Resolutie van het CC van de KKE - De evaluatie van de verkiezingen op 6 mei en 17 juni 2012

11 juli 2012

Het Centraal Comité van de KKE kwam op 9 juli bijeen om de gevolgen van de verkiezingen en de dringende taken van de partij te bespreken. Het CC betrok hierbij ook de voorafgaande discussies die plaatsvonden met de verschillende partij-organen en de basisorganisaties van de partij en tijdens ontmoetingen met vrienden en sympathisanten. Ook werd er groot belang gehecht aan de mening van de KNE. De conclusies van het CC zullen ter discussie en goedkeuring voorgelegd worden aan de basisorganisaties en de KNE.

De discussies binnen de partij en de KNE en met vrienden en sympathisanten hebben aangetoond dat er ondanks de verliezen en de negatieve ontwikkelingen duidelijk sprake is van een onverzettelijke betrokkenheid bij de beweging en bij de groeiende, steeds complexere problemen van de bevolking. Ook is duidelijk gebleken dat wij vastberaden verder willen werken aan de versterking van de organisaties van de partij en de KNE. Het CC stelt het volgende vast:

  1. De twee verkiezingen vonden plaats met een tussenperiode van slechts één maand (op 6 mei en 17 juni). Zij hadden verschillende elementen gemeen maar er waren ook verschillen die het stemgedrag tussen de eerste en de tweede verkiezingen beïnvloedden. De twee stembusgangen vonden plaats tijdens een voortslepende kapitalistische economische crisis terwijl de staatsschuld verder steeg. De aanpak van de staatschuld gaf het levenslicht aan Memorandum I, met als doel een interne devaluatie van de waarde van de arbeidskracht. Vervolgens verscheen Memorandum II, als bijlage van de leenovereenkomst die een 'haircut' van de Griekse overheidsschuld en een nieuwe vermindering van de waarde van de arbeidskracht met zich meebracht.

    Tegelijkertijd opperden verschillende officiële woordvoerders de mogelijkheid van een mogelijk gecontroleerd of ongecontroleerd bankroet, als gevolg van de crisis in de eurozone. Al deze factoren, evenals de hevige agressie door het kapitaal dat de omverwerping van de arbeidsverhoudingen tot doel had, beïnvloedden het stemgedrag van de bevolking. Het verzet van de werkende klasse en de bevolking groeide en escaleerde tijdens de crisis en er ontstond een groot ongenoegen en zelfs volkswoede gericht tegen zowel PASOK als ND. Tegelijkertijd reageerde het systeem met provocaties en het zaaien van verwarring, om het verzet van de bevolking de kop in te drukken en haar af te leiden van radicale politieke doelen.

    De verkiezingen in mei veroorzaakten een ongekend verlies aan invloed van zowel PASOK als ND, terwijl de andere partner in de voormalige driepartijenregering - LAOS - de kiesdrempel niet eens haalde. De KKE behaalde een kleine winst maar verloor duidelijk ten opzichte van SYRIZA in de grote verstedelijkte gebieden. Tegelijkertijd werden er stemmen van andere partijen gewonnen, voornamelijk van PASOK en ND. De grote meerderheid van de stemmen op de twee bourgeoisiepartijen werden voornamelijk verspreid over ideologisch verwante partijen die met elkaar gemeen hadden dat zij zich keerden tegen het Memorandum. Dit Memorandum hadden zij verheven tot de oorzaak en de intensivering van de crisis. Een groot deel van het ongenoegen jegens PASOK en ND kwam ten goede aan SYRIZA dat een linkse regering voorstelde. Ook nieuwe partijen die gevormd werden door voormalige kamerleden van ND en SYRIZA, de Onafhankelijke Grieken en Democratisch Links profiteerden. Tenslotte kreeg de fascistische en anticommunistische NieuweDageraad voor het eerst genoeg stemmen om in het parlement te komen.

