Hieronder een deel van de thesen van het 19e Congres van de PCP van 30 november tot en met 2 december 2012.

De kapitalistische crisis, de strijd van de werkers en de bevolking en het alternatief: het socialisme

0. Introductie

0.1

Het 19e Congres wordt georganiseerd op een bijzonder veeleisend, complex en belangwekkend moment in de strijd voor de bevrijding van de werkers en de bevolking. Onze verwachtingen van het 18e Congres werden bewaarheid: de internationale situatie wordt gekenmerkt door een grote instabiliteit, onveiligheid en door een hevige en geïntensiveerde klassenstrijd.

De voorspellingen en waarschuwingen van de PCP gedurende de afgelopen twintig jaar bleken gerechtvaardigd. De intensivering van de structurele crisis van het kapitalisme vormt het epicentrum van de voornaamste ontwikkelingen in de internationale situatie. Het belangrijkste gevolg daarvan is de uitbraak van een van de ernstigste cyclische crisissen ooit.

0.2

Het meedogenloze offensief van het imperialisme en zijn gewelddadige antwoord op de kapitalistische crisis krijgt te maken met een geïntensiveerde strijd van de werkers en de bevolking en met landen en groepen van landen die voor zichzelf opkomen, die hun eigen ontwikkeling zoeken buiten de hegemoniale dominantie van het imperialisme om.

Er zijn belangrijke economische, sociale, politieke veranderingen op komst met belangrijke geostrategische gevolgen. De uitkomst daarvan valt vooralsnog moeilijk vast te stellen. Ze hangt af van veel en complexe factoren waaronder: de rol van de landen en hoe zij hun verzet tegen het imperialisme coördineren; de strijd van de werkende klasse en de massa's voor hun vrijheid, soevereiniteit en onafhankelijkheid en de machtsverhouding tussen kapitaal en arbeid die ontstaat uit deze strijd.

Het offensief van het imperialisme brengt grote gevaren met zich mee. Tegelijkertijd echter maken de ontwikkeling van de strijd en het groeiende bewustzijn over de werkelijke aard van het kapitalisme - uitbuitend, agressief en roofzuchtig - ons duidelijk dat er een daadwerkelijk potentieel is voor verzet tegen het imperialisme en voor een verheviging van de strijd met als doel de overwinning op het kapitalisme door middel van een revolutie.

0.3

Terwijl steeds meer objectieve materiële voorwaarden de ontwikkeling van een revolutionaire strijd begunstigen vertoont de communistische en revolutionaire beweging nog steeds zwakheden en tekortkomingen. Er is enige vooruitgang geboekt en de beweging heeft zich meer geworteld in de massa's. Dit is een tijd van verzet maar tevens een tijd waarin de krachten verder gebundeld moeten worden.

De subjectieve voorwaarde voor de revolutionaire strijd blijft verhoudingsgewijs achter. Dit vergroot de complexiteit van de situatie. Progressieven, en vooral communisten worden met steeds meer uitdagingen geconfronteerd. Deze uitdagingen vereisen een zorgvuldige theoretische en praktische definitie van de bondgenootschappen en de stappen en fases die nodig zijn om het kapitalisme door een revolutie te overwinnen en om het socialisme - het noodzakelijk en enige alternatief voor het kapitalisme - op te bouwen.

De werkers en de massa's van de bevolking spelen met hun strijd, betrokkenheid en creativiteit een sleutelrol in de verwezenlijking van dit alternatief. Daarom is het noodzakelijk dat de internationale communistische en revolutionaire beweging versterkt wordt en dat in dialectische verhouding hiermee het anti-imperialistisch front versterkt wordt.

1. De mondiale ontwikkelingen, het kapitalisme en zijn structurele crisis

1.1

Er zijn twee decennia verstreken sinds de nederlagen van het socialisme. De imperialistische hegemonie veroorzaakt wereldwijd een historische achteruitgang van het beschavingsniveau, waarbij de rechten en verworvenheden waarvoor de werkers en de bevolking in de 20e eeuw streden afgebroken worden. Het doel hiervan is het herstel van het negentiende-eeuwse niveau van klassenuitbuiting en nationale onderdrukking. De uitbuitende, agressieve en roofzuchtige aard van het kapitalisme werd nog verder aan het licht gebracht door de verwoestende gevolgen van de overproductiecrisis die al meer dan vier jaar voortwoekert.

