100 jaar staatsgrepen

George Bush is de laatste in een lange reeks, deel 4/slot


Een verenigd gewapend volk, zoals op Cuba, is onoverwinnelijk.  


De huidige uitvoerders van 'Pan Americana' gaan letterlijk over lijken.  


Barroso, Europees hulpje van imperialistische politiek van de VS.  

Robert Sherill

Tijdens de verkiezing voor de slechtste, domste, meest corrupte en gevaarlijkste prutsers uit de geschiedenis van de Amerikaanse buitenlandse politiek mogen George Bush en Dick Cheney misschien op uw stem rekenen. Dit boek toont echter aan dat zij hun gelijken in het verleden hebben gekend.

'Overthrow'(1) schetst op verontwaardigde wijze het relaas van de militaire intimidaties van onze regeringen in de afgelopen 110 jaar.

Na deze deprimerende ontmoeting met Kennedy is het weer tijd voor iemand die ons vroomheid, tragikomedie, en ook wreedheid schenken kan, maar dan van een ander soort. De verwaande president William McKinley, die werd verkozen dankzij de industriëlen in het midden-westen, begon in 1899 de Spaans-Amerikaanse oorlog. Als gevolg van deze oorlog belandden Cuba, Puerto Rico en de Filippijnen in de Amerikaanse kennel. Later zou hij toegeven dat hij de oorlog als een "commerciële kans" zag, maar aanvankelijk verkocht hij de oorlog als een heilige taak. Hij zei tegen een groep methodistische missionarissen dat hij worstelde met de vraag of hij de Filippijnen (die hij eerst nauwelijks kon vinden op de landkaart) moest veroveren. In het Witte Huis was hij avond aan avond op zijn knieën gevallen "om de Heer om licht en raad te bidden. Op een nacht werden mijn gebeden verhoord en toen zat er niets anders op dan de Filippijnen binnen te vallen, en de bevolking te onderwijzen, te verheffen en te kerstenen."

Kinzer wijst erop dat McKinley zich blijkbaar niet realiseerde dat de meeste Filippino's al praktiserende Katholieken waren. Ook had hij geen enkel idee van de gevoelens onder de bevolking over deze gewelddadige 'redding'. McKinleys missionaire invasie eindigde pas na drieënhalf jaar van gruwelijke strijd (doden: 4374 Amerikaanse militairen, 16.000 guerrillastrijders en minstens 20.000 burgers), waarbij beide kampen zich te buiten gingen aan grootscheepse martelingen. De gebeurtenissen in Abu Ghraib vallen in het niet bij een aantal daden van onze soldaten tijdens deze oorlog. "Het meest berucht was de 'waterbehandeling', waarbij bamboestengels in de keel van de gevangenen gestoken werden. Vervolgens werd er vuil water in hun maag gepompt, tot ze opzwelden. Tenslotte sprongen soldaten op de maag van de gevangenen om hem te verlossen van het water."

De Filippijnen en Cuba hadden ons helemaal niet nodig om te worden verlost van de Spanjaarden. De bevolking van deze landen had de Spaanse bezetter al dermate zware klappen toegebracht dat Spanje al bereid was om Cuba zijn onafhankelijkheid te verlenen. De belangrijkste organisator van het verzet destijds, José Martí, moedigde zijn strijders aan om niet alleen de onafhankelijkheid van Spanje te verkrijgen, maar ook om "dankzij een vrij Cuba te voorkomen dat de Verenigde Staten zich zouden ontfermen over de West-Indische eilanden en vervolgens over de andere Amerikaanse naties."

Dit soort uitspraken joeg de Amerikaanse zakenlui die meer dan 50 miljoen dollar (een vermogen destijds) geïnvesteerd hadden in de Cubaanse landbouw, de stuipen op het lijf. Blijkbaar was er een preventieve oorlog tegen Martí nodig. Deze werd zorgvuldig bekokstoofd met behulp van het Amerikaanse oorlogsschip de 'Maine', die een 'vriendschappelijk' bezoek bracht aan de haven van Havana. Er vond een explosie plaats waarbij 250 bemanningsleden omkwamen. De kranten van mediamagnaat Hearst vulden zich met leugenachtige verhalen waarin de Spanjaarden de schuld kregen. Hearst en zijn luidruchtige bende riepen op tot een totale oorlog. McKinley gaf hier enthousiast gehoor aan.