    Tijdens de tweede verkiezingen werden ND en SYRIZA versterkt, terwijl de KKE aanzienlijke verliezen leed: 48,3 procent van de stemmen in mei. Volgens verschillende peilingen ging ongeveer 55 procent van het verlies naar SYRIZA, 38 procent ging niet stemmen. Alle andere partijen verloren eveneens, behalve Gouden Dageraad en Democratisch Links. Tijdens de tweede verkiezingen was het basiscriterium waardoor men zijn stemgedrag liet bepalen de noodzakelijkheid om een regering te vormen rond ND en SYRIZA.

    De afschaffing van het Memorandum speelde veel minder dan tijdens de eerste stembusgang. In plaats van het afschaffen van het Memorandum beloofde men nu nieuwe onderhandelingen, in combinatie met de verzekering dat Griekenland koste wat het kost in de eurozone en de EU zou blijven. Tijdens de verkiezingen in mei was er sprake van een positieve tendens waardoor ND en PASOK afgestraft werden en het verzet tegen het Memorandum en de EU tot uiting kwam. Tijdens de tweede verkiezingen bonden de protesten in. De bevolking zag zich geconfronteerd met onoplosbare dilemma's en hoopte op een onmiddellijke verlichting van de problemen door een linkse of centrum-linkse regering.

    Het meest negatieve van het verkiezingsresultaat was natuurlijk het aanmerkelijk verlies aan invloed van de KKE, de versterking van ND en SYRIZA en de bestendiging van Gouden Dageraad. Hoewel de manier waarop SYRIZA het systeem wil managen aan het licht kwam kon de partij zich toch versterken. Haar verkiezingsprogramma was ontdaan van alle radicale slogans en fraseologie die er voor de verkiezingen van 6 mei nog wel in stonden.

    In de huidige omstandigheden wordt er meer dan in welke periode ook een systematisch en goed doordacht ideologisch en politiek offensief tegen de partij ingezet, om het ongenoegen van de bevolking zodanig te kanaliseren dat het systeem niet bedreigd wordt en zodat de dynamiek van de klassenstrijd en de georganiseerde arbeidersbeweging afgezwakt wordt.

    Het CC is van mening dat het werk van de partij in haar invloedssfeer, bij sympathisanten en vrienden ernstige tekortkomingen heeft. We hebben onze standpunten over de aard van de verkiezingen voor het bourgeoisieparlement en de vorming van een regering binnen het systeem onvoldoende benadrukt. De houding van de partij ten opzichte van de aard van de verkiezingen komt op geen enkele manier in conflict met de noodzaak om de KKE als kracht van de werkende klasse en de oppositie in het bourgeoisieparlement te versterken. De verkiezingsstrijd moet echter niet beschouwd worden als iets zaligmakends dat losstaat van de ontwikkeling van de klassenstrijd.

  2. Het verzet dat na het uitbreken en de verdieping van de crisis onstond leidde ondanks het groeiende massale karakter en ondanks de dynamiek van de verschillende strijdvormen (meer dan dertig stakingen, massademonstraties, bezettingen, de weigering om de hoge belastingen en toltarieven te betalen enz.) niet tot bewustzijn over de aard van de crisis en tot de acceptatie van een politieke uitweg uit de crisis. Deze uitweg behelst een confrontatie met de EU, de eenzijdige annulering van de schulden en de vermaatschappelijking van de geconcentreerde productiemiddelen.

    De strijd is er niet in geslaagd een eind te maken aan de volksvijandige maatregelen. Ze ging niet gepaard met een massale versterking van de vakbonden voor arbeiders en werknemers, zelfstandigen in de stad en op het platteland, met een vergaande wijziging van het machtsevenwicht, de opkomst van een jongerenbeweging en een massale deelname van vrouwenorganisaties.De massale veroordeling van ND en PASOK, het feit dat de jonge werkers deze partijen de rug toekeerden had meer bestuurlijke oorzaken dan dat het klassenkarakter van de partijen, de politiek van de monopolies of het imperialisme van de EU eraan ten grondslag lag.

