Gesprekken met de bevolking in Fidel's kiesdistrict

In heel wat westerse kringen hoopt men op een spoedig einde van de gebroeders Castro. Zij zouden een spoedige overgang naar een gewilliger regering in de weg zitten. Dat de Cubaanse bevolking in overgrote meerderheid achter de regering staat wordt daarbij gemakshalve over het hoofd gezien.

José Antonio Torres

Generaal Raúl Castro Ruz, eerste vice-president van de Staatsraad, bezocht op 23 december jl. één van de districtsbijeenkomsten waarop kandidaten voor het parlement en afgevaardigden voor de Provinciale Raad worden gepresenteerd in het kader van de (landelijke, nvdr) verkiezingen van 20 januari 2008.

Tegen de bevolking van het zevende kiesdistrict van Santiago zei hij dat hem de taak om de president te vervangen is toevertrouwd door Fidel Castro. Zijn revalidatie verloopt gunstig: "Fidel herstelt, leest en schrijft meer dan ooit, wordt bij alle belangrijke beslissingen geraadpleegd, doet zijn dagelijkse oefeningen en stuurt jullie allen zijn welgemeende groeten."

Raúl, in gezelschap van leden van het Politieke Bureau, generaal Misaél Enamorado Dáger en Ramon Espinoza Martín, chef van het oostelijke leger, sprak met de kiezers van de volksraden van El Cobra, José Martí Noord, Manuel Isla en Boniato. "Deze contacten tussen kiezers en kandidaten, waaraan Fidel traditiegetrouw deelnam, zijn een uiting van de volkswil om de besten en degenen met de grootste verdiensten te verkiezen om jullie te vertegenwoordigen in de diverse geledingen van de regering", verklaarde hij.

Raúl uitte zijn bewondering voor de gekozen kandidaten en de 10 gedelegeerden, in dit district genomineerd, allen van eenvoudige afkomst en geboren in het hart van de bevolking; een waarachtige uiting van wat de revolutie voorstaat.

Op een ander moment vertelde hij dat hij de Venezolaanse president Hugo Chávez vergezelde bij de mooie ontvangst door de bevolking van Santiago voor deze oprechte en edelmoedige vriend van Cuba. "Toen wij het Santa Ifigenia-kerkhof naderden om Martí en alle gesneuvelden in onze onafhankelijkheidsstrijd te eren, vroeg ik hem of hij geloofde dat op een dag de VS dit waardige volk zouden kunnen aanvallen. Hij antwoordde: "Nee" en zoals ik zelf ook dacht: "Deze blijdschap, deze gezichten kunnen niet aangevallen worden met de punt van een bajonet." Hij was even ontroerd als ikzelf. En ik bevestigde hem nog eens - zoals wij zeiden op een beslissend moment van de geschiedenis - "Santiago is nog steeds Santiago".

Tijdens een beoordeling van het democratisch gehalte van het Cubaanse democratische proces, verklaarde Raúl: "Onze vijanden spreken van democratie, zij bekritiseren ons omdat er hier geen verkiezingen zouden zijn, maar als alle landen van deze planeet één voor één bestudeerd zouden worden, zou je kunnen zeggen dan sommige een democratie hebben die aangepast is aan hun klassensyteem, maar niet dat een van hen een systeem heeft dat democratischer is dan het onze."

Hij lichtte dat toe met het voorbeeld van de VS die zich de grootste democratie ter wereld noemen en twee partijen hebben. Maar niets is zozeer gelijk aan een Republikein als een Democraat. Een Democratisch president plande de aanval in de Varkensbaai en een Democratische president bracht hem ten uitvoer.

Raúl benadrukte dat nergens ter wereld de kandidaten geselecteerd worden als op Cuba, waar het volk hen nomineert. En hij vervolgde: "Vanzelfsprekend is niets perfect en ook wij moeten onze democratische principes verdiepen. Op Cuba hebben wij slechts één partij, maar die willen wij maken tot de meest democratische, waarin diepgaande discussies worden gevoerd waarbij verschillen bestaan maar niet escaleren als deze op de juiste plek worden geuit, waar iedereen kan zeggen wat hij wil binnen de afgesproken richtlijnen en met respect voor waar, wanneer en op welke manier het gezegd wordt."

Hij merkte op dat de brede discussie na zijn speech op 26 juli in Camaguay - op aanbeveling van de partij en met Fidel's instemming - een speciale uiting was van die democratie. Duizenden aanbevelingen en ongenoegens kwamen naar voren, maar niemand zette vraagtekens bij het systeem en bij de revolutie.

In zijn gesprekken met kiezers legde Raúl uit wat gedaan werd ter compensatie van de schade die veroorzaakt werd door de immense regens in de oostelijke provincies en hij somde de verbeteringen op die Santiago de Cuba ontvangt voor de watervoorziening en het stedelijke transport. In elke buurt waar hij publiekelijk met de bevolking communiceerde sprak hij zijn overtuiging uit dat, zonder politieke manipulatie en electorale poppenkast, de respons van de Cubanen op 20 januari a.s. de overtuiging zal versterken dat het sociale systeem, zoals beschreven in de grondwet, het enige en blijvende zal zijn.

Bron: Granma, Santiago de Cuba, 24 december 2007, vertaling Thomas Janssen.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019