Internet, de nieuwe doping voor de Amerikaanse hegemonie

Vanaf het allereerste begin zijn er stevige mechanismen ingebouwd door de VS om het individuele computergebruik te kunnen controleren en manipuleren. De zogenaamde 'vrijheid van het internet' blijkt bij nader onderzoek valse schijn. (Foto Flickr)

Redactie buitenland

Het internet is een Amerikaanse uitvinding. In 1969 ontwikkelde ARPA, een dienst van het Amerikaanse ministerie van Defensie, het eerste computernetwerk gebaseerd op packet switching, om vier universiteiten op het grondgebied van de VS met elkaar te verbinden. Aan het eind van de zeventiger en aan het begin van de tachtiger jaren groeide het aantal internetgebruikers aanmerkelijk. (deel 1 van 2)

In september 1989 werd met subsidie van het Amerikaanse ministerie van Handel het ICANN (Internet Corporation for Assigned Names and Numbers) opgezet, een organisatie die het internet feitelijk beheerst. Omdat de wieg van internet in de Verenigde Staten stond en omdat de techniek van oorsprong Amerikaans is domineert de VS het internet al veertig jaar.

Wereldwijd zijn er dertien rootservers die het internet ondersteunen. De hoofdserver en negen van de twaalf overige bevinden zich in de VS. In theorie kan het netwerk van een heel land verdwijnen van het wereldwijde internet als de registratie van een domeinnaam geblokkeerd of verwijderd wordt. In geen enkel land bestaat wetgeving om een dergelijke handelswijze van ICANN te voorkomen. In april 2004 verdween Libië drie dagen lang van het net omdat de Libische domeinnamen (.ly) door gerommel bij het ICANN niet meer bereikbaar waren.

In andere landen groeide de onrust omtrent het Amerikaanse monopolie over de server die de domeinnamen verstrekt. Men ging zich zorgen maken over de betrouwbaarheid van internet dat van enorm belang is voor de politiek, de economie, defensie en de maatschappij in het algemeen. Enkele jaren geleden was er een voorstel om het internetbeheer onder te brengen bij de Verenigde Naties of bij een andere internationale organisatie. De Europese Unie drong erop aan dat het netwerk als internationaal medium door alle landen gezamenlijk beheerd zou moeten worden. Een aantal ontwikkelingslanden wees erop dat zij nog maar aan het begin van de ontwikkeling van internet stond, en dat de industrielanden grote aantallen domeinnamen voor hun neus zouden wegkapen. Zij vroegen aan de VS om deel te mogen nemen aan het internetbeheer maar deze suggestie werd van de hand gewezen.

In de Amerikaanse Defense Strategy Review van maart 2005 werd beklemtoond dat evenals op het land, op zee, in de lucht en in de ruimte de Verenigde Staten ook op het gebied van het internet onaantastbaar superieur zouden moeten zijn. Een verklaring van Washington op dertig juni 2005 maakte duidelijk dat de Amerikaanse regering haar controle over de server voor de domeinnamen nooit zou opgeven. Het overdragen van de zeggenschap aan de Verenigde Naties of een andere internationale instelling zou de vrije informatiestroom belemmeren. Het internet zou gemakkelijk te manipuleren zijn en een wereldwijd toezicht bemoeilijken.

Om de Wereldtop in Tunis over de Informatiemaatschappij in november 2005 te dwarsbomen schreef de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice aan de Europese Unie en aan haar Britse collega dat Washington voor wat betreft het beheer van het internet zijn steun zou blijven geven aan het ICANN (in naam een ngo, maar feitelijk een regeringsinstantie die valt onder het Amerikaanse handelsministerie). Rice zei dat de veiligheid en de stabiliteit van het internet het beste gegarandeerd konden worden door een private onderneming. Als het internet op een internationale manier beheerd werd zou de ontwikkeling ervan geremd worden.Tegelijkertijd nam het Amerikaanse Congres met 423 stemmen vóór en geen enkele tegen een resolutie aan waarin het Witte Huis werd opgeroepen om een verklaring uit te geven waarin zou staan dat de Amerikaanse controle over het internet onaantastbaar moest zijn. Volgens de Republikein John Taylor Doolittle hadden de Verenigde Staten het internet uitgevonden als geschenk aan de wereld, met behulp van Amerikaans belastinggeld. Daarom zou hij elke poging om het beheer ervan over te dragen aan de VN tegenwerken.

De controle over het internet is van groot strategisch belang voor de VS. Met behulp van het internet kunnen de Verenigde Staten informatie onderscheppen, de Amerikaanse waarden en opinies exporteren. 'Kleurenrevoluties' kunnen ondersteund worden, evenals oppositiekrachten en rebellen die strijden tegen anti-Amerikaanse regeringen. De VS kunnen zich mengen in binnenlandse kwesties van andere landen en preventieve aanvallen uitvoeren op de vijandelijke communicatienetwerken. In zijn boek 'The Next World War' schreef de bekende militaire analist James Adams: 'De computer is hét wapen voor de toekomstige oorlogen. Er is praktisch geen frontlinie zoals op het traditionele slagveld. In de strijd om het luchtruim zullen bytes de plaats van kogels innemen.'

De Verenigde Staten willen in de toekomst wereldwijd de controle verwerven over alle informatie. De resultaten van de onderzoeken en de ontwikkeling die de Amerikaanse bedrijven bereiken worden op last van de regering binnen de VS gehouden. In 2002 ontdekten de Britse media een Amerikaans spionagecomplot, waarbij de CIA op zoek was gegaan naar informatie door in te breken in computers van multinationals, banken, regeringsinstellingen en organisaties overal ter wereld. Onder de dekmantel van een hightech privéfirma werkte de CIA samen met een bedrijf voor softwareontwikkeling in Silicon Valley. Ze ontwierpen bugs om via het internet aan informatie te komen. Deze spionagesoftware hechtte zich aan de normale programma's en installeerde zichzelf zodra een computergebruiker zijn gewone software opstartte.

De New York Times meldde in december 2005 dat de CIA samen met Amerikaanse telecombedrijven werkte aan de ontwikkeling van een computerprogramma dat in staat was om internetcommunicatie te onderscheppen. Op 11 januari 2006 bracht CBS TV het nieuws dat de CIA een speciale afdeling had opgericht om met behulp van technisch vernuftige middelen de informatie in andere landen te onderscheppen. In een interview liet het hoofd van deze afdeling weten dat de CIA op deze manier aan veel informatie van hoog belang gekomen was. Hoewel Iran probeerde zijn nucleaire onderzoek geheim te houden had de CIA volgens hem toch de hand weten te leggen op informatie uit de eerste hand. Op foto's zou te zien zijn dat het land kernwapens ontwikkelde.

Na de executie van een informant kon de CIA zich dankzij het ontwikkelen van deze computertechnologie toch toegang verschaffen tot Iran's geheime nucleaire experimenten. De CIA-medewerker voegde eraan toe dat de VS Iran al sinds de verspreiding van het internet op deze manier in de gaten houden en dat er inmiddels drie bibliotheken gevuld zijn met de verzamelde gegevens.

Volgens de New York Times spelen de sociale netwerksites die in de 21e eeuw hun opgang maakten een grote rol bij de protesten in Georgië, Egypte en IJsland. De mislukte 'kleurenrevolutie' in Moldavië in april 2009 werd ook wel de 'Twitterrevolutie' genoemd, vanwege de rol die de populaire van origine Amerikaanse sociale netwerksite Twitter speelde. (wordt vervolgd)

Bron: China Daily, 22 januari 2010, vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019