De eeuwige Koude Oorlog


Presidenten Hu (China) en Poetin (Rusland) werken steeds nauwer samen om een militair antwoord te ontwikkelen tegen de militaire agressie van de VS.  


Militaire samenwerking tussen Rusland en China verdiept zich. Steeds meer landen gaan deelnemen aan de alliantie.  


 


 

Joeri Rubtsov

Tijdens een toespraak voor een defensiecommissie van de Senaat op 7 februari zei de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates dat de Verenigde Staten de beschikking moeten hebben over een volledig wapenarsenaal, waaronder zowel uitgebreide landstrijdkrachten voor het uitvechten van grote oorlogen als flexibeler eenheden voor bijzondere antiterroristische acties. Dit is volgens hem nodig omdat het niet te voorspellen valt wat er kan gebeuren in Rusland, China, Noord-Korea, Iran en elders.

Velen beschouwden deze verklaring als een officiële erkenning van het feit dat de Amerikaanse regering Rusland als een potentiële rivaal ziet. De voorpagina's van de Russische kranten werden onmiddellijk gevuld met koppen als: 'Is dit de nieuwe Koude Oorlog?' en 'Washington kondigt de terugkeer van de Koude Oorlog aan'.

De journalisten hadden het echter bij het verkeerde eind. Hebben de Verenigde Staten immers ooit nagelaten hun werktuigen uit de Koude Oorlog te gebruiken in hun relatie met Rusland? Natuurlijk zijn er de afgelopen jaren ongegronde verklaringen geweest vanuit de Verenigde Staten en van enkelen in het Kremlin dat de Koude Oorlog ten einde was. Deze verklaringen betekenden echter niets. Verklaringen zijn verklaringen maar niemand heeft ooit de tegengestelde fundamentele belangen van beide landen kunnen overbruggen. Of de Verenigde Staten zich nu voordeden als bondgenoot, partner of als tegenstander, Washington liet zich altijd leiden door de belangen van de Amerikaanse financiële en militair-industriële kringen. Niet door de belangen van een mythische 'wereldgemeenschap'.

De weg die de VS voor zichzelf hebben uitgestippeld op het wereldtoneel is geen geheim. Hun doctrine is uiteengezet in verschillende documenten waarvan de 'Strategy of National Security' het voornaamste is. Deze Strategie definieert de fundamentele Amerikaanse belangen die de afgelopen honderd jaar niet of nauwelijks veranderd zijn:

Volgens de wetgeving uit 1986 moet de Amerikaanse president jaarlijks een bijgewerkte versie van deze Strategie voorleggen, maar in de praktijk wordt ze aangepast wanneer dat nodig is. Ronald Reagan stelde hem tweemaal bij, George Bush sr. drie keer en Bill Clinton zevenmaal. Nadat George W. Bush in 2000 aan de macht kwam herzag hij de Strategie voor het eerst in maart 2006, om zich aan te passen aan de radicale veranderingen in de wereld na de Amerikaanse invasie in Irak.

De herziene versie van de Strategie uit 2006 bevestigde het recht van de Verenigde Staten om preventieve oorlogen te beginnen tegen 'schurkenstaten', zoals in 2002 al vastgelegd was. Eraan toegevoegd werd een nieuwe regel, namelijk het recht om de democratie in Amerikaanse stijl te exporteren. Het document verdeelt de wereld in twee groepen van landen. De eerste groep omvat de meerderheid van de landen, landen die de Verenigde Staten het recht op hun wereldwijde leiderschap niet ontzeggen. De tweede groep omvat landen waar - naar de mening van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Witte Huis - de Amerikaanse democratische maatstavenschaamteloos geschonden worden. Hiertoe worden onder meer Syrië, Cuba, Myanmar, Noord-Korea, Iran, Zimbabwe en Wit-Rusland gerekend.

De Russische Federatie werd tot dusver niet als 'schurkenstaat' aangemerkt, maar het is opvallend dat in de vorige uitgave van de Strategie Rusland werd omschreven in de meest positieve bewoordingen, terwijl in de nieuwe versie 'ongerustheid' wordt uitgesproken over Rusland's activiteiten op het wereldtoneel.

