'Dokter, ik ben op'

Over lichamelijke en psychische klachten door werkstress

Onderzoek naar beroepsziekten

Volgens het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten/AMC, dat onderzoek verrichtte op verzoek van vakcentrale FNV sterven elk jaar ten minste drieduizend Nederlanders als gevolg van hun werksituatie.

  • Kanker door het werken met chemische stoffen en asbest is de voornaamste doodsoorzaak: 1350 sterfgevallen. Risico lopen onder meer kelners, tabakswerkers, zeelieden en schoorsteenvegers.
  • Ook hart- en vaatziekten - als gevolg van een hoge werkdruk - scoren met 825 doden hoog.
  • Daarnaast sterven werknemers aan longaandoeningen (570) en infectieziekten (50), zoals Q-koorts.
  • Jaarlijks overlijden bovendien naar schatting tweehonderd ongeboren baby's, doordat hun ouders (bijvoorbeeld dierenartsen en tandartsen) hebben gewerkt met chemische stoffen.
  • Het aantal doden door ongevallen op het werk is relatief laag: circa honderd.

De meeste arbeidgerelateerde sterfgevallen hadden volgens de onderzoekers kunnen worden voorkomen.

Maarten Muis

De impliciete belofte gedaan door de werkgevers dat technologische ontwikkeling en een wetenschappelijker benadering van werkprocessen de arbeid minder schadelijk zou maken voor de gezondheid van de werknemer, bleek vals. RSI, depressie en burn-out zijn de volksziekten van deze tijd. En ondanks veel druk van de werkgeverslobby om deze klachten los te koppelen van de werksituatie en toe te schrijven aan de persoonlijke levensstijl en individuele psychische belastbaarheid, is overduidelijk de boosdoener: de toegenomen werkstress.

Twee huisartsen van Geneeskunde voor het Volk in België hebben een boek geschreven, waarin zij een hele rij patiënten portretteren die allemaal ziek geworden zijn door werkstress. Het boek 'Dokter, ik ben op: Over werkstress' geeft een onthutsend beeld van het hedendaagse werkklimaat. De intensivering en flexibilisering van de arbeid heeft als gevolg dat steeds meer mensen niet meer kunnen meekomen met het werktempo en ziek worden. En ziek worden betekent, zo blijkt uit veel voorbeelden uit het boek, direct of indirect een reden voor ontslag.

In het boek vertelt een medewerker, werkzaam bij het logistieke bedrijf TNT, hoe hij continu nachtdiensten moet draaien. Die ruïneren zijn gezondheid en leveren hem ook nog te weinig op om zijn gezin voldoende te kunnen onderhouden. Dubbel stress dus. Dat het werk van TNT 's nachts gebeurt is logistiek niet noodzakelijk, maar enkel en alleen een financiële en marketing-gedreven beslissing. De artsen laten ook een vrachtwagenchauffeur aan het woord die zoveel uren op de weg zit dat er in het weekend geen sprake is van gezinsleven door uitputting. Een uitzendkracht vertelt dat de voortdurende onzekerheid of er de volgende dag nog wel werk voor hem is, allerlei spanningen veroorzaakt met het gevolg haaruitval, maag- en darmklachten. Zo komt nog een hele rij beroepen aan bod in het boek waarvan de werksituatie steeds weer gekenmerkt wordt door stress.

Het verband tussen pijnlijke klachten als rugpijn en RSI en werkstress is voldoende aangetoond. Bij langdurige stress raakt het pijnsysteem overgevoelig. Het gaat overigens niet alleen om fysieke overbelasting, maar het kapitalisme leidt ook tot (sociale) vervreemding. Een Amerikaans onderzoek uit 2003 toonde door middel van MRI-scans aan dat bij sociale uitsluiting dezelfde hersenstructuren geactiveerd worden als bij fysieke pijn. Door stress veroorzaakte pijn heeft dus zowel aanwijsbare lichamelijke oorzaken als psychische oorzaken.[4] De strijd van de schoonmakers toonde het belang van respect en vaktrots voor mensen. Die dimensie zal aan belang winnen.

