De Sjanghai Cooperation Organisation: vooruitzichten voor een multipolaire wereld

De Russische premier, toen nog president, ontving in oktober 2008 vertegenwoordigers van Iran en Mongolië, waarnemers bij de Sjanghai Cooperation Organisation. (Foto WikiCommons)

Rick Rozoff

Op 15 en 16 juni houdt de Sjanghai Cooperation Organisation (SCO) haar negende jaarlijkse top van staatshoofden in de Russische stad Jekaterinenburg. Deze top zal worden bijgewoond door de presidenten van de zes gewone leden - China, Rusland, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan en Oezbekistan - en door vertegenwoordigers van verschillende rang van de vier waarnemerslanden - India, Iran, Mongolië en Pakistan - en van verschillende kandidaatlanden die nog zullen worden aangekondigd.

De SCO als een instelling en als een concept vertegenwoordigt 's werelds grootste potentieel en is in zekere zin ook haar grootste paradox omdat haar capaciteiten en de realisatie daarvan vandaag de dag nog zo ver van elkaar afliggen.

De zes gewone leden zijn goed voor 60 procent van het grondgebied van Eurazië en een derde van de wereldbevolking. Met waarnemerslanden meegerekend, gaat het om de helft van alle mensen op aarde.

Op haar vijfde top in de hoofdstad van Kazachstan, Astana, in juni 2005, met vertegenwoordigers van India, Iran, Mongolië en Pakistan die voor het eerst een SCO-top bijwoonden, begroette de president van het gastland van de top, Nursultan Nazarbayev, de gasten met woorden die nooit eerder zijn gebruikt in enige context: "De leiders van de landen aan deze onderhandelingstafel vertegenwoordigen de helft van de mensheid." [1]

De voormalige chef-staf van de Russische krijgsmacht en politiek analist Leonid Ivashov beschreef later de betekenis en de unieke aard van de SCO als volgt, "In tegenstelling tot Samuel Huntington's concept van de onvermijdelijke botsing van beschavingen, kan in het kader van de SCO de conclusie getrokken worden dat geharmoniseerde interacties tussen beschavingen en hun wederzijdse ondersteuning mogelijk waren." "De contouren van een alliantie van vijf niet-westerse beschavingen - Russisch, Chinees, moslim, hindoe en boeddhistisch - begonnen zich te verwezenlijken." [2]

Om het wereldhistorisch perspectief van de organisatie te benadrukken, voegde hij eraan toe: "De SCO wordt verondersteld een bijzondere wereld te zijn zonder een duidelijk afgebakende grens, een wereld die de gehele aardbol overspant.

"De vierhoek van de nieuwe wereldwijde entiteit - Brazilië, Rusland, China en India - is al vorm gegeven... Deze entiteit en zekere andere formaties zijn gerelateerd aan de SCO." [3]

Het kwartet dat Ivashov hiervoor vermeldt - Brazilië, Rusland, China en India - is sinds 2001 bekend onder het acroniem gevormd door de eerste letters van de namen van deze landen, BRIC, 's werelds snelst en meest constant groeiende economieën met de grootste buitenlandse valuta en goudreserves. BRIC hield zijn eerste top afgelopen mei in dezelfde stad als waar dit jaar in juni de SCO-top zal plaatsvinden, Jekaterinenburg.

Drie van de vier leden van BRIC zijn ook leden of waarnemers van de SCO, evenals vier van de zeven officiële nucleaire staten van deze wereld.

Zoals een Russische krant zei in 2006, "De SCO is een geweldige organisatiedie grondgebied beslaat van de Noordpool tot de Indische Oceaan en van Kaliningrad tot Shanghai. "Het kan de tweede politieke pool van de wereld worden." [4] SCO-leden en waarnemers strekken zich uit over Eurazië van de Zuid-Chinese Zee tot de Baltische Zee en de Perzische Golf tot de Golf van Bengalen.

In 2006 in Sjanghai woonden de presidenten van Afghanistan, Iran en Pakistan - Hamid Karzai, Mahmoud Ahmadinejad en Pervez Musharraf - de top als waarnemer bij. Foto's van de drie zij aan zij verschenen toentertijd op talloze websites, een gebeurtenis van groot belang, zowel symbolisch als wezenlijk. De Afghaanse en Pakistaanse presidenten hadden elkaar jarenlang ervan beschuldigd dat de andere natie de basis is van destabilisatie van zijn eigen natie en dat er zelfs sprake was van verlies van mensenlevens tijdens militaire confrontaties tussen de strijdkrachten van de twee staten.

