Wordt Iran een bedreiging voor de oliedollar?


De binnenlandse politiek in Iran blijft uiterst negatief voor de progressieve Iraanse bevolking. Het buitenlandse beleid krijgt een steeds sterker anti-Amerikaans karakter.  


President Mahmoud Ahmadinejad van Iran (links) spreekt met de Indiase minister van Buitenlandse Zaken Natwar Singh in Teheran op 3 september 2005. Iran zoekt nauwere economische samenwerking met India, maar maakte ook duidelijk dat landen die tegen Iran stemmen in de atoomkwestie op economische maatregelen kunnen rekenen. (Foto's: REUTERS/Morteza Nikoubazl)  

Emilie Rutledge

Het besluit van Iran om een eigen markt op te zetten voor olie en afgeleide producten heeft veel belangstelling gewekt. Dit komt vooral omdat het land de energiecontracten naar verluidt in euro's wil afsluiten in plaats van in dollars.

Het zou overdreven zijn te stellen dat hierdoor aan de dominante positie van de dollar als feitelijke munteenheid voor olietransacties een eind zou komen, maar toch leggen veel commentatoren een verband tussen de huidige Amerikaanse onvrede over Iran en de voorgestelde Iraanse Oliebeurs (IOB).

Het voorstel om de IOB op te richten werd het eerst naar voren gebracht in Iran's Derde Ontwikkelingsplan (2000-2005). Volgens het hoofd van het project, Mohammad Javad Assemipour zou de nieuwe beurs in maart 2006 operationeel moeten zijn met als doel ervoor te zorgen dat Iran het belangrijkste centrum voor de oliehandel in de regio wordt. In geografisch opzicht ligt Iran ideaal ten opzichte van grote olie-importeurs zoals China, Europa en India.

Op korte termijn is het onwaarschijnlijk dat veel oliehandelaars de wijk zullen nemen naar Iran, een land dat toevallig door de belangrijkste olie- importeur ter wereld, de Verenigde Staten, wordt gerekend tot de 'As van het Kwaad'. Na verloop van tijd is het echter zeer wel mogelijk dat Iran handel wegneemt van de twee grootste energiemarkten, de International Petroleum Exchange en de New York Mercantile Exchange, die alleen de Amerikaanse dollar als munteenheid hanteren.

Economische motieven

Als de IOB succesvol zal blijken te zijn zal ze Iran in economisch opzicht zeker ten goede komen, zeker als een deel van de energiecontracten in euro's opgesteld wordt. Iran beschikt met zijn aantoonbare olievoorraden van 126 miljard vaten over ongeveer 10 procent van de totale wereldwijde reserves en over de op één na grootste gasvoorraad.

Vanuit economisch oogpunt zou het verhandelen van olie in euro's logisch zijn voor Iran omdat de handel met de eurozone 45 procent bedraagt van het totaal. Meer dan eenderde van Iran's olie-export gaat richting Europa, terwijl er helemaal geen olie naar de VS uitgevoerd wordt.

De IOB zou een nieuwe markt in het leven kunnen roepen waar in euro's gehandeld wordt. Dit zou ertoe kunnen leiden dat een aantal Golfstaten besluit een deel van hun olie in euro's te verkopen. De beurs zou moeten leiden tot grotere directe buitenlandse investeringen in Iran's energiesector en als de handel in de toekomst geïntensiveerd wordt zullen regionale investeerders een alternatief krijgen voor hun investeringen op hun overgewaardeerde aandelenbeurzen.

De eurolanden verzorgen bijna eenderde van Iran's invoer en momenteel moet Iran de dollars die het verdient aan de olie omwisselen voor euro's met alle risico's van dien die de koerswisselingen met zich meebrengen en de ermee gepaard gaande transactiekosten.

De waardevermindering van de dollar ten opzichte van de euro, zo'n 26 procent sinds 2002, heeft Iran's koopkracht in de handel met zijn belangrijkste partner fors verminderd. Als de neergang voortduurt zullen meer landen hunpercentage euro's in hun geldreserves verhogen ten koste van hun dollars, wat zal leiden tot oproepen aan zowel Iran als de Golfstaten om de waarde van hun export tenminste voor een deel in euro's te bepalen.

Ook volgens Mohammad Abasspour, die deel uitmaakt van Iran's Parlementaire Ontwikkelingscommissie, zou het afstand nemen van de dollar en een versterking van de euro het land economisch ten goede komen, omdat meer dan de helft van de Iraanse tegoeden op de internationale valutamarkt bestaat uit euro's.

