Kabinet tornt aan toekomst MBO-onderwijs

Demonstratie voor behoud kwaliteit MBO op het Plein op 10 februari jl. (Foto: Tweede Kamer).

Ron Verhoef

Het nieuwe kabinet is nog maar net begonnen of de contouren van het nieuwe onderwijsbeleid zijn al duidelijk. Het MBO werd in ieder geval direct al geconfronteerd met de nieuwe plannen van het kabinet. Daarmee is het met de rust, die in het MBO na Dijsselbloem was ontstaan, gedaan. Hoewel alle partijen in hun verkiezingsprogramma's beloofden niet in het onderwijs te snijden, blijkt ook nu weer dat verkiezingsbeloften een wassen neus zijn.

Officieel blijft het actieplan leerkracht van kracht. Dit plan had tot doel meer leerkrachten te werven. In de praktijk was dit plan nooit meer dan een stukje papier, maar nu wordt het plan door het nieuwe MBO dat VVD en CDA voor ogen staat helemaal ontkracht.

Scholen open zonder leerlingen

Zo is het nieuwe kabinet van mening dat MBO's niet langer in de vakanties dicht mogen. Dit is een verspilling van huisvesting en materiaal. Bizar genoeg wenst het kabinet echter niet te tornen aan de leerlingenvakanties. Hoe verspilling van huisvesting en materiaal zo kan worden tegengegaan is erg vaag.

De discussie is overigens niet nieuw. Al jaren probeert de MBO-raad, waarin de gezamenlijke werkgevers zijn verenigd, de lerarenvakanties af te schaffen. Het motto is dan dat de werkdruk van de docent afneemt als hij zijn werk over meer weken verspreidt. In de praktijk blijkt dat echter niet te werken. De meeste activiteiten van leraren zijn leerlinggebonden. Geen leerlingen op school betekent dus geen werk. Het is nu al zo dat veel docenten in de eerste week van de vakantie wel doorwerken maar eigenlijk niets anders doen dan koffiedrinken en af en toe eens een gesprekje houden met een nieuwe leerling. Effectief zijn deze weken niet.

Los van deze oude discussie zwengelt het kabinet ook een nieuwe discussie aan. Het idee is nu dat docenten te allen tijde beschikbaar moeten zijn voor het werk. De MBO-raad wijkt hierover in zijn opstelling overigens wel iets af van de plannen van het kabinet. Zo wil de MBO-raad dat werknemers een aantal weken per jaar oproepbaar zijn en niet het hele jaar. Onduidelijk is waarvoor leraren dan precies opgeroepen kunnen worden.

Beroep leraar wordt onaantrekkelijk

Voeg bij al deze verslechteringen nog eens de bevriezing van de lerarensalarissen en het grotendeels afschaffen van promotiekansen en je kunt je afvragen hoe aantrekkelijk het beroep van leraar nog is. Dat de VVD en het CDA op papier hebben gezet dat het beroep van leraar aan aantrekkingskracht moet winnen is mooi, maar papier blijkt wederom zeer gewillig.

Het blijft echter niet bij verslechteringen voor leraren. Het kabinet heeft ook een reeks plannen op tafel gelegd die de toekomst van het MBO radicaal verandert. Zo wil de overheid niet langer subsidie geven voor leerlingen die ouder zijn dan 27 jaar. Nu zult u zich afvragen of die leerlingen er veel zijn op het MBO en dan is het antwoord: ja. Met name op de avondschool en in de werk/leervarianten (de zogenaamde BBL) zitten veel oudere leerlingen. Dit zijn doorgaans mensen die al werk hebben, maar weer naar school gaan om hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren. Een deel van de opleiding die deze leerlingen volgen wordt door het bedrijf waar ze werken betaald, maar een groot deel niet. Afschaffen van deze subsidies zou wel eens tot het einde van BBL-constructies kunnen leiden, of in ieder geval tot een enorme uitkleding van de BBL.

Dit is een probleem. Niet iedereen kan immers even goed leren. Als werk/leerplaatsen gaan verdwijnen zal een grote groep leerlingen tussen de wal en het schip raken. Hoe zij dan een diploma moeten behalen is geheel onduidelijk.