De tegenstellingen binnen het systeem verdiepen zich, met name de fundamentele tegenstelling tussen het maatschappelijke karakter van de productie en de private toe-eigening van de productiemiddelen. De relevantie en de accuraatheid van de belangrijkste stellingen van het marxisme-leninisme worden door de gebeurtenissen bevestigd, met name door de verlaging van de winstcijfers. Het kapitalisme probeert dit met alle mogelijke middelen te ondervangen: financiële speculatie, meer uitbuiting van de werkers en de bevolking, militarisme en oorlog.

1.2

De crisis die de kapitalistische wereld momenteel teistert is zeer diep. Ze verschilt van eerdere overproductiecrisissen omdat ze de hele wereld omvat, omdat ze tegelijkertijd de financiële wereld, de economie, de grondstoffen en het milieu omvat en omdat ze plaatsvindt in een periode van wezenlijke verschuivingen in de internationale verhoudingen.

De verhevigde structurele kapitalistische crisis ontmaskert en verergert de parasitaire en decadente aard van het kapitalisme en bevestigt tegelijkertijd zijn tendens tot stagnatie. Dit blijkt duidelijk uit de moeilijkheden die de kapitalistische machten ondervinden om zich te bevrijden uit de recessie en de stagnatie waarin zij gevangen zitten.

De mate van financialisering [1] van de kapitalistische economie is geen politieke keuze maar het gevolg van de wijze waarop het kapitalisme functioneert in het huidige stadium van zijn ontwikkeling.

De gevolgen van dit financialiseringsproces in de wereldeconomie zijn enorm. Het resultaat van de hegemonie van het financieel kapitaal is enerzijds een enorme verspilling en de vernietiging van arbeidskrachten - met bovenal een enorme en voortdurend stijgende werkloosheid - en anderzijds het feit dat de grote economische en financiële conglomeraten het leeuwendeel van alle meerwaarde toe-eigenen. Dit leidt tot een snelle centralisatie en concentratie van kapitaal en tot een toenemende ongelijke inkomensverdeling tussen kapitaal en arbeid.

Met behulp van de schuldenspiraal en allerlei mechanismen - van ratingagencies tot offshorebanken - die de VS en andere imperialistische machten ten dienste staan - plunderen zij de gecreëerde welvaart. Hiermee verhinderen ze de ontwikkeling en de sociale vooruitgang van landen die officieel onafhankelijk zijn maar die feitelijk in meer of mindere mate het slachtoffer worden van een heus kolonisatieproces door het grootkapitaal en het imperialisme.

1.3

De sociale gevolgen van de economische en financiële crisis, en de vernietiging van productiekrachten en het proces van concentratie en centralisatie van kapitaal die daarmee gepaard gaat - het kenmerk van de manier waarop het grootkapitaal de kapitalistische crisis hanteert - zijn verwoestend. In periodes van groei handhaaft het kapitalisme zich door een toename van de uitbuiting van de werkers en de bevolking. In periodes van crisis, die inherent zijn aan het kapitalisme, wordt de mate van uitbuiting nog groter. Het is een spiraal van sociale verwoesting en concentratie van de welvaart.

De maatschappelijke polarisatie verdiept zich. De crisis toont de schandelijke tegenstelling tussen de opmerkelijke vooruitgang in wetenschap en technologie enerzijds en de groeiende sociale achteruitgang anderzijds des te duidelijker aan. De ongelijkheden in de verdeling van de welvaart is enorm gegroeid. Er is nog steeds sprake van honger, armoede, ondervoeding, gebrek aan gezondheidszorg en medicijnen, en kindersterfte. Deze misstanden hebben zich zelfs over nog grotere regio's verspreid. Volgens de ILO (Internationale Arbeidersorganisatie) worden 200 miljoen werkers getroffen door werkloosheid en de armoede verspreidt zich snel, ook onder hen die hun baan konden houden. Kinderarbeid is in opkomst, evenals criminele activiteiten zoals mensenhandel, slavernij en seksuele uitbuiting. In veel landen is de levensverwachting gedaald.

1.4

De milieugevolgen van de structurele crisis illustreren het verkwistende karakter van een economische productiewijze die gebaseerd is op een irrationele, onafgebroken en groeiende inbezitneming en aanwending van energievormen en grondstoffen die in ruime mate aanwezig zijn onder en boven het aardoppervlak en in het water; een productiewijze die gebaseerd is op de zucht naar maximale winsten en die gepaard gaat met toenemende accumulatie van kapitaal.

