Mondiale systeemcrisis

Reële economie en politiek in oorlog met financiële en bancaire sector

dollar.jpg
Om de dollar in het nauw in leven te houden grijpt de heersende klasse nog steeds naar complexe speculatiemiddelen, waarvan de gevolgen tot nog toe alleen maar negatief waren. (Foto: sxc.hu)

In een op het laatste moment toegevoegd commentaar melden de onderzoekers van de denktank LEAP/E2020 dat vlak voor het verschijnen van GEAB nr. 74 alle belangrijke marktindicatoren zwaar onderuit zijn gegaan. Niet alleen de Europese, Amerikaanse en Aziatische aandelenbeurzen zakten in, ook de grondstoffenprijzen en dan vooral de goudprijs. Deze ontwikkeling is volgens hen geheel in lijn met hun analyses tot nu toe van de mondiale systeemcrisis en kan de voorbode zijn van de door hen verwachte mondiale ineenstorting in de komende maanden. We staan dan aan het begin van een periode van algemene paniek, waarin alle speculatieve posities worden geruimd. Mocht er zich een herhaling van de neergang van 2008 voordoen, dan is de grote vraag waar de duizenden miljarden vandaan moeten komen, die in 2009 het financieel systeem op het laatste moment van de ondergang hebben gered.

Persbericht bij GEAB nr. 74 (16 april 2013)

Met de methode van politieke anticipatie is het mogelijk historische breuken te voorspellen door bijzonder risicovolle fasen te identificeren, waarin de kleinste vonk het kruitvat tot ontploffing kan brengen. De huidige periode is een typisch voorbeeld daarvan. Een groot aantal factoren vormt samen een explosief mengsel: (1) nieuwe financiële zeepbellen die met gigantische injecties van publiek geld worden gecreëerd, (2) wereldwijde geopolitieke instabiliteit, (3) valutaoorlogen, (4) het begin van een politieke oorlog tegen het 'financieel terrorisme', (5) politieke crisis in Europa, massawerkloosheid en een beschadigde reële economie, en natuurlijk (6) staatsschulden die een recordhoogte bereiken.

Het is een wonder dat bij zo een samenloop van explosieve factoren de bestaande situatie toch nog stand houdt. De redenen daarvoor hebben we in januari al gegeven: enerzijds het gemeenschappelijk belang om de Verenigde Staten op een kunstmatige wijze in leven te houden en anderzijds de ongelooflijk genereuze geldpolitiek van de centrale banken.

Uit onze analyse blijkt dat het mondiaal systeem inmiddels nog verder gedestabiliseerd is. Wij baseren ons daarbij op een aantal gegevens die door de propagandamuur heen wisten te dringen waarmee de financiële wereld probeert het publiek een objectieve blik op de economische werkelijkheid te ontnemen. We doelen dan op de weer eens 'verrassende' verslechtering van al die macro-economische factoren die het 'herstel' moesten aantonen, zoals de arbeidsmarkt in de VS, in Canada en in Australië, de indexcijfers van het consumentenvertrouwen, de verkoopcijfers van computers en mobiele telefoons, de Chinese export en de autoverkopen in de BRICS-landen.

Ook de kwestie Cyprus leert ons nadrukkelijk dat de crisis nog niet voorbij is. De schokgolven die dit eilandje - gelegen buiten het mondiaal financieel centrum van de dollarzone - heeft veroorzaakt, geven een indicatie van wat er zal gebeuren als het hart van dat systeem getroffen wordt. Terwijl Europa ijverig bezig is zijn wonden te verbinden, zakken de VS steeds verder weg in de processen die de crisis hebben veroorzaakt, alsof in een leeg zwembad de sprong van een hogere duikplank minder pijnlijk zou zijn!

