China is een enorm groot land. De ontwikkelingen aldaar kennen veel ingewikkelde tegenstrijdigheden die een grondig onderzoek noodzakelijk maken, alvorens conclusies te trekken. Manifest is daarom begonnen artikelen te publiceren die trachten het inzicht in deze ontwikkelingen te vergroten.

Dit is het vierde en laatste deel (zie eerder Manifest 2011 nummer 6, 8, 9, 10 en 11) van een diepgaande analyse over China door de Griekse CP.

china1.jpg
De Braziliaanse president Dilma Roussef schudt haar Chinese ambtgenoot Hu Jintao de hand na het ondertekenen van akkoorden op 12 april 2011 (Foto: dilmaroussef/Flickr/by-sa).
china2.jpg
Op de foto is goed zichtbaar hoe het kapitalistische Westen steeds meer doordringt in het straatbeeld van Peking (Foto: colincookman/Flickr/cc/by-nc-sa).

De internationale rol van China

Elisseos Vagenas (*)

De opkomst van China als nieuwe wereldmacht trekt veel belangstelling van analisten en van gewone werkers wereldwijd. Die belangstelling is nog groter onder politiek geëngageerde mensen die zich bewust zijn van het belang van het tijdperk van de sociale revoluties dat begon in Rusland in 1917. Deze revolutie leidde tot een reeks belangrijke sociaal-politieke strijdtonelen en omverwerpingen overal ter wereld waaronder de Chinese revolutie.

De groei van China's macht en de belangstelling daarvoor zijn opvallend, omdat de opkomst van China geschiedt onder de rode vlag en met de Communistische Partij van China aan de macht.

De samenwerking met Rusland, India en Brazilië met als doel een wijziging in de machtsverhoudingen binnen de internationale organisaties

De afgelopen jaren streeft China ernaar om gezamenlijk op te trekken met landen die hun internationale positie willen opvijzelen zoals Brazilië, Rusland en India (samen de zogenaamde BRIC-landen). Tevens neemt China deel aan verschillende regionale samenwerkingsverbanden zoals de Sjanghai Samenwerkingsorganisatie (samen met Rusland en de Centraal-Aziatische voormalige Sovjetrepublieken). Kunnen deze allianties en partnerschappen de 'unipolaire wereld' van de VS een klap toebrengen?

Vooraleerst moeten we duidelijk maken dat een 'unipolaire wereld' niet bestaat en dat deze nooit bestaan heeft. Er is altijd sprake geweest van onderscheiding binnen het internationale imperialistische systeem waarin de VS in de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog de boventoon gingen voeren en leiding gaven aan de strijd tegen het socialisme, waarin de USSR de leiding op zich nam.

De strijd tussen de NAVO/OESO enerzijds en het Warschaupact/Raad voor Wederzijdse Economische Hulp anderzijds was een klassenstrijd. Na de omverwerping van de Sovjetmacht en het ontbinden van de USSR scherpten de interimperialistische tegenstellingen zich aan, waarbij de VS dankzij hun kracht de leidende rol speelden. Tegelijkertijd staken er als gevolg van de onevenwichtige kapitalistische ontwikkeling nieuwe imperialistische machten naast de VS de kop op zoals de EU en Japan. Ook zij streefden naar de controle over grondstoffen, de transportroutes en de markten. Door de media en analisten van de bourgeoisie wordt dit tegenwoordig gepresenteerd als een 'multipolaire wereld', als het einde van de 'unipolaire wereld'.

De onevenwichtigheden die tot uiting komen tijdens het uitbreken van de kapitalistische crisis versnellen de veranderingen in de heersende kapitalistische machtsverhoudingen, maar dit zorgt er niet voor dat de wereld een vreedzamer en veiliger oord wordt. Zolang als de tegenstelling kapitaal-arbeid niet op nationaal, regionaal en wereldwijd niveau wordt opgelost en zolang de nieuw opkomende machten nog gedreven worden naar de zucht van het kapitaal, naar nieuwe markten en grondstoffen, kunnen we geen radicale veranderingen verwachten. De landen die nu terrein winnen in het internationale imperialistische systeem kunnen niet de rol van de USSR in het verleden overnemen, omdat zij tewerk gaan op basis van meer winsten voor hun eigen monopolies. Dit geldt ook voor China. Dit kan niet ontkend worden enkel en alleen omdat China een rode vlag gebruikt en de heersende partij 'communistisch' heet.

