Inleiding van Alois Bisdorff, vertegenwoordiger KPL (Luxemburg) tijdens Europese bijeenkomst van communistische en werkerspartijen op 1 en 2 oktober jl. (*)

Beste kameraden,

In mijn bijdrage aan deze bijeenkomst wil ik graag de nadruk leggen op de financieel-politieke aspecten van de kapitalistische valuta-, financiële en economische crisis.

Het kapitalisme staat vandaag de dag op een punt waarin het maatregelen moet nemen die slechts een paar maanden of jaren verlichting brengen, maar die tegelijkertijd een definitieve uitweg tegenhouden. Alle grote kapitalistische landen zijn gedwongen om uit het niets geld te scheppen om zo met hun enorme begrotingstekorten om te gaan. De staatsschuld moet verdronken worden in een tsunami van versgedrukte dollars, yens, euro's en ponden. Wat overheidsfinanciën betreft leven de grote kapitalistische landen niet in 2012, maar al in 2020 of zelfs 2025, want ze hebben nu al het geprojecteerde inkomen van de komende tien tot vijftien jaar uitgegeven.

Deze toenemende schuldverslaving ontstond begin jaren '70, toen de VS zich genoodzaakt zagen om af te zien van hun verplichtingen die in het akkoord van Bretton Woods waren vastgelegd. Om de dollar als wereldvaluta geaccepteerd te krijgen, aanvaardde de Amerikaanse regering een vaste wisselkoers tussen de dollar en goud. De dollar zou net zoveel waard zijn als goud en zou tussen centrale banken verhandeld worden tegen een vaste prijs van 35 dollar per ounce. De VS zouden hieraan vastzitten en zouden daarom de positie van de dollar niet verzwakken door te hoge begrotingstekorten.

De kosten van de Vietnamoorlog begonnen echter de capaciteiten van de Amerikaanse economie te overstijgen, waardoor de overheid meer geld moest drukken en er steeds meer dollars buiten de VS rondgingen.

De goudvoorraad van de VS zou binnen de kortste keren op zijn geweest als landen zoals Frankrijk de dollars in goud hadden ingewisseld tegen de overeengekomen vaste wisselkoers, want de dollar was toen al veel van haar waarde ten opzichte van goud kwijtgeraakt. Een ounce goud is tegenwoordig meer dan 1.700 dollar waard in plaats van de 35 waar de VS aan vastzaten.

President Nixon moest dan ook wel besluiten de vaste wisselkoers van de dollar met goud niet meer voort te zetten.

Hiermee was het hek van de dam. Een aantal jaren later had er geen enkele valuta meer een vaste verbondenheid met enige vorm van daadwerkelijke materiële waarde. Voor de overheden, met name voor die van de VS, was er geen beperking meer om geld bij te drukken. In de privésector gingen in het kredietstelsel alle remmen los, waardoor we verschillende financiële zeepbellen hebben meegemaakt.

Dit was aanvankelijk nog geen wereldramp. De landen met een positieve betalingsbalans, met name de OPEC-landen, vanwege de enorme stijging van de olieprijs, konden de staatsschuld van de VS opkopen. Dit werd later ook gedaan door Japan, dat de stijging van de yen ten opzichte van de dollar wilde beperken, en de laatste vijftien jaar ook China.

De uitbarsting van de subprimecrisis zorgde voor een kwalitatieve verandering op het gebied van de staatsschuld. Tientallen banken zaten met giftige financiële derivaten, en de regeringen moesten zichzelf verder in de schulden steken om de banken te redden. Deze reddingsoperatie was geen doordachte beslissing, maar eerder een afgedwongen zet, in schaakterminologie. Zonder die redding was het kapitalistisch systeem samen met het bankenstelsel ingestort.

Zelfs het drukken van steeds meer geld is eigenlijk een afgedwongen zet, want anders zouden veel kapitalistische landen binnen de kortste keren failliet gaan, in plaats van binnen enkele maanden of jaren.

Het laten bijdrukken van geld zorgt alleen voor wat tijdwinst, maar het heeft nog een gevolg. Het is een eerste aanzet tot een valutaoorlog. We zien in die zin een vergelijkbare toestand met die van de jaren '30. Tijdens de Grote Depressie, na de instorting van het internationale valutasysteem na de Eerste Wereldoorlog, probeerden overheden hun geld te devalueren om hun concurrentiepositie op de wereldwijde markt te versterken. Dit veroorzaakte eerst een valutaoorlog, vervolgens een handelsoorlog en protectionisme, en uiteindelijk de Tweede Wereldoorlog, toen het overtollig kapitaal vernietigd werd en de kapitalistische crisis eindelijk overwonnen werd.