Vooral de Verenigde Staten zouden eronder te lijden hebben als er een eind komt aan de huidige dominante positie van de oliedollar. De VS zijn de grootste olie-importeur ter wereld en het factureren van olie in euro's in plaats van in dollars zou ongetwijfeld een negatief effect op de Amerikaanse economie hebben. Minder landen zouden bereid zijn de dollar in reserve te houden, hetgeen een beduidende devaluatie en inkomstenverlies voor de VS met zich zou meebrengen. Ook zullen energiebedrijven die banden met de Verenigde Staten onderhouden verliezen lijden omdat ze niet mogen deelnemen aan de nieuwe oliebeurs vanwege het langdurende Amerikaanse handelsembargo tegen Iran.

Politieke overwegingen

In de zeventiger jaren, na de opheffing van de gouden standaard, kwamen de VS met Saoedi-Arabië overeen dat de olie van de OPEC verhandeld zou worden in dollars waardoor olie feitelijk goud als de standaard verving. Sindsdien konden opeenvolgende Amerikaanse regeringen dollars en schatkistcertificaten bijdrukken om de enorme begrotingstekorten weg te moffelen. Vorig jaar bedroeg dit begrotingstekort 646 miljard dollar.

Het behoeft geen betoog dat het huidige systeem met de oliedollar de VS in hoge mate bevoordeelt; het stelt de VS in staat de wereldoliemarkt te beheersen omdat de dollar dé munteenheid geworden is voor de internationale handel. Wat de eigen olie-import betreft kunnen de VS daarvoor dollars uitgeven zonder dat daar de export van grondstoffen of producten tegenover staat. De import wordt betaald door het in omloop brengen van nog meer dollars en waardepapieren.

George Perkovich van de Carnegie Endowment for International Peace in Washington merkt op dat Iran's overweging om de olie in euro's te factureren deel uitmaakt van een 'zeer intelligente strategie om allerwegen in het offensief te gaan en andere partijen tegen de VS in het geweer te brengen.'

Deze visie houdt echter geen rekening met Iran's economische motieven. Als de uiteindelijke beslissingen in rationeel opzicht de beste zijn, wil dat nog niet zeggen dat ze op puur politieke gronden genomen zijn omdat ze de VS nu eenmaal slecht uitkomen. In het licht van deze omstandigheden en ook gezien het aandringen van de Amerikaanse regering bij de Verenigde Naties om op te treden tegen Iran, moet het land de economische voordelen zorgvuldig afwegen tegen de mogelijke politieke prijs.

Hoewel het nog maar speculaties betreft beschouwen sommige waarnemers Iran's bedreiging voor de oliedollar zo gevaarlijk dat het land een Amerikaanse militaire actie zou kunnen uitlokken. Deze zou hoogstwaarschijnlijk plaatsvinden onder het voorwendsel van een preventieve oorlog vanwege Iran's nucleaire activiteiten, net zoals de zogenaamde massavernietigingswapens in Irak.

In november 2002 begon Irak olie in euro's te verhandelen. De Olie voorVoedsel-rekening bij de VN werd omgezet in euro's en later werd de 10 miljard dollar die het land in reserve had gegeven aan de VN omgewisseld in euro's.

Deze acties verbaasden destijds veel analisten, die er alleen maar een politiek statement inzagen. Misschien was het dat ook, maar de euro steeg tussen dat tijdstip en de Amerikaanse invasie in Irak in 2003 met 17 procent ten opzichte van de dollar. Het mag niet verrassend genoemd worden dat na de Amerikaanse invasie de Iraakse olieverkoop weer in dollars plaatsvindt.

Voor Iran zou het beste beleid zijn door te gaan met de IOB, omdat de economische voordelen hiervan onmiskenbaar zijn. Om de te verwachten politieke dreiging te verminderen zouden potentiële klanten er flexibel aan moeten kunnen deelnemen. Als Iran de deelnemers zelf zou laten kiezen over de munteenheid die ze willen gebruiken bij de aankoop van olie en de handel in euro's vergemakkelijkt zou worden zonder de dollar uit te sluiten zou het voor de Verenigde Staten moeilijker zijn openlijk of verholen op te treden tegen de beurs.

Emilie Rutledge is een Britse econoom en momenteel werkzaam bij het Gulf Research Center in Dubai.

Bron: Aljazeera, 3-11-2005, vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019