De feiten tonen aan dat het kapitalisme niet in staat is om een sociale en economische ontwikkeling op de middellange en lange termijn te verzekeren en tegelijkertijd de natuurlijke leefomgeving van de mensheid te beschermen. Dit doet zich voor in de landbouw, de delfstofwinning, de industrie en het transport (waar fossiele brandstoffen een belangrijke rol spelen). Tekorten doen zich vooral voor op het terrein van landbouwproducten. Vele landen worden hierdoor getroffen, vooral de landen waar men toch al vaak met grote voedseltekorten kampt.

De kapitalistische concurrentie voor onmiddellijk winstbejag verhevigt zich, zelfs als dit leidt tot de uitputting van de natuurlijke grondstoffen zodat volgende generaties zonder komen te zitten, tot de verdrijving van bevolkingsgroepen en een achteruitgang van de levensomstandigheden van de inwoners. In de natuurlijke omgeving gedraagt het kapitalisme zich als een roofdier. De effecten zijn overduidelijk. Daarom gebruikt het kapitaal herhaaldelijk termen als 'houdbare groei' en 'groene economie' om te kunnen zwijgen over problemen die het systeem niet oplost en niet kan oplossen. Deze termen zijn bedoeld om het systeem een schijn van fatsoen te verlenen, terwijl de aloude doelen worden nagestreefd.

Het concept van de kapitalistische economische groei dat de heersende klasse hanteert om de massa's te misleiden en ideologisch te controleren is echter gedoemd te mislukken. Het laat doelbewust na om de groeiende kloof in de inkomensverdeling tussen landen en sociale klassen aan te pakken. Ook houdt het geen rekening met het onvermijdelijke feit dat een onbeperkte materiële groei in een reeds geglobaliseerde economie beperkt wordt door de capaciteiten van onze planeet. Het centrale punt moet niet zijn een permanente en universele economische groei die losgekoppeld en tegengesteld is aan een noodzakelijke sociale ontwikkeling. Er moet sprake zijn van een gepland en rationeel aanwenden van de grondstoffen, die gepaard gaat met de ontwikkeling van de economische en maatschappelijke behoeften om zodoende de kloof van de inkomensverschillen in een diepgaand ongelijke en onrechtvaardige wereld te dichten.

1.5

De ontwikkeling van de crisis en de reactie van de belangrijkste imperialistische machten op hun betrekkelijke economische neergang hebben het tempo van de concentratie van economische macht in een steeds kleinere en machtiger groep grote economische en financiële conglomeraten in hoog tempo opgevoerd. Hun hoofdkwartieren liggen in de belangrijkste centra van het kapitalisme (de VS, de EU en Japan). Op hun beurt oefenen deze centra steeds meer politieke invloed uit, zowel op afzonderlijke landen als op (formele en informele) supranationale structuren. Deze imperialistische coördinatie versterkt de samensmelting van de economische en de politieke macht. In de sterkste kapitalistische landen past de staat zich aan; hij versterkt zichzelf door een uitbreiding van de repressie. Tegelijkertijd streeft het imperialisme ernaar om in de periferie van het kapitalisme de macht en de soevereiniteit van de staten te verzwakken door deze om te vormen tot protectoraten en werktuigen voor hun politiek van wereldwijde rekolonisatie en van onderdrukking van de werkers en de bevolking.

De staten zijn en blijven essentiële instituten van de politieke macht en de natie blijft de onvermijdelijke arena voor de klassenstrijd en voor het proces van sociale veranderingen. Een van de dingen die deze stelling in het heden bevestigen is het feit dat het imperialisme de staten in toenemende mate gebruikt om de geproduceerde welvaart onder dwang op te eisen. De situatie is zo dat het grootkapitaal in elk land zich steeds meer verenigt met en steeds afhankelijker wordt van het transnationale kapitaal en dat de macht van de grote monopolies steeds meer versmelt met de politieke macht van de supranationale organisaties. Dit zou erop kunnen duiden dat er nieuwe ontwikkelingen zijn in het concept van het staatsmonopoliekapitalisme.

