Open brief aan zuster- en bevriende partijen:

Over de situatie in Irak en de positie van de Iraakse Communistische Partij


Het bezoek van 'bezetter-Bush' aan India leidde daar tot grote demonstraties, zoals hier georganiseerd door het SUCI.  


Demonstraties tegen Bush in India  


Demonstraties tegen Bush in India  

Beste kameraden en vrienden,

Ook in 2005 stond de situatie in Irak gedurende het gehele jaar internationaal in de belangstelling, in verscheidene landen werd het zelfs één van de belangrijkste nationale aangelegenheden. Het is ook een actueel onderwerp gebleven in de debatten in progressieve, democratische en arbeidersbewegingen, vooral vanwege de voortdurende instabiliteit en het extreme geweld, dat dagelijks heeft geleid tot de dood van talloze onschuldige burgers. (deel 1)

Dit geweld vindt plaats ondanks de aanwezigheid van meer dan 140.000 buitenlandse soldaten. Desondanks, temidden van een klimaat van scherpe sektarische en etnisch/nationale polarisatie en strijd over verschillende politieke en sociale visies en programma's, vordert nog steeds een politiek proces.

Nu bijna drie jaar zijn verstreken sinds het begin van de oorlog, de bezetting en de val van het dictatoriale regime, en gezien de recente algemene verkiezingen voor een definitief parlement en permanente regering, menen we dat het belangrijk is om bevriende- en zusterpartijen te informeren over de theoretische en politieke analyses die de basis vormden voor ons beleid en de positie die onze partij heeft ingenomen, zowel tijdens de periode voor de oorlog, als tijdens de bezetting en de ineenstorting van de Iraakse staat.

Om de aandacht te vestigen op hoofdzaken, zullen wij ons hier alleen concentreren op de belangrijkste politieke en theoretische thema's waarover momenteel gediscussieerd wordt.

Een ongekende situatie

De situatie die in Irak is ontstaan na de oorlog en de ineenstorting van het dictatoriale regime, wordt gekenmerkt door bijna ongekende verschijnselen en problemen. De situatie is anders dan de bekende gevallen van bezetting uit de geschiedenis van de afgelopen decennia, die verbonden waren met koloniale oorlogen en de nazibezetting van Europa. Hierin ligt de bron van de meningsverschillen over de analyses en fouten, als gevolg van het maken van vergelijkingen los van de historische context, waardoor onvoldoende rekening wordt gehouden met de concrete omstandigheden die de situatie in Irak kenmerken.

Analyseren we de situatie in Irak als zijnde een bezet land waarbij alleen maar de nationale bevrijdingsstrijd van de bevolking gesteund moet worden, met als doel de bezetters te verdrijven en onafhankelijkheid te bereiken, dan veronachtzamen we andere belangrijke factoren in de situatie waarmee rekening moet worden gehouden.

Dergelijke analyses negeren niet alleen de verantwoordelijkheid van het dictatoriale regime voor het creëren van omstandigheden die de buitenlandse interventie mogelijk maakten, maar ook de houding van de overgrote meerderheid van het Iraakse volk, die weliswaar de ineenstorting van het regime toejuichte maar de bezetters niet met bloemen welkom heette.

Maar bovenal omvat een dergelijke analyse onvoldoende alle implicaties van de volledige ineenstorting van de Iraakse staat, die enerzijds resulteerde in een institutioneel en veiligheidsvacuüm, en anderzijds leidde tot deactieve betrokkenheid van de Iraakse bevolking vanuit alle politieke en sociale lagen bij politieke activiteiten. Daarom is het niet langer mogelijk je te richten op het beëindigen van de bezetting en het herstel van volledige nationale soevereiniteit, de belangrijkste doelstellingen in het huidige stadium, zonder daarbij de interne omstandigheden in ogenschouw te nemen en de voortdurende strijd over de vorm en inhoud van het proces van wederopbouw van de Iraakse staat en de burgerlijke instellingen. Ons doel is te waarborgen dat het één onafhankelijke en democratische staat zal worden, zowel politiek als sociaal.

