500 ha 'Dollard'. Ter vergelijking: een gemeente als Den Haag telt, inclusief de nieuwe uitbreidingen Wateringen, Ypenburg en Leidscheveen iets meer dan 8000 ha.

Begin jaren tachtig was voor het rijk een inwoneraantal van minstens 5000 nog de richtlijn bij gemeentelijke herindelingen. Het tweede paarse kabinet streefde eind jaren negentig naar gemeenten met 25.000 inwoners of meer. Na de gemeentelijke herindeling die in 1990 van kracht werd en Reiderland vormde zou deze gemeente met 7000 inwoners dus opnieuw rijp zijn voor een gemeentelijke herindeling, terwijl nog lang niet alle wonden van de vorige herindeling zijn geheeld.

Overheid dichterbij

Onder het mom overheidstaken dichter bij de burgers brengen is het kabinet Lubbers I begonnen met rijkstaken over te dragen naar provincies en gemeenten. Achter dit beleid ging echter een ideologie van deregulering en ordinaire bezuinigingen schuil. De deregulering, het verminderen van het woud van regels, was een openlijke steun aan het bedrijfsleven, het kapitaal. Dat voelde zich in zijn handelingsvrijheid steeds meer beknot door regels, die echter wel meestal voortkwamen uit de wens de belangen van burgers te beschermen. Het resultaat van klassenstrijd dus, dat nu werd teruggedraaid om 'de concurrentiepositie van het bedrijfsleven te verbeteren'!

Maar het bedrijfsleven werd met de deregulering dubbel bediend. Ze leverde het rijk bezuinigingen op waarmee 'lastenverlichting' voor het bedrijfsleven kon worden doorgevoerd. Deze bezuinigingen werden bereikt door de overdracht van taken naar gemeenten en provincie met minder geld vergezeld te laten gaan. De vermindering van regels, die aan de overdracht was gekoppeld, gold hiervoor als motief.

Overheid verder weg

Maar veel kleine gemeenten zouden de nieuwe verantwoordelijkheden, die voortkwamen uit de overdracht van rijkstaken, niet of onvoldoende aankunnen. Herindeling van gemeenten zou hiervoor een oplossing kunnen zijn. Grotere gemeenten zouden een professioneler en zakelijker bestuur opleveren, die de nieuwe taken wel aankonden. Inmiddels hebben in heel Nederland herindelingen plaatsgevonden. Sommige dorpen hebben er zelfs al meerdere meegemaakt. Geen enkel dorp heeft de dans weten te ontspringen.

Maar met de vorming van grotere gemeenten kwam het bestuur verder van de burger af te staan. Was vroeger het gemeentehuis in het dorp, na een gemeentelijke herindeling moet men nu vaak kilometers reizen om het gemeentehuis te bereiken. In een gemeente als Reiderland, waar evenals elders op het platteland ter wille van 'bezuinigingen' het openbaar vervoer werd afgebroken, is het gemeentehuis vanuit Nieuweschans bijvoorbeeld niet meer rechtstreeks per openbaar vervoer te bereiken. Het met 'Lubbers I' gestarte beleid om overheidstaken dichter bij de burgers te brengen heeft dus tegelijkertijd een proces in beweging gebracht om de overheid verder van de burgers te verwijderen!

Ordinaire bezuinigingsmaatregel

Het verzet vanuit de bevolking tegen herindelingen is meestal groot geweest. 'Verlies van identiteit' werd dan als verklaring aangevoerd. De inwoners van Voorburg wilden bijvoorbeeld geen Hagenezen worden. Of wat moet een inwoner van de kern Nieuw Beerta met het begrip 'Reiderland'? Maar achter dit 'identiteitsverlies' gaat een andere onvrede bij de bevolking schuil. Zij voelt haarscherp aan dat achter de herindeling ook andere motieven een rol spelen, zoals een ordinaire bezuinigingsmaatregel, die de burgers weinig goeds zal brengen. Bij herindelingen werd de mening van de bevolking vaak genegeerd, zelfs als een referendum werd gehouden. Een goed voorbeeld is de herindeling van Vleuten-De Meern bij Utrecht. In 1996 werd daar een volksraadpleging gehouden, waarin bij een opkomst van 83 procent maar liefst 98 procent van de bevolking zich tegen herindeling uitsprak. Toch vond per 1 januari 2001 de herindeling plaats.