De manier waarop de Verenigde Staten hun leidende rol op het wereldtoneel willen behouden wordt onder meer beschreven in de nucleaire doctrine die eind 2005 werd goedgekeurd. Deze doctrine voorziet in nucleaire aanvallen in vredestijd op elk doelwit waar ter wereld ook; op het grondgebied van landen die een aanval op de Verenigde Staten voorbereiden met mogelijke gebruikmaking van massavernietigingswapens, of op kampen van terroristen die beschikken over dergelijke wapens. Ook voorziet de doctrine erin dat deze methode toegepast kan worden om locaties aan te vallen in andere landen waar nucleaire, chemische of biologische wapens opgeslagen liggen. De verantwoordelijken in het Kremlin en de man in de straat zouden graag hopen dat Rusland niet bij de eerder genoemde 'andere landen' hoort. Deze hoop is echter nergens op gebaseerd. De Amerikaanse nucleaire doctrine stelt zeer duidelijk dat de "Verenigde Staten zich niet ertoe verplichten om verklaringen af te leggen die de omstandigheden waarin nucleaire wapens ingezet kunnen worden vastleggen."

De harde uitspraak van Robert Gates voegt dus maar weinig toe aan de Amerikaanse doctrines, waar verschillende elementen binnen de Russische autoriteiten die nog steeds gecharmeerd zijn door uitspraken over een 'strategisch partnerschap' al geen aandacht aan besteedden. Het enige verschil was misschien dat de nieuwe chef van het Pentagon geen diplomatiek jargon gebruikte maar ronduit zei wat men in Washington denkt. Het was een soort van uitdaging, iets als "hoe luidt jullie antwoord daarop?"

Dergelijke zaken zijn al eerder voorgevallen. Denk maar aan de Russisch-Amerikaanse betrekkingen van honderd jaar geleden. Het begon allemaal met de verklaring van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Burgess in 1904: "Als de Verenigde Staten momenteel één natuurlijke vijand hebben is dat Rusland."

Het 14-puntenprogramma uit 1918 van president Wilson was het eerste Amerikaanse plan om de wereld opnieuw in te richten op de fundamenten van "ge-meenschappelijke menselijke waarden". Rusland's integriteit werd in dit programma alleen maar formeel erkend. In werkelijkheid (zoals duidelijk werd nadat de archieven van Wilson's rechterhand 'Colonel' House gedecodeerd werden) was Washington van mening dat Rusland te groot was. Rusland zou in omvang teruggebracht moeten worden tot het gebied van de Russische steppen. "Dan hebben we weer een blanco vel papier voor ons waarop we de toekomst van de Russische volkeren opnieuw kunnen uittekenen."

Of kijk eens naar het tijdperk van de Tweede Wereldoorlog. De verslagen van de besprekingen die president Roosevelt voerde met een groep diplomaten vormen een krachtig bewijs van de overheersende mening binnen de Amerikaanse regering: "De president waardeerde het 'Bullit Plan' dat uitging van wantrouwen ten opzichte van de Sovjet-Unie ten zeerste. Volgens dit plan zou heel Europa ten westen van de USSR zich moeten organiseren in één sterk verenigd militair kamp. Dit is noodzakelijk om het Russische streven westwaarts te weerstaan. De president weet niet hoe Rusland aangepakt kan worden en geeft blijk van zijn ongerustheid omtrent de toekomstige ontwikkelingen."

De Verenigde Staten volgden Groot-Brittannië dat heerste over de wereldzeeën in zijn kielzog en gingen zich ook realiseren wie er in de weg stond in hun streven om de hele wereld te overheersen. Dit besef vond zijn weerslag in de klassieke stelling van de Brits-Amerikaanse wereldpolitiek die aan het eind van de Eerste Wereldoorlog geformuleerd werd door de Britse politicus H.J MacKinder en in de jaren na de Tweede Wereldoorlog bevestigd werd door de Amerikaan Spikeman: "Who rules the Heartland commands the World."

De vernietiging van het 'Heartland', de Sovjet-Unie, die volgens MacKinder lag op de 'geografische spil van de geschiedenis', heeft vanaf 1945 de lijn van de Amerikaanse buitenlandse politiek gedomineerd. De inkt van de overeenkomsten tussen de Grote Drie was nog niet droog of Washington lanceerde al een aanval op het systeem van de samenhang in de wereld waarvan de principes tijdens de conferenties van Jalta en Potsdam vastgelegd waren.