De crisis in het kwadraat of de vlucht naar voren als 'politiek' van crisisbestrijding

Het doel van de politici in Japan, het Verenigd Koninkrijk en de VS lijkt te zijn om bovenop de huidige crisis een nieuwe te stapelen. Dezelfde financiële producten (CDO's, collateralized debt obligations) die in 2008 ontploften, worden nu gebruikt om derivaten in het kwadraat te vormen, complexe structuren van complexe structuren. Ze zijn weliswaar bedoeld om risico's te spreiden, maar in werkelijkheid vergroten ze die juist. Deze vlucht naar voren veroorzaakt in deze landen dus een crisis in het kwadraat, een nieuwe crisis bovenop die van 2008. De betrokken politici zeggen wel dat ze het vuur aan het blussen zijn, maar ze merken niet dat ze daarvoor olie in plaats van water gebruiken.

Als voorbeeld noemen we het plan van de Japanse centrale bank om staatsschuld terug te kopen - Ben Bernanke, de voorzitter van de Fed, en zijn QE3 zijn er niets bij! Als het land niet zo'n pijnlijk verleden zou kennen, zouden we geneigd zijn te zeggen dat Japan een atoombom op scherp gezet heeft met alle risico's van escalatie van dien. Door de zeer lage rente (rond 0,5 procent) op staatsobligaties was de enorme Japanse staatsschuld tot nu toe nog te dragen. Beleggers, met name nationale instellingen, namen genoegen met dit geringe percentage, omdat de heersende deflatie van ongeveer 0,5 procent uiteindelijk zorgt voor een reëel rendement van 1 procent. Maar de stemming begint om te slaan, de grootste Japanse en mondiale pensioenfondsen dreigen hun Japanse staatsobligaties af te stoten.

Nu de Japanse regering besloten heeft te streven naar een inflatieniveau van 2 procent (om de bestedingen aan te zwengelen) en de Japanse centrale bank daartoe de hoeveelheid geld in omloop gaat verdubbelen(!), moet de rente op staatsobligaties stijgen tot 3 procent, wil het reëel rendement voor de beleggers 1 procent blijven. Bij een nationale schuld van meer dan 200 procent van het bruto binnenlands product is zo'n hoge rente ondraaglijk, want bij de huidige rente bedragen de kosten van de staatsschuld nu al zo'n 40 procent van de overheidsinkomsten. De financiële markten zijn zich hier zeer wel van bewust, want in vier dagen tijd is de handel in Japanse staatsobligaties tot viermaal toe stilgelegd vanwege te grote koersschommelingen. Een duidelijke waarschuwing voor mogelijk oncontroleerbare risico's.

Japan zit hierdoor knel. Doorgaan met deze gigantische liquiditeitsinjectie leidt óf door ondraaglijk hoge rentetarieven tot een staatsfaillissement (met dramatische gevolgen voor bedrijven en pensioenfondsen) óf tot een oncontroleerbare spiraal waarin de Japanse centrale bank als enige koper van Japanse staatsobligaties overblijft, omdat alle anderen hun stukken verkopen. Als de centrale bank haar plan echter afblaast, zal de Japanse economie langzaam wegkwijnen. En dan hebben we nog geen rekening gehouden met het feit dat ondanks alle patriottisme de verleiding voor het Japanse bedrijfsleven heel groot moet zijn om in het buitenland te gaan investeren, teneinde zich te beschermen tegen de vrije val van de yen, die nu al aanzit tegen een koers van 100 yen voor een dollar.

Overal speculatieve zeepbellen

Maar ook in de VS wordt sinds het begin van de crisis deze strategie toegepast, zij het op een kleinere schaal. Dit krampachtig in stand houden van de illusie van een gezonde reële economie laat overal zeepbellen opkomen. Of het nu gaat om leningen aan studenten of kredieten bij de aankoop van auto's, om de zeepbel rond staatsobligaties of nu recent om een nieuwe subprime-achtige zeepbel, nadat Obama de banken heeft opgeroepen om ook aan de minst solvente klanten kredieten te verlenen in de hoop daarmee de huizenmarkt vlot te trekken. Al deze economische sectoren overleven slechts dankzij de goedkope geldpolitiek van de Fed en zijn volledig losgeraakt van de werkelijkheid. De Amerikaanse economie bevindt zich in een vrije val, en zoals we weten van de man die van de 30e verdieping naar beneden is gevallen en ter hoogte van de 3e etage opgelucht uitroept 'tot nu toe is alles nog goed gegaan', niet de val is belangrijk maar de landing.