Daarenboven, als we kijken naar de samenwerking tussen de BRIC-landen, de Sjanghai Samenwerkingsorganisatie of naar de coördinatie die de ministers van Buitenlandse Zaken van China, India en Rusland tot stand gebracht hebben, moeten we niet vergeten dat deze slechts één aspect van de imperialistische realiteit vormen. Hierachter gaan een hevige rivaliteit en tegenstellingen schuil, onder meer tussen Rusland en China over de energiebronnen van Centraal-Azië en over de Chinese ambities in het verre oosten van Rusland. Hetzelfde geldt voor de verhoudingen tussen China en India. Er is een onopgelost grensgeschil (in augustus 2010 bijvoorbeeld stuurde India twee divisies naar de deelstaat Arunachai Pradesh om de grens met China te versterken) en China en India concurreren hevig om de hegemonie in Oost-Azië. Ook is het veelzeggend dat India's minister van Defensie in 2009 en 2010 verschillende vergaderingen over de modernisering van het Chinese leger organiseerde, waarbij hij een dergelijke modernisering ook voor het Indiase leger tot doel stelde [50].

De tendens van een wijziging in de verhoudingen met de Verenigde Staten vindt ook plaats in Latijns-Amerika, waarbij Brazilië de voornaamste rol speelt. De Latijns-Amerikaanse landen streven naar hechtere verhoudingen met China, Rusland, India en de EU. Concurrentie en samenwerking gaan samen in de imperialistische wereld en het smeden van bondgenootschappen gaat hand in hand met rivaliteiten en het opzetten van tegen-bondgenootschappen.

Al diegenen die van mening zijn dat China een 'rem' vormt voor de 'unipolariteit' van de Verenigde Staten zien over het hoofd dat China in 2001 openlijk steun gaf aan de zogenaamde 'oorlog tegen het terrorisme' en aan resolutie 1373-2001 van de VN-Veiligheidsraad, die de imperialistische agressie onder het voorwendsel van 'het terrorisme' legitimeerde. Natuurlijk was de internationale communistische beweging een heel andere mening toegedaan.

Tijdens de Internationale Ontmoeting van Communistische- en Arbeiderspartijen in 2002 (met 62 CP's) werd verklaard dat 'de gebeurtenissen van 11 september eveneens een alibi vormen voor het ontketenen van een offensief zonder weerga tegen de vrijheden en rechten van de bevolkingen onder het voorwendsel van een oorlogsverklaring tegen het terrorisme. Imperialisten bestempelen elke verzetsbeweging die strijdt tegen de kapitalistische globalisering en de besluiten die door de internationale organisaties (IMF, Wereldbank, WHO, EU) genomen worden tegen de belangen van de bevolking als terroristen, evenals anti-imperialistische bewegingen die strijden tegen imperialistische interventies, oorlogen en de NAVO alsook elke sociale en nationale bevrijdingsbeweging die zich verzet tegen dictatuur en fascistische regimes'[51].

China's bondgenootschap met de 'ontwikkelingslanden'

Op 10 juli 1986 sprak China officieel de wens uit om lid te worden van de GATT (Wereldovereenkomst voor Tarieven en Handel) en op 11 december 2001 werd China het 143e lid van de Wereldhandelsorganisatie (WHO), de voortzetting van de GATT.

In de WHO legde China de nadruk op de bijkomende tegenstellingen die zich voordoen binnen het mondiale imperialistische systeem. In zijn verslag aan het 16e Congres van de CP van China sprak Jiang Zemin over 'de verschillen in de ontwikkeling tussen het Noorden en het Zuiden' en over de 'economische, wetenschappelijk-technologische en andere druk die voortkomt uit de suprematie van de ontwikkelde landen' [52]. Velen menen dat China voortdurend probeert zich op te werpen als vertegenwoordiger en als leider van de ontwikkelingslanden [53].

