Nieuwsanalyse: NAVO krijgt te maken met zware tegenstand in Afghanistan


 

Redactie buitenland

De Noord Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO) gaat een zware tijd tegemoet in de door opstanden geteisterde zuidelijke provincies van Afghanistan, nu de fanatieke beweging van de Taliban heeft verklaard het aantal aanvallen in het gebied te verhogen de komende lente.

Qari Yusuf Ahmadi, die wordt beschouwd als woordvoerder van de Taliban, waarschuwde via recente contacten met de media dat opstandelingen het aantal aanvallen op buitenlandse troepen zal verhogen, als het warmer wordt in het voorjaar.

De NAVO heeft besloten om in de lente van dit jaar de inzet van militairen in het gebied te verhogen naar 15.000 manschappen. Dit is onderdeel van haar inzet om de centrale regering van Afghanistan te helpen bij het onder controle houden van het verafgelegen gebied.

De 26 lidstaten tellende westerse militaire alliantie voert op dit moment het bevel over de 9.200 manschappen sterke International Security Assistance Force (ISAF), in het Afghanistan van na de Taliban. De meerderheid van de manschappen is gelegerd in Kabul, om de veiligheid in deze geruïneerde hoofdstad te stabiliseren.

Groot-Brittannië, één van de leidende landen als het gaat om steun aan de troepen van de alliantie, heeft 4.150 nieuwe manschappen naar Afghanistan gestuurd. De Nederlandse regering heeft ook ingestemd met het zenden van 1.400 manschappen naar Afghanistan. En Denemarken zal zijn militaire aanwezigheid in het land de komende maanden verdubbelen van 180 naar 360 soldaten. De Nederlandse troepen zullen worden gelegerd in de onrustige provincie Uruzgan, de geboortestreek van Mullah Mohammad Omar, de ongrijpbare leider van de Taliban.

Uruzgan en de aangrenzende provincies Helmand, Kandahar en Zabul, algemeen bekend als broeinest van de Taliban, zijn het strijdtoneel van toenemend geweld sinds begin 2005. Daarbij zijn meer dan 1.500 doden gevallen, zowel opstandelingen, Afghaanse- en VS-militairen als hulpverleners en regeringsgezinde sociale en religieuze figuren. Sinds het begin van dit jaar hebben de door de Taliban geleide gevechten alweer aan 100 mensen het leven gekost, waaronder vier Amerikaanse soldaten.

De overgeblevenen van het voormalige regime hebben, in een nieuwe strategie om paniek te zaaien onder de lokale bevolking, hun toevlucht genomen tot zelfmoordaanslagen en het aanvallen van onderwijsinstellingen. Sinds midden 2005 zijn 19 zelfmoordaanslagen geteld en in de afgelopen twee maanden zijn negen scholen in brand gestoken. De belangrijkste bevelhebber van de Taliban, Mullah Dadullah, zei eind vorig jaar dat ongeveer 200 zelfmoordaanvallers klaarstaan om in actie te komen.

De bevelhebber van de door de VS geleide 20.000 manschappen sterke coalitiekrachten in Afghanistan voorspelde een toename van het aantal Taliban-aanslagen de komende maanden, nu het warmer weer wordt en de lente naderbij komt. "We bereiden ons erop voor dat er in de komenden maanden meer gevochten zal worden...", vertelde generaal Karl Ekinberry zijn soldaten, tijdens een ceremonie ter gelegenheid van een wisseling van het commando in Bagram, het hoofdkwartier van de coalitietroepen.

Volgens plaatselijke media had de militaire woordvoerder van de VS in Afghanistan, James Yonts, een dag eerder toegegeven dat het de coalitiemacht veel moeite kost om de Taliban- en al-Qaida-aanhangers met militaire middelen te vernietigen. "Geen militaire oplossing voor terrorisme", citeerde het in Kabul gevestigde onafhankelijke dagblad, de Cherag, de uitspraak van de woordvoerder van de VS, in de editie van 21 februari jl.

Om de oorlog tegen de opstandelingen in Afghanistan op te kunnen voeren, vertelde de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, het Congres half februari jl., dat het Pentagon meer gelden zal zoeken om de oorlog tegen het terrorisme voort te kunnen zetten. De militaire operatie in Irak kost de Verenigde Staten, volgens de minister, ongeveer 5,9 miljard dollar per maand en nog eens 1,9 miljard dollar in Afghanistan.

Volgens het Pentagon hebben de VS 215 manschappen verloren, waarvan 129 in Afghanistan, sinds de start van operatie 'Enduring Freedom' in oktober 2001, die later dat jaar leidde tot de ineenstorting van het Talibanregime. Ongeveer 80 van deze manschappen verloren hun leven bij gevechtshandelingen in 2005, het jaar waarin de meeste doden vielen onder de Amerikaanse militairen in het Afghanistan van na de Taliban.

De lasten van de financiële oorlogskosten voor de VS, de onwil van sommige NAVO-staten om te vechten tegen de opstandelingen in de zuidelijke regio en de toename van het door de Taliban geleide geweld geven een indruk van de complexiteit van de veiligheidssituatie in Afghanistan.

In oktober 2004, tijdens een informele bijeenkomst met NAVO-collega's, waaronder de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld, zei de Duitse minister van Defensie, Peter Struck, dat het NAVO-mandaat in Afghanistan bedoeld was om de stabiliteit van het land te bewerkstelligen en niet voor de strijd tegen het terrorisme.

In zijn meest recente verklaring vorige maand prees Ayman-al-Zawahiri, al-Qaida's onderbevelhebber, de Taliban voor het uitvoeren van aanslagen tegen de Afghaanse en de overwegend Amerikaanse buitenlandse troepen. Een andere al-Qaidaleider, Abu Laith al-Libi, heeft ook toegegeven dat hij meedoet met de Taliban in de huidige opstand.

"Wij, leden van de al-Qaida-organisatie, voeren op dit moment een Jihad (heilige oorlog) in Afghanistan aan de zijde van onze broeders van de Taliban", zei al-Libi in een recente geluidsopname op internet.

De tegenstrijdige houding van de NAVO ten opzichte van de strijd tegen het terrorisme, de vastberadenheid van de Taliban om door te gaan met de Jihad tot het bittere einde en het toenemende aantal veilgheidsincidenten, in het bijzonder in het Zuiden, duiden erop dat er zware beproevingen in het verschiet liggen voor de Westerse militaire alliantie in Afghanistan.

Bron: http://news.xinhuanet.com/english/2006-02/24/content_4219476.htm, Kabul, vertaling J. Bernaven.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019