    Deze veroordeling ging gepaard met een vermindering van de verwachtingen en de eisen. Uit de geschiedenis blijkt - en hieraan herinneren wij al sinds begin 2010 - dat er tijdens een crisis twee ontwikkelingsvarianten zijn: dat de bevolking verslagen wordt en zich terugtrekt of dat zij serieuze stappen onderneemt in de richting van een tegenaanval, een politieke breuk en een confrontatie met de monopolies en de bourgeoisieparijen. De toestroom van nieuwe delen van de werkende- en de middenklasse droeg weliswaar bij aan het massakarakter van de strijd maar zij beschikten niet over de vereiste politieke ervaring. Zij werden voornamelijk geleid door het verlangen naar een andere regering die een eind zou kunnen maken aan de achteruitgang en die hun acute problemen onmiddellijk zou oplossen.

    Het verzet tegen de besluiten van de EU en de memoranda ging niet gepaard met het inzicht dat deze de uitdrukking zijn van de belangen van de bourgeoisie. De kapitalistische crisis en de memoranda werden gereduceerd tot gevolgen van het zelfzuchtige, incompetente beleid en de onderdanige onderhandelingstactiek van bourgeois politieke individuen. Op basis hiervan konden SYRIZA, de Onafhankelijke Grieken en Gouden Dageraad hun anti-Memorandum- 'logica' verspreiden. Hierbij speelde de reformistisch-opportunistische stroming die relatief invloedrijk is onder arbeiders en werknemers met tot dusver betere lonen en arbeidsvoorwaarden een bijzonder negatieve rol.

    De illusie dat er een directe oplossing zou zijn, zonder conflict of breuk met het kapitaal en de EU, werd aangewakkerd onder de werkende klasse in de privésector die opeens verpaupering, werkloosheid en onzekerheid ervoer. Deze periode moet in het bijzonder onderzocht worden, zodat de er vollediger conclusies getrokken kunnen worden met het oog op de ideologisch-politieke strijd en de verankering van de partij in de werkende klasse en de bevolking. Dit onderzoek moet gecombineerd worden met de uitbreiding van de theses voor het 19e Congres.

    De verschillende delen van de bourgeoisie proberen met hulp van invloedrijke groepen binnen ND en PASOK, maar ook in het staatsapparaat, het burgerlijk-politieke toneel te verbouwen. Zij zagen dat de twee bourgeoisiepartijen de volkswoede en de verbolgenheid niet onder controle konden houden. Daardoor ontstond het gevaar op een onstabiel burgerlijk-politiek systeem onder de omstandigheden van een crisis die zich verdiepte. Onder deze omstandigheden en onder de druk van het verzet en de algehele volkswoede ontstonden er nieuwe verschijnselen (nieuw in de periode na de dictatuur), zoals het overlopen van 60 parlementsleden naar andere partijen, de val van G. Papandreaou, de coalitieregering van PASOK en ND met L. Papadimos als premier, aanvankelijk ook met LAOS. Het parlement dat in 2009 aantrad met vijf partijen beëindigde zijn termijn met 9 partijen en politieke groeperingen.

    Op basis hiervan ontwikkelden zich op 6 mei twee polen: een centrum-rechtse met ND als leidende kracht en een centrum-linkse rondom SYRIZA. Dit beïnvloedde het verkiezingsresultaat van 17 juni. De SYRIZA-pool werd versterkt door een georganiseerde massale overstap van PASOK-organisaties, onder aanvoering van een groot deel van de functionarissen in de openbare sector, de voormalige staatsbedrijven, de banken en het staatsapparaat. Ook een deel van de lokale PASOK-afdelingen liep over. De overstap werd vergemakkelijkt door de desillusie, het ongenoegen en het opportunisme onder de bovenste laag van de arbeiders en werknemers. De bourgeoisie in het land legde de nadruk op het herstel van de sociaal-democratie die immers het voornaamste instrument vormt om de hegemonie van het reformisme in de arbeidersbeweging te garanderen. Zo werd het fundament voor de vorming van een nieuw parlement en een nieuwe regering gelegd, zonder dat een van beide traditionele burgerpartijen een parlementaire meerderheid zou behalen.

