De aard van de CIA-interventie in Venezuela

Onderstaand artikel is al twee jaar oud. De redactie vindt echter dat het nog niets aan actualiteit en belang heeft ingeboet en heeft daarom besloten het alsnog te plaatsen.

Bij verkiezingen in Venezuela wordt een van de meest geavanceerde technieken ter wereld gebruikt. Op de foto een van 33.000 stemcomputers met electronisch foto-tablett. Bovendien werd 54 procent van de stemmen handmatig gecontroleerd.  


 

Interview met Phillip Agee (*)

Jonah Gindin
Deel 2 van 3

Naast de recente ondoordachte anti-Chávez-commentaren in de Amerikaanse media en de dreigende verklaringen van een reeks belangrijke VS-regeringsfunctionarissen van zowel het ministerie van Buitenlandse Zaken als dat van Defensie onderkent Agee een meedogenlozer Amerikaanse strategie in Venezuela.

Volgens de nieuwe denkwijze konden de Amerikaanse belangen beter beschermd worden door middel van de democratisch verkozen regeringen die gevormd zouden worden door politieke elites die zich identificeerden met de politieke klasse in de Verenigde Staten. Hiermee bedoel ik dus niet 'het volk', maar de traditionele politieke klasse in Latijns-Amerika, de zogenaamde 'oligarchen'. Zo werd een nieuw Amerikaans programma, dat bekend werd als 'Project Democratie', in het leven geroepen en het doel van het VS-beleid was om vrije, eerlijke en transparante verkiezingen te bevorderen, maar wel op zo'n manier dat de macht bij de elites en niet bij de bevolking terecht zou komen.

In 1979 werd een organisatie opgericht genaamd American Political Foundation waarin vier belangrijke organisaties, de grootste Amerikaanse vakcentrale AFLCIO, de Amerikaanse Kamer van Koophandel, de Democratische en de Republikeinse Partij een groot aandeel hadden. Deze organisatie werd gefinancierd met regeringsgeld en uit particuliere bronnen en haar taak was te onderzoeken hoe de Verenigde Staten de nieuwe denkwijze het best konden toepassen in het bevorderen van de democratie. De oplossing werd gevonden in de National Endowment for Democracy (NED) en de vier daaraan verbonden instellingen: het International Republican Institute (IRI) van de Republikeinse Partij, het National Democratic Institute (NDI) van de Democraten, het American Center of International Labor Solidarity (ACILS) van het AFLCIO en het Center for International Private Enterprise (CIPE) van de Amerikaanse Kamer van Koophandel. Wat die instelling van het AFLCIO betreft, men wees gewoon een organisatie aan die jarenlang nauw samengewerkt had met de CIA, het American Institute for Free Labor Development (AIFLD) en veranderde daar de naam van (2).

Hoe verloopt de samenwerking van de NED met de CIA precies?

Het mechanisme komt erop neer dat het Congres miljoenen dollars geeft aan de National Endowment for Democracy. Die geeft het geld vervolgens door aan wat zij noemen de "basisorganisaties", te weten de vier aangesloten instellingen, die de fondsen op hun beurt weer overdragen aan begunstigden in het buitenland. Dit alles begon in 1984 en een van de eerste ontvangers van het NED-geld was de Cuban American National Foundation (CANF), destijds het centrum in de VS van de meest extremistische personen en organisaties die gekant waren tegen Castro.

De echte test voor dit nieuwe systeem volgde in Nicaragua. Sinds 1979-80 voerde de CIA in Nicaragua een programma uit dat bestond uit de organisatie van contrarevolutionaire militaire krachten en paramilitaire groeperingen die samen bekend werden als de 'Contra's'. De logistieke steun en de bevoorrading vond plaats vanuit Honduras en uiteindelijk infiltreerde men zowat vijftienduizend guerrillastrijders in het land, die echter verslagen werden door het San-dinistische leger. Rond 1987 terroriseerden de Contra's het platteland, ze hadden de dood van meer dan drieduizend mensen op hun geweten en vele anderen waren voor de rest van hun leven verminkt. Hun operaties op het platteland waren puur terroristisch. Maar zelfs het kleinste gehucht konden ze in al die jaren niet veroveren en behouden. Tenslotte werden ze militair definitief verslagen.

Tegen 1987 was Centraal-Amerika - El Salvador, Guatemala, Nicaragua - oorlogsmoe. Er vond een ontmoeting plaats tussen de presidenten van deze drie landen in de Guatemalteekse stad Esquipulas en ze werkten zelf - de Verenigde Staten waren niet van de partij - een reeks overeenkomsten uit, onder meer over de ontwapening van de Contra's en een staakt-het-vuren in de verschillende landen. In Nicaragua kwam het dus tot een wapenstilstand. Maar de CIA wilde de Contra's niet ontwapenen omdat ze wist dat er in 1990 verkiezingen zouden volgen en wilde daarom de Contra's als dreiging achter de hand houden. Hoewel de Contra's in 1987 militair verslagen waren hadden zij enorme economische problemen teweeggebracht en de Nicaraguaanse bevolking had veel te lijden door de verwoestingen.

