Volksverlakkerij: De gemiddelde Nederlander bestaat niet

Kloof tussen rijk en arm neemt alleen maar toe


Met dit soort grafiekjes wordt de schijn van welvaartsgroei hooggehouden.  

Wil van der Klift

De Nederlandse huishoudens zijn in het eerste halfjaar, dankzij gestegen huizenprijzen en oplopende aandelenkoersen, samen ongeveer 84 miljard euro rijker geworden, heeft het Centraal Planbureau (CPB), met het oog op de verkiezingen, becijferd. Het gaat daarbij om een nettobedrag, na aftrek van schulden, vooral hypotheekleningen. Lang niet iedereen profiteert echter van de vermogensgroei. Maar ruim de helft van de huishoudens heeft een eigen huis en slechts een kwart heeft beleggingen. De helft van de mensen staat er slechter voor dan een jaar geleden.

Het CPB brengt sinds een aantal jaren nauwgezet de ontwikkeling van het vermogen van huishoudens in kaart. Het gaat daarbij vooral om eigen huizen, spaargelden en beleggingen, zoals aandelen in beursgenoteerde bedrijven en beleggingsfondsen. Het CPB rekent in zijn vermogenstellingen alleen met eigendommen waar gezinnen werkelijk zeggenschap over hebben. De pensioenrechten van werknemers bij pensioenfondsen zitten bijvoorbeeld niet in de statistiek. Maar door steeds met gemiddelden te werken wordt de werkelijkheid bewust vertekend en wordt niet zichtbaar dat de inkomensverschillen alleen maar groeien.

Het Planbureau becijfert het totale financiële vermogen van de Nederlandse huishoudens per eind 2005 op 1.822 miljard euro. Verminderd met schulden blijft over 1.234 miljard. De belangrijkste bezitting is het eigen huis, samen goed voor 1.111 miljard euro. Hoe dat bedrag over de bevolking is verdeeld wordt niet vermeld.

Deze groei, van een relatief kleine groep mensen met particuliere vermogens, leidt op papier tot een stijging van de koopkracht van de huishoudens met ongeveer 2,5 miljard euro, zoals het kabinet met veel gevoel voor verkiezingsretoriek aankondigde. In werkelijkheid is de koopkrachtverdeling alleen maar schever gegroeid. Waar een groot deel van de bevolking de buikriem aantrekt, of middels leningen, afbetalingen en hypotheken tracht overeind te blijven, groeit de rijkdom aan de top.

De conclusie van het CPB als zou de groei van het nettovermogen in het eerste halfjaar 12.000 euro gemiddeld per huishouden zijn en het gemiddelde vermogen per huishouden, na aftrek van schulden, nu ruim 188.000 euro, is dan ook niet meer dan optisch bedrog en staat ver bezijden de werkelijkheid. Dit soort zinnen zijn slechts bedoeld om een vals gevoel van tevredenheid te wekken en de kooplust op te wekken. Dat steeds meer mensen dieper in de schulden raken deert niet.

Het CPB verwacht intussen wél dat dé Nederlanders ook dit jaar meer zullen uitgeven aan consumptie dan zij aan inkomen verdienen. Daardoor is de zogeheten individuele spaarquote, het percentage dat mensen sparen van hun inkomen, voor het vierde opeenvolgende jaar negatief. Als we ook hier het gemiddelde buiten beschouwing laten blijkt dat er inderdaad sprake is van een toenemende schuldenlast voor een groot deel van de bevolking.

Wat is er echt aan de hand?

Gedurende de eerste helft van dit jaar was er sprake van een stijging van het aantal aandelenbeleggers en een lichte stijging van de koersen op de beurzen. Het aantal rijken in Nederland groeit mede daardoor hard, met 15 miljonairs per dag. Het recente World Wealth Report 2005 van zakenbankMerrill Lynch stelde dat Nederland 108.000 'high net worth individuals' telde, superrijken met een vrij belegbaar vermogen van minimaal 1 miljoen dollar, dus exclusief huis en speeltjes. Dat zijn er zo'n 5.400 meer dan in 2004. Het is dit relatief kleine groepje profiteurs dat de berekeningen vertekent.

Economische vooruitgang, maar geen koopkrachtverbetering

Bijna de helft van de deelnemers aan een enquête van het televisieprogramma EénVandaag onder 23.500 mensen, vond dat het beter gaat met de economie, maar 54 procent geeft daarbij onmiddellijk aan dat dit niet is te danken aan de laatste twee kabinetten van premier Jan Peter Balkenende (CDA).

De geënquêteerden vinden niet dat ze er persoonlijk op vooruitgegaan zijn. De helft zegt er slechter voor te staan dan een jaar geleden, 39 procent vindt dat er weinig is veranderd. Tien procent zegt beter af te zijn.

Het is daarom niet verwonderlijk dat het kabinet als rapportcijfer een 5,3 krijgt. Balkenende zelf krijgt ook een 5,3 als rapportcijfer. Minister van Financiën Gerrit Zalm (VVD) scoort een 5,7, maar ruim de helft wil hem niet terugzien als minister van Financiën. Van de ondervraagden vindt 55 procent dat Zalm te veel heeft bezuinigd. Maar ook hier bedriegt de schijn weer. De meerderheid van de bevolking ging erop achteruit, maar het kabinet Balkenende bevoordeelde de rijke toplaag. Alles voor een handvol (grote) ondernemers, een fooi voor de rest, de mensen die de rijkdom nota bene produceren. Dat is het kenmerk van de politiek van Zalm.

Het is te hopen dat een groot deel van de bevolking nog vóór de verkiezingen inziet dat ze wordt bedrogen. Met zulke lage rapportcijfers mag deze regering niet overgaan!