Zimbabwe en Rusland moeten lessen trekken uit 'Joegoslavië'

Tafataona Mahoso

De presidenten Mugabe van Zimbabwe, Poetin van Rusland en Milosevic van Joegoslavië werden op verschillende momenten in de recente geschiedenis zwartgemaakt en er werden verscheidene pogingen ondernomen om hen in het nauw te drijven en te isoleren vanwege het feit dat ze weigerden met het Westen in de pas te lopen. Als we naar het voormalige Joegoslavië, Rusland en Zimbabwe kijken, kunnen we daar lering uit trekken voor Zimbabwe (en voor een hele reeks andere landen, red. M.).

Zimbabwe voert momenteel een economische strijd tegen de overblijfselen van het Rhodesische kapitaal, dat nu gelieerd is aan het westerse en Zuid-Afrikaanse bedrijfsleven.

Laten we nu eerst eens naar het voormalige Joegoslavië kijken. Volgens het boek van John Perkins: 'Confessions of an Economic Hitman', kunnen we minstens vijf stappen onderscheiden in het proces van westerse imperialistische inmenging, oplopend van licht, naar hard tot grof geweld.

Tijdens de eerste stappen maakt het imperialisme gebruik van inmenging via ogenschijnlijke 'van mens tot mens'-contacten, die dateren uit de tijd van het missionarissenwerk en liefdadigheid. In deze fase kunnen we missionarissen, journalisten, toeristen, antropologen en ontwikkelingswerkers verwachten. Deze figuren bieden een misleidende en vriendelijke fase aan van de imperialistische maatschappijvorm. Vaak introduceren ze bepaalde producten, die tot dan toe onbekend of niet verkrijgbaar waren in het betreffende land. Bijvoorbeeld nieuwe technische snufjes, kleding, voedsel of speelgoed.

Tijdens de tweede fase van inmenging wordt overgegaan op een meer strategische, samenhangende en beter georganiseerde methode. Hierbij worden adviseurs, academici, onderzoekers en technische specialisten ingezet, die zich voordoen als onafhankelijke leveranciers van specialistische adviezen en analyses. In deze fase gebeurt alles meer overwogen en gespecificeerd, want de specialisten en adviseurs behoren meestal tot belangrijke en machtige instanties zoals bijv. de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds, de Wereld Handels Organisatie, het Amerikaanse Bureau voor Nationale Veiligheid, of het Amerikaanse Bureau voor Internationale Ontwikkeling. Of ze behoren tot andere instituten die bij bovengenoemde machtige organisaties onder contract staan. Het hoofddoel van deze fase van inmenging is om de economische politiek van een land te saboteren en te veranderen door 'snelle' oplossingen, of kant en klare modellen aan te bieden, en de leiders over te halen hun zogenaamde specialistische adviezen te gebruiken.

Op het derde niveau van de inmenging komen er nog wat agressievere figuren aan te pas, zoals spionnen, propagandisten van verscheidene ideologieën en stokpaardjes, provocateurs, saboteurs en huurlingen. Hun enige doel is de bestaande toestand in het land te verdraaien, ten voordele van die krachten die zich met de inmenging bezighouden.

In het geval van Joegoslavië hebben deze krachten afscheidingen veroorzaakt, door de slechte financiële positie van de staat te vertolken naar de etnische en regionale verschillen. De economische neergang van Joegoslavië, die werd veroorzaakt door het overnemen van de financiële programma's van externe adviseurs, werd zodanig uitgelegd dat moest blijken dat de dominante groep Serviërs de andere nationaliteiten en regio's binnen Joegoslavië discrimineerden op basis van etniciteit. Omdat de federale staat z'n financiële verplichtingen tegenover de deelrepublieken niet meer kon nakomen, werd hij louter nog als een last voor de volkeren afgeschilderd.

Perkins noemt in z'n boek deze spionnen, huurlingen en provocateurs 'CIA-handlangers'. De taak van deze 'CIA-handlangers' is om de bevolking van het betreffende land zichzelf als slachtoffer te laten beschouwen van een regering die ze zelf gekozen had. Dit trachten ze te bereiken door etnische groepen, of zelfs personen verantwoordelijk te stellen voor de structurele economische problemen, die juist door de buitenlandse politieke destabilisatie veroorzaakt werden.

Als de eerste drie stappen niet hebben geleid tot een wisseling van de macht, komt de vierde stap aan de orde. Op dit vierde niveau worden huurmoordenaars en andere gespecialiseerde krachten ingezet om de belangrijkste leiders en sleutelfiguren binnen de regering uit te schakelen. Als deze vier stappen van inmenging dan nog niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd, wordt de vijfde en laatste fase ingezet. Dit houdt in: het regelrecht militair ingrijpen, zoals bij Joegoslavië in 1999 is gebeurd, en wat bij Irak al sinds 2003 aan de gang is.