Rol van buitenlandse interventie in verandering en vestiging van democratie

Met betrekking tot de discussie over buitenlandse interventie en het vermogen om daarmee democratie te vestigen, willen wij verwijzen naar de standpunten van onze partij van vóór de oorlog, in het bijzonder die aan de vooravond daarvan. Wij wezen toen van de hand dat de oorlog een instrument van verandering zou zijn, omdat we het de slechtste optie vonden. Wij beklemtoonden herhaaldelijk dat oorlog, militaire invasie en bezetting onaanvaardbaar waren als middelen om het dictatoriale regime ten val te brengen. Wij wezen erop dat een oorlog niet zou leiden tot echte democratie, aangezien het enorme gevaren en onvoorspelbare onaangename gevolgen met zich meebrengt. De ervaring van Irak sinds de val van de dictatuur levert hiervoor ruimschoots bewijs.

Democratie als historisch proces

Wij zijn ons er volledig van bewust dat de democratie een historisch proces is met vele dimensies: politiek, sociaal, economisch en cultureel. Het is een feit dat niet alle institutionele voorwaarden voor democratie gerijpt of volledig ontwikkeld zijn binnen de Iraakse maatschappij. Nochtans is het stichten van democratie, in al haar aspecten, een complex en langetermijnproces. Wij zijn van mening dat dit proces in Irak al is begonnen, en wij maken ons geen illusies over de volmaaktheid en de tekortkomingen daarvan. Maar wij vechten om een zo breed mogelijke bundeling van krachten tot stand te brengen die positief staat tegenover het nastreven van dit proces, en strijden voor het realiseren en consolideren van de voorwaarden voor succes. Een dergelijk proces kan tijdens de bezetting beginnen en dat is in Irak ook zo. Echter zonder herovering van de nationale soevereiniteit, gebaseerd op de vrije wil van het volk, kunnen niet alle noodzakelijke voorwaarden bereikt worden. Aan de bron ligt de vrije wil van de mensen. Daarom is het niet juist om - ten gevolge van de aanwezigheid van buitenlandse troepen in het land - alles te ontkrachten wat tijdens dit proces is bereikt. Integendeel, de strijd voor het consolideren van democratie met alle bijbehorende componenten is niet alleen verweven met de beëindiging van de bezetting, maar wordt ook beschouwd als hefboom hiervoor.

Positie na de bezetting

De oorlog vond plaats in de context van de globale strategie van de VS die hun eigen belangen nastreven en hegemonie willen vestigen in de regio en wereldwijd. De doctrine van 'preventieve oorlog' is de concrete belichaming van deze strategie. De oorlog had ten doel om de politieke kaart van het gebied te herzien en stond in verband met het Plan voor een Groot Midden-Oosten. Onze partij is zich goed bewust van al deze aspecten en heeft in dit opzicht een duidelijke mening. Daarom was onze partij tegen de oorlog.

In de nasleep van de oorlog en na de ineenstorting van het regime en de Iraakse staat ontstonden echter nieuwe omstandigheden in de interne situatie waarmee de partij te maken kreeg en waarop ze moest reageren, met als doel die te beïnvloeden in het voordeel van haar nationale en democratische plan. Met dit in gedachten leverden wij tijdens de eerste maanden na deineenstorting van het oude regime grote inspanningen om de patriottische krachten van Irak te mobiliseren, het politieke vacuüm te vullen en een zo groot mogelijk tegenwicht van krachten op te bouwen tegenover de bezettingsmachten, teneinde de nationale wil van het volk op te leggen. Om diverse redenen werd dit doel echter niet bereikt. Toen wij werden benaderd om aan de Regeringsraad en het gehele politieke proces deel te nemen, besloten wij, na zorgvuldige bestudering van de situatie en overleg met een groot aantal partijkaders en leden, om deel te nemen aan de Regeringsraad. Tegelijkertijd benadrukten we de noodzaak om de strijd binnen nieuwe instituten te verbinden met de strijd buiten deze instituten, op de verschillende terreinen waar massa-acties plaatsvinden. (wordt vervolgd)

Comité Internationale Betrekkingen, Centraal Comité Iraakse Communistische Partij

Bagdad, 15 januari 2006, vertaling Piet Schouten.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019