China's superieure economisch model

china3a.jpg
Een complex van sociale woningbouw in Hong Kong (Tin Shui Wai). Na het vertrek van de Britten is er veel werk van gemaakt om de huisvesting van werkende mensen te verbeteren (Foto: Aaverage Joe/Flickr/by-nc-nd).

Het fundamentalistische vrijemarktmodel belandt op de vuilnisbelt van de geschiedenis

Andy Stern (*)

Op provocerende wijze schreef Andy Grove, oprichter en voormalig topman van Intel, vorig jaar in Businessweek dat "ons fundamentele economische geloof - dat we hebben verheven van een overtuiging gebaseerd op waarnemingen tot een onbetwistbare waarheid - erop neerkomt dat de vrije markt het beste van alle economische systemen is: hoe vrijer, hoe beter. Onze generatie heeft de beslissende overwinning van de vrijemarktprincipes op de planeconomieën meegemaakt. Daarom klampen we ons aan dit geloof vast en negeren we het zich opstapelend bewijs dat de vrije markten de planeconomieën weliswaar verslagen hebben maar dat er zeker ruimte is voor verbetering."

De afgelopen weken werd Grove's gelijk aangetoond, op het moment dat onze verhouding met China en de Chinese invloed op de Amerikaanse toekomst in het centrum van de politieke belangstelling kwamen te staan. Onze apathische senaat oversteeg de gebruikelijke onoverkomelijke politieke verdeeldheid om China aan te spreken op zijn monetaire manipulatie. Minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, de waarschijnlijke Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney en president Barack Obama zetten alle drie hun visie uiteen, variërend van "China moet een eerlijke valutapolitiek voeren" (Clinton) tot weeklachten als "er wordt met onze voeten gespeeld" (Romney) en "China moet het internationale systeem niet langer als een spelletje zien" (Obama).

Intussen bracht ik in het kader van een Amerikaans-Chinese discussieforum, georganiseerd door de China-United States Excange Foundation en het Center for American Progress, een bezoek aan China waar we spraken met huidige en voormalige hoge regeringsfunctionarissen. Wat mij betreft verbleekte de storm van Amerikaanse kritiek bij het zien van de contouren van het twaalfde Chinese vijfjarenplan. De doelen daarvan: jaarlijks 7 procent economische groei, investeringen van 640 miljard dollar in hernieuwbare energie, de bouw van zes miljoen woningen en het op grote schaal inzetten op geavanceerde IT, schone auto's, biotechnologie, kwalitatief hoogwaardige productie en milieubescherming. Dit alles terwijl men de sociale rechtvaardigheid bevordert en het platteland ontwikkelt..

Sommige Amerikanen trekken hieruit lering. Vorige maand citeerde China Daily Orville Schell, die leiding geeft aan het Centre on U.S.-China Relations van de Asia Society: "Ik denk dat we inmiddels beseffen dat het vermogen om te plannen precies datgene is wat ontbreekt in de VS." In het artikel stond tevens dat Robert Engle, die in 2003 de Nobelprijs voor economie won, zei dat China vijfjarenplannen opstelde voor de volgende generatie terwijl de Amerikanen alleen maar plannen tot de volgende verkiezingen.

Dankzij de technologische wonderen van Andy Grove, Steve Jobs en Bill Gates is de aarde weer 'plat' geworden. Hierdoor ziet iedereen zich geconfronteerd met wat duidelijk de derde economische revolutie uit de wereldgeschiedenis is. De landbouwrevolutie voltrok zich over een periode van grofweg 3000 jaar, de industriële revolutie duurde 300 jaar en deze technologische wereldrevolutie zal naar schatting in slechts 30 jaar haar beslag krijgen. Geen enkele generatie heeft zo veel zien veranderen in een mensenleven.