1.6

De kapitalistische wetmatigheid van de onevenwichtige ontwikkeling toont zich in volle omvang nu de systeemcrisis zich verdiept. Dit blijkt bijzonder duidelijk uit de betrekkelijke verzwakking van de Amerikaanse hegemonie (met name op economisch en monetair gebied), de crisis in en van de Europese Unie, de langdurige stagnatie in Japan en de dynamische kapitalistische groei in een aantal landen die ernaar streven een regionale grootmacht te worden. Ook is er China, met zijn toenemende economische en politieke invloed en de sterke groei van zijn productiekracht. Daarnaast zien we processen waarbij er gestreefd wordt naar soevereiniteit en sociale vooruitgang, vooral in Latijns-Amerika, en een opleving van het anti-imperialistische verzet in verschillende delen van de wereld. Dit alles leidt tot een dynamische hergroepering van de krachten op het internationale toneel waarvan de uitkomst nog onbestemd is. Deze zal voor een groot deel bepaald worden door de verschuivende machtsverhoudingen en door de mate waarin verschillende progressieve, revolutionaire en socialistische projecten in de huidige richting voortgezet worden.

Van bijzonder groot belang in dit opzicht zijn de vorming en voortzetting van multilaterale samenwerkingsverbanden op politiek, economisch en militair gebied zoals de Sjanghai Samenwerkingsorganisatie, Mercosul, Unasul, CELAC en ALBA.

Het is een complex raamwerk waarbinnen een aantal landen met een aanzienlijke economische en politieke invloed en verscheidene meer en minder stabiele samenwerkingsverbanden zich doen gelden. Een bijzonder prominente rol daarin spelen de zogenaamde BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika). Ondanks de tegenstellingen die voortkomen uit de verschillende politieke processen die zich in elk afzonderlijk land voordoen spelen zij een rol in het inperken van de hegemoniale ambities van de VS en hun belangrijkste NAVO-partners.

Deze ontwikkelingen veroorzaken nieuwe scheuringen tijdens de interkapitalistische concurrentie en rivaliteit. Ze weerspiegelen en bevorderen de dynamische spanning, het verzet en het ontstaan van breekpunten.

De oprichting van de G20 (die zeer inconsistent is en gekenmerkt wordt door interne tegenstellingen) alsook de onenigheid over hervormingen van de VN en de recente botsingen in de VN-Veiligheidsraad zijn stuk voor stuk aanwijzingen voor de huidige verschuiving van de machtsverhoudingen. En hoewel deze verschuiving niet noodzakelijkerwijs voortkomt uit tegengestelde klassenstandpunten kan ze wel directe gevolgen hebben voor de internationale wetgeving en op de economische en politieke verhoudingen.

1.7

Een van de belangrijkste tegenstellingen is die tussen de imperialistische centra en de werkers en bevolkingen in de minst ontwikkelde landen van Afrika, Azië en Latijns-Amerika. De internationale verdeling van arbeid, internationalisatie, samenwerking en integratie zijn objectieve processen die verschillende klassendoelen kunnen dienen. Ze kunnen de bevolking onderdrukken, zoals in de Europese Unie of ze kunnen bevrijdend werken, zoals we met name zien in Latijns-Amerika.

Het continue proces van samenwerking en soevereine integratie in Latijns-Amerika weerspiegelt de specifieke context waarin de strijd van de werkers en de bevolkingen zich daar ontwikkelt en bevestigt de gunstige machtsverhoudingen in de regio. Dit staat in contrast met de nog steeds dominante trend in de rest van de wereld, die negatief is. Daarom betekent het anti-imperialisme van ALBA een stap voorwaarts in termen van economische samenwerking en integratie, gebaseerd op soevereiniteit, solidariteit, gelijkwaardigheid en sociale oriëntatie. Het heeft gevolgen voor het hele Amerikaanse continent en zelfs voor de internationale verhoudingen en organisaties.

1.8

Binnen het concept van de interimperialistische samenwerking/rivaliteit domineert de samenwerking. Sommige coördinerende imperialistische structuren worden zelfs nog versterkt. De huidige tendens (die bovenal bepaald wordt door het karakter van het kapitalisme zelf maar ook door de zich verhevigende crisis) is er echter een van aangescherpte rivaliteiten en conflicten tussen de grootmachten. Dit blijkt uit de handels- en monetaire oorlogen tussen de grootmachten, uit de onenigheid over grondstoffen (vooral als ze met energie te maken hebben) en milieukwesties (zoals bleek tijdens de top in Rio) en uit de concurrentie voor invloedssferen. De theorie waarbij er een soort van 'superimperialisme' opgetuigd zou worden, waarbij nationale belangen zouden verdwijnen en tegenstellingen tussen de grote kapitalistische machten uitgeschakeld zouden worden vindt geen enkel houvast in de realiteit.