Angst voor 'Fortuyneffect'

Op deze onvrede bij de bevolking speelde Pim Fortuyn in 2002 in door het afschaffen van gemeentelijke herindelingen in zijn verkiezingsprogramma op te nemen. Bevreesd voor dit 'LPF-effect' besloot het kabinet-Balkenende I om herindelingen niet meer van bovenaf op te leggen. Geplande herindelingen rond Eindhoven en in het noorden van Noord-Holland werden afgelast. Alleen de herindeling in de Achterhoek ging door, die op 1 januari 2005 haar beslag vond.

Gevaar niet voorbij

Maar 'het gevaar' is niet voorbij. Een gemeente kan nog steeds tegen haar zin worden heringedeeld als de zogenoemde 'bestuurskracht' van een kleine gemeente onvoldoende blijkt te zijn. In Oost-Groningen grijpt burgemeester Vlietstra van Winschoten elke gelegenheid aan om voor herindeling van de Oost-Groningse gemeenten te pleiten. Daarmee is voor deze burgemeester de bezuinigingspolitiek, die sinds 'Lubbers I' door alle opeenvolgende kabinetten is uitgevoerd en ook opgelegd aan de gemeenten, uitgangspunt geworden.

Want de geringe bestuurskracht van kleine gemeenten is vooral het gevolg van het beschikken over onvoldoende geld. Hierdoor kan een kleine gemeente onvoldoende gekwalificeerd personeel aantrekken. Grotere gemeenten zouden wel dit gekwalificeerdere personeel kunnen aanstellen. Maar ook grotere gemeenten hebben het contact met burgers verloren terwijl daar genoeg gekwalificeerd personeel in hoge loonschalen rond loopt. Er is dus meer aan de hand, want de problemen nemen ook toe als de gemeente groter wordt!

Maar mw. Vlietstra laat zich misleiden door de illusie dat herindeling meer 'bestuurskracht' zou opleveren. Zij vraagt zich daarbij niet af wat de inwoners opschieten met meer 'bestuurskracht' behalve dat 'hun' bestuurders een hogere salarisschaal kunnen claimen. In plaats van de noden van de mensen in Oost-Groningen op een rij te zetten en de rekening daarvoor in 'Den Haag' te presenteren, werpt zij zich op als woordvoerder van geldverslindende en energievretende gemeentelijke herindelingsoperaties, die uiteindelijk opnieuw bezuinigingen moeten opleveren.

Herindeling geen optie

De NCPN gaat hier niet in mee. In het collegeprogramma van de gemeente Reiderland is daarom terecht opgenomen dat tot aan de volgende gemeenteraadsverkiezingen gemeentelijke herindeling geen punt van bespreking is. Maar toch blijken leden van de coalitie in het college niet ongevoelig voor het lonken van de buurburgemeester Vlietstra.

De NCPN blijft van mening dat voor het oplossen van de problemen van de bevolking in Reiderland gemeentelijke herindeling geen optie is. In tegendeel herindeling zal problemen vergroten. Een nieuwe gemeente bestaande uit de huidige gemeenten Reiderland, Scheemda en Winschoten, zou niet de opgetelde uitkering uit het gemeentefonds krijgen die de drie gemeenten nu afzonderlijk krijgen. Maar die nieuwe gemeente heeft wel hetzelfde aantal kilometers wegen en voorzieningen in de diverse dorpen te onderhouden. Reiderland met 7000 inwoners omvat zes kernen met vier sportvelden, vier openbare schoolgebouwen, vier ijsbanen en zes dorpshuizen. Ook de gemeente Scheemda bestaat uit meerdere kernen met voorzieningen, die ook allemaal onderhouden moeten worden. Nee de moeizame strijd om, tegen de stroom in, voorzieningen voor de bevolking overeind te houden zal na herindeling alleen nog moeilijker worden. Voor de NCPN is herindeling geen optie!

Lastige communisten kwijt?

Maar voor sommige bestuurders is een herindeling wellicht wel aantrekkelijk. Zij hebben in de veiligheid van het hoofddorp minder kans om bij het sluiten van voorzieningen ontevreden en boze bewoners uit de dorpen tegen te komen. En misschien speelt ook mee dat ze met een herindeling hopen van die lastige communisten af te komen. Maar het is de vraag of in dat geval de bevolking dat zal laten gebeuren.