Rusland, China en de nieuwe Koude Oorlog (deel 2/slot)


Presidenten Poetin (Rusland) en Hu Jintao (China). Samenwerking tussen beide landen wordt steeds hechter.  


 

Gerald Horne

Op 4 mei 2006 hield vice-president Dick Cheney in Litouwen een toespraak die wereldwijd verbazing wekte. Net zoals de vroegere reactionaire Britse premier Winston Churchill, die in 1946 naar Missouri ging om daar uiteen te zetten wat al duidelijk was - het beginnen van een Koude Oorlog tegen de Sovjet-Unie - was ook Cheney's vlammend betoog bedoeld om duidelijk te maken wat opmerkzame nieuwsvolgers al wisten: het Amerikaanse imperialisme is ronduit ontevreden over de huidige koers van Moskou en ziet liever een terugkeer naar de 'goede oude tijd', toen Boris Jeltsin zijn land in de uitverkoop deed.

Net zoals Rusland vormt ook China een gigantische sta-in-de-weg voor Amerika's wereldwijde ambities. Ook Peking ziet in dat de energielevering van vitaal belang is. Voor China houdt dit in dat er diplomatiek overlegd moet worden met Afrika. Afrika voorziet voor een groter deel in de Amerikaanse energiebehoefte dan het Midden-Oosten, dat meer in de belangstelling staat. De export van Afrikaanse olie naar de VS bedroeg in 2005 921 miljoen vaten oftewel 18 procent van de Amerikaanse import, vergeleken met 839 miljoen vaten oftewel 17 procent vanuit het Midden-Oosten. Voor een deel is dit een antwoord op de zogenaamde oorlog tegen het terrorisme en de bijzondere rol die bepaalde Saoedische staatsburgers, zoals Osama Bin Laden, in dit conflict spelen.

Het feit dat Amerika nu afhankelijk is van Afrika brengt nieuwe complicaties met zich mee. Net zoals Rusland zorgt voor problemen in Amerika's verhouding tot Europa, doet China hetzelfde met betrekking tot Afrika. Angola is van cruciaal belang voor de Amerikaanse olieaanvoer, en het land is nu ook China's grootste leverancier, waarbij het Saoedi-Arabië van die positie verdrongen heeft. Vroeger was Angola het jachtgebied voor slavenhandelaren. Een aanzienlijk percentage van de zwarte Amerikaanse bevolking is uit dit land afkomstig. Nu is Angola na Nigeria de grootste olieproducent van Afrika ten zuiden van de Sahara en China is na de Verenigde Staten de belangrijkste importeur. De staatssector van China is echter nog steeds omvangrijk, vandaar dat China makkelijker kan tegemoetkomen aan andere economische behoeften van Angola.

Zo bouwen de Chinezen een nieuwe luchthaven, even buiten de hoofdstad Luanda. Ook herstellen ze de Benguela-spoorweg van de Democratische Republiek Congo tot aan de Atlantische kust. Deze spoorverbinding werd vernietigd tijdens tientallen jaren strijd met door de VS gesteunde bandieten, nadat Angola een niet-kapitalistische weg ingeslagen was. Alleen deze deal al bedraagt 300 miljoen dollar. Angola Airlines overweegt een directe verbinding met Peking en Chinese leningen voorkomen dat Angola een beroep moet doen op het opdringerige en door de VS gedomineerde Internationaal Monetair Fonds.

De relatie met Angola is maar één voorbeeld van de vernieuwde Chinese belangstelling voor Afrika. De handel tussen het continent en China is de hoogte ingeschoten en bereikte in 2005 nabij de 35 miljard dollar nadat hij in 2003 en 2004 al respectievelijk met 50 en 59 procent gestegen was. China importeert bijna 60 procent van Soedan's olieproductie. Dit verklaart wellicht waarom een coalitie van Amerikaanse zionisten en evangelische christenen het qua oppervlakte grootste land van Afrika voor het internationale voetlicht brengen in verband met echte en vermeende mensenrechtenschendingen. De China National Offshore oil Corporation (Cnooc), een staatsbedrijf,is actief in Equatoriaal-Guinea, Tsjaad, Gabon en natuurlijk Angola. In januari 2006 kondigde het bedrijf aan dat het voor 2,27 miljard dollar een deel van 45 procent genomen had in een olie- en gasveld voor de Nigeriaanse kust. Dit was de grootste overzeese acquisitie van Cnooc tot dusver. China is 's werelds grootste koperverbruiker en daarom heeft het naar verluidt 170 miljoen dollar geïnvesteerd in de Zambiaanse mijnsector. Ook is China in toenemende mate actief in de Democratische Republiek Congo, waar geïnvesteerd wordt in koper- en kobaltmijnen. China helpt Ethiopië om de grootste stuwdam van het continent te bouwen, in 2007 zal het een Nigeriaanse communicatiesatelliet lanceren en in Oeganda worden nieuwe Chinese medicijnen tegen malaria geïntroduceerd. In Zimbabwe heeft China een belangrijke rol gespeeld in de 'Oostpolitiek' van het regime, als antwoord op Amerikaanse en Europese sancties.