De economische crisis die in 2007 uitbrak benadrukte de relatieve economische achteruitgang van de drie voornaamste kapitalistische centra. Het is een periode van stagnatie en recessie, met een diepe crisis in en van de Europese Unie, de dreiging van een nieuwe crash in de VS en Japan dat niet uit het moeras raakt. Er ontstaan nieuwe speculatiebubbels die nieuwe crisissen aankondigen.

De economische ontwikkeling in deze drie centra bevestigt de tendens waarbij de productiesectoren aan belang inboeten terwijl de sectoren die direct of indirect te maken hebben met de grote financiële belangen en de dominantie van het kapitaal groeien.

Parallel aan het verlies aan belang van de productiesector in de voornaamste kapitalistische economieën verliezen de grote imperialistische machten aan belang in de wereldwijde productie. De voortdurende daling van hun aandeel in de internationale handel (inclusief de handel binnen de EU) toont dit aan.

In de belangrijkste kapitalistische machten is de sociale situatie op dramatische wijze verslechterd. De werkloosheidscijfers in de VS zijn sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer zo hoog geweest. De Europese Unie en Japan volgen deze trend. De werkloosheidscijfers in de EU zijn hoger dan ooit.

1.9

De crisis in de EU heeft zich verdiept. Ze heeft de tekortkomingen van de Europese integratie en de onoplosbare tegenstellingen verder aan het licht gebracht. De EU is volledig tegengesteld aan de belangen van de Europese werkers en bevolkingen. Daarom is het ook een crisis van de basisprincipes van de Europese Unie en van haar economische, politieke en ideologische grondslagen.

Het gedrag van de Europese kapitalistische superstructuur tijdens de crisis bevestigt dat er een proces gaande is gebaseerd op de drie pijlers van de Europese Unie - neoliberalisme, militarisme en federalisme - dat tot doel heeft om Europa als imperialistisch blok te verstevigen; een blok dat in toenemende mate gemilitariseerd is en dienst moet doen als Europese tak van de NAVO, gedomineerd door de voornaamste Europese kapitalistische machten. Dit blok is vergeven van de tegenstellingen. In tegenspraak tot de propaganda van de heersende klassen dient het niet als tegenwicht voor het Amerikaanse imperialisme. In plaats daarvan vormt het een bondgenoot in hun gezamenlijke imperialistische strategie van uitbuiting, onderdrukking en wereldwijde herkolonisatie, ondanks dat ze soms fel met elkaar concurreren om de controle over de markten, de economische en monetaire macht (zoals het geval was met de zogenaamde nationale overheidsschulden) en politieke en geostrategische invloedssferen.

De diepe sociale en economische crisis van de EU, het feit dat de macht van het financierskapitaal en de monopolies die van de Europese instellingen te boven gaat, de onophoudelijke ultraliberale en federalistische stappen binnen de EU-instellingen en de groeiende interne politieke en institutionele tegenstellingen zijn stuk voor stuk uitingen van een proces waarbij de politieke en economische macht geconcentreerd worden en dat als een stoomwals over de soevereiniteit, de sociale, arbeids- en democratische rechten van de bevolkingen dendert. Deze feiten tonen de de objectieve beperkingen van de Europese Unie duidelijk aan en tevens het feit dat de EU niet hervormbaar is.

De opbouw van een ander Europa, een Europa van de werkers en de bevolking zal noodzakelijkerwijs de nederlaag van het kapitalistische integratieproces dat belichaamd wordt door de Europese Unie inhouden en het zal soevereine Europese landen in staat stellen zelf te beslissen over hun eigen economische en sociale ontwikkeling. De strijd voor de nationale soevereiniteit is niet los te maken van de strijd voor de sociale emancipatie van de werkers en de bevolking.

[1] Financialisering is een proces waarbij de invloed van financiële markten, financiële instellingen en financiële elites op het economische beleid en de economische resultaten groeit.

Vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019