De Belgische huisartsen die het boek schreven hebben oog voor de sociale kant van wat op het eerste gezicht vooral lichamelijke klachten lijken. Een van de artsen gaat mee op de ronde van een postbode om aan den lijve te ondervinden dat de postbezorging door het invoeren van het systeem van GeoRoute een stressbevorderende activiteit is geworden. Zoals de postbode de met veel bombarie gepresenteerde 'vernieuwing' van de post beschrijft: "Onder dat kleed (japon) van de mooie prinses zat de lelijke heks van winstbejag verborgen. Het was harder en sneller werken voor hetzelfde loon. Er kwamen onbetaalde overuren, meer arbeidsongevallen. Iedereen zit nu onder de stress. Alles is getimed." [1]

De artsen wijzen er in het boek op hoe belangrijk het is dat er rekening wordt gehouden met de biologische klok van de mens. Tijd, ritme en een goede afwisseling van rust en inspanning zijn cruciaal wil de mens gezond blijven bij het verrichten van arbeid. Nachtwerk en ploegendiensten die allebei tegen de natuurlijke biologische klok ingaan, resulteren in gezondheidsklachten. Speciale aanpassing is noodzakelijk.

Heel wat onderzoeken hebben een verband aangetoond tussen de hoogte van het risico op een hartinfarct en lange werktijden en ploegenarbeid. [2] In 'Dokter, ik ben op' laten de artsen aan de hand van concrete voorbeelden zien dat de door de EU voorgeschreven aanpassingen van het arbeidsrecht, onder het mom van flexibilisering, de bescherming van werkers met nachtdiensten en ploegendiensten juist afgebroken heeft.

Het winstbejag en de moordende concurrentie tussen de bedrijven heeft de druk op de arbeid sterk doen toenemen de laatste decennia. Waren er vroeger nog wel rustige momenten tijdens het werk, nu worden de arbeiders door invoering van allerlei nieuwe monitoringsystemen van werkprocessen gedwongen elke minuut inspanning te leveren. Hadden supermarktmedewerkers vroeger nog wel eens een rustig moment achter de kassa, nu zijn de werkprocessen zo georganiseerd en is de bezetting zo krap dat het altijd stressen is (zie ook interview met Bart Plaatje, elders in de krant).

Een Frans onderzoek in 2002 naar de gezondheid van werknemers in winkelbedrijven bracht aan het licht dat ongeveer 40 procent van de vrouwen die er werkte geconfronteerd werd met psychische problemen en maar liefst 12 procent tekenen vertoonde van een ernstige depressie, gekenmerkt door zelfmoordgedachten. [3]

Het precies voorschrijven door het management hoeveel tijd er aan een bepaalde activiteit besteed mag worden is gemeengoed in veel beroepsgroepen. In het boek wordt beschreven hoe monitoring in extreme mate wordt toegepast bij de callcenters, waar elke seconde arbeid geklokt en geregistreerd wordt. Aan het eind van de dag moeten de callcenter-medewerkers de geregistreerde inspanningen verantwoorden. Het is voldoende bewezen dat een veelvoorkomende klacht van RSI direct resultaat is van deze permanente belasting.

De werkgevers proberen op alle mogelijke manieren te ontkomen aan de verantwoordelijkheid om structureel iets te doen aan de werkstress. De vakbond probeert het vraagstuk steeds weer op de onderhandelingsagenda te plaatsen, maar de lobby van werkgevers bij de medische richtlijnen is groot. In het boek geven de artsen concreet advies aan collega-artsen en vakbondsbestuurders hoe de aandacht voor de gevolgen van werkstress te stimuleren is. Maar uiteindelijk kan een gezond arbeidsleven niet bestaan zonder dat het opjagen van de factor arbeid door de dwingelandij van de winstmaximalisatie een halt wordt toegeroepen.

Noten


[1] Staf Henderickx en Hans Krammisch, 'Dokter, ik ben op: over werkstress', Epo, Berchem 2010 pag. 144
[2] idem pag. 102-103/108
[3] idem pag. 136
[4] idem. pag 75
©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019