    Tijdens de tweede verkiezingscampagne vond er een openlijke interventie plaats van de Europese Commissie, de VS, het IMF, de OESO en de internationale media om het in vraag stellen van het Memorandum en het leenakkoord te verhinderen, terwijl de crisis zich verhevigde in Spanje en men verwachtte dat dit land evenals bijvoorbeeld Italië en Cyprus een beroep zouden doen op leningen van de EU en het IMF. Deze interventie vond plaats terwijl de tegenstellingen en de concurrentie tussen de leidende krachten in de EU zich aanscherpten, evenals hun algemene tegenstellingen met de VS, China, Rusland en andere opkomende machten in de wereldwijde kapitalistische economie. De Griekse staat en de partijen van de Europese Eenrichtingsweg hanteren verschillende versies over de ontwikkeling van de eurozone, de EU en de bezuinigingspolitiek. Tegelijkertijd streven ze er nadrukkelijk naar om de emancipatie van de massa te voorkomen en om een nieuw tweepartijensysteem op te bouwen, gebaseerd op ND en SYRIZA.

    De verkiezingen van juni werden gebruikt als experiment en instrument in de inter-imperialistische concurrentie. Het ging erom hoe de verliezen van de zich aanscherpende en verdiepende crisis verdeeld worden en hoe het verder gaat in de eurozone. De anti-Merkel-retoriek van SYRIZA werd ook door krachten in de VS en Groot-Brittannië en een aantal van Duitsland's concurrenten gebruikt, landen die de Duitse macht in Europa willen beperken. Tegelijkertijd kwam dit ook in de kraam van ND, PASOK en Democratisch Links te pas. Zij zaaiden angst doordat zij verwezen naar het risico dat Griekenland uit de EU gegooid zou kunnen worden. De interventie leidde tot een nooit eerder voorgekomen manipulatie van het electoraat en berustte op argumenten zoals het gevaar dat Griekenland uit de euro gesmeten zou worden en de onregeerbaarheid van het land.

  3. Het CC evalueert elk verkiezingsresultaat, of dit nu positief is of negatief, zoals dat van 17 juni. Daarbij worden de objectieve voorwaarden waaronder de verkiezingen plaatsvonden in aanmerking genomen en hun onderlinge verhouding met de activiteiten en het te werk gaan van de subjectieve voorwaarde. Er moet aandacht geschonken worden aan de verhouding tussen de objectieve en de subjectieve factoren omdat de partij alleen op deze manier tot een oordeel kan komen over haar eigen subjectieve zwakheden en vergissingen, zodat de partij het vermogen kan verwerven om haar strategie in zowel gunstige als ongunstige omstandigheden te laten werken.

    De grootte en de bestendigheid van de electorale kracht van de partij wordt op het niveau van de klassenstrijd bepaald. Het niveau van de klassenstrijd is weer afhankelijk van de wisselwerking tussen de activiteiten van de subjectieve factoren en de objectieve bepalende factoren, namelijk de ontwikkelingen in de kapitalistische economie, de klassenstructuur enz.

    Hieruit volgt dat voor een zelfkritische benadering van het CC met betrekking tot de activiteiten van de partij in het algemeen en tijdens de verkiezingsperiode de volgende criteria gelden:

    Op de eerste plaats: of onze activiteiten gebruikgemaakt hebben van alle mogelijkheden die de afgelopen jaren geboden werden door de objectieve voorwaarden om de klassenstrijd te verdiepen; om de invloedssfeer van de partij uit te breiden, om de goedkeuring van de partijstrategie te verkrijgen en de bereidwilligheid om haar te ondersteunen onder alle omstandigheden te vergroten.

