EU-27: Schuldenunie

De schuldencrisis en de geldschatten van de rijken

eu.jpg
Reclameboodschap EU: "Naar een sterkere economische Europese regering". Deze tekst hangt al zeer lang op EU-gebouw in Brussel. Wie deze doelstelling probeert te verdoezelen, zoals Rutte, liegt. De grootst mogelijke meerderheid in de Tweede Kamer wil zich aan de EU uitleveren (Foto: EU).

Fred Schmid (*)

Euroland - afgebrand. Zoveel schulden had het Avondland nog nooit. Eind 2011 overschreden de staatsschulden van de 27 lidstaten van de Europese Unie (de EU-27) de grens van 10 biljoen euro en kwamen uit op 10.422 miljard euro, een derde - 33,8 procent ofwel 2.632 miljard euro - meer dan aan het begin van de financiële crisis in 2008.

In de 17 landen van de eurozone (Euroland) is het niet anders: 8,2 biljoen euro schuld, 26,7 procent ofwel 1.733 miljard euro meer dan in 2008. (Alle getallen in dit artikel zijn afkomstig van Eurostat.)

Schuldenbergen...

De schuldquote - de verhouding van de staatsschuld tot het bruto binnenlands product - van de EU bedraagt, bij een gezamenlijk bbp van 9,4 biljoen euro, inmiddels 82,5 procent, 20 procentpunten hoger dan in 2008. In de eurozone is de schuldquote nog hoger, namelijk 87,2 procent, 17,1 procentpunten hoger dan voor de crisis.

De hoogste schuldquoten vinden we in de landen aan de periferie van de EU: Griekenland 165,3 procent (in 2008: 113,0%), Italië 120,1 procent (105,7%), Ierland 108,2 procent (44,2%), Portugal 107,8 procent (71,6%P), België 98,0 procent (89,3%P) en Groot-Brittannië 85,7 procent (54,8%P).

In absolute euro-bedragen heeft Duitsland de meeste schulden: eind 2011 iets meer dan 2 biljoen euro (2.088 miljard euro), een stijging van 27 procent ten opzichte van 2008. De Duitse schuldquote bedraagt 81,2 procent (2008: 66,7%P). Daarna volgen Italië met 1.897 miljard euro en Frankrijk met 1.717 miljard euro en een schuldquote van 85,8 procent.

De schulden van de Oost- en Zuidoost-Europese landen zijn nog relatief gering. Hun schuldquote ligt in de regel onder de 50 procent, met uitzondering van Hongarije (80,6%P) en Polen (56,3%P).

De staatsschuld per hoofd van de bevolking in de EU bedraagt 20.750 euro, dat wil zeggen dat iedere EU-burger - kind of grijsaard - voor meer dan 20.000 euro in het krijt staat bij de bezitters van staatsleningen - vermogende particulieren, banken en fondsen.

... en rentelawines

Groeiende schuldenbergen veroorzaken alsmaar grotere rentelawines. In het begin wel nog in een langzamer tempo dan de toename van de schulden zelf. Dat is omdat de totale staatsschulden voor een groot deel gefinancierd zijn met staatsleningen uit voorgaande jaren, met een lagere rente. Pas in de jaren 2010/11 moesten juist de perifere landen voor nieuwe schulden hogere rentes accepteren als gevolg van een slechtere rating door de kredietbeoordelaars. Landen met een toprating, zoals Duitsland, Oostenrijk en Nederland, hoefden ondanks hun gestegen schulden minder rente te betalen. Duitsland bijvoorbeeld, betaalde in 2011 voor zijn met 27 procent gestegen staatsschulden 1 procent minder rente dan in 2008, namelijk 67,7 miljard euro tegenover 68,4 miljard euro.

Behalve door de toprating komt dat door de gestegen vraag naar 'veilige' Duitse staatsleningen, waardoor rente en rendement onder druk staan. De rentevoet van nieuw uitgegeven Duitse overheidsschuld ligt daardoor minstens een procentpunt lager dan het gemiddelde in de eurozone. Bij een totale schuld van meer dan twee biljoen euro betekent dat 20 miljoen euro minder aan rentebetaling per jaar. Duitsland profiteert zo van de schuldencrisis, van de ellende van andere landen.

Griekenland moest daarentegen 26 procent meer rente betalen dan drie jaar eerder, Spanje 49 procent, Ierland 112 procent, Portugal 24 procent, Polen 26 procent en Groot-Brittannië 34 procent. Alles bij elkaar stegen in 2011 de rentebetalingen in de EU-27 tot het gigantische bedrag van 371 miljard euro en in Euroland tot 288 miljard euro.

