In Syrië gaat het om gas

gasveldquatar.jpg
In de woestijn van Quatar liggen veel gasvelden. Om het