    Op de tweede plaats: of onze activiteiten tijdens de verkiezingsstrijd eraan bijgedragen hebben om de positieve tendensen te bevorderen en de negatieve te verzwakken; tendensen die over het algemeen door het niveau van de klassenstrijd bepaald worden.

    Meer concreet:

    • De verkiezingen benadrukten de jarenlange zwaktes en gebreken van ons werk om ervoor te zorgen dat de mogelijkheden die voortvloeiden uit de objectieve ontwikkelingen volledig werden benut. Dit werk betreft de wederopbouw van de arbeidersbeweging, de versterking van het sociaal bondgenootschap en de opbouw van de partij in omstandigheden waarin het bijzonder moeilijk is de massa te organiseren. Deze opdrachten kosten natuurlijk tijd, volhardendheid en een stabiele en uitgebreide oriëntatie. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt voornamelijk bij het CC en daarnaast bij de leidende organen en bij elke basisorganisatie van de partij. Het gaat erom hoe wij in de massa te werk gaan met onze standpunten, onze strijdvaardigheid en ons vermogen om krachten met verschillende visies, ervaringen en actiebereidheid te mobiliseren.

      Het CC moet zijn werk op basis van analyses en de bovengenoemde opdrachten evalueren en concreet onderzoeken hoe het sinds het 18e congres te werk gegaan is. De conclusies moeten meegenomen worden in een zelfkritische analyse met het oog op het 19e congres.

    • Het Centraal Comité is niet in staat geweest om op basis van de vereisten van de strijd en zijn eigen analyse tot op dat moment de hele partij praktisch op de jongeren te richten, op basis van klassencriteria. Deze leeftijdscategorie is opgegroeid tijdens de wereldwijde nederlaag van de arbeidersbeweging, de crisis van de communistische beweging en de pogingen om het communisme te vervangen door een sociaal-democratische opportunistische linkse beweging die deelname aan het bourgeoisiesysteem nastreeft. Het CC bleek niet in staat om het werk van de partij als geheel met hulp van de KNE te coördineren in de onderwijsinstellingen, waar het ideologisch offensief wijdverbreid is en veel invloed heeft.
    • Deze factoren en andere die in de discussie nog aangegeven worden zullen deel uitmaken van de evaluatie van het werk van het CC in de periode voorafgaand aan het congres. Gebleken is dat er nauwere ideologisch-politieke banden gesmeed moeten worden tussen de partij en haar vrienden en sympathisanten. Dit moet voortdurend deel uitmaken van ons werk, niet alleen in perioden wanneer de strijd en de ontwikkelingen zich intensiveren. Ideologisch-politieke discussies over recente ontwikkelingen volstaan niet. Een groot deel van de mensen die ons ondersteunen kennen de standpunten niet van de partij ten opzichte van regeringen binnen het kapitalistisch systeem, de ontwikkelingen in de EU, over de samenhang van economie en politiek, over het karakter van de kapitalistische economische crisis en over het wezen van de volksmacht. Het is noodzakelijk dat de partijleden geholpen worden om meer vaardigheden op te doen waardoor zij de standpunten en de strategie van de partij beter kunnen uitleggen.
    • Het CC en vooral het Politiek Bureau konden maar moeilijk voldoen aan de propagandistische vereisten die ervoor moesten zorgen dat het klassenbewustzijn als gevolg van de vele en veelzijdige manipulatiemechanismen niet verspreid werd in voor het systeem ongevaarlijke richtingen. De partijpropaganda is niet levendig en niet doorspekt met voorbeelden en informatie uit de zich ontwikkelende beweging en de verschillende levenssferen. Het karakter van onze propaganda is voor de bevolking niet verhelderend genoeg. Het thema 'propaganda' kan niet teruggebracht worden tot een kwestie van alleen maar 'communicatiebeleid'. De manier waarop de televisiedebatten gevoerd worden kan niet als maatstaf dienen. De zelfkritiek van het CC op zijn propaganda heeft betrekking op een levendige propaganda die de dialoog en de betrokkenheid stimuleert. Niet op het passieve bekijken van televisieprogramma's waarin de rijkheid van onze standpunten, hun basis en hun criteria toch niet tot uitdrukking komen. De rol van het internet werd onderschat, als informatiebron voor de jeugd maar ook aks instrument om de partij aan te vallen.