Stel je eens voor welke toekomstgerichte structuur- en werkgelegenheidsprogramma's met dit geld gefinancierd hadden kunnen worden ten behoeve van de sociale en ecologische hervorming van Europa. Een programma voor een echte Energiewende - na het besluit van de Duitse overheid om in 2021 volledig uit kernenergie te stappen - voor de uitbreiding van het openbaar vervoer, van de stadssanering en de ecologische infrastructuur, en van de sociale voorzieningen. Nu stroomt het geld echter in de kluizen van de miljonairs, de fondsen en de banken. Die pompen het opnieuw in de financiële markten zodat het middels rente en speculatie weer verder groeit, en zo programmeren zij de volgende speculatieve zeepbel.

En dat jaar in jaar uit, in een toenemende omvang, want de rentelast wordt alsmaar groter. Alleen al voor Italië stijgen de rentebetalingen in de komende tien jaar met 635 miljard euro, indien voor de staatsschulden niet 5 procent maar 8 procent rente betaald moet worden (Handelsblatt, 10-11-2011). De gemiddelde rentevoet voor staatsschulden in de gehele eurozone bedroeg in 2011 3,48 procent, in de EU-27 3,55 procent. Door een stijging van het renteniveau met slechts een procentpunt zou in Euroland per jaar 82 miljard euro extra rente betaald moeten worden, in de EU 104 miljard euro.

De rentebetalingen happen een steeds groter deel uit de jaarlijks nieuw gevormde waarde, het bbp. Griekenland moest in 2011 al 7,0 procent van zijn bbp als schatting aan de geldadel afdragen, Italië 4,8 procent, Hongarije 4,2 procent, en Portugal 3,9 procent; gemiddeld in de EU 2,9 procent, in de eurozone 3,0 procent. In Duitsland was dat slechts 1,9 procent. Binnen enkele jaren kunnen deze percentages in de perifere landen wel eens in de buurt van de 10 procentgrens komen. Ook in de Middeleeuwen moesten de leenplichtige boeren al een tiende afdragen aan de feodale heren. Om aan de rente-eisen van de geldbezitters te voldoen, moet een steeds groter deel van het bbp naar hen overgeheveld worden.

Keerzijde van de schulden: de vermogens

De tegenhanger van de Europese schuldenbergen zijn de geldschatten van de rijken, die zich ook torenhoog opstapelen. "Landen hebben hoge schulden, daartegenover hebben particulieren grote vermogens", schrijft de Frankfurter Allgemeine Zeitung (15-12-2011). Jens Beckert, directeur van het Max Planck-Institut für Gesellschaftsforschung, en Christoph Deutschmann, professor in de sociologie aan de Universiteit van Tübingen, wijzen erop dat schulden altijd een tegenhanger hebben: vermogens. "Schulden zijn niets anders als de aanspraak op toekomstige betalingen." En zij concluderen: "Er is teveel vermogen in omloop. De schuldencrisis is het gevolg van een overmatige groei van vermogen waar geen materiële dekking tegenover staat." (HB, 15-12-2011)

In Europa bedroeg het belegde vermogen in 2010 45,6 biljoen dollar, ongeveer 33,8 biljoen euro. De Europese rijken met een vermogen van tenminste een miljoen dollar bezaten in 2010 samen een vermogen van 10,2 biljoen dollar, 7,6 biljoen euro. Gemiddeld bezat ieder van deze dollarmiljonairs 3,3 miljoen dollar of bijna 2,5 miljoen euro (zie ook: Die Herren des Geldes, isw-special 26; Institut für sozial-ëkologische Wirtschaftsforschung).

Het verband tussen de schulden aan de ene kant en de vermogens aan de andere laat zien dat er geen uitweg uit de schuldencrisis is als die vermogens niet afgeroomd worden. "De schuldencrisis is alleen op te lossen indien de vermogens aangepakt worden", schrijven ook Beckert en Deutschmann.

Deze weg willen het kapitaal en de regeringen in de EU en de eurozone echter niet gaan. De trojka van Europese Commissie, Europese Centrale Bank en Internationaal Monetair Fonds - tot voor kort onder de strakke leiding van Merkozy - verplichtte de eurolanden tot bezuinigingsdictaten, Schuldenafbouw (een in de grondwet vastgelegde beperking van de staatsschuld heeft gevolgen voor de overheidsbegroting) en nu recent het Fiskalpakt (onderdeel van een Europese begrotingsunie waarin de EU-lidstaten intensief gaan samenwerken op het gebied van de begrotingspolitiek). Dit laatste is niets anders dan een 'machtigingswet voor de financiële markten' (Angela Klein) om financiële dictaten op te leggen aan de regeringen in de afzonderlijke EU- en eurolanden. Het budgetrecht van de nationale parlementen wordt zo opgeheven.

De politiek van overheidsbezuinigingen van de afgelopen maanden heeft de economie van steeds meer landen kapotgemaakt zonder dat de crisis verdwenen is. Van de 17 eurolanden bevinden er zich al acht in een recessie: België, Nederland, Slovenië, Cyprus, Spanje, Italië, Portugal en Griekenland. De werkloosheid in de EU-27 en in Euroland is nog nooit zo hoog geweest (zie isw-home: EU und Euroraum: Rekordarbeitslosigkeit). Het gevaar groeit dat nu ook de zogenoemde kernlanden meegezogen worden in de maalstroom van de crisis, zoals in het geval van Nederland lijkt te gebeuren.

