Fidel Castro over het Cheonan incident

"Geen militaire bases" (Okinawa, Japan)

Redactie buitenland

Middels het zeer vreemde verzinsel dat de Democratische Volksrepubliek Korea (DVRK) de Zuid-Koreaanse onderzeeër Cheonan - gebouwd met ultra moderne technologie en uitgerust met een groot assortiment aan sonar systemen en onderwater geluidssensoren - tot zinken zou hebben gebracht, krijgt de DVRK de schuld van deze afschuwelijke gebeurtenis, die het leven kostte aan 40 Zuid-Koreaanse mariniers en tientallen van hen verwondde.

Ik vond het moeilijk dit vraagstuk te ontrafelen. Aan de ene kant was er geen enkele manier om te verklaren hoe het voor welke regering dan ook, ongeacht haar bevoegdheden, mogelijk zou zijn commandomechanismen in werking te zetten om opdracht te geven voor het lanceren van torpedo's op een marineschip. Aan de andere kant heb ik het verhaal dat Kim Jong Il die opdracht gegeven zou hebben geen seconde geloofd.

Ik had in eerste instantie te weinig informatie voor een goede beoordeling van de situatie om tot een conclusie te komen, maar ik was er zeker van dat China een veto zou uitspreken over de ontwerpresolutie van de Veiligheids Raad, die zou leiden tot sancties tegen de DVRK. Tegelijkertijd wist ik wél zonder enige twijfel dat de VS niet zouden kunnen voorkomen dat de oncontroleerbare regering van Israël nucleaire wapens zou inzetten.

Op 1 juni, in de loop van de avond, werd onthuld wat er werkelijk is gebeurd. Om 22.30 uur luisterde ik naar een scherpe analyse van de journalist Walter Martinez, de programmacoördinator van het programma 'Dossier' op de Venezolaanse televisie. Hij concludeerde dat de VS de twee Korea's hadden misleid en ervoor hadden gezorgd dat ze beide geloofden wat ze over elkaar zeiden. Het doel was het probleem op te lossen dat was ontstaan rond de teruggave van bezet grondgebied, de Amerikaanse basis in Okinawa, aan Japan, dat de Japanse premier had geëist, zoals de plaatselijke bevolking wil.

Tijdens de verkiezingen had zijn partij veel kiezers achter zich weten te krijgen, door de belofte te doen dat hij ervoor zou zorgen dat de VS zich zouden terugtrekken en de basis in Okinawa zouden verlaten. Deze basis is al meer dan 65 jaar een dolk in het hart van Japan, vandaag de dag een rijk en ontwikkeld land. [nvdr: Op basis van een veiligheidspact uit 1960 mogen Amerikaanse strijdkrachten in ruime mate gebruikmaken van grond en faciliteiten in Japan. In ruil daarvoor zijn de VS verplicht bij aanvallen voor Japan op te komen en het land bescherming te bieden onder hun nucleaire paraplu. Ruim de helft van de circa vijftigduizend Amerikaanse militairen in Japan is gelegerd op Okinawa.]

De werkelijk verbazingwekkende details van wat er is gebeurd zijn bekend geworden via Global Research, dankzij een artikel van Wayne Madsen [1], een onderzoeksjournalist die in Washington DC werkt, die op zijn website 'Wayne Madsen Report' informatie verspreidde van bronnen vanuit inlichtingendiensten.

Deze bronnen zeiden: "...verdenking dat de aanval op de Cheonan oorlogskorvet van de Zuid-Koreaanse Marine een operatie was onder valse vlag, met als doel het erop te laten lijken dat de aanval werd uitgevoerd door de DVRK."

Een van de belangrijkste doelen om de spanningen op het Koreaanse schiereiland op te voeren was druk uitoefenen op de Japanse premier Yukio Hatoyama, om er zo voor te zorgen dat hij zijn politiek zou wijzigen met betrekking tot de terugtrekking van de VS-troepen gelegerd op de basis in Okinawa. Hatoyama heeft toegegeven dat de spanningen veroorzaakt door het zinken van de Cheonan van grote invloed zijn geweest op zijn besluit om de Amerikaanse mariniers op Okinawa te laten blijven. Hatoyama's besluit veroorzaakte een splitsing in de centrum-linkse coalitieregering, waar Washington weer blij mee was: de leider van de Sociaaldemocratische Partij, Mizuho Fukushima, dreigde de coalitie te verlaten in verband met deze verandering van politiek met betrekking tot Okinawa.