    Het Centraal Comité komt tot de conclusie dat de algemene politieke lijn tijdens de verkiezingsstrijd tegemoetkwam aan het karakter van de crisis en aan de noodzakelijke redding van de bevolking gezien de te verwachten maatregelen, ongeacht welke nieuwe regering deze na de verkiezingen zou uitvoeren.

    Het probleem was dat het CC niet bijtijds de omvang van de terugval van de twee partijen en in het bijzonder het ineenstorten van PASOK voorzag, noch de versterking van SYRIZA én het aanvalsplan tegen de partij. Vooral was al vastgesteld dat PASOK aan invloed zou verliezen ten gunste van Democratisch Links. Dit zou echter geen invloed hebben op de KKE-kiezers, zo bleek uit de opiniepeilingen. Twee weken voor de verkiezingen werd de plotselinge omslag ten voordele van SYRIZA en ten koste van PASOK, Democratisch Links en onze partij zichtbaar. Er werden pogingen gedaan om deze verliezen te duiden maar de omvang ervan werd door de partijorganisaties niet onderkend. In wezen komt het erop neer dat het CC zijn aandacht niet richtte op het feit dat anders dan bij alle verkiezingen tot dusver de bevolking voor het eerst voor de keus gesteld werd tussen een ND- of PASOK-regering enerzijds of een zogenaamde 'linkse coalitieregering' van SYRIZA, de KKE en Democratisch Links, waarbij SYRIZA ten onrechte ervan uitging dat zij de bonus van vijftig zetels zou krijgen. Het CC onderkende de bijzondere hardheid en complexiteit van de verkiezingsstrijd pas echt na 6 mei en niet eerder. Daarom stelde de partij ook dat dit de moeilijkste verkiezingsstrijd in de afgelopen veertig jaar zou worden.

    De conclusie is dat het CC dit voor de eerste stembusgang had moeten vaststellen, en niet pas na de verkiezingen van 6 mei. Ook had het CC met passende formuleringen en slogans moeten antwoorden op de illusie van een 'linkse regering'. We hebben onvoldoende benadrukt dat SYRIZA het nieuwe politieke vehikel van de sociaal-democratie is en dat SYRIZA systematisch binnendrong in de KKE-aanhang. Het CC heeft niet bijtijds een antwoord gevonden op de vraag hoe de partij aankijkt tegen een regering van de volksmacht: op welke manier de politieke strijd dit doel dient en welke voorwaarden daarvoor nodig zijn. Hierdoor zou duidelijk geworden zijn waarom de KKE niet zou deelnemen aan een bourgeoisieregering, aan een regering binnen het systeem, op basis van het kapitalisme. De visie van de KKE op een regering van de volksmacht had bijtijds, breed en offensief uitgedragen moeten worden om het achterbakse, misleidende en systematisch verspreide argument dat de KKE geen regeringsverantwoordelijkheid wil dragen te ontzenuwen.

    Tijdens de eerste verkiezingen heeft het CC niet gewaarschuwd voor het risico van een nederlaag, noch voor de stelselmatige en doelgerichte pogingen van het systeem om de partij te verzwakken. Het CC heeft onvoldoende opgeroepen tot waakzaamheid van de partijleden en hun omgeving. Dit alles betekent natuurlijk niet dat het mogelijk geweest was om de reformistische stroming die leidde tot de huidige bourgeoisieregering te keren als de partij tijdens de eerste verkiezingen maar over een doelgerichte tactiek beschikt had.