Bedrijfsleven de baas

Het kabinet wil bovendien een betere aansluiting tussen bedrijfsleven en MBO's. Zo moeten MBO's niet meer opleiden voor beroepen waar geen vraag naar is in het bedrijfsleven. Natuurlijk kan het niet de bedoeling zijn dat leerlingen worden opgeleid tot werkloosheid, maar de vraag in hoeverre het bedrijfsleven invloed moet hebben blijft een heikel punt. Het kabinet wil graag meer leraren voor de klas die uit het bedrijfsleven komen, maar die zijn nu juist niet te vinden. Slechts een kleine groep mensen maakt de overstap van het bedrijfsleven naar het onderwijs. De groep die van het onderwijs naar het bedrijfsleven stapt is groter.

Daarnaast kun je je afvragen of onderwijs alleen op het bedrijfsleven gericht moet zijn. Er is immers meer in het leven dan werk alleen. De band tussen bedrijfsleven en onderwijs wil de overheid bovendien versterken door de bedrijven meer te laten investeren in het onderwijs. Dat lijkt echter een hopeloos traject. Vrijwel geen enkel bedrijf wil geld investeren om personeel voor de concurrent op te leiden. De kans dat het bedrijfsleven zonder voorwaarde geld ter beschikking stelt aan het MBO is dus klein.

Doordat het kabinet niet langer geld wil steken in opleidingen met weinig leerlingen, dreigen bovendien opleidingen te verdwijnen. Dat zijn niet allemaal zinloze opleidingen. Zo is de opleiding tot loodgieter bij vrijwel alle MBO's een kleine opleiding die volgens de richtlijnen van het kabinet zou moeten verdwijnen. De kans dat u straks een probleem krijgt bij het vinden van een gekwalificeerde loodgieter is dus reëel.

Stageplaatsen: goedkope arbeidskrachten

De vergroting van de rol van het bedrijfsleven moet ook tot uitdrukking komen door het leren in de praktijk een grotere rol te laten spelen. De stageperiode van de opleiding moet dan worden verlengd. Enkele jaren geleden werd dit al verhoogd van 1 jaar naar 1,5 jaar voor MBO-niveau 4 en van 0,5 jaar naar 1 jaar voor niveau 2. De wilde plannen die de MBO-raad een aantal jaren geleden de wereld inbracht, om de hele opleiding in stages onder te brengen, lijken nu dus op vruchtbare bodem te belanden bij het nieuwe kabinet. Voor werkgevers zou dit betekenen dat ze er een grote groep goedkope arbeidskrachten bij krijgen.

Overstap MBO naar HBO onmogelijk?

Hoewel niet zo duidelijk omschreven lijkt het er bovendien op dat het kabinet het MBO weer eindonderwijs wil maken. In de Paarse kabinetten werd deze wens van de VVD al eens ingevoerd. In 1996 werd bij wet vastgelegd dat de weg naar het HBO wel openbleef voor MBO-ers maar dat scholen die weg sterk moesten ontmoedigen. Dit stokpaardje van de VVD lijkt dus nu weer ingang te vinden. Ook dat is een probleem. Niet iedere jongere ontwikkelt zich even snel. Met name jongens zijn vaak laatbloeiers. In het systeem van de mammoetwet werd dit door het MBO ondervangen. Laatbloeiers konden alsnog naar het HBO of de universiteit via het MBO. Als deze mogelijkheid inderdaad vervalt worden jongeren die laatbloeiers zijn dus gestraft. Dat is niet alleen zonde van de talenten van die jongeren maar ook voor de maatschappij die zo talenten onbenut laat.

De toekomst van het MBO is bij het nieuwe kabinet dus absoluut niet in veilige handen. Het ziet er dan ook naar uit dat de MBO's een roerige tijd tegemoetgaan, waarbij acties niet uit de weg gegaan zullen worden. Wellicht moeten de docenten het kabinet er maar eens aan herinneren welke beloftes ze ook alweer gedaan hebben.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019