Er bestaat geen alternatief voor haircut en aftoppen van vermogens!

De mensen hebben inmiddels genoeg van de bezuinigingsprogramma's en de sociale kortingen van hun regeringen. Ze willen de broekriem niet nog verder aanhalen als dit behalve een verslechtering van de levensstandaard alleen maar toenemende werkgelegenheidsproblemen oplevert. Het verzet van de Europese bevolking tegen het dictaat van de financiële markten neemt toe, zoals demonstraties, stakingen en verkiezingen in de afgelopen periode hebben laten zien. Een voor een worden die regeringen afgestraft die de 'schuldenrem' steeds harder aantrekken en het 'begrotingspact' tot hun financieel-politiek uitgangspunt hebben gemaakt. De recente verkiezingen in Frankrijk en Griekenland zijn volksstemmingen geworden tegen de bezuinigingskoers en het 'begrotingspact'. Met het wegstemmen van Sarkozy verloor Merkel haar belangrijkste bondgenoot inzake de politiek van overheidsbezuinigingen.

Eerder moesten al zeven regeringen voortijdig opstappen. Europa's onzalige neoliberale alliantie probeert nu met trucs en bedrog aan de volkswoede te ontkomen. 'Snoeien en groeien' luidt de nieuwe toverformule. Dat lijkt op het bidden voor meer groei. Want geld voor een effectief Europees conjunctuurprogramma wil Merkel in elk geval niet ter beschikking stellen: "We hebben groei door duurzame initiatieven nodig, niet zomaar door conjunctuurprogramma's die de staatsschuld verder verhogen", aldus de bondskanselier.

Groei zonder nieuwe schulden is volgens Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz zeker mogelijk, zoals hij in een interview met de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung (28-8-2011) schetste. Maar wel anders dan Merkel zich dat voorstelt: "Als jullie in Duitsland echt bang zijn voor schulden, dan moeten jullie het anders aanpakken - zwengel de economie aan zonder dat het geld kost". FAS: Dat klinkt te mooi om waar te zijn. Hoe moet dat dan? Stiglitz: "Jullie kunnen de belastingen voor de rijken verhogen en de opbrengst investeren. Of jullie verlagen met dat geld de btw, dat stimuleert de consumptie. Jullie zouden ook een speculatiebelasting kunnen invoeren. Dat zou geld opleveren en helpen om de financiële markten onder controle te brengen".

Er is geen andere weg mogelijk: Europa, en met name de eurozone, zal alleen uit de spiraal van staatsschulden en rentebetalingen kunnen ontsnappen door radicaal en gelijktijdig te snijden in de schulden van alle EU- respectievelijk eurolanden. Zo'n haircut moet vergezeld gaan van de mogelijkheid voor die landen om direct bij de ECB geld te lenen, en wel tegen dezelfde uiterst voordelige voorwaarden die golden toen de banken een biljoen euro toegeworpen kregen door de ECB. De uitgespaarde rente zou dan besteed kunnen worden aan een programma van sociale en ecologische hervorming met als zwaartepunt de Energie'wende'. In plaats van 371 miljard euro rente zouden de 27 EU-lidstaten bij een ECB-rentevoet van 1 procent nog slechts 104 miljard euro aan rente hoeven te betalen - voor de eurozone is dat 82 miljard in plaats van 286 miljard.

Eigenlijk nog minder omdat door een haircut de staatschulden met een zeker percentage verminderd worden. Door zo'n maatregel zouden de rijksbegrotingen bevrijd worden uit de wurggreep van banken, financiële instellingen en kredietbeoordelaars. De tegenhanger van een Europa-brede haircut is natuurlijk een overeenkomstige aftopping van de vermogens, op de eerste plaats bij miljonairs en multimiljonairs. Gemiddeld beschikken die over 2,5 miljoen euro aan financieel vermogen. Als men daarvan 60 procent zou wegbelasten, dan zouden ze ieder nog steeds een miljoen aan zuiver vermogen overhouden. De betreffende vermogensbelasting zou daarentegen bijna 5 biljoen euro opbrengen en daarmee zouden de staatsschulden met ongeveer de helft gereduceerd kunnen worden. De uitweg uit de schuldencrisis kan alleen maar een radicale zijn, al het andere is gepruts en systeemcosmetiek. Wie van de miljonairs niets afneemt, kan aan de miljoenen anderen niets geven.

(*) F.S. maakt deel uit van het ISW (Institut für sozial-ökologische Wirtschaftsforschung). Bron: Unsere Zeit - Krant van de DKP, 25 mei 2012. Vertaling: Louis Wilms.