Het voorbeeld Joegoslavië: een model voor regeringswisseling

Dit is het tweede deel van de vertaling van een artikel over de Nieuwe Imperialistische Strategie van de Verenigde Staten.
Zie ook deel 1 en deel 3 en deel 4.

De politieke onafhankelijkheid van de Joegoslavische Federatie kon alleen worden gebroken door Milosevic ten val te brengen en naar Den Haag te ontvoeren. Dit scenario is al een aantal malen elders - met wisselend succes - uitgevoerd en er zijn tekenen dat de VS ook in Venezuela tracht een 'fluwelen contrarevolutie' door te voeren.  


 

Chris Carlson

Dit is het tweede deel van de vertaling van een artikel over de Nieuwe Imperialistische Strategie van de Verenigde Staten. Deel 1, waarin werkwijze en doel van deze nieuwe strategie werden toegelicht, verscheen in Manifest 11. Deel 3 volgt in Manifest 13 en gaat met name in op hoe de VS de nieuwe strategie in Venezuela willen inzetten.

De nieuwe imperialistische strategie van Washington werd voor het eerst toegepast in Joegoslavië, in Servië om precies te zijn. (Zie ook commentaar Manifest bij deel 1). Sindsdien hebben de VS deze strategie ook uitgevoerd in andere landen, in een poging het enorme succes van de 'Servische ervaring' te herhalen. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom.

Nadat de regering Milosevic ten val was gebracht was de weg vrij voor massale privatiseringen. Alles wat was overgebleven van het voormalig socialistische land, inclusief een aantal van Europa's grootste voorraden van natuurlijke grondstoffen, viel al snel in handen van de VS en internationale investeerders. De strategie is heel geraffineerd. Met het uiteindelijke doel om een voor de belangen van de VS onwenselijke regering te vervangen, zetten de VS zich in voor het versterken en verenigen van de oppositie tegen de betreffende regering.

Dat betekent onder meer het sponsoren van politieke oppositiepartijen en het creëren van non-gouvernementele organisaties (ngo's), die zich richten op de omverwerping van de regering. Indien nodig huren de VS politieke adviseurs en enquêtebureaus in, om hun favoriete kandidaat aan een verkiezingsoverwinning te helpen. In de gevallen dat de favoriete kandidaat van de VS de verkiezingen toch niet wint, wordt via vervalste peilingen twijfel gezaaid over de officiële verkiezingsuitslagen en kan de oppositie vervolgens verkiezingsfraude claimen. Door middel van massale protesten en negatieve berichtgeving in de media wordt druk uitgeoefend op de zittende of verkozen regering om af te treden of toe te geven aan de eisen van de oppositie. [2]

Hoe onwaarschijnlijk dit ook moge klinken, dit is exact de strategie waarmee Slobodan Milosevic in 2000 in Servië ten val is gebracht. Nadat was gebleken dat de oorlog in Kosovo en NAVO-bombardementen niet hadden gezorgd voor een regeringswijziging in Servië, zetten de VS in op het versterken van de binnenlandse tegenstanders van Milosevic, door ze te verenigen rond één kandidaat, Vojislav Kostunica. Vervolgens spendeerden de VS ongeveer 40 miljoen dollar aan zijn verkiezingscampagne. [3] Door de VS gesponsorde ngo's en verkiezingsadviseurs hielpen mee aan een propagandacampagne rond de verkiezingen en werkten achter de schermen mee aan het organiseren van massaal verzet tegen de regering Milosevic. [4]

Door de VS getrainde 'verkiezingsvrijwilligers' werden op de dag van de verkiezingen verspreid over Servië ingezet om de resultaten te controleren. De VS leverden zelfs jonge activisten met duizenden spuitbussen verf en campagnestickers, om het hele land vol te spuiten en te plakken met anti-Milosevic slogans. [5] Volgens de officiële resultaten van de eerste ronde in de verkiezingen had geen van de kandidaten de meerderheid van de stemmen gekregen, er was dus een tweede verkiezingsronde nodig. Maar VS-adviseurs publiceerden hun eigen 'verkiezingsuitslagen', waarbij Kostunica een enorme overwinning behaald zou hebben. Milosevic weigerde die uitslag te erkennen. [6] De oppositie beweerde dat er verkiezingsfraude was gepleegd en door deVS gesteunde groepen organiseerden geweldloze verzetsacties om de regering onder druk te zetten. Gewapende groepen bestormden het parlementsgebouw en het hoofdkantoor van de staatstelevisie. [7] Massale protesten en opstanden dwongen Milosevic af te treden. Er kwam geen tweede verkiezingsronde meer en Washington's kandidaat Vojislav Kostunica greep de macht. De strategie had gewerkt.