Ondanks de internationale economische opkomst hecht de leiding van het land eraan om China te presenteren als een 'ontwikkelingsland' [54]. Deze bewering is gestoeld op drie argumenten namelijk:

  1. in 2008 bedroeg het bnp per hoofd van de bevolking slechts 3300 dollar, het 104e in de wereld.
  2. Van de 1,3 miljard inwoners van China zijn er 700 miljoen boer.
  3. De industrie, de landbouw en de dienstensector maken in China respectievelijk 49, 11 en 40 procent van het bnp uit, terwijl in andere landen met een hogere kapitalistische ontwikkeling de industrie en de landbouw lagere percentages vertegenwoordigen. De groei van het bnp kwam in 2009 voor 9,5 procent voor rekening van de industrie, voor 8,4 procent van de dienstensector en slechts voor 4,2 procent van de landbouw.

De ranglijsten van de VN en de OESO zijn ingewikkeld en geven niet de werkelijkheid in China weer, evenmin als het tot 'ontwikkelingsland' bestempelen van China door de leiding. Het idee van een 'zich ontwikkelende' kapitalistische economie komt voort uit de diepgaande onevenwichtigheid tussen het oostelijke en het westelijke deel van het land. Een nauwgezetter beeld zouden relevante cijfers uit het oostelijk deel van het land kunnen geven [55]. Wat geldt voor het kapitalisme in het algemeen is natuurlijk ook van toepassing voor het ontwikkelde oostelijke gedeelte: de concentratie van de productiemiddelen is in slechts enkele handen en de sociale ongelijkheid neemt toe.

Het feit dat China net als andere machten zoals India een onevenwichtige kapitalistische ontwikkeling kent betekent nog niet dat het land zich in eenzelfde positie bevindt als de achtergebleven samenlevingen in Azië en Afrika. Toch worden er in naam van deze 'achterstand' 'patriottische dromen' gecreëerd die gebruikt worden om de arbeidersbeweging, de communistische partijen en andere radicale machten in de val te lokken. Ze worden uitgenodigd om voor dit moment de klassenstrijd en de noodzaak om een andere maatschappij op te bouwen te vergeten en zichzelf te wijden aan 'de versterking van de internationale positie van hun landen.' Dit streven naar een 'nationale ontwikkeling' wordt vaak gecombineerd met een selectief anti-imperialisme dat alleen gericht is tegen de Verenigde Staten (dat als een 'imperium' bestempeld wordt) en mogelijk op een aantal van de machtigste West-Europese landen. De theorie van de zogenaamde 'gouden miljard' (de dertig meest ontwikkelde landen van de OESO) past binnen deze logica, die als basiscriterium de consumptie van verschillende goederen per hoofd van de bevolking hanteert.

Tegelijkertijd vergeten zij die zich uitputtend concentreren op het onderscheid tussen ontwikkelde en onderontwikkelde landen dat zelfs in de rijkste kapitalistische landen zoals de Verenigde Staten verschijnselen zoals massale ontberingen en armoede onder de bevolking voorkomen. En ook in de armste landen is er sprake van een uitgebreide verrijking die vaak nog schrijnender is dan in de zogenaamde ontwikkelde landen.

Marx' analyse is juist: 'Hoe productiever een land is ten opzichte van een ander in de wereldmarkt, des te hoger zullen de lonen zijn in vergelijking met dat andere. In Engeland zijn niet alleen de nominale maar ook de reëele lonen hoger dan op het continent. De arbeider eet meer vlees; hij bevredigt meer behoeften. Dit is alleen van toepassing op de industriearbeider en niet op de landarbeider. Echter, in verhouding tot de productiviteit van de Engelse arbeiders zijn hun lonen niet hoger (dan die in andere landen betaald worden)' [56].

Als de communistische krachten de internationale proletarische solidariteit opgeven en het idee van een verdeling van de wereld in 'Noord en Zuid' of dat van de 'gouden miljard' ondersteunen, zullen ze gemakkelijk in de val van een 'verbond' met het zogenaamde 'nationaal georiënteerd kapitaal' vallen; met de bourgeoisieklasse van hun landen (of met een deel daarvan) die streeft naar een betere positie voor zichzelf binnen het mondiale kapitalistische systeem. In dat geval zullen zij als communisten bewust of onbewust de centrale leninistische theorie over het 'imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme' - die betrekking heeft op het gehele reactionaire tijdperk van het kapitalisme en zodoende op elke kapitalistische samenleving, hoe krachtig zij ook is in de wereldmarkt - gereviseerd hebben. Dit is nog een reden temeer waarom de positie van China, dat ernaar streeft zichzelf te presenteren als leider van de 'ontwikkelingslanden', bijdraagt aan de desoriëntatie en aan het scheppen van verwarring binnen de internationale communistische beweging, vooral omdat verantwoordelijke voor dit streven een groot land is dat geleid wordt door een partij met het predicaat 'communistisch'.