    De ontwikkeling van deze stroming had een objectieve basis omdat ze strookte met de vereisten van de bourgeoisiemacht. Het is echter aannemelijk dat de verliezen kleiner geweest zouden zijn en belangrijker, dat de vrienden en sympathisanten van de partij niet - terecht - zo teleurgesteld werden door de resultaten. Een aantal vrienden en sympathisanten van de partij, maar ook een klein deel van de partijleden hebben erop gewezen dat de partij tijdens de oriënterende gesprekken een coalitievoorstel had kunnen doen, dat vervolgens natuurlijk door SYRIZA afgeslagen zou worden omdat dit een breuk met de EU en de monopolies en een eenzijdige opzegging van de schulden zou bevatten. Volgens hen had de partij op deze manier kunnen voorkomen dat SYRIZA het initiatief in handen kreeg.

    Het CC is van mening dat de partij terecht niet het gesprek met SYRIZA over regeringsvorming is aangegaan. De partij kan en mag geen stappen ondernemen die de verwarring over het karakter van SYRIZA nog bevorderen, een partij die zich verre houdt van een confrontatiepolitiek, een breuk met de monopolies en de imperialistische verbanden. De kracht van SYRIZA tijdens de verkiezingen bevestigt dat het politieke bourgeoisiesysteem ook over alternatieve opties beschikt om het kapitalisme te managen.

  4. Het CC is van mening dat tijdens de twee verkiezingen, de algemene tekortkomingen en de verliezen daargelaten, veel energie voor de toekomst vrijgekomen is. De partij heeft veel werk gestoken in het wijzen op de twee ontwikkelingswegen, het karakter van de kapitalistische crisis, de kwestie van de arbeiders- en volksmacht, en het standpunt van de partij over deelname aan een bourgeoisieregering.

    Tijdens deze strijd zwom de KKE tegen het getij in, onder moeilijke en complexe omstandigheden. De partij werd geconfronteerd met zwakheden, tekortkomingen en verzuim. Deze kunnen en moeten we aanpakken omdat de uitdagingen in de komende periode alleen maar groter zullen worden.

    Het CC heeft voor de komende periode een actieprogramma uitgewerkt dat in de partijorganisaties nog nader geconcretiseerd moet worden. Het programma roept de partijleden en de KNE op om samen met vrienden, sympathisanten en medestrijders mee te werken aan het mobiliseren van alle krachten voor de tegenaanval. Het zwaartepunt van deze tegenaanval moet liggen op de werkvloer en in de verschillende sectoren op lokaal en landelijk niveau en op dat van de vakbeweging. De focus van deze fundamentele taak moet liggen op de hergroepering van de arbeidersbeweging.

    We moeten onze vaardigheden om onze strategie in de heersende omstandigheden aan te passen en uit te leggen vergroten zodat we de strijd met het oog op zowel de algemene aanscherpende maatschappelijke tegenstellingen als elk afzonderlijk probleem kunnen leiden.

    In dit kader moeten we onze standpunten op alle terreinen uitbreiden, op het terrein van de sociale problemen, de werkloosheid, gezondheidszorg en medicijnen, de plundering van de arme bevolkingslagen door de hoge belastingen, de privatiseringen, het onderwijs en andere acute problemen van de werkende klasse, de zelfstandigen en de arme boeren, in elke sector, in elke regio en op elke werkvloer. De partij zal aan het front staan in de strijd die buiten en binnen het parlement gevoerd wordt. De kamerfractie zal haar activiteiten nog opvoeren.

    We moeten aan de slag voor de organisatie van het 38e festival van de KNE en haar krant ODOGITIS met als belangrijkste leus: 'Reik de opstandeling de hand... neem de macht in jullie eigen handen!' Het succes van het festival zal afhangen van de manier waarop de basisorganisaties van de partij en de KNE werken aan de verspreiding van de kaartjes volgens politieke criteria, hoe zij inhoud geven aan de informatie en de discussies, hoe zij de krachten mobiliseren en communiceren met jongeren, werkend of niet, scholieren en studenten en andere werkenden.

Het Centraal Comité van de KKE, Athene, 10 juli 2012, vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019