Deze Amerikaanse liquiditeitsorgie heeft niet alleen gevolgen voor de VS, want ze heeft ook al geleid tot zeepbellen in de opkomende economieën. Die beginnen nu langzaamaan leeg te lopen en daarmee vervliegt alle hoop dat die economieën in 2013 de locomotieven van de wereldeconomie zouden worden. Daarnaast is ook de toestand van Canada zeer kritisch, daar staat immers een enorme vastgoedzeepbel op springen en is de situatie op de arbeidsmarkt alles behalve rooskleurig.

De grootste zeepbel is en blijft echter de dollar. De suprematie van de VS berust geheel en al op de dollar als de belangrijkste mondiale valuta, en heel hun buitenlands beleid is erop gericht om dat koste wat het kost zo te houden. De VS strijden echter voor een verloren zaak, want van alle kanten wordt de positie van hun munt ondergraven. Zo worden steeds grotere delen van de wereldhandel verrekend zonder gebruik te maken van de dollar, bijvoorbeeld middels swapovereenkomsten. Ook wordt het vertrouwen in de dollar als stabiele munt steeds geringer als reactie op de inflatoire politiek van de Fed, zelfs in de VS, waar al meerdere staten goud als wettig betaalmiddel hebben ingevoerd of daar tenminste over denken. En China dumpt in toenemende mate zijn Amerikaanse staatsobligaties, al was het maar omdat zijn enorme handelsoverschotten duidelijk minder worden. Ook de bitcoin-zeepbel is het gevolg van een groeiend wantrouwen in de dollar.

Terwijl de dollarzone steeds verder wordt aangetast, blijft de Fed maar doorgaan met het bijdrukken van geld. Dit moet uiteindelijk leiden tot zo'n overaanbod van dollars dat de dollarzeepbel uiteenspat. In tegenstelling tot de VS zijn de andere economieën niet afhankelijk van de internationale status van hun eigen munt. De val van de dollar zal dan ook in hun voordeel werken.

Omdat de politiek van olie en militaire macht steeds minder effect sorteert, proberen de VS nu overal vrijhandelszones tot stand te brengen, teneinde de heerschappij van de dollar in stand te houden. Vrijhandelszones worden daarmee volgens ons een belangrijk internationaal politiek thema. Wij verwachten echter dat de meeste van die projecten zullen mislukken of lege hulzen zullen blijken te zijn en dan slechts dienen om het 'nieuwe' protectionisme te verhullen. Dat zien we bijvoorbeeld aan de onderhandelingen tussen de VS en Europa, die op grote weerstand bij de bevolking stuiten en alleen al daarom niet zullen slagen omdat de Europeanen geen Amerikaanse producten willen en omgekeerd.

Slechts enkele plannen voor zo'n vrijhandelszone hebben misschien werkelijk een kans van slagen, zoals bijvoorbeeld die tussen Europa en India. Voor deze twee gebieden is toenadering zinvol, want samen kunnen ze op het internationaal toneel een grotere rol spelen. Maar ook dit project komt zeer moeilijk uit de startblokken, omdat de Europeanen proberen de Indiërs onacceptabel zware regels op te leggen. De machtige regio's van de wereld hebben momenteel immers niet het doel om zich te openen voor anderen, ze willen alleen maar zelf nog machtiger worden. Omdat vrijhandelszones aan deze tendens niets kunnen veranderen, zullen ze alleen maar de valutaoorlogen verhevigen die na afschaffing van de tolmuren overblijven als eenvoudigste en enige methode om protectionisme te bedrijven. En daarmee is duidelijk dat ook de geplande vrijhandelszones de dollar niet zullen redden.

Bron: www.leap2020.eu
Vertaling en bewerking: Louis Wilms.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019