Iran was het beoogde slachtoffer van nauwelijks bedekte dreigingen van Amerikaanse militaire aanvallen. In feite heeft de toekenning van de status van waarnemer aan de natie in 2005 en Ahmadinejad's aanwezigheid op drie opeenvolgende staatshoofden toppen - China in 2006, Kirgizië en Tadzjikistan in 2007 en 2008 - geen geringe rol gespeeld in het doorkruisen van de plannen van de Verenigde Staten en Israël voor een aanval op Iran.

Het zien van de drie bovengenoemde leiders in de geboortestad van de SCO, onder auspiciën van een multinationale veiligheidsmacht onder leiding van Rusland en China, alle drie waren in oorlog of konden dat snel zijn, onthulde de regionale en mondiale vooruitzichten voor de SCO als een nieuw model voor het oplossen van conflicten en samenwerking.

Tijdens de top in 2007 bediscussieerde de SCO de oprichting van een "verenigde energiemarkt" en de Russische president Vladimir Putin verklaarde: "Ik ben ervan overtuigd dat de energie-dialoog, de integratie van onze nationale energie-concepten, en de oprichting van een energie-club de prioriteiten zullen vastleggen voor verdere samenwerking. " [5]

Het jaar daarna zei de Kazachstaanse premier Karim Massimov in verwijzing naar een op handen zijnde bijeenkomst van de SCO energie-ministers en in de bevestiging dat "het bestaande systeem van pijpleidingen op het SCO-grondgebied dat Rusland, de Centraal-Aziatische staten en China verbinden, een serieuze basis is voor de realisatie van een eensgezinde SCO-energiepolitiek" het volgende: "De projecten betreffende de realisatie van een verenigde energiemarkt en een gemeenschappelijk transportbeleid van de SCO kunnen duidelijke voorbeelden worden voor een wereldwijde benadering van het vastleggen van vormen van en mechanismen voor samenwerking." [6]

Tegen 2007 had de SCO ruim twintig grote projecten gestart die verband houden met transport, energie en telecommunicatie en hield regelmatig vergaderingen over zaken als veiligheid, leger, defensie, buitenlandse politiek, economie, cultuur en financiën. Geen multinationale organisatie met dergelijke vergaande en uitgebreide wederzijdse belangen en activiteiten heeft ooit bestaan op deze schaal.

Amerika's Eerste Afghaanse Oorlog en de nasleep In Centraal-Azië

Leiders van de SCO-lidstaten ontkennen regelmatig dat de organisatie een militaire alliantie is of een in oprichting of dat het plannen heeft om een NAVO te worden of om de NAVO direct uit te dagen. De eerste helft van deze ontkenning is volkomen juist, tot de tweede kan ze wellicht worden gedwongen.

Een indringende Iraanse analyse van eind vorig jaar, "Irak Rookgordijn" door Hamid Golpira, had dit te zeggen over dit onderwerp: "Volgens de theorie van Brzezinski is de controle van de Euraziatische landen de sleutel tot wereldwijde dominantie en de controle van Centraal-Azië de sleutel tot de controle van de Euraziatische landen (...) Rusland en China hebben aandacht besteedt aan Brzezinski's theorie, want zij hebben de Shanghai Cooperation Organisation opgericht in 2001, ogenschijnlijk om extremisme in de regio te beteugelen en de beveiliging van de grenzen te verbeteren, maar zeer waarschijnlijk met het werkelijke doel een tegenwicht te vormen tegen de activiteiten van de Verenigde Staten en de NAVO in Centraal-Azië. " [7]

De SCO is voortgekomen uit de Shanghai alliantie van vijf: Rusland, China, Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan, gevormd in 1996 op basis van het Verdrag betreffende het Verdiepen van Militair Vertrouwen in de Grensregio's teneinde grenzen en veiligheid te verzekeren in een gebied van de wereld in beroering gebracht door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie vijf jaar eerder.

Wederzijdse bezorgdheid van de vijf landen betrof ook het grensoverschrijdende gewapende extremisme in de Ferghana-vallei in Oezbekistan, Kirgizië en Tadzjikistan, en de dreiging van gewelddadige afscheidingsbewegingen.

Waar Rusland, China, Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan in feite strijd tegen leverden was de nasleep van de Amerikaans-Afghaanse oorlog bij volmacht (eigenlijk tussen Sovjet-Unie en VS) van 1978-1992 die zich had verspreid, zoals de architect Zbigniew Brzezinski het bedoeld had, in de Centraal-Aziatische republieken van de Sovjet-Unie tijdens die periode en die bleef groeien in de regio na 1991.