Men beschouwt China, dat steeds machtiger wordt, als een directe bedreiging voor het Amerikaanse imperialisme. Amerika waant zich de kampioen zwaargewicht van de blanke suprematie, die van God het recht heeft gekregen om het zonnestelsel te overheersen. Hoe kan het echter dat Washington, dat als een gek snoeit in de belastingen, zo afhankelijk van China is geworden om de regering overeind te houden? Er zijn wel terloopse opmerkingen gemaakt over China te straffen omdat het land niet aan zijn sterke munt wil tornen, maar dat zou waanzin zijn gezien China's financiering van Washington, om nog maar te zwijgen over de goedkope Chinese producten die de reddingsboei vormen voor veel Amerikanen met steeds lagere lonen. Bovendien gaan de dreigementen niet slechts één richting uit. Onlangs heeft ook China er enkele geuit. Cheng Siwei, de ondervoorzitter van het parlement in Peking, opperde laatst dat China maar eens zou moeten stoppen met zijn leningen aan de VS en met het beleggen in obligaties die uitgegeven zijn in Amerikaanse dollars. Het aandeel van de Amerikaanse dollar in China's wisselreserves neemt al af. Toch beschikt het land nog over 262,6 miljard aan Amerikaanse dollars, hetgeen echter een schijntje is in vergelijking met de 668,3 miljard van Japan.

Dit laatste onthutsend hoge bedrag weerspiegelt het gegeven dat het Amerikaanse imperialisme Japan ziet als een Aziatische versie van Groot-Brittannië; een op een eiland gelegen monarchie die fungeert als schoothondje dat zich gewillig laat africhten tegen zowel China als Rusland. Ook dit Amerikaanse plan lijkt echter spaak te lopen, vooral omdat Japan zijn eigen ontwerpen en merken ontwikkeld heeft. Halverwege de negentiger jaren zetten de Japanners heel vooruitziend in op hybride-technologie en het land is voorbestemd om de grootste autofabrikant ter wereld te worden. Terwijl GM en Ford hun marktaandeel geleidelijk verliezen blijven de verkopen van Toyota, Honda en Nissan in de Verenigde Staten stijgen.

GM liet in het laatste kwartaal van 2005 een catastrofaal verlies van 4,8 miljard dollar zien en kondigde vervolgens het verlies van 30.000 banen en de sluiting van negen fabrieken in Noord-Amerika aan. De kredietrapporten van GM en Ford zijn niets meer waard. De Verenigde Staten zijn uit op een gigantisch conflict tussen Japan en China maar intussen is Toyota in december 2005 in China begonnen met de productie van de zeer populaire Prius Hybride. In 2007 zal de export van in China gebouwde auto's naar de VS beginnen. Dit zal de druk op GM en Ford nog verhogen. Ondanks de tirades die de overbetaalde autofabrieksdirecteuren in de VS afsteken over de invoertarieven voor Toyota's, aarzelt het imperialisme. Het is te zeer afhankelijk van de Japanse hulp voor zijn ambities in de nieuwe Koude Oorlog.

Het is overduidelijk dat een centraal probleem van de Verenigde Staten is dat de superrijken te veel macht hebben en de werkende klasse niet genoeg.Dit leidt onverbiddelijk tot het uiteenvallen van bedrijven, het verplaatsen van arbeid naar het buitenland en het mislukken van vakbondsacties. Ook leidt concentratie van de nationale rijkdom bij een kleine groep, tot de verarming van de massa. Door het afnemen van de koopkracht is er de voortdurende dreiging van een recessie of erger.

De vroegere vice-voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank Alan Blinder gaf laatst in (alweer) het elitaire 'Foreign Relations' aan dat, gezien de huidige samenhang in de wereld, niet alleen productiewerk maar ook een groot aantal banen in de dienstensector naar landen met een gunstiger loonklimaat zullen verdwijnen. Volgens hem zijn alleen banen waarbij direct contact is vereist veilig. "Conciërges en kraanmachinisten zullen geen last hebben van de buitenlandse concurrentie", zegt hij, "boekhouders en computerprogrammeurs wel". In de VS van de toekomst zullen echtscheidingsadvocaten gouden tijden tegemoet gaan, mede dankzij de economische stress die het kapitaalmonopolie met zich meebrengt. Juristen die contracten met bedrijven opstellen zullen echter verdwijnen naar de vuilnishoop van de geschiedenis.

