"Deze wereld moet socialistisch zijn"


Carolus Wimmer (foto Manifest) 


 

Interview met dr. Carolus Wimmer, afgevaardigde van het Latijns-Amerikaanse parlement voor een bijeenkomst van "Hands off Venezuela" in de provincie Vorarlberg, Oostenrijk In het kader van een bijeenkomst van Latijns-Amerikaanse parlementariërs in Dornbirn en Bregenz hebben de mensen van "Hands off Venezuela", op 24 april, een vertegenwoordiger van de Venezolaanse Delegatie ontmoet en met hem over de Venezolaanse Revolutie gesproken. De van geboorte Duitse dr. Carolus Wimmer woont al meer dan drie decennia in Venezuela en was verantwoordelijk voor 'internationale betrekkingen' in het Venezolaanse parlement. Tegenwoordig is hij volksvertegenwoordiger in het Latijns-Amerikaanse parlement en lid van de Communistische Partij van Venezuela. Ook de voormalige Venezolaanse minister van Onderwijs, Hector Navarro, nam kort deel aan de ontmoeting en bedankte ons voor ons solidariteitswerk. Na het interview hebben wij kameraad Carolus een schriftelijke verklaring - die uitdrukking geeft aan onze solidariteit met de Venezolaanse bevolking en haar strijd tegen imperialisme, onderdrukking en kapitalisme - overhandigd. Deze verklaring is in Venezuela openbaar gemaakt, en werd o.a. op verscheidene Venezolaanse radiozenders voorgelezen. Tussen de Europese linksen heerst er vaak verdeeldheid over de persoon president Chávez. Wat is eigenlijk zijn waarde binnen de revolutie? Deze vraag kan het beste worden beantwoord met het voorbeeld van de fascistische coup in 2002. Tot die tijd speelde altijd de vraag: wat gebeurt er met de Revolutie als Chávez er niet meer is? Deze vraag bestond altijd, maar er kwam nooit een antwoord op. Toen gebeurde het, Chávez kreeg te maken met een staatsgreep, de oppositie verklaarde zich tot nieuwe regering terwijl niemand wist waar Chávez was en of hij überhaupt nog leefde. De nieuwe regering werd ogenschijnlijk gesteund door de VS, Colombia en verschillende EU-landen met het toen nog burgerlijk geregeerde Spanje voorop. In het begin was de bevolking totaal wanhopig. Wij kregen toen onmiddellijk vragen vanuit de 'Bolivariaanse Cirkels' uit de hele wereld, die wilden weten wat er aan de hand was. Maar al na 47 uur werd deze fascistische, niet gekozen regering door de massa ten val gebracht. Dat was belangrijk: Chávez was er niet maar het volk had zich desondanks verweerd, het ging er op af, vocht en verdedigde zich. Hoe beoordeel jij de reactie van Chávez na zijn terugkeer in het presidentiële paleis? Hij sprak voor miljoenen mensen en meende dat op dat moment 'rust' het belangrijkste was en dat iedereen naar huis moest gaan. Nou, zo had hij dat niet gezegd. Chávez stond met een kruis voor de massa en zwoer vele fouten van zijn presidentiële voorgangers niet te zullen maken, en hoopte dat de vijand zijn fouten zou toegeven. Maar natuurlijk functioneert dat in de klassenstrijd zo niet, dat vormt juist de klassenstrijd. Chávez heeft er sindsdien ongetwijfeld veel bijgeleerd. Na de coup maakte hij veel politieke definities: het begon met de antikapitalismeverklaring. Voordien werd dit proces door Chávez en de meerderheid zó gezien: "er zijn twee soorten kapitalisme, een slechte, en een minder slechte. Wij zijn tegen het slechte kapitalisme, het extreme kapitalisme, het wilde kapitalisme!" Toen maakte Chávez een kwaliteitssprong: hij zag dat de armoede niet binnen de grenzen van het kapitalisme kan worden veranderd, dus moet men tegen het kapitalisme in het algemeen vechten. Na de economische sabotage door werkgevers van december 2003 tot januari 2004, voor hetdoor de oppositie georganiseerde referendum, met op de achtergrond de constante druk en bedreigingen van de VS dat zij dit alles niet zouden dulden, kwam het tot de volgende sprong: Chávez erkende het gevaar van het imperialisme. Spoedig daarna kwam de volgende kwaliteitssprong: wij strijden