Plasterk: mooie woorden, holle praktijk

Ron Verhoef

Wie de kranten leest kan haast niet anders denken dan dat het met het onderwijs de goede kant opgaat. Het nieuwe leren is uitgesteld totdat er een discussie over heeft plaatsgevonden en de aandacht voor het lerarentekort lijkt te leiden tot goede cao's. Als je de kranten mag geloven staan werknemers en werkgevers op één lijn, maar toch dreigen er nu stakingen in het MBO.

Het MBO valt onder een andere wet dan de rest van het voortgezet onderwijs en dus ook onder een andere cao, namelijk de CAO-BVE. Deze cao verliep op 1 januari 2007, waardoor er eind 2006 al onderhandelingen tussen de werkgevers en de bonden plaatsvonden. Van begin af aan liepen die onderhandelingen stroef, wat niet geheel onverwacht was, omdat ook de onderhandelingen uit 2005 al bijna waren stukgelopen.

In mei 2007 deelde het personeel van de MBO's al een rode kaart uit aan hun directies, nadat de MBO-raad (dat zijn de werkgevers) de onderhandelingstafel had verlaten omdat hij van mening was dat de bonden slechts een heel klein deel van het personeel vertegenwoordigden. In plaats van de MBO-raad van repliek te dienen door toen al een staking uit te roepen om de werkgevers duidelijk te maken dat de meerderheid van het personeel wel degelijk achter de bonden stond, werd er een actie met rode kaarten gevoerd. Een actie die bovendien zodanig was opgezet dat de werkgevers er geen hinder van hadden. Ondanks dat was het een succes.

De MBO-raad voelde zich gedwongen weer met de bonden te gaan praten en kwam ook gelijk met een behoorlijk loonbod dat voorzag in een loonstijging van 2,4 procent in 2007 en 2,4 procent in 2008 en het versneld verhogen van de eindejaarsuitkering naar een dertiende maand. Een aanvaardbaar loonbod, volgens de bonden, en toch dreigen de bonden nu met staking. Dat lijkt verrassend, maar is het niet.

De MBO-raad wil de stijging namelijk koppelen aan het verhogen van de werkdruk. In de huidige cao is voorzien dat leraren 823 klokuren les per jaar geven op een totale werktijd van 1653 klokuren. De overige uren zijn voor voorbereiding van lessen, nakijkwerk, vergaderingen, deskundigheidsbevordering en inval voor zieke collega's. Het lijkt wellicht weinig, 823 klokuren les, maar wie ooit les heeft gegeven weet hoe intensief dat is.

De werkgevers wijzen nu echter op de onderwijsvernieuwing. Het nieuwe leren is namelijk weliswaar uitgesteld, maar gaat wel degelijk door. Alle scholen moeten in 2008 aan het ministerie verantwoorden hoe zij dit gaan invoeren. Voor de MBO's betekent dit dat zij overgaan naar competentiegericht leren. De kern hiervan is dat de leerling zelf gaat bepalen wat hij leert en dat vervolgens ook zelfstandig gaat doen, alleen als hij vast komt te zitten zal hij een leraar nodig hebben om hem te helpen.

Toen er over de invoering van dit nieuwe model werd gepraat, werd er dus vanuit gegaan dat klassikale lessen zouden vervallen. De leraar zou geen leraar meer zijn maar coach. En waarom zou een coach nog een bevoegd leraar moeten zijn? Hiertegen kwam echter zoveel verzet van leraren dat het scholen nu toch weer vrijstaat de basiskennis klassikaal aan te bieden. De meeste directies willen daar echter niet aan.

Aangezien er geen klassikale lessen meer zijn in dit model, is het voorstelvan de MBO-raad om de contacttijd (dat is de tijd waarin de leraar instructies, uitleg of les geeft aan leerlingen) te verhogen van 823 naar 1200 klokuren per jaar, hetgeen neerkomt op bijna 30 klokuren per week. De overige 453 uur zijn dan uitsluitend nog om bij te scholen. Volgens de MBO-raad kan dit, omdat voorbereiding en nakijkwerk wegvallen. Het nakijken gebeurt namelijk gewoon tijdens de contacturen. Dat je ook als coach wel moet weten waar een leerling mee bezig is en je dus moet voorbereiden wordt vergeten. Dat in het nieuwe leren elke leerling aan zijn eigen taken werkt en je als leraar alle taken voorbereid moet hebben op elk willekeurig moment wordt ook vergeten. Ook wordt voorbijgegaan aan hoe intensief lesgeven is. In feite wordt de werkdruk dus verhoogd met 40 procent, terwijl het salaris maar met 2,4 procent stijgt.

Nog erger is dat de kwaliteit van het onderwijs onder druk komt te staan als leraren niet de kans wordt gegeven zich gedegen voor te bereiden. Het is dus volkomen terecht dat de bonden hier niet mee akkoord gaan. Dat er op korte termijn een nieuwe cao komt lijkt uitgesloten, maar dat er vakbondsacties komen is duidelijk.

Eens te meer blijkt dat de mooie woorden in de pers uitsluitend theorie zijn. Het vak van leraar moet aantrekkelijker worden, daar is iedereen het over eens, maar in de praktijk wordt het vak steeds onaantrekkelijker. De verhoging van de werkdruk lost het lerarentekort tijdelijk op, maar uiteindelijk blijft de nieuwe aanwas van leraren onder de maat. Het is nog steeds zo dat een HBO-er of academicus in het bedrijfsleven vele malen meer kan verdienen dan in het onderwijs. Erger nog, als het aan de werkgevers ligt worden nieuwe leraren in het MBO straks uitbetaald op MBO-niveau.

Tijd voor acties dus, maar ook tijd voor minister Plasterk om te laten zien dat hij het niet alleen bij mooie woorden wil laten, maar ook zelf actie onderneemt. Geen werkdrukverhoging in het MBO en onderwijsvernieuwing in overleg met de leraren.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019