In de praktijk wordt er echter op twee, of meerdere niveau's tegelijkertijd gewerkt. De agenten, die op de verschillende niveau's aan het werk zijn, kunnen met elkaar samenwerken om elk hun eigen doel te bereiken. Zowel de economische redenen, als de economische aspecten van zo'n inmenging worden achter een enorme wolk van mensenrechten en bestuurlijke aangelegenheden verborgen door een bewust opgeklopte en gedramatiseerde berichtgeving door de media.

Joegoslavië begon in 1929 als verenigd koninkrijk. In november 1945 werd het een republiek en op 31 januari 1946 werd het een federale republiek. De Verenigde Staten en West-Europa hadden al lang vóór de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989 hun zinnen gezet op Joegoslavië. De Richtlijn nr. 64 van 1982 van de Amerikaanse Nationale Beveiligingsafdeling wees Joegoslavië al aan als sleutelpositie in Oost-Europa, rijp voor een machtswisseling. De Richtlijn nr. 133 uit 1984 wees Joegoslavië nu in het bijzonder aan. Maar noch de bevolking, noch de regering van Joegoslavië schenen van dergelijke plannen op de hoogte te zijn.

Waarom Joegoslavië? Hier volgen enkele redenen:

Bovendien was Joegoslavië natuurlijk de bufferstaat tussen West-Europa en de Warschaupactlanden. Het Westen wilde die buffer maar al te graag verwijderd hebben om toegang te krijgen tot de nog grotere olie- en gasreserves in Oost-Europa.

Vanaf 1980 maakten de nieuwe leiders van Joegoslavië de fout om leningen van de internationale financiële instituten te accepteren. Deze leningen verschaften tevens de gelegenheid voor buitenlandse inmenging op niveau '2'. Dit heeft geleid tot structurele bijstellingsprogramma's van de Wereldbank en het IMF, waarbij de macht van de federale staat over de economie werd teruggeschroefd. Het IMF gebruikte de shocktherapie om controle te krijgen over de Centrale Bank van Joegoslavië en het belastingsysteem van het land te frustreren.

Op 25 september 1991 slaagden de Europese Unie en de Verenigde Staten erin om de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties achter sancties tegen Joegoslavië te krijgen. Op 8 november 1991 schortte de Europese Unie het Handels-en Samenwerkingsverdrag met Joegoslavië op. Op 10 januari 1992 werd door dezelfde Europese Unie Montenegro uitgezonderd van de sancties, die ze twee maanden daarvoor geheel Joegoslavië oplegde. De bedoeling hiervan was om Montenegro aan te sporen zich van Servië los te maken. Op 15 januari 1992 begon de Europese Unie met de erkenning van enkele voormalige republieken van de Joegoslavische Federatie als soevereine staat, met de bedoeling een afscheiding te versnellen.

Na de geslaagde afscheidingen van Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Macedonië en Slovenië, bleven de republieken Servië en Montenegro over van het vroegere Joegoslavië. Ze stichtten de nieuwe Federale Republiek Joegoslavië op 17 april 1992. Vanaf die tijd richtten de Verenigde Staten en de Europese Unie hun inmengingscampagnes op die twee republieken. Bij elke poging van de legers van Montenegro, Servië, of het federale leger om verraad en afscheiding tegen te gaan en orde te handhaven, werden beschuldigingen van schending van mensenrechten, oorlogsmisdaden en etnische zuiveringen geuit aan hun adres.

Aan het eind van de negentiger jaren hadden de Verenigde Staten en de Europese Unie met succes Joegoslavië in de hoek gedreven. Ze steunden het Kosovaarse bevrijdingsleger (UCK) en veroordeelden de Servische tegenacties als etnische zuiveringen en volkerenmoord. Kosovo was, en is nog steeds, een onderdeel van Servië. Van de meningsverschillen omtrent de verzelfstandiging van Kosovo heeft de NAVO gebruikgemaakt om een luchtoorlog te beginnen tegen Servië, die de hele maand april 1999 duurde. Dit leidde niet tot de omverwerping van de regering Milosevic. De regering overleefde tot aan de verkiezingen van september 2000, die door buitenlandse inmenging gemanipuleerd werden.

De lessen die hieruit getrokken kunnen worden zijn:

In alle drie de landen probeerde het Westen 'nieuwe leiders' in het zadel te helpen, als deze zich gewillig hadden betoond. Waren ze dat niet, maar bleken ze principieel en sterk, dan werden ze gedemoniseerd en vernietigd. Daarom werden (en worden, red. M.) Mugabe, Poetin en Milosevic elk op verschillende momenten zwartgemaakt, en werden (en worden, red. M.) er pogingen gedaan ze in het nauw te drijven en te isoleren vanwege hun weigering om de westerse dictaten te accepteren.

De ultieme les voor Zimbabwe is dan ook, dat het westerse imperialisme te verslaan is door te blijven doorgaan met:

Vertaling: Ardengo Persijn.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019