Er waren echter veel Congresleden die sympathie voelden voor de lange Cubaanse vrijheidsstrijd. Ze weigerden te stemmen voor de oorlogsresolutie totdat McKinley akkoord ging met een amendement waarin beloofd werd dat we aan het eind van de oorlog de regering en het bestuur van het land aan de bevolking van het eiland zelf zouden overlaten. Na deze belofte begon ons deel aan de bevrijding van Cuba, in Hollywoodstijl. Kinzer schrijft: "De beroemdste veldslag van de drie die werden gevoerd was die waarbij Teddy Roosevelt een aanval leidde bij Kettle Hill. Hij was gekleed in een uniform dat hij bij Brooks Brothers had besteld. Op één enkele dag vernietigde de Amerikaanse oorlogsvloot een paar aftandse Spaanse marinescheepjes bij Santiago. Bij de actie kwamen welgeteld 385 VS-soldaten om het leven, nauwelijks meer dan de Sioux-indianen gedood hadden bij Little Big Horn tijdens het laatste militaire avontuur, tweeëntwintig jaar geleden". Geen wonder dat de Amerikaanse staatsman John Hay het een "prachtige kleine oorlog" vond.

Onze belofte, Cuba aan de Cubanen over te laten, lieten we snel varen. De Republikeinen in het Congres en een groot deel van de pers overdreef ons aandeel in het verslaan van de Spanjaarden enorm. Met veel succes betoogden ze dat de Cubanen er maar weinig mee van doen hadden en dat ze het recht van zelfbestuur hadden "net zolang als ze toestonden dat de VS het vetorecht hadden over al hun besluiten". Fidel Castro zou nog lang op zich laten wachten.

Een aantal van de staatsgrepen die Kinzer beschrijft hebben een hoog operettegehalte. Die in Grenada bijvoorbeeld, een kleine voormalige Britse kolonie in het Caribisch gebied. Op 21 oktober 1983 wilde president Reagan ervandoor gaan uit Washington om een rondje te gaan golfen in Augusta. In allerijl ondertekende hij een bevel aan een marinevloot die op weg was naar Libanon om rechtsomkeert te maken en naar Grenada te gaan om daar, niemand wist precies wat.... Blijkbaar was een handjevol maffe marxisten er, tijdens een poging om te kijken wie de baas kon spelen in het landje, in een vuurgevecht geraakt. Misschien dat een paar honderd Amerikanen die medicijnen studeerden in Grenada wel in gevaar waren. Navraag leerde dat 90 procent van hen zich volkomen veilig voelde, maar de marinevloot voer door.

De invasie onder de noemer Operation Urgent Fury zou niet gemakkelijk zijn. Het Pentagon beschikte niet over recente kaarten van Grenada, dus een aantal van onze militairen maakte gebruik van kopieën van toeristische plattegronden. Er landden ongeveer 6000 soldaten in Grenada, "minstens twee keer zoveel als noodzakelijk", schrijft Kinzer. Per ongeluk werd er een psychiatrisch ziekenhuis gebombardeerd, waarbij een vijftiental patiënten omkwam. Tientallen anderen gingen er verdwaasd vandoor en konden pas dagen later worden teruggevonden. Reagan noch iemand anders uit de regering had de Britten verteld wat wij gingen doen. "De Verenigde Naties namen met een overdonderende meerderheid een resolutie aan waarin de actie, die werd beschouwd als een 'grove schending van het internationaal recht' ten diepste werd betreurd." Congreslid Dick Cheney uit Wyoming verklaarde echter dat de invasie "voor veel mensen wereldwijd aantoonde dat wij stabieler en betrouwbaarder zijn dan ooit".

Ook Reagan was apetrots op zichzelf. In een toespraak voor de 'Congressional Medal of Honor Society' verkondigde hij: "Onze dagen van zwakte zijn voorbij! Vol trots staan onze strijdkrachten weer op beide benen".

Met uitzondering van de 250 mariniers die omkwamen bij een bomaanslag in Libanon op hetzelfde moment dat wij Grenada binnenvielen.

Tenslotte mogen we niet onze allereerste staatsgreep vergeten. Die vond plaats in 1893, toen enkele tientallen suikerplanters en afstammelingen van missionarissen koningin Liliuokalani van Hawaï van haar troon stootten, om meer zeggenschap over de handel op de eilanden te krijgen. Een eerlijk gevecht was het niet. De suikerplanters kregen de hulp van 162 Amerikaanse mariniers en zeelui die op doorvaart waren. Het leger van de koningin bestond uit de politiecommissaris van Honolulu. (slot)

Het nieuwste boek van Robert Sherill, medewerker aan 'The Observer' is 'First Amendment Felon: The Story of Frank Wilkinson; His 132.000 Page FBI File and His Epic Fight for Civil Rights and Liberties (Nationbooks, 2005)

(1) Over 'Overthrow: America's Century of Regime Change From Hawaï to Iraq', door Stephen Kinzer, Times Books: Henry Holt and Company.

Bron: Texas Observer, 14-7-2006, vertaling Frans Willems.