De noodzaak van een sterke en strijdbare voorhoede

rijksambtenaren.jpg
Op dinsdag 1 november demonstreerden 1000 rijksambtenaren in Utrecht voor een goede cao. De opkomst was een verdubbeling ten opzichte van de eerdere actie op Schiphol (Foto: Manifest/KH).
ncpn.jpg
Pas als massa-actie en doelgerichte organisatie elkaar wederzijds versterken zal er succes kunnen worden geboekt in de strijd tegen het dominante kapitaal en haar vazallen in de poitiek (Foto Manifest/WvdK).

Wil van der Klift

Er is in de geschiedenis nooit sprake geweest van (revolutionaire) veranderingen zonder een voorhoede die daaraan leiding gaf. Zonder denkkracht, moed, creativiteit, leidinggevend, organiserend en inspirerend vermogen blijven veranderingen en verbeteringen uit. Deze voorhoede kan echter alleen slagen als de band met de massa hecht is. De revolutionaire voorhoede kan alleen slagen als haar eisen overeenstemmen met de wil van de meerderheid van de bevolking die zij vertegenwoordigt en die eisen door die bevolking ook daadwerkelijk (kunnen) worden begrepen. Dat vraagt om een actieve houding. Er bestaat een onlosmakelijke dialectische relatie tussen de leiding en de mensen die zij vertegenwoordigt.

Een leger zonder aanvoerders zal nooit een overwinning kunnen boeken. Toch worden er tegenwoordig tal van pogingen gedaan om het idee van een leger zonder leiding te propageren.

David Marsh, prof. sociologie aan de universiteit van Birmingham (World-press weblog), zegt het zo: "(...) Jongeren tussen de 18 en 25 jaar gaan vaak niet stemmen en nemen meestal ook weinig deel aan maatschappelijke organisaties. De overgrote meerderheid is totaal niet in politiek (en de vakbeweging, nvdr) geïnteresseerd. Geen wonder, politici komen vrijwel altijd met top-downoplossingen. Ze zouden veel meer naar de betrokkenen zelf moeten luisteren, naar wat die aan oplossingen zien. Bottom-up in plaats van top-down! De regering moet zich realiseren dat er een meer participatief politiek systeem nodig is. Mensen dienen betrokken te worden bij oplossingen van maatschappelijke vraagstukken."

Bottom-up in plaats van top-down

Dat is de wereld nodeloos op z'n kop zetten. Het gaat om de juiste verhouding tussen 'top' en 'bottom'. Er is zeker reden om de bevolking meer zeggenschap te geven. Er wordt teveel over de hoofden van mensen heen gewalst. Daaraan moet ook zeker wat worden gedaan. Juist nu in Europa een kille ondemocratische wind waait. Maar de eis moet niet zijn: weg met de leiding, weg met de partijen, weg met de vakbonden. De eis moet zijn: geef ons goede leiders en bestuurders, geef ons goede partijen, geef ons een inspirerende sterke vakbeweging! Zorg voor een goede taakverdeling, zorg dat kennis, kunde en vaardigheden van álle betrokkenen elkaar verrijken.

Als alles van onderop moet komen, als top-down altijd fout zou zijn en bottom-up altijd goed, zou de voorhoede niet meer meebepalen maar alleen nog de achterhoede. Deskundigheid en opleiding worden op die manier uitgeschakeld. Waartoe dat leidt is dagelijks op de tv te zien, waar de meeste programma's uitblinken door domme nietszeggendheid.

In de praktijk leidt deze aanpak echter vooral tot vrij spel voor de echte, vaak verborgen, leiders. Want er zijn altijd en overal leiders. Juist als dat feit wordt genegeerd treden de gevaren op de voorgrond. Dan kunnen (democratisch gekozen) leiders niet meer worden getoetst en gecontroleerd. Dan wordt er niet meer gezocht naar mensen met extra kwaliteiten.

Uiteraard kun je niet alles aan gekozen of aangestelde leiders overlaten. Zodra de controle te zwak wordt is er een niet geringe kans dat zulke mensen met hun mandaat aan de haal gaan. Uiteindelijk komt alles neer op een afgewogen mix van zoeken naar kwaliteit, bereidheid tot (extra) inzet en de noodzakelijke controle op het functioneren van leidingen en besturen.

