Rio+20 werd een clash van wereldbeelden

We hebben het half gewonnen, half verloren

rio.jpg
Gedurende de top Rio+20 waren er diverse protesten om aandacht te vragen voor duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid (Foto: youthpolicy.org/Flickr/by-nc-sa).

Wiebe Eekman

De wereldtop in Rio de Janeiro duurde tot vrijdag 22 juli, maar al vooraf stroomden van overal nieuwsberichten binnen die vermeldden dat het een grote ontgoocheling was. De werkelijke draagwijdte wordt daarmee ondergesneeuwd.

De nieuwe eindtekst 'The Future we want' telt 283 paragrafen tegen de 128 van de begintekst, die vanaf januari voorlag. Het regende protesten tegen het nieuwe concept 'Groene economie', dat de VS samen met Europa, Canada en Australië de wereld wilden opdringen. Er is echt sprake van een strijd tussen wereldbeelden. Zouden alle landen verplicht worden dit door en door kapitalistisch model toe te passen en zich afhankelijk te maken van de rijke landen?

Wel, deze aanval is afgeweerd. De Braziliaanse president slaagde er wonderwel in de nieuwe eindtekst in stemming te brengen door uitspraken uit alle hoeken samen te voegen. Uitspraken en ideeën die elkaar eigenlijk tegenspreken.

Velen voerden aan de strijd om de sociale en democratische basisrechten als uitgangspunt te nemen, in plaats van de groene economie. Meer dan 3000 evenementen vonden in Rio en elders in de wereld plaats. Hoofdstuk I 'Our common vision' begint met de zogenaamde 'drie peilers' te herhalen, "een duurzame toekomst op economisch, sociaal en milieugebied voor de huidige en toekomstige generaties...". "Economische groei" wordt viermaal benadrukt in dit eerste hoofdstuk. Tegelijk wordt in paragraaf 2 "uitbanning van de honger" de grootste uitdaging genoemd. Hoe je dat wil doen zonder het sociaal systeem te veranderen is wel een raadsel.

Opvallend is het voortdurend gebruik van het woordje 'inclusive'. Dat werd door de VS geëist op alle plekken waar oorspronkelijk naar sociale rechten werd verwezen. Subtiel verschil: voor de VS en hun aanhangers dienen alle groepen 'inclusief' betrokken te worden. Voor de linkse krachten was het actief emanciperen van de bevolking de hoofdzaak. Als lippendienst worden verder in de tekst die rechten wel opnieuw genoemd.

De ontwikkelingslanden streden voor het behoud van de principes van Rio 1992. Dat is gewonnen. In hoofdstuk II 'Renewing Political Commitment' wordt bovendien extra nadruk gelegd op de soevereiniteit van de landen en het recht om eigen wegen in te slaan. Dan worden alle mogelijke groepen genoemd. In paragraaf 46 wordt er opgeroepen tot publiek-private samenwerking en de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven. In paragraaf 51 worden de vakbonden erkend: "We benadrukken het belang van de werkers en de vakbonden in het promoten van duurzame ontwikkeling. Als vertegenwoordigers van de werkende bevolking zijn de vakbonden belangrijke partners in het verwezenlijken van een duurzame ontwikkeling, zeker wat de sociale dimensie betreft. Informatie, opvoeding en scholing in duurzaamheid op alle niveaus, inbegrepen de werkplaats, is een sleutel om de capaciteit van werkers en vakbonden te versterken ter ondersteuning van duurzame ontwikkeling."

De strijd tegen het groenwassen van het kapitalisme met het begrip 'groene economie' is het sterkst naar voren gekomen in alle betogingen en tegenconferenties (meer dan 3000 werden vernoemd in de berichtgeving). Hoofdstuk III heet nu 'Green economy in the context of sustainable development and poverty eradication'. Dit hoofdstuk begint met paragraaf 56: "Wij bevestigen dat verschillende benaderingen, visies, modellen en instrumenten beschikbaar zijn voor elk land, in overeenstemming met zijn nationale omstandigheden en prioriteiten, om tot duurzame ontwikkeling te komen, gebaseerd op de drie peilers, wat ons aller doelstelling is. In die zin zien wij groene economie, in de context van duurzame ontwikkeling en armoede-uitbanning, als één van de belangrijke beschikbare instrumenten voor duurzame ontwikkeling, die opties geeft voor het politiek beleid maar geen strenge bundel van richtlijnen is. We benadrukken dat het moet bijdragen tot uitbannen van armoede evenals duurzame economische groei, verhoging van de sociale inclusie, verbetering van het menselijk welzijn en schepping van mogelijkheden voor werkgelegenheid en waardig werk voor allen, terwijl het gezond functioneren van de mondiale ecosystemen behouden blijft".

In paragraaf 58 volgen dan 14 waarschuwingen waarmee de groene economie niet in strijd mag zijn. Eigenlijk een opsomming van alle uitgebrachte tegenwerpingen over de negatieve effecten. Daarna gaat de tekst verder met verdediging van het neoliberale idee van groene economie.

Het Boliviaanse Klimaat Platform beoordeelt de eindtekst zo: "Dit is niet de toekomst die we willen" en "(...) dit document zal de structurele oorzaken van de huidige sociaal-ecologische crisis verder verdiepen. Deze crisis kan niet opgelost worden met de verdergaande liberalisering van de economie en tot koopwaar maken van de natuur" (...) "De vermelding van het concept van Moeder Aarde en Goed leven (Vivir Bien) in harmonie met de natuur, haalt de bedoeling van het voorstel van de inheemse volkeren onderuit om een nieuw economisch model en nieuwe ontwikkelingspaden te volgen in harmonie met de natuur". "... de vele crisissen die we beleven worden genoemd in de tekst, maar zonder de onderliggende oorzaken te erkennen, terwijl de antwoorden gaan in de richting van het neoliberale kader dat de vrije markt nog verder wil uitbreiden".

Referenties:

W.E., 2012-06-29.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019