Na de akkoorden van Esquipulas veranderde het Amerikaanse beleid. Er werd meer nadruk gelegd op de doordringing van het maatschappelijk leven en de versterking van de oppositie tegen het Sandinistisch Bevrijdingsfront (FSLN). Eén van de strategieën was de steun aan de Coordinadora Democrática Nicaragüense, die was samengesteld uit belangrijke zakenmensen uit de privésector, bepaalde antiSandinistische vakbonden, antiSandinistische politieke partijen en anti-Sandinistische burgerorganisaties. Een particulier adviesbureau, Delphi International Group, werd ingehuurd om leiding te geven aan de operaties om de verkiezingen in 1990 te beïnvloeden.

Delphi kreeg het meeste geld van iedereen en speelde een sleutelrol in de aanloop naar de verkiezingen van 1990. De NED was al vanaf 1984 actief in Nicaragua en samen met de vier aangesloten instellingen verhoogde ook deze organisatie in 1988-90 haar activiteiten met als doel de beïnvloeding van het politieke proces in Nicaragua. Om toezicht te houden op de verkiezingen, een antiSandinistisch front te vormen en zodoende tot een anti-Sandinistische uitslag te komen riepen de CIA en de NED een burgerfront, Via Civica, in het leven, met als zogenaamd doel politieke scholing en activisme, maatschappelijke ontwikkeling en niet-partijgebonden burgerlijke activiteiten. In werkelijkheid echter waren alle activiteiten opgezet om de anti-Sandinisten te versterken. Eerst was er dus de Coordinadora, vervolgens de Via Civica en tenslotte de vereniging van de oppositie. Deze werd pas in augustus 1989 in het leven geroepen, ongeveer zes maanden voor de verkiezingen, wat nogal laat was. Men had er echter lang aan gewerkt en van de twintig oppositiepartijen werden er veertien vaak met behulp van omkoping aaneengesmeed tot de Verenigde Nicaraguaanse Oppositie (UNO). De UNO schoof voor verschillende posities een gezamenlijke kandidaat naar voren en de Verenigde Staten wezen Violeta Chamoro aan als presidentskandidaat.

In september 1989 werd er een merkwaardige overeenkomst gesloten tussen de Amerikaanse regering en de Sandinisten die erop neerkwam dat de Sandinisten de VS zouden toestaan om 9 miljoen dollar te doneren aan de oppositie als zij beloofden verder geen geld te investeren tegen de Sandinisten. Vreemd genoeg gingen de Sandinisten hiermee akkoord en het eerste dat gebeurde was natuurlijk dat de CIA miljoenen dollars meer meebracht.

De wetenschapper Bill Robinson die in de 80er jaren lange tijd in Nicaragua woonde heeft een boek geschreven over het land en de verkiezingen in 1990 getiteld 'A Faustian Bargain'. Het is een uitstekend, goed geschreven en gedocumenteerd boek. Hij schat dat de Verenigde Staten voor de verkiezingen in 1990 een buitensporige 20 miljoen dollar uitgaven. Zoals iedereen weet verloren de Sandinisten. De UNO-coalitie behaalde ongeveer 56 procent van de stemmen, de Sandinisten 40 procent. De operaties die opgezet waren om een Sandinistische verkiezingsnederlaag in 1990 te verzekeren werden voortgezet om te voorkomen dat zij bij de volgende verkiezingen niet alsnog aan de macht kwamen en deze opzet slaagde.

Hoe wordt dit model toegepast op Venezuela?

In Venezuela gebeurt er iets gelijkaardigs. Ook hier is er een Coordinadora Democrética die bestaat uit gelijkaardige groepen en organisaties als in Nicaragua, hoewel het verbond nu min of meer ineengestort is zoals ik begrepen heb. Ze zullen het echter nieuw leven inblazen, daar ben ik zeker van. Er is hier een organisatie, S.mate, die zogenaamd niet-partijgebonden is en tot doel heeft de mensen naar de stembus te krijgen en te verzekeren dat de verkiezingen eerlijk zullen verlopen. Ook is er een particulier Amerikaans adviesbureau aan het werk, Development Alternatives Incorporated, dat dezelfde rol vervult als Delphi International in Nicaragua en zowel het International Republican Institute als het National Democratic Institute hebben kantoren in Carácas. Zo zijn er alweer drie instellingen die tientallen miljoenen dollars uitgeven, instellingen die feitelijk onder controle staan van de Amerikaanse ambassade, van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington en van het Agency for International Development (3). Het eerste contract dat Development Alternatives kreeg was afkomstig van het AID. Het programma van de National Endowment for Democracy werd voortgezet met ongeveer 1 miljoen dollar per jaar (4).