Toen Oezbekistan zich bij de Shanghai Vijf voegde in juni 2001 werd de alliantie geformaliseerd als de Shanghai Cooperation Organisation en begonnen de jaarlijkse toppen van staatshoofden en regeringsleiders (premiers).

Minder dan drie maanden later volgden de aanslagen op New York en Washington DC en in oktober vielen de Verenigde Staten en hun NAVO-bondgenoten Afghanistan binnen en begonnen met de oprichting van militaire bases in dat land en in Pakistan, Kirgizië, Tadzjikistan en Oezbekistan. Op dat punt aangekomen kwam de SCO oog in oog te staan met de VS en de NAVO-troepen, oorlogsvliegtuigen en militaire installaties op SCO-grondgebied en in aangrenzende landen, ongeacht het oorspronkelijke doel van de SCO.

Na de aanslagen op 11 september 2001 op de Twin Towers van het World Trade Center en het Pentagon, leken de SCO-leden geneigd net als de rest van de wereld, om de VS het voordeel van de twijfel te geven en hen op hun woord te geloven: een - beperkte - militaire operatie in Afghanistan lanceren om de aanslagen te wreken. Daartoe behoorde ook de vernietiging van Afghanistan als natiestaat nadat Washington's Mujahedin de hoofdstad Kabul innamen in 1992 en spoedig deze stad aan puin schoten met o.a. mortieraanvallen.

De resulterende instorting van de nationale economie en infrastructuur

De tweede invasie van het ontredderde land door de Taliban en hun inname van Kabul in 1996 met de steun van de Amerikaanse favoriet Benazir Bhutto en het oogluikend toestaan daarvan door de VS. Eerder deze maand vertelde de huidige Pakistaanse president Asif Ali Zardari op het NBC News over de Taliban, dat het een "deel is van ons en jullie verleden, en dat de ISI [Inter-Services Intelligence] en CIA hen samen hebben gecreëerd." [8]

Tegen de tijd van de vijfde SCO-top van staatshoofden in Kazachstan in2005, met weinig van de beweerde doelstellingen van de VS bereikt - en de NAVO die zich in de strijd gemengd heeft op basis van artikel 5 de wederzijdse militaire hulp clausule - en geen teken van Pentagon en NAVO dat ze zich voorbereiden om hun militaire troepen uit Afghanistan en vier naburige landen terug te trekken, is het geduld bij de SCO-lidstaten aardig opgeraakt.

De Verenigde Staten en hun NAVO-bondgenoten zijn drie oorlogen begonnen in vier jaar - Joegoslavië in 1999, Afghanistan in 2001 en Irak in 2003 - en verder een reeks van conflicten en subversie campagnes in Colombia, Macedonië, Ivoorkust, Jemen, de Filippijnen, Liberia en elders.

Wat SCO-leden evenzeer verontrustte was de zogenaamde Tulpen Revolutie in Kirgizië in maart 2005 en wat de overheid in Tasjkent zag als een variant op het thema van regimewisseling in Oezbekistan in mei van dat jaar, een maand voor de SCO-top.

De opstand in Kirgizië en de omverwerping van president Askar Akayev was de vierde in een reeks van door het Westen gesteunde "kleuren revoluties" in de Balkan en de voormalige Sovjet-Unie na die in Joegoslavië in 2000, Georgië in 2003 en Oekraïne in december 2004 slechts drie maanden voor Kirgizië. De dominostenen vielen met een toenemende snelheid aan de Chinese en Russische grenzen. En in het hart van de SCO-gemeenschap.

De krant van de Chinese regerende partij schreef een maand na de top: "De recente SCO-top vond plaats tegen een achtergrond met grote veranderingen in de regionale politieke situatie. Na de oorlogen in Afghanistan en Irak en andere directe militaire acties, hebben de Verenigde Staten en andere Westerse machten in principe het hoofdstuk van de wereld veiligheid afgesloten en offensieven gelanceerd voor 'democratische hervormingen' en 'afschaffing van de tirannieke regimes' in de voormalige Sovjetstaten en het Grote Midden-Oosten en begonnen ze de een na de andere "kleuren revolutie". [9] (wordt vervolgd)

Bron: Stop NATO, 21 mei 2009, vertaling Ben Braam.

NOTEN:

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019