De huidige discussies over China's munteenheid, over de handelsongelijkheid, onze schulden en China's piraterijpraktijken op het gebied van intellectueel eigendom tonen aan dat deze mondiale revolutie, in combinatie met Deng Xiaoping's door de overheid geleide en op groei gerichte hervormingen de op één na grootste economie ter wereld geschapen heeft. China is duidelijk op weg om de Verenigde Staten tegen 2025 van hun troon te stoten.

Andy Grove had een vooruitziende blik toen hij op 1 juli [2011] in Businessweek betoogde dat de economieën van China, Singapore, Duitsland, Brazilië en India aantoonden dat "een plan om banen te scheppen het belangrijkste doel moet zijn van het economische beleid van een land; de staat moet een belangrijke rol spelen in het bepalen van de prioriteiten en het bundelen van de benodigde organiserende krachten."

Het model dat de conservatieven prefereren, dat van de fundamentalistische vrije markt, waarin alleen de aandeelhouders het voor het zeggen hebben en dat in de 20e eeuw zo succesvol was, belandt in deze eeuw op de vuilnisbelt van de geschiedenis. In een tijdperk waarin landen economische teams moeten worden zijn de prestaties van de Amerikaanse ploeg - een decennium zonder banengroei, geen enkele groei van de middeninkomens, een handelstekort, een krimpende middenklasse en een fenomenale verrijking voor alleen de bovenste 1 procent - ontluisterend.

Dit zou leiders ertoe moeten aanzetten om het vrijemarktextremisme dat aantoonbaar gefaald heeft te heroverwegen en er geen nieuwe stimulans aan te geven. Hoe pijnlijk en vernederend het ook is, de VS moeten doen wat ook dominante zakenlieden of sportploegen doen als het tij keert: ze moeten de ingrediënten van het succes van de concurrenten bestuderen.

Terwijl wij discussiëren rijgt China de successen aaneen. Onze delegatie was getuige van China's op de bevolking gerichte ontwikkeling in Chongqing, een stad met 32 miljoen inwoners in het westen van China die geleid wordt door een agressieve en populaire leider van de Communistische Partij, Bo Xilai [inmiddels politiek gevallen, nvdr]. Een woud van hijskranen werkt er dag in dag uit aan 135.000 vierkante meter vloeroppervlak en jaarlijks 700.000 wooneenheden.

De Chinese regering kan zich beroemen op het inrichten van een economische zone in westelijk China voor cloud computing, auto- en vliegtuigindustrie die een jaarlijkse groei kent van 12,5 procent. De jaarlijkse belastinginkomsten zijn met 49 procent gestegen en de lonen gaan jaarlijks met meer dan 10 procent omhoog.

Voor hen onder ons die van dit land houden en van mening zijn dat de VS over alles beschikt om de voornaamste economische motor ter wereld te blijven, is het verontrustend dat we geen plan hebben. In deze historische tijden demoniseren we de overheid en aanbidden we de vrije markt. Beide geloofspunten moeten we afzweren.

De VS moeten een plan voor groei en vernieuwing omarmen, met een gestroomlijnde overheid als partner van de privésector. Voor een economische revolutie is het nodig dat instituties veranderen en op die manier geschiedenis schrijven. Zo niet zullen zij zelf weldra geschiedenis zijn. Ons geweldige land dat deze wereldwijde revolutie ontketende en haar wil blijven leiden heeft een toekomstgericht economisch plan voor de lange termijn nodig.

De noodzaak tot verandering is urgent. Zoals Andy Grove zei: "Als we een leidende economie willen blijven moeten we zelf veranderen, anders worden de veranderingen ons telkens weer opgedrongen."

(*) Andy Stern was voorzitter van de Amerikaanse dienstenbond Service Employees International Union (SEIU) en is nu een vooraanstaand wetenschappelijk medewerker aan het Richman Center van Columbia University. Hij geniet bekendheid als een van de architecten van 'Organizing'. Hij sprak kort op het congres van de Abvakabo FNV in 2010.

Bron: The Wall Street Journal, 1-12-2011, vertaling Frans Willems.