Na de mislukte staatsgreep in 2002 besloot Washington hetzelfde te doen als in Nicaragua, namelijk een particuliere firma in te huren die als stroman voor het AID nog meer geld zou moeten spenderen dan de NED. Het eerste contract werd ondertekend op 30 augustus 2002 en voorzag in meer dan 10 miljoen dollar in de komende twee jaar voor politieke activiteiten in Venezuela. In augustus 2002 werd het kantoor geopend en er kwamen vijf mensen uit Washington, aangewezen door het AID. Let wel: ze huren een adviesbureau in maar benoemen zelf het personeel. De aanstelling van elke Venezolaan die bij Development Alternatives gaat werken moet door Washington worden goedgekeurd. Deze drie kantoren hier kunnen dus alleen maar gezien worden als werktuigen van de Amerikaanse ambassade en we moeten onder ogen zien dat de CIA achter de schermen van deze organisaties aan de touwtjes trekt. Het handige van deze instellingen en het adviesbureau is dat het zo voor de CIA veel gemakkelijker wordt om via hen veel meer geld aan organisaties te schenken.

Ze worden toch al min of meer openlijk gefinancierd en de extra donaties kunnen zo in het verborgene blijven. Het AID-geld voor Development Alternatives bedroeg ongeveer 5 miljoen dollar, waarvan drieënhalf bestemd was voor de Venezolaanse organisaties. Samen met de 1 miljoen van de NED kom je op 6 à 7 miljoen aan openlijke donaties. Al deze informatie is trouwens afkomstig van documentatie die Eva Golinger verzameld heeft, zij heeft schitterend werk afgeleverd. De CIA kan aan deze 6 à 7 miljoen nog een aanzienlijk bedrag toevoegen en de documentatie bewijst dat dit gedaan is om de staking in de olie-industrie te steunen, evenals de nationale staking van december 2002 tot 2003 en de referendumcampagne voor het afzetten van Chávez. Al deze acties mislukten en nu richten ze zich op de verkiezingen van 2006.

Venezuela is zeker niet het enige land waar operaties plaatsvinden om zogenaamd de maatschappelijke structuur te versterken, de democratie te bevorderen en de bevolking te scholen in het verkiezingsproces, maar die niets meer dan een dekmantel zijn. Venezuela is niet het enige land waar het echte doel neerkomt op het bevoordelen van de ene politieke kracht boven de andere. Er is behoefte aan onderzoek op dit gebied want als je hun website bezoekt zie je dat Development Alternatives overal ter wereld actief is. Niet al hun programma's worden gefinancierd door de VS, ook door de Wereldbank en ik weet niet hoeveel andere geldschieters. Je kunt hun activiteiten bekijken en zien welke lijken op wat er in Venezuela plaatsvindt.

Hetzelfde geldt voor het National Democratic Institute en de drie andere aan de NED verbonden instellingen, men kan zo nagaan waar zij hun politieke activiteiten, in samenwerking met de CIA natuurlijk, op richten. Naar mijn mening is het noodzakelijk om deze werkwijze aan het licht te brengen en bij de juiste naam te noemen: het zogenaamd bevorderen van de democratie terwijl er in werkelijkheid machtswisselingen nagestreefd worden door het omverwerpen van regeringen terwijl gunstig gezinde regeringen versterkt worden is een leugen.

(wordt vervolgd)

Noten:

  1. Philip Agee, 'CIA. Werkwijze, organisatie en machtsbereik van de Amerikaanse Geheime Dienst.' Vert: Nico Kuipers. Amsterdam Boek, Amsterdam, 1976, nvdv.
  2. In 1997 ontbond de voorzitter van AFLCIO het AIFLD, dat vervangen werd door het ACILS, beter bekend als het "Solidarity Center".
  3. Ook het Center for International Private Enterprise (CIPE) van de Amerikaanse Kamer van Koophandel is actief in Venezuela, zie http://www.cipe.org/regional/lac/index.htm In augustus hielpen het CIPE en het CEDICE (Center for the Disseminiation of Economic Information) mee aan het opstellen van het politieke programma van het anti-Chávez verbond Coordinadora Democrática zie http://www.rethinkvenezuela.com/downloads/cedice.htm en http://venezuelanalysis.com/news.php?newsno=1308.
  4. Voor de originele documenten die beschikbaar zijn dankzij de Wet op de Informatievrijheid en waarin details staan over de financiële steun van de NED en de AID aan de Venezolaanse oppositie zie www.venezuelafoia.info.

Bron: Znet, 31-3-2005,
vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019