Mooie Woorden

Gelijkmakerij


 

Rinze Visser

Dat lees je wel eens, dat iemand een inval om te onthouden op de achterkant van een sigarendoosje schrijft, of op een bierviltje. Zo was ik bij iemand en kreeg ik opeens ook die behoefte. Zo schreef ik, niet op een sigarendoosje en ook niet op een bierviltje, maar op een luciferdoosje, de woorden 'vlaktax' en 'saai'.

Dat kwam zó: ik vertelde dat ik eerder die dag bij iemand in de auto zat en op de radio hoorde dat een onderzoek had uitgewezen dat tweederde van de Nederlandse bevolking tegen de invoering van de 'vlaktax' is. Mijn enigszins snedige maar wel cynische commentaar daarop was geweest: tweederde van het volk tégen, dan gaat het dus door...

Voor hen die de laatste tijd in de vloedgolf van nieuwtjes en politieke oprispingen andere kwaadaardigheden als voorwerp van hun verontwaardiging opeisten: vlaktax staat voor een voor iedereen gelijk inkomstenbelastingtarief, dus het afschaffen van wat er nog over is van de progressieve belastingheffing, arm en rijk betalen hetzelfde percentage. Het laat zich gemakkelijk raden wat daar de gevolgen van zullen zijn. Grote voordelen voor de hoge inkomensgroepen en de rijken. Veel lagere belastinginkomsten bij het Rijk wat dan weer gecompenseerd gaat worden met verdere afbraak van voor de arbeidersbevolking belangrijke sociale en collectieve voorzieningen.

Maar waarom nou dat woord 'saai'? De voorstanders van het kapitalisme, de hogepriesters van de ideologie van het individualisme en privatisering, koesteren altijd de verschillen als het meest aangename dat de mensheid kan overkomen. Communisme en socialisme is in hun ogen misdadige gelijkmakerij. Meer gelijkheid staat voor hen gelijk aan meer saaiheid. Grotere ongelijkheid is voor hen gelijk aan aangenaam en levendigheid.

Maar wat is er nu aan de hand? Als alle belastingpercentages gelijkgetrokken worden, is dat eigenlijk óók meer gelijkheid. Maar, dán is dat niet slecht, maar juist goed en niet saai..!

Want dié gelijkmakerij zorgt immers voor meer maatschappelijke óngelijkheid. Zo beweert men ook altijd dat ongelijkheid staat voor vrijheid, dat hoe meer gelijk de mensen zijn, des te onvrijer de samenleving is. Dat wordt voorstanders van communistische politiek, van socialisme, altijd voor de voeten geworpen. Maar, meer gelijkheid voor óngelijke mensen is meer óngelijkheid.

Tegen deze welhaast wiskundige vergelijking valt niets in te brengen. Staat het niet beeldend uitgedrukt in een van de werken van Karl Marx? Het is arm en rijk gelijkelijk verboden onder bruggen te slapen of te bedelen... Gelijke rechten, gelijke plichten voor iedereen tóch!?

Zo kun je lezen wat het verschil is tussen de Verenigde Staten van Amerika en Cuba. Hoe in beide landen met rampen als orkanen wordt omgegaan. Hoe het verschil in adequaat optreden en menselijkheid (jazeker, mensenrechten!) ver in het voordeel van Cuba - een socialistisch land - uitvalt. Zo lees je dat de socialistische regering van Cuba de Verenigde Staten van Amerika grootmoedig hulp aanbiedt om de gevolgen van de ramp in New Orleans en omstreken te verlichten en dat dit aanbod hoogmoedig geweigerd wordt. Ja, christelijke partijgangers hier te lande, ja, ook zij die graag willen datCastro liever vandaag dan morgen sterft: hebt uw vijanden lief. Zo was het toch?

Maar ergens anders lees je weer wat een verschrikkelijke mensen die communisten op Cuba wel niet zijn. Want voor 'onafhankelijke' kunstenaars valt daar niet te leven. Je leest dan dat Cubaanse anticommunisten vanuit het buitenland hun steentje willen bijdragen aan de verdrijving van het socialisme van het eiland en dat dit goed is en een daad van opperste menselijkheid zou zijn. Er wordt alles op alles gezet en alle middelen worden gebruikt om het socialisme te vernietigen, vooral om elke sympathieke gedachte eraan uit de hoofden van de mensen te bannen. Miljardenfondsen zijn en worden daarvoor ingezet. Alles wat sympathie voor communisten zou kunnen opwekken - onbaatzuchtigheid en solidariteit - moet aan de ogen en oren van de massa's onttrokken worden.

De kampioenen van de ongelijkheid, van de diversiteit en privatisering, hebben geen ander doel dan de eigen machtspositie een ideologisch aangename rechtvaardigheid te verschaffen. Zij zijn tegen ongelijkheid, tegen diversiteit, daar waar hun eigen positie in gevaar komt. Zij waren destijds tegen de vreedzame coëxistentie - het vreedzaam naast elkaar leven van maatschappijen met verschillende economische systemen - toen het socialisme er vóór was. Zij zijn tegen diversiteit als het gaat om belastingtarieven. Zo zijn zij tegen alle sociale voorzieningen omdat deze een grotere ongelijkheid tegenhouden, het kapitalisme aantasten.

Zij willen dát wat ze communisten verwijten: gelijkheid in denken; alle mensen, ook de armsten, moeten denken zoals zij. De afvalbergscharrelaar en de schoenpoetser, het hoertje en de sigaretten-per-stuk-verkoopster in de arme wereld, zij allen moeten kapitalistisch denken om zich in de keiharde wereld te kunnen handhaven, opdat de machthebbers hun machtsposities kunnen handhaven. Ook, opdat het nog kunnen betalen van hun vierde chalet, hun derde jacht en hun vijfde kunstmeesterwerk geen gevaar loopt. Gelijk? Zij hebben dat in elk geval niet!