Deze woordvoerder van het kapitaal ziet het als volgt: "het totale aantal banen in de huidige Amerikaanse dienstensector dat in aanmerking komt om in het digitale tijdperk naar het buitenland te worden verplaatst is twee- of driemaal zo hoog als het totale aantal arbeidsplaatsen in de productiesector (ongeveer 14 miljoen)." Het totale aantal Amerikaanse banen dat verdwijnt naar Bangalore, Bangladesh en elders komt zodoende ergens tussen de 42 en 56 miljoen. Dit houdt nog niet in dat al deze banen ook daadwerkelijk geëxporteerd zullen worden. Het betekent wel dat de mensen die in dit land werkzaam zijn in deze sector direct zullen moeten concurreren met hen die hetzelfde werk doen voor veel minder geld. Volgens Blinder kan het geruststellende idee, dat een goede opleiding garanties biedt voor baanbehoud, overboord worden gezet. De banen die het meest onder druk komen te staan zijn bijvoorbeeld die van boekhouders, computerprogrammeurs en bepaalde juristen, banen waarvoor een wezenlijk opleidingsniveau noodzakelijk is.

Het is zonneklaar dat de Amerikaanse vakbonden meer inspanningen moeten verrichten om de levensstandaard in het buitenland te verhogen, om zo het verschil in salarishoogte dat het exporteren van de banen aanmoedigt te verkleinen. Ook zijn er dringend juridische maatregelen nodig die het kapitaalmonopolie aan banden leggen. Vooral moet er een einde komen aan het verspillen van zoveel bloed en geld aan onbezonnen plannen voor een wereldwijde dominantie met inbegrip van nucleaire aanvallen op Rusland en China. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken moet zijn aandacht verleggen naar de grootscheepse uitbuiting van de arbeid door de kapitalistische multinationals in het buitenland.

Het is opvallend dat de internationale gemeenschap zich is gaan realiseren dat het beteugelen van de agressieve impulsen van het VS-imperialisme niet mogelijk is zonder een kritische blik te werpen op Washington's binnenlandse overtredingen. Het gedrag van de Amerikaanse overheid in het eigen land voedt immers dat daarbuiten. Onlangs drong een internationale commissie in Genève er bij de Amerikaanse autoriteiten op aan om beschuldigingen van martelingen door politieagenten in Chicago in de afgelopen 20 jaar te onderzoeken. Naar schatting werden 192 personen - voornamelijk zwarten - het slachtoffer van verstikking met plastic zakken, elektroshocks op de geslachtsdelen, schijnexecuties en afranselingen met rubberslangen. Velen van hen kwijnen nog steeds weg in de gevangenis, als gevolg van 'bekentenissen' die hen d.m.v. deze wreedheden afgedwongen werden.

De VN-commissie tegen martelingen, die deze gruweldaden in Chicago onder deaandacht bracht, riep Washington ook op om het detentiecentrum in Guantánamo te sluiten. Als de Verenigde Staten gevangenen overzee mishandelen kunnen ze thuis hetzelfde doen, en andersom. Zelfs het IMF, een typische marionet van het Amerikaanse imperialisme, heeft Washington scherp bekritiseerd vanwege zijn begrotings- en handelstekorten en het niet invoeren van een algemene ziekteverzekering. Als gevolg van dit alles voorspelde het IMF een voortdurende waardevermindering van de dollar. Deze zeldzame veroordeling geeft aan dat er sprake is van een groeiende ongerustheid in de internationale gemeenschap omtrent de onophoudelijke intriges en de agressie van het Amerikaanse imperialisme en wat dit allemaal met zich meebrengt voor deze kleine planeet.

Tijdens de Koude Oorlog kon het Amerikaanse imperialisme overwinnen doordat het de hulp inriep van het Maoïstische China, Japan en de Europese Unie, waarmee de toenmalige Sovjet-Unie op agressieve wijze werd omsingeld. Op dit moment zoeken de Verenigde Staten de confrontatie met Rusland en China, terwijl het land omkomt in de schulden en het leger zijn hand overspeeld heeft in Irak en Afghanistan. Dan loeren de VS met hun hongerige ogen ook nog eens op de olie- en gasvelden van Iran. Het is niet verrassend dat de Europese Unie en Japan er steeds minder voor voelen hun karretje aan deze aftakelende maar nog steeds gevaarlijke macht te haken. De Amerikaanse plannen kunnen alleen maar slecht eindigen. Gelukkig verheft de internationale gemeenschap, hierin bijgestaan door progressieve krachten binnen de VS, haar stem steeds luider tegen deze waanzin. (slot)

Gerald Horne schreef 'The Final Victim of the Blacklist: John Howard Lawson', voorzitter van de 'Hollywood Ten' en redacteur van 'Political Affairs'

Bron: Political Affairs, CPUSA, 25 juli 2006, vertaling Frans Willems.