Op 19 mei 1945 kwam een memorandum naar buiten waarin de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken verklaarde dat de Verenigde Staten hun beleid ten opzichte van de Sovjet-Unie in elk opzicht moesten verharden. Hij schreef dat het veel beter en veiliger zou zijn om de confrontatie met Rusland aan te gaan voordat dit land zichzelf hersteld had en zijn enorme potentieel als militaire, economische en territoriale macht zou gaan ontwikkelen.

In augustus 1945 werd een geheim document met de naam 'Stragetic Map of Certain Industrial Areas of Russia and Manchuria' opgesteld. Het document bevatte vijftien steden in de Sovjet-Unie die waren aangemerkt als belangrijkste doelwitten van een nucleair bombardement.

In het voorjaar van 1946 werd in de VS het concept van de preventieve oorlog uitgewerkt met als doel het voorkomen dat de Sovjet-Unie een kernmogendheid zou worden. Volgens het 'Dropshot'-plan bereidden de VS nucleaire aanvallen op honderd steden in de USSR voor door middel van luchtaanvallen en artilleriebeschietingen.

Later, na het tijdperk van de Truman-doctrine, die de indamming van het communisme inhield, kwamen de VS met een nog agressievere doctrine waarbij het communisme omvergeworpen moest worden. Halverwege de zeventiger jaren zagen de strategen in Washington zich echter gedwongen om een tactische koerswijziging te maken. Omdat er gelijkwaardigheid was ontstaan tussen de VS en de NAVO enerzijds en de Sovjet-Unie en het Warschaupact anderzijds moesten ze zich neerleggen bij een ontspanningspolitiek. Washington zag er meer heil in om de Sovjet-Unie bezig te houden in Afghanistan, waarbij het voornaamste doel was zo groot mogelijke verliezen aan Russische kant. De Amerikaanse leiders zagen dit als een soort van tegemoetkoming voor de verliezen die zij hadden geleden in Vietnam. De vroegere Amerikaanse veiligheidsadviseur Brzezinski is tot op de dag van vandaag trots op de manier waarop hij erin slaagde de Sovjet-Unie in de Afghaanse valstrik te lokken. Deze Afghaanse val werd het begin van het einde van de Sovjetstaat.

De Amerikanen beschouwen het nieuwe Rusland als de wettige en geopolitieke opvolger van de USSR. Het Amerikaanse verlangen om het 'Heartland' onder de duim te houden bestaat nog steeds. De pogingen die Washington hiertoe onderneemt behelzen onder meer de uitbreiding van de NAVO oostwaarts en het opnemen van voormalige socialistische landen en Sovjet-Republieken in het bondgenootschap, het opzetten van een netwerk van militaire bases in Centraal-Azië en de landen ten zuiden van de Kaukasus, de uitvoering van het Nunn-Lugarprogramma dat gericht is op de afbraak van een aanzienlijk deel van Rusland's nucleaire slagkracht, de weigering om de overeenkomst van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa in acht te nemen, de terugtrekking uit het ABM-verdrag uit 1972 en het plaatsen van antiraketsystemen in Europese landen als Polen, Tsjechië, Hongarije en Bulgarije.

Om zijn werkelijke doelen aangaande Rusland te verhullen doet Washington al geruime tijd uitlatingen over een 'strategisch partnerschap' met Rusland. Een jaar geleden verklaarde de Russische minister van Buitenlandse Zaken met betrekking tot de door George W. Bush herziene defensiedoctrine dat de Amerikaanse strategische plannen "geen enkel woord bevatten over de interactie tussen onze beide landen, hoeveel tijd en moeite daarin ook gestoken zijn door de presidenten van Rusland en de Verenigde Staten." In de plannen was ook geen enkele indicatie te vinden van een Amerikaanse visie op de gezamenlijke belangen van beide landen, over gelijkwaardigheid, onderling vertrouwen en andere kwesties.

De anti-Russische koers van de Amerikaanse buitenlandse politiek blijft gericht op destabilisering van de situatie in Rusland, op de neutralisering van zijn nucleaire potentieel en op het voorbereiden van militaire operaties tegen Rusland. Na de openlijke verklaringen van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Gates waarin hij Rusland officieel toevoegde aan de lijst van 'schurkenstaten' hebben we hier eigenlijk geen bevestiging meer voor nodig. Eerlijk gezegd hebben we te lang gewacht op het weerwoord dat Poetin op 10 februari in München aan Washington bood.

Bron: Strategic Cultural Foundation, 14-2-2007, vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019