De zogenaamd onvermijdelijke 'opening' naar de wereldmarkt

De CPC en andere krachten bevorderden de geleidelijke versterking van de kapitalistische verhoudingen in het kader van de globalisering: 'nu de wereld in toenemende mate globaliseert kan China zich niet in afzondering van de rest van de wereld ontwikkelen. Ook kan de wereld China in zijn streven naar welvaart niet negeren' [57]. De 'wereldmarkt' is echter niet iets neutraals, geen markt waar een wederzijdse uitwisseling van producten tussen de kapitalistische en de socialistische productie plaatsvindt. Het verschijnsel van de zogenaamde 'globalisering' in naam waarvan de inkomensniveaus in het moderne kapitalisme onder vuur zijn komen te liggen is niet nieuw. In het Communistisch Manifest staan al verwijzingen naar de 'wereldmarkt':

'De bourgeoisie heeft door haar exploitatie van de wereldmarkt de productie en consumptie van alle landen kosmopolitisch gemaakt. Zij heeft tot groot verdriet van de reactionairen aan de industrie de nationale bodem onder de voeten weggeslagen. De eeuwenoude nationale industrieën zijn vernietigd en worden nog dagelijks vernietigd. Zij worden verdrongen door nieuwe industrieën, waarvan de invoering tot een levenskwestie voor alle beschaafde volkeren wordt, door industrieën die meer inheemse grondstoffen, grondstoffen uit de verste streken van de aarde verwerken en waarvan de fabrikaten niet alleen in het land zelf, maar in alle werelddelen tegelijk worden verbruikt. In de plaats van de oude, door producten van het eigen land bevredigde behoeften komen nieuwe, die de producten van de verste landen tot hun bevrediging vereisen. In de plaats van de oude lokale en nationale zelfgenoegzaamheid en afgeslotenheid komt er een veelzijdig verkeer, een veelzijdige afhankelijkheid van de volkeren onderling. De geestelijke voortbrengselen van de afzonderlijke naties worden gemeengoed. De nationale eenzijdigheid en beperktheid wordt meer en meer onmogelijk, en uit de vele nationale en lokale literaturen vormt zich een wereldliteratuur' [58].

Kan de 'deelname van China' aan de internationale markt beschouwd worden als een afgedwongen uitruil van producten tussen verschillende economieën waartoe het land zich gezien de internationale machtsverhoudingen verplicht zag? Nee, we hebben het immers over de export van kapitaal dat zich in China accumuleert als gevolg van de kapitalistische productieverhoudingen.

Het is algemeen bekend dat de socialistische opbouw in de USSR boven alles gebaseerd was op de socialisatie van de geconcentreerde productiemiddelen, op centrale planning en op overeenkomstige economische maatregelen op het gebied van de internationale economische verhoudingen, zoals het staatsmonopolie op de buitenlandse handel dat in april 1918 afgekondigd werd.

Zelfs onder de voorwaarden van de NEP (die sommigen aanhalen als zij naar het huidige China verwijzen) werd het staatsmonopolie nog belangrijker als bolwerk tegen groeiende kapitalistische tendensen. In zijn controverse met Boecharin verdedigde Lenin het belang van een monopolie op de buitenlandse handel. Later benadrukte Stalin de noodzaak van een "economie die gepland wordt, om de onafhankelijkheid van de volkseconomie te kunnen garanderen zodat onze economie niet verwordt tot een aanhangsel van de kapitalistische economie. De verantwoording om geen aanhangsel van de kapitalistische economie te worden ligt bij ons" [59].