De socialistische revolutie zal volgens Marx uitgevoerd worden door de georganiseerde industriële arbeiders (het proletariaat). Hoe je het ook wendt of keert, dat geldt ook nog vandaag de dag, ondanks verschuivingen binnen die arbeidersklasse en binnen de maatschappelijke verhoudingen.

Lenin gaf het idee van de voorhoede een nieuwe organisatorische dimensie. Hij bepleitte een goed georganiseerde partij van (professionele) revolutionairen die de omverwerping van het evenzeer strak en goed georganiseerde kapitalisme, zoals tegenwoordig bijvoorbeeld zichtbaar wordt in de ERT (Europese Ronde Tafel van industriëlen) en de AMUE (Associatie voor de Monetaire Unie van Europa), zou kunnen leiden. De ERT wordt ook wel het ministerie van Economische Zaken van de EU genoemd. Tegen het georganiseerde kapitaal kan slechts een hecht en goed georganiseerd werkersfront worden gesteld. In Rusland waren dit in de tijd van Lenin de bolsjewieken. De resultaten van zo'n aanpak zijn op dit moment in Griekenland te zien, waar de Griekse CP met succes uitvoering geeft aan besluiten die 11 jaar geleden, tijdens het 16de Congres [1], werden genomen.

Moderne vakbeweging is strijdbaar

Ook in de openingsspeech van Henk van der Kolk, vz. FNV Bondgenoten, tijdens het tweede deel van het congres 'Een levendige vereniging', op 4 november 2011 in Nijkerk, wordt de eerder aangehaalde valse tegenstelling te berde gebracht:

"We willen een bond zijn waarin alle generaties zich kunnen herkennen. Waar leden actief meedoen en beslissen, omdat het over thema's gaat die ze van belang vinden. En waarvoor ze zich sterk willen maken."

"(...) we gaan door met vakbondsactiviteiten die succesvol zijn. Dat alles niet meer vóór, maar met en dóór onze leden. Daar gaat het om. Zodat we die krachtige bond zijn die dichtbij haar leden staat en die slagkracht heeft bij werkgevers en politiek."

Ook hier weer dezelfde valse tegenstelling die we ook kennen uit de Amerikaanse 'community development'-aanpak, die in Nederland zonder succes in het opbouwwerk werd geprobeerd. Aansluiten bij waar de mensen zijn en sociale activering. Het klinkt prachtig, maar werkt niet zonder bevlogen leiders, betrokken bestuurders, deskundigen die hun kennis willen overdragen en zich willen inzetten voor mensen die het vaak gewoon druk hebben met hun werk en gezin. Dus geldt 'vóór, met en dóór', en transparant, controleerbaar en democratisch.

Intussen dreigt bovendien bij FNV Bondgenoten dat tal van statutaire organen, waar de leden invloed kunnen uitoefenen worden opgedoekt in ruil voor het 'initiatiefrecht'. Waar het echt over gaat is de absolute noodzaak om een nieuwe relatie te leggen tussen strijd en onderhandelen, om bestuurders die gemotiveerd, creatief, inspirerend en strijdvaardig leiding willen geven aan de huidige en komende aanvallen op het loon, de arbeidsrechten, de democratische verworvenheden en het levenspeil van de bevolking. Wedden dat er dan ook weer veel jongeren gaan meedoen? Wedden dat jongeren zich thuisvoelen in een organisatie die actief opkomt voor hun belangen. Wedden dat moderne bestuurders die zich samen met de jongeren actief inzetten voor hun belangen veel succes zullen hebben? Wedden dat daarvoor geen valse tegenstellingen tussen oudere werknemers en jongeren nodig zijn, maar juist integendeel een hechte samenwerking van jonge en oudere werknemers tegen de werkelijke vijanden, de (grote) ondernemers en werkgevers. Stop het polderen, onderhandelen op basis van strijd. Vóór, met en dóór de leden!

[1] Zie Manifest 01, 2001, verslag van Anna Ioannatou van 16de Congres van de KKE van 14-17 december 2000. Met name aan de oprichting van het Arbeidersstrijdfront 'Pame' besteedde Manifest de afgelopen 10 jaar veel aandacht. De artikelen zijn via de zoekmachine op www.ncpn.nl terug te vinden door de naam Pame in te typen.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019