Maar waarom hadden de VS Servië aangevallen, in het bijzonder de kleine provincie Kosovo? Het antwoord gaat terug naar de regering Reagan en een geheim document uit 1984 over "het beleid van de VS ten aanzien van Joegoslavië". Een gecensureerde versie van dat document werd in 1990 onthuld. Het document propageert "het uitbreiden van inspanningen om een 'stille revolutie' te bewerkstelligen, om de communistische regering en partijen omver te werpen." [8] De VS-regering was al jaren bezig met de voorbereiding van de afbraak en verdeling van het socialistische Joegoslavië, waarbij zij iedere 'onafhankelijkheidsbeweging' in de afzonderlijke provincies ondersteunde, inclusief de militaire interventie in 1999, bedoeld om Kosovo te helpen zich los te maken. Dat wat ooit relatief economisch succesvol was onder de beroemde Josip Tito, de socialistische economie - gebaseerd op staatseigendom van de bedrijven met arbeiderszelfbestuur - liet geen ruimte voor buitenlandse investeringen en VS-kapitaal. In de moderne kapitalistische globalisering is dit een doodzonde.

Michael Parenti zegt daarover het volgende: "Joegoslavië was het enige land in Oost-Europa dat niet bereid was zijn welvaartsstaat en de publieke staatseconomie af te breken. Het was het enige land in Oost-Europa dat niet smeekte om toe te mogen treden tot de NAVO en het volgde een eigen onafhankelijke koers - en wat er nog van over is doet dat nog steeds - die niet in overeenstemming was met de Nieuwe Wereldorde." [9]

Het opdelen van het land in kleinere, onafhankelijke staten en het vernietigen van de economie in de publieke sector was het uiteindelijke doel van de VS. En Milosevic, bewonderaar van de socialist Tito, was de enige die hen in de weg stond. De beloning voor hun inspanningen was groot. Toen Milosevic eenmaal van het toneel verdwenen was, was een van de eerste daden van de nieuwe regering het herroepen van de privatiseringswet uit 1997, die het mogelijk maakte om 70 procent van een bedrijf te verkopen aan buitenlandse investeerders. [10]

In 2004 maakte de VN-missie in Kosovo bekend dat 500 bedrijven werden geprivatiseerd, de Amerikaanse ondernemingen waren de grote winnaars. Philip Morris kocht voor 580 miljoen dollar een tabaksfabriek, US Steel sloot een deal voor 250 miljoen dollar met een staalproducent, Coca/Cola kocht voor 21 miljoen dollar een fabriek waar water in flessen werd gedaan voor de verkoop. De lijst is nog veel langer. [11]

En bovendien kregen westerse investeerders nu toegang tot wat de New York Times de 'glinsterende oorlogsprijs' noemde: de op één na grootste kolenvoorraad van Europa en grote voorraden lood, zink, goud, zilver en zelfs olie. [12] Maar het werkelijke 'juweel' tenslotte lag in de provincie Kosovo: het enorme Trepca mijnencomplex, waarde meer dan 5 miljard dollar, dat in handen kon komen van de hoogste bieder. [13]

Het succes van de strategie in Servië was een belangrijke les voor de beleidsmakers in Washington. De VS hebben de strategie daarna nog verschillende keren toegepast in Oost-Europa, in landen of gebieden zoals Georgië (2003), Oekraïne (2004), Kyrgizië (2005) en Wit-Rusland (in 2001, zonder succes). Tijdens wat bekend werd als de 'Gekleurde Revoluties' werd steedseen regime verdreven door een door de VS gesteunde en betaalde beweging, in ruil voor beleid van de nieuwe regering dat gunstiger was voor het 'vrije markt'-beleid van Washington. [14]

Deze nieuwe vorm van geweldloos verzet is voor de VS de meest wenselijke strategie geworden als zij een regeringswijziging willen bewerkstelligen. En nu heeft het imperium zijn aandacht verlegd naar Latijns-Amerika, waar zich plotseling een nieuwe dreiging voor het wereldkapitalisme heeft ontpopt.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019