Het is niet uit te sluiten dat er vandaag de dag een soortgelijk probleem plaatsvindt. Zeker als we in het achterhoofd houden dat er geen sterke, socialistische, vreedzame legermacht zoals die van de Sovjet-Unie bestaat, die een 'hete oorlog' kon voorkomen in tijden van confrontatie tussen twee tegengestelde sociaal-politieke systemen. Toen dit wegviel, begon de NAVO aan haar eerste militaire agressie tegen Joegoslavië.

Kwantitatieve versoepeling, zoals het opkopen van overheidsobligaties door de eigen centrale bank nu wordt genoemd, zorgt voor concurrentie tussen de dollar, yen, pond en euro. Ze hopen allemaal concurrentievoordeel te behalen door aan waarde te verliezen ten opzichte van de andere. Binnen de Eurozone zouden sterke landen zoals Duitsland bovendien nog meer profiteren van een zwakke euro. Zwakke landen zouden er alleen op vooruitgaan als ze hun eigen valuta konden devalueren. Als je met versgedrukt geld je eigen staatsobligaties kunt opkopen, zet je daarmee ook de prijs van de obligaties vast, dat wil zeggen de rente. De rente in de VS op staatsobligaties voor tien jaar is ongeveer 1,7 procent. De rente is nog nooit zo laag geweest, ondanks de enorme staatsschuld van bijna 17 biljoen (17.000 miljard) dollar.

Deze rente is vele malen lager dan die van de banken, en zal dan ook als 'collateral damage' de reserves van de pensioenfondsen aantasten, die aan substantie inboeten als de rente lager is dan de inflatie. In mijn land (Luxemburg, nvdr) dachten mensen tot voor kort dat de crisis alleen de zuidelijke EU-landen zou beschadigen. De afgelopen weken hebben ze echter te maken gehad met de sluiting van industriële productieprocessen, sluiting van banken, de weigering van aandeelhouders om de nodige investeringen te doen, en steeds meer moeite met het op orde brengen van de begroting. Men krijgt te maken met een aanval op de sociale welvaart op alle fronten, met name in het pensioenstelsel, de zorg en de bestaande wettelijke inkomenscompensatie tegen inflatie.

Het kapitalisme is niet meer in staat om de nodige productiekrachten te ontwikkelen, omdat de geproduceerde meerwaarde omgeleid wordt van productieve investeringen naar financiële speculatie. Het is daarom historisch gedoemd om omvergeworpen te worden.

Het zou onvoorstelbaar zijn geweest als Marx de gevolgen van de explosie van het kredietstelsel en de daaruit voortvloeiende financiële speculatie niet al geanalyseerd had. In het derde deel van Het Kapitaal behandelt hij deze kwestie op verschillende momenten. Ik verwijs hierbij alleen naar één citaat, waarvan ik de laatste zinnen voorlees:

"The credit system appears as the main lever of over-production and over in commerce solely because the reproduction process, which is elastic by nature, is here forced to its extreme limits, and is so forced because a large part of the social capital is employed by people who do no own it and who consequently tackle things quite differently than the owner, who anxiously weighs the limitations of his private capital in so far as he handles it himself. This simply demonstrates the fact that the self-expansion of capital based on the contradictory nature of capitalist production permits an actual free development only up to a certain point, so that in fact it constitutes an immanent fetter and barrier to production, which are continually broken through by the credit system (4). Hence, the credit system accelerates the material development of the productive forces and the establishment of the world-market. It is the historical mission of the capitalist system of production to raise these material foundations of the new mode of production to a certain degree of perfection. At the same time credit accelerates the violent eruptions of this contradiction - crisis - and thereby the elements of disintegration of the old mode of production."

'Capital', volume III, part V, Chapter 27. The role of credit in capitalist production.

Op dat punt zijn we nu beland.

Ik wil afsluiten door te onderstrepen dat het kapitalisme er veel slechter voorstaat dan veel communisten doorhebben. Het gedraagt zich zoals alle complexe adaptieve systemen. Het opereert schijnbaar enige tijd in een equilibrium (evenwicht, nvdr), en stort dan ineens in wanneer de middelen om dit evenwicht in stand te houden zijn verdwenen.

We zijn nu in zo'n situatie beland waarin sterke onevenwichtigheden tussen omzet en uitgaven en onoplosbare problemen met het financiëren van de staatsschuld plaatsvinden.

Vertaling uit het Duits door Matthijs Dröge.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019