De Cheonan werd tot zinken gebracht vlakbij het eiland Baengnyeong, ten westen en ver van de Zuid-Koreaanse kust maar vlak voor de DVRK. Het eiland is zwaar gemilitariseerd en ligt binnen het bereik van artillerievuur van de kustverdediging van de DVRK, aan de andere kant van het smalle kanaal.

De Cheonan, een korvet voor anti-onderzeeër oorlogsvoering, was uitgerust met een speciaal sonar systeem, uitgebreide hydrofone onderwater sonarsystemen en geluidssensoren. De Zuid Koreaanse sonar- en audiosystemen vertonen geen bewijs van de nabijheid van een torpedo, onderzeeër of mini-onderzeeër. Omdat er weinig wordt gevaren door het kanaal was de zee stil op het moment dat de korvet tot zinken werd gebracht.

Op het eiland Baengnyeong zijn echter wel een VS-Zuid Koreaanse militaire inlichtingendienst en US Navy SEALS (speciale marine eenheden) gevestigd, die vanaf die basis opereren. En op het moment dat de Cheonan zonk waren er vier schepen van de VS-marine in het gebied aanwezig, in verband met de gezamenlijke militaire oefening Foal Eagle van de VS en Zuid-Korea. Onderzoek naar metaal en chemische sporen van de verdachte torpedo heeft uitgewezen dat deze van Duitse makelij was.

Er wordt vermoed dat de US Navy SEALS een reeks van Europese torpedo's bewaren, om onduidelijkheid te creëren bij aanvallen 'onder valse vlag'. Bovendien verkoopt Berlijn geen torpedo's aan de DVRK, maar Duitsland heeft wel programma's voor nauwe samenwerking met Israël voor de gezamenlijke ontwikkeling van onderzeeërs en wapens voor gebruik onder water.

De aanwezigheid van de US Salvor, een van de schepen die deelneemt in de oefening Foal Eagle, dichtbij het eiland Baengnyeong tijdens het zinken van de Zuid-Koreaanse korvet roept ook vragen op.

De Salvor, een burger reddingsschip van de marine dat ook werd ingezet bij operaties voor het plaatsen van mijnen door de Thaise marine in de Golf van Thailand in 2006, was ook in de buurt op het moment van de explosie van twaalf diepwater drijvers, veroorzaakt door een tweede kracht.

Na de beschuldiging reisde Kim Jong Il per trein van Pyongyang naar Beijing waar hij verklaarde dat de DVRK onschuldig is. Bejing, blij met deze verklaring, vermoedt dat de marine van de VS een rol heeft gespeeld in het tot zinken brengen van de Cheonan, waarbij zij met name de rol van de Salvor verdacht vinden.

De verdenkingen zijn de volgende:

  1. De Salvor nam deel aan een operatie om mijnen te plaatsen in de zeebodem. Zij plaatsten anti-onderzeeër mijnen die horizontaal in de zeebodem worden geschoten.
  2. De Salvor voerde een routine-inspectie uit en onderhoud aan mijnen in de zeebodem en programmeerde de mijnen, zodat ze ingesteld waren op elektronische activering, als onderdeel van het inspectieprogramma.
  3. Een duiker van de SEALS bevestigde een magnetische mijn aan de Cheonan, als onderdeel van een clandestien plan, bedoeld om de publieke opinie over Zuid-Korea, Japan en China te beïnvloeden.

De spanningen op het Koreaanse schiereiland overschaduwden gemakkelijk alle andere punten op de agenda van de minister van Buitenlandse Zaken van de VS, Hillary Clinton, tijdens haar bezoek aan Beijjing en Seoul.

En zo waren de VS, op een verbazend simpele manier, in staat om een groot probleem op te lossen: het verwijderen van de Japanse regering van Nationale Eenheid van de Democratische Partij van Yukio Hatoyama's, maar wel tegen een hoge prijs:

De politieke leiders en de publieke opinie in de wereld hebben een bewijs gezien van het cynisme en het absolute gebrek aan scrupules dat de imperialistische politiek van de Verenigde Staten karakteriseert.

Fidel Castro Ruz, 3 juni 2010, vertaling J.Bernaven.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019