In zijn afsluitende redevoering tijdens de 7e plenaire sessie van het Uitvoerend Comité van de Communistische Internationale op 13 december 1926 maakte Stalin korte metten met de mythe dat de USSR 'afhankelijk' was van de wereldwijde kapitalistische markt omdat ze immers economische verhoudingen onderhield met de kapitalistische landen. Hij wees op de onderlinge afhankelijkheid in deze verhoudingen en benadrukte dat dit soort van afhankelijkheid van een andere orde was dan de assimilatie van de economie van een land in het kader van de mondiale kapitalistische economie [60]. Het niet-assimileren vereist een centrale planning, een staatsmonopolie in de buitenlandse handel, in het bankensysteem en de socialisatie van de industrie. De realiteit in China verschilt volkomen van die in de USSR tijdens de NEP. In China:

  1. Is er geen monopolie op de buitenlandse handel. Duizenden buitenlandse bedrijven die in China opereren verzorgen het grootste deel van de Chinese export. Deze export is afhankelijk van de buitenlandse bedrijven en is gebaseerd op winstgevendheid en niet op een centraal geplande economie.
  2. Er zijn 440 private buitenlandse banken actief in China. Ze hebben minstens tien procent van de aandelen van de Chinese staatsbanken verworven. Sinds 2005 ontwikkelt zich tevens een Chinese private banksector [61].
  3. Een belangrijk percentage van de industrie is privaat of geprivatiseerd (in de vorm van beursgenoteerde bedrijven). Volgens schattingen produceert de private sector 70 procent van het bnp.
  4. De Chinese wetgeving, vooral die voor de economische en de commerciële sector is met behulp van de WHO volledig geharmoniseerd aan de normen van de mondiale kapitalistische economie.

Epiloog

Concluderend, de dominantie van de kapitalistische verhoudingen in China die een feit is vandaag de dag zal vroeger of later leiden tot een groeiende volgzaamheid van het politieke systeem, de dominante ideologie en alle elementen van de bovenbouw. De klassentegenstellingen zullen groter worden evenals de noodzaak tot een revolutionaire arbeidersbeweging die door haar eigen partij vertegenwoordigd wordt tegen de kapitalistische macht.

(*) Lid van het CC van de KKE, verantwoordelijk voor de internationale afdeling van het CC. Gepubliceerd in Communist Review 6 (2010), vertaling Frans Willems.

Noten:

[50] 'India is increasing its military strength in response to China', http://flot.com/nowadays/concept/opposite/indiareadiesforchinafight/index.php?print=Y.
[51] Verklaring van de Internationale Ontmoeting van Communistische- en Arbeiderspartijen, Athene 2002 http://www2.rizospastis.gr/story.do?id=1320825&publDate=2002-06-26%2000:00:00.0.
[52] Verslag van het 16e Congres van de CPC, http://russian.china.org.cn/news/txt/2002-11/19/content_2050838.htm.
[53] A. Liukin: 'The Chinese 'vision' and the future of Russia', http://www.mgimo.ru/news/experts/document151024.phtml.
[54] 'China: increase in the rate of its economic development', maart 2010, http://www.imperiya.by/economics2-7364.html.
[55] Meer dan 80%_ van de bevolking woont in de oostelijke regio's dat ongeveer 10 procent van China's grondgebied omvat. Bron: Russische website: 'Description of China', http://geo-tour.net/Asia/china.htm.
[56] K. Marx: 'Theorieën over de Meerwaarde', deel 2 'Synchroni Epohi', p 13
[57] Website van de Chinese ambassade in Athene, http://gr.china-embassy.org/eng/xwdt/t261536.htm.
[58] K. Marx-F. Engels: 'The Communist Manifesto', 'Sychroni Epohi', ps 29-30, vertaling ontleend aan www.marxist.org
[59] Uit het artikel van J.V. Stalin 'Discussion about the Handbook of Political Economy' (januari 1941), in Richard Kosolapov: 'Comrade Stalin has the floor', 'Discussion about the Handbook of Political Economy', 29 januari 1941, Paleia, Moskou, 1995, p. 161-168.
[60] J.V. Stalin: 'His closing speech at the 7th plenary session of the Executive Committee of the Communist International', 'Collected Works', vol. 9, p. 132-136.
[61] 'The financial market of China', http://www.globfin.ru/articles/finsyst/china.htm.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019