tegen het kapitalisme, maar wat daarna? Toen kwam het idee dat het doel van de strijd het socialisme moet zijn. In deze discussie bevinden wij ons nu: hoe ziet het socialisme er werkelijk uit? Hoe moeten we beginnen? Er is immers geen socialistisch handboek waar op bijv. bladzijde 513 het hoofdstuk "Venezuela" begint. We hebben bepaalde principes en bouwen voort op een belangrijke geschiedenis. Onze strijd is de klassenstrijd, de strijd van arbeiders en volkeren. Maar hoe ziet socialisme er in Latijns-Amerika nu eigenlijk uit? Wij hebben het marxisme nodig, we moeten Marx bestuderen. Maar Marx kon niet alles voorzien, dat zou ook niet marxistisch zijn. Elk land, elk volk, elke arbeidersbeweging moet het marxisme opnieuw vormgeven. Dat is het moeilijke. Wij hebben van onze fouten het een en ander geleerd. Uiteindelijk moet ieder concept zich in de praktijk bewijzen. Pas dan wordt zichtbaar of we goed gehandeld hebben. Als één van de grootste gevaren voor de revolutie heb je het imperialisme van de VS genoemd. Hoe wordt dat tegengewerkt? We weten dat we in geval van interventie door de VS slechts gedeeltelijk op het leger en het staatsapparaat zouden kunnen vertrouwen. Binnen het leger zijn er drie kampen: enerzijds één dat openlijk reactionair is en liever vandaag dan morgen met het spook van de Revolutie zou afrekenen; het tweede kamp bestaat uit diegenen die de Venezolaanse grondwet zeker erkennen, maar niet bereid zijn om in dienst van de Revolutie te strijden, (de grondwet van Venezuela is niet socialistisch, hoewel ze op zich een revolutionaire overwinning betekent); alleen het derde kamp staat duidelijk aan de zijde van de Revolutie. Daarom is het noodzakelijk een sterk revolutionair reserveleger op te leiden, een militie, die mettertijd uit één à twee miljoen personen opgebouwd moet worden, grotendeels bestaand uit voormalige soldaten. Allen ontvangen een militaire opleiding. Het bijzondere van deze militie is het feit dat het allemaal mensen zijn die direct uit de productie - met name de landbouw - komen, dus werkende mensen. Op deze wijze gaat het niet om parasiterende elementen, die slechts rondhangen en afwachten wat er gaat gebeuren (zoals in het officiële leger). Zij zijn een normaal deel van de bevolking en hebben een dubbele taak: enerzijds werken in de productie, maar ook militair getraind worden en voorbereid zijn. Hoe beter voorbereid des te kleiner de kans dat de vijand aanvalt. Als dat niet gebeurt bedenkt de vijand zich geen tweemaal alvorens aan te vallen. De revolutionaire partijen en organisaties moeten zich in het bijzonder op deze situatie voorbereiden en op alle vormen van strijd. Wij van de Communistische Partij hebben dat altijd gezegd en geschreven, maar in de laatste decennia niet meer gedaan. Als het aan de oppervlakte rustig is, is dat altijd gevaarlijk. Deze burgerlijke democratie geeft ons maar weinig speelruimte waar wij gebruik van maken, en schijnbaar zijn veel dingen dan niet nodig. Bij ons in Venezuela was het een paar jaar geleden nog net als nu in Vorarlberg: Schijnbaar is alles rustig, slechts verkiezingen, verkiezingen en nog eens verkiezingen. Het is niet makkelijk om duidelijk te maken dat we in zulke tijden ook andere strijdvormen moeten beoefenen. Welke strategieën heeft de CP in de decennia vóór het begin van de Bolivariaanse Revolutie gevolgd? We waren in de jaren '60 sterk betrokken bij de guerrillaoorlog, daarna werd het geleidelijk rustig. Uiteindelijk viel de muur en werd het ons allemaal duidelijk: in de 21e eeuw is het echt niet meer mogelijk dat hettot een oorlog zou kunnen komen. God zij dank is de Koude Oorlog voorbij, die socialistische landen zijn er niet meer, dus geen reden voor oorlog. We dachten oké, nu hebben we nog meer speelruimte. ...wat een illusie was Ja, dat was natuurlijk de grootste leugen. Nu zeggen we algemeen in Venezuela: wij revolutionairen moeten altijd aan alle strijdvormen denken. Natuurlijk mogen we geen domheden begaan en geen strijdvorm kiezen die op dit moment niet goed is. Wat algemeen geldt, geldt ook voor Venezuela: zolang we op deze vriendelijke weg die we nu bewandelen verder kunnen, moeten we dat doen. Het is natuurlijk het beste als het volk middels verkiezingen beslist. Maar we hebben ook verantwoordelijkheid in deze revolutionaire strijd, als de vijand aanvalt moeten we ons kunnen verdedigen. We mogen niet de fouten van Chili herhalen. Welke rol vervult Venezuela in deze internationale strijd? De belangrijkste bewegingen vinden momenteel plaats in Venezuela en Bolivia. Evo Morales en Hugo Chávez zijn het resultaat van volksbewegingen. Maar ook in andere Latijns-Amerikaanse landen gebeurt iets dergelijks: in Ecuador werden in korte tijd drie presidenten afgezet, er werd echter niets bereikt. Men moet voorbereid zijn om niet slechts tegen iets te zijn. Als de mogelijkheid van machtsovername zich voordoet, moeten we daar klaar voor zijn. Dat is precies wat in Venezuela is gebeurd. Een belangrijke factor was de persoon van Chávez, het is namelijk marxistisch dat de beslissing van strijd of geen strijd moet worden genomen door het volk, dus uiteindelijk door de arbeidersbeweging. Maar er zijn ook georganiseerd handelende personen nodig, het gaat daarbij niet om iets abstracts. Er zijn mensen nodig die zeggen: "Oké, ik ga wel voorop". Hoe ziet de internationale solidariteit van Venezuela eruit? Het antwoord ligt uiteindelijk in de vraag: hoe komen we van het kapitalisme af? Dat verbinden wij met internationale solidariteit. Veel landen hebben geen geld voor essentiële import. Een oplossing is om op een deel van de markt zonder geld te handelen. Dat heeft niets met middeleeuwse toestanden van doen, maar het is een nieuwe weg die we proberen te gaan: Bolivia geeft ons agrarische producten, wij geven het aardolie. Argentinië geeft ons koeien en vlees, wij geven het olie. Daar hebben we geen dollars voor nodig. De dollar gaat via de banken, die daar behoorlijk aan verdienen. Hoe beoordeel jij de Europese sociale strijd? Van een afstand kijk ik tegen jullie strijd aan als een ongelofelijk moeilijke. Bij jullie wordt dan wel niemand vermoord of iets dergelijks, maar bij ons is er een constante beweging, daar wordt men ondanks moeilijkheden gemotiveerd. Ik geloof dat jullie veel werk moeten verrichten om in Oostenrijk de volksmassa te motiveren. Wij bevinden ons in totaal verschillende situaties. Maar als we samenwerken en ervaringen uitwisselen, die jullie hebben en wij kunnen gebruiken en omgekeerd, kunnen we allebei verder komen. Het idee is dat de revolutionaire beweging wereldwijd meer en meer samenwerkt. Het is niet voldoende slechts vast te stellen dat een andere wereld mogelijk is, we moeten ook bespreken wélke wereld dat is. Wij zeggen: deze wereld moet socialistisch zijn. Maar waar we ook over moeten discussiëren is de vraag wat dat concreet betekent en hoe we dat de mensen kunnen uitleggen. Wat vind je van de "Hands off Venezuela"-campagne? De moeilijkheden waarmee jullie hier geconfronteerd worden in aanmerking genomen is het echt fantastisch wat jullie doen, en dat jullie geïnteresseerd zijn in de Venezolaanse Revolutie en zeggen: Hands off Venezuela! Dat is geweldig en heel waardevol! Dat belemmert de klassenvijand. Het is goed dat jullie dat te berde brengen. Jullie meningen zijn voor ons van groot belang. Wij hebben jullie nodig om deze strijd te begrijpen en te doorstaan. Maar de strijd wordt niet alleen in Venezuela, maar in heel Latijns-Amerika gevoerd. Wij zijn solidair met elk volk dat voor zijn vrijheid vecht, het is een gemeenschappelijke strijd. Dat is het goede: hoewel we in veel landen een relatief kleine kracht bezitten, zijn we sterk als we samenwerken. Vertaling Elize van Reenen.
©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019