De Werelddominantiegroep (GDG): waarschuwingen vóór 11 september en verkiezingsonregelmatigheden in hun context

Belangrijke instellingen en andere organisaties

CIA Central Intelligence Agency
DoD Department of Defense
DoS Department of State
CFR Council on Foreign Relations
DoJ Department of Justice
DoC Department of Commerce
WHOMB White House Office of Management and Budget
DoE Department of Energy
DPB Defense Policy Board
DoT Department of Transportation
NSA National Security Agency

In dit gebied wordt harde geostrategische strijd geleverd. 

Door Peter Philips, Bridget Thornton en Celeste Vogler

Op dit moment wordt de leidende klasse in de Verenigde Staten gedomineerd door een neoconservatieve groep mensen met een gezamenlijk doel: het wereldwijd handhaven van de Amerikaanse militaire controle. Deze Werelddominantiegroep (Global Dominance Group - GDG) heeft zich in samenwerking met de grote wapenleveranciers ontwikkeld tot een sterke kracht binnen het wereldwijde militaire unilateralisme en de Amerikaanse politieke ontwikkelingen. (deel 6/slot)

Aan het begin van 2006 heeft de agenda van de Werelddominantiegroep duidelijk ingang gevonden binnen de kring van de hogere beleidsmakers en wordt op listige wijze uitgevoerd door de Amerikaanse regering. Ze werken nauw samen met wapenleveranciers en stimuleren de wereldwijde inzet van Amerikaanse troepen, nu al op 700 legerbases.

Er is een belangrijk verschil tussen zelfverdediging tegen een externe dreiging en het geloof in de totale militaire controle over de wereld. Velen in de Verenigde Staten hebben morele en praktische twijfels omtrent de acceptatie en financiering van deze werelddominantie en men vreest ook de gevaren voor de persoonlijke vrijheden die een permanente oorlog met zich meebrengen.

Ken Cunningham van de Penn State University schrijft: 'de huidige uitgaven aan de oorlog tegen het terrorisme overstijgen de gemiddelde kosten van de Koude Oorlog met 18 procent (...) 11 september en de oorlog tegen het terrorisme hebben gezorgd voor de vestiging van een agressief, preventief denkend en militaristisch blok binnen de regering en de 'National Security State'. Het huidige militarisme met zijn schimmige en potentieel eindeloze, permanente oorlogen toont de ernst van de situatie aan.'(59)

Verzet tegen de GDG binnen de Higher Circle Policy Elites (HCPE)

Er blijft een belangrijke kwestie over. Kunnen we aanwijzingen van verzet zien van de kant van gematigden of progressieven tegen de agenda van de GDG? De aanklachten die zijn ingediend tegen sleutelfiguren binnen de neoconservatieve regering van Bush is een hoopvol teken. Daarentegen zijn er echter maar weinig bewijzen dat de hogere politieke elite er veel belang bij heeft om vraagtekens te zetten bij de waarschuwingen vóór 11 september of bij de verkiezingsfraude.

Greg Palast maakte melding van een meningsverschil tussen de neoconservatieven in het Pentagon en het ministerie van Buitenlandse Zaken enerzijds en de oliemaatschappijen anderzijds over de privatisering van de olievelden in Irak. De neoconservatieven uit de GDG drongen erop aan dat de Amerikaanse oliemaatschappijen Irak's olievelden geheel en al zouden aankopen. De oliemaatschappijen maakten hier bezwaar tegen en gaven er de voorkeur aan alleen de olie te kopen van een stabiele, pro-Amerikaanse Iraakse regering.(60)

Een andere aanwijzing voor verzet was een paginagrote advertentie in de 'New York Times' van 10 november 2005 die geplaatst werd door een nieuwe beleidsadviesgroep, de 'Partnership for a Secure America'. In de advertentie werd het Amerikaanse martelbeleid openlijk aangevallen en de verklaring was ondertekend door talrijke HCPE onder wie Lee Hamilton, Warren Christo-pher, Gary Hart en Richard Holbrooke.

Een ander teken van verzet is het feit dat van oudsher invloedrijke lobbygroeperingen zoals de Amerikaanse Kamer van Koophandel, de National Association of Manufacturers en de National Association of Realtors zich zorgen gingen maken over de vertrouwelijkheid van dossiers die dankzij de Patriot Act 'te gemakkelijk konden worden doorgelicht'.(61)

Deze reacties uit de hogere politieke kringen tegen de GDG zijn hoopvol, maar nauwelijks betekenisvol, gezien de omvang van de agenda voor de werelddominantie. Velen binnen de HCPE zijn nog steeds bang voor terroristische aanslagen, en deze angst wordt voortdurend gevoed door de grote media.

Velen binnen de HCPE zijn van mening dat de huidige koers in Irak moet worden aangehouden omdat ze bang zijn voor nog grotere onrust in de regio als wij ons zouden terugtrekken. Zonder een brede maatschappelijke beweging en verzet vanuit de bevolking, die de sociaal-economische agenda van de HCPE en het aan de hand daarvan streven naar bedrijfswinsten kunnen destabiliseren, kent de GDG geen of vrijwel geen uitdaging. Als de verkiezingen van 2006 zouden zorgen voor een Democratische meerderheid in de Senaat dan is het waarschijnlijk dat de GDG-agenda hoogstens een beetje zou worden afgeremd. Van een ommekeer zou zeker geen sprake zijn.

De gebeurtenissen van de laatste tientallen jaren en zeker van de eerste vijf jaar van deze eeuw doen veronderstellen dat iets wat velen 'fascisme' zouden noemen voet aan de grond heeft gekregen in de VS en er zijn maar weinig aanwijzingen dat een ommekeer op handen is.

Vice-president Wallace schreef in de 'New York Times' van 9 april 1944: 'De waarlijk gevaarlijke Amerikaanse fascist (...) is die persoon die binnen de Verenigde Staten op een Amerikaanse wijze wil teweegbrengen wat Hitler in Duitsland op Pruisische wijze deed. De Amerikaanse fascist zou er de voorkeur aan geven geen geweld te gebruiken. Zijn methode bestaat eruit de kanalen van de publieke informatie te vergiftigen. Voor een fascist is de vraag hoe hij de waarheid het beste aan het publiek kan tonen niet aan de orde, maar wel de vraag hoe hij het nieuws kan gebruiken om het publiek te bedriegen, zodat het de fascist en zijn groepering meer geld en macht bezorgt.'

Wallace voegde eraan toe:

'Ze beweren superpatriotten te zijn, maar ze zouden elke vrijheid die de grondwet garandeert vernietigen. Ze eisen vrij ondernemerschap, maar ze zijn de woordvoerders van de monopolisten en de gevestigde belangen. Het uiteindelijke doel dat ze met al dit bedrog willen bereiken is het verwerven van de politieke macht, zodat ze door het gebruik van deze macht van de staat en tegelijkertijd die van de markt de gewone man eeuwig kunnen onderwerpen.'(62)

We staan op het randje van het totalitaire fascistische corporatisme. Het verzet tegen de neoconservatieven en de GDG-agenda is alleen nog maar een begin om een eind te maken aan de langdurige neoconservatieve reacties op de verworvenheden van de zestiger jaren. Het opnieuw bestrijden van de armoede, de Mensenrechtenverklaring van de VN en onze eigen massavernietigingswapens, moeten de agenda vullen van de progressieve intellectuelen en de democratisch gezinde bevolking.

Peter Philips is hoogleraar Sociologie aan de Sanoma State University en directeur van Project Censored, een organisatie die onderzoek doet naar de media. Bridget Thornton en Celeste Vogler zijn onderzoeksassistenten aan de Sanoma State University met specialisaties in respectievelijk geschiedenisen politieke wetenschappen. (slot)

Noten:

  1. Ken Cunningham, Permanent War? The Domestic Hegemony of the New American Militarism, 'New Political Science', volume 26, nummer 2, december 2004.
  2. Greg Palast, "OPEC and the Economic Conquest of Iraq," 'Harpers', October, 2005.
  3. "Business groups want to limit Patriot Act," San Francisco Indy Media, 17 oktober 2005 (http://www.sf.indymedia.org).
  4. Geciteerd uit Davidson Loehr, 'Living Under Facism', Unitarian Universalist Church, 7 november 2004 (http://www.uua.org/news/2004/voting/sermon_loehr.hmtl).

Lijst van bronnen (236x) is apart op te vragen: manifest@ziggo.nl of het partijkantoor van de NCPN.

Vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019