Toekomst bevolking in Reiderland

Eerste stap om handen ineen te slaan

Jan Ilsink

Na de zomer is Manifest gestart met een reeks artikelen over Oost Groningen. De problemen waar de bevolking in de gemeente Reiderland mee worstelt en mogelijke oplossingen daarvoor stonden centraal. Deze artikelen waren mede geïnspireerd op gesprekken die ik in de loop van augustus en september met verschillende vertegenwoordigers van de Reiderlandse en Oost Groningse bevolking heb gehad.

De interviews met deze tien 'sleutelpersonen' vonden plaats op initiatief van de fractie van de NCPN in de gemeenteraad van Reiderland. De fractie zag daarin een gelegenheid om de band met de bevolking te herijken en te versterken. Verslagen van deze gesprekken zijn gebundeld en als brochure aan alle deelnemers gestuurd. De fractie schiep hiermee een, tot dan toe, ontbrekend informatiekanaal tussen verschillende representanten van de bevolking, die immers ijveren voor specifieke deelbelangen. Bijvoorbeeld de bewonersbelangen in afzonderlijke dorpen.

Afgelopen zaterdag, 29 oktober, organiseerde de fractie op basis van deze gebundelde interviews een werkconferentie voor de deelnemers aan de interviews. Helaas moesten enkele geïnterviewden afzeggen wegens verplichtingen elders. Weliswaar was de NCPN-fractie initiatiefnemer en organisator van interviews en conferentie, maar de deelnemers zelf, hun kritiek en visie op mogelijke oplossingen, stonden centraal op de conferentie. Door iedereen bij elkaar te brengen, werden eventuele tegenstellingen zichtbaar en ook bespreekbaar. Meestal kon worden vastgesteld dat vooral sprake was van vermeende tegenstellingen, die zouden kunnen worden opgelost in gezamenlijke initiatieven waarbij de krachten werden verenigd. Alle 15 aanwezigen waren het ermee eens dat deze conferentie een vervolg moet hebben waarin kritiek en eisen van de bevolking concreet en operationeel moeten worden gemaakt tot een actieprogramma voor de bevolking in Reiderland. Afgesproken is om de resultaten van de werkconferentie naar de deelnemers en de afwezigen te sturen met het verzoek ze in de verschillende achterbannen te bespreken. Voor de vervolgconferentie zullen dan de belangenorganisaties worden uitgenodigd.

Op de werkconferentie werden de volgende onderwerpen uitvoerig besproken:

Kritiek op gemeente en overheid

De gemeente geeft handenvol geld uit aan adviesbureaus. Die vormen echter een buffer tussen bevolking en gemeente. In plaats van de wensen van de bevolking te bundelen en te vertalen naar beleid, schermen ze de gemeente af. Tegelijkertijd ervaart de bevolking echter dat de gemeente geen cent ter beschikking heeft voor eenvoudige zaken, die het leven van de burger kunnen verbeteren. Dat, terwijl de bevolking bovendien bereid is voor het opheffen van de klachten of voor het nemen van initiatieven, bij te dragen door zelf vrijwilligers daarvoor te leveren. Ook ervaart de bevolking dat de gemeente handenvol geld uitgeeft aan prestigeobjecten.

De burgers missen initiatieven of een actief beleid van de gemeente tot werkgelegenheidsontwikkeling, terwijl zijzelf daarvoor wel kansen zien. De gemeente werkt samen met Winschoten en Scheemda in een gezamenlijke ontwikkeling van bedrijventerreinen. Die van Winschoten en Scheemda lopen vol en die van Nieuweschans blijft onbenut.

Ook wordt een actief beleid van de gemeente gemist om sociale woningbouw in dorpen te realiseren. Integendeel, zij constateren dat niet de gemeente maar de als vastgoedexploitant opererende voormalige woningbouwcorporatie Acantus de dienst uitmaakt. Deze sloopt goedkope huurwoningen om vervolgens bouwkavels te verkopen of veel duurdere huurwoningen terug te bouwen. Zogenaamd omdat er geen belangstelling zou zijn voor de goedkope woningen. Een actief beleid voor sociale woningbouw in de dorpen voor vooral starters en bejaarden is hard nodig.

Ruimtelijke ordening

Op de conferentie werd door verschillende deelnemers aandacht gevraagd voor een planmatige aanpak van het lokaliseren van ruimtelijke functies. Zij constateren al jaren dat een ruimtelijk ad-hoc beleid gevoerd wordt waardoor ruimtelijke kwaliteiten als openheid of historische landschappelijke objecten onnodig verloren gaan. Het is hard nodig dat de ruimtelijke kwaliteit die er op het gemeentelijk grondgebied aanwezig is wordt geïnventariseerd, afgewogen en beschermd. Hierbij moeten de inwoners worden ingeschakeld waardoor zij gaan beseffen welke ruimtelijke 'juwelen' de gemeente bezit. De typische lintbebouwing langs dijken en unieke objecten als bedrijfsgebouwen (boerderijen, molens) en oude overheidsgebouwen (sarrieshut) zijn hiervan voorbeelden.

Ook wordt ontwikkeling van een beleid verwacht waarin duidelijk wordt welke voorzieningen absoluut in elke kern moeten blijven en welke kunnen worden geconcentreerd.

Werkgelegenheid

Met betrekking tot werkgelegenheid ondersteunen alle deelnemers de noodzaak dat de bodemschatten van het gebied, zowel het ondergrondse gas als de bovengrondse agrarische producten, ook in het gebied zelf moeten worden verwerkt. Dit moet een belangrijke pijler zijn voor de economische welstand van de bevolking. Eindelijk moet het afgelopen zijn met vooral als wingewest te worden behandeld. De werkgelegenheid in de chemische industrie van Delfzijl moet worden beschermd en uitgebreid en overgebleven strokartonfabrieken in het gebied gehandhaafd.

Voorts zien de deelnemers veel in kleinschalige werkgelegenheid. Leegkomende agrarische bedrijfsgebouwen zouden daarmee een nieuwe functie kunnen krijgen. Ook ontwikkeling van een specifiek kleinschalig toerisme zou mogelijkheden bieden voor een economische pijler onder het gebied. De rationele verkaveling van landbouwpercelen heeft een geometrisch landschap met statige boerderijen en erfbeplantingen opgeleverd, dat een specifieke kwaliteit bezit. Gecombineerd met de typische waterhuishouding rond de Dollard, ingepolderde kwelders aan de Nederlandse kant van de grens en nog veel getijde riviertjes aan de Duitse kant, heeft een gevarieerde natuur en afwisselend landschap doen ontstaan.

Het actief aandacht vestigen op de bijzondere kwaliteiten van het landschap voor toerisme zou bovendien kunnen bijdragen aan het omkeren van het negatieve imago van Oost Groningen in Nederland. In de beeldvorming overheersen nog steeds 'troosteloze akkers' en een 'stugge, botte en geen veranderingsgezinde bevolking'. Hier zou het realistische, veel positievere beeld tegenover kunnen worden gezet. Oost Groningen is bijvoorbeeld een streek die door veel kunstenaars wordt verkozen als woonplaats. Met hen zou over het oplossen van dit negatieve imagoprobleem contact worden gelegd. In deze context verdient de gemeente Appingedam, die de gemeente wil voorzien van een glasvezelnet als voorwaarde voor de vestiging van nieuwe typen werkgelegenheid, ook steun van Reiderland. Appingedam is echter door eurocommissaris Neelie Smit-Kroes teruggefloten.

Ook zou met de kleinschalige bedrijvigheid ingespeeld kunnen worden op de vraag naar bijscholing. Veel CAO's kennen studiefaciliteiten voor werknemers die zij vaak door onwetendheid of gebrek aan stimulans niet benutten. Hier zouden de vakbonden en brancheorganisaties actief voorlichting over kunnen geven. Bijscholingsinstituten zouden zich in het rustige en relatief goedkopere Oost Groningen kunnen vestigen. Datzelfde geldt voor onderwijs- onderzoeks- en culturele instellingen, waarvoor dan de culturele en digitale infrastructuur moet worden versterkt. De WSW is één van de grootste werkgevers in Oost Groningen. Dit nodigt volgens deelnemers uit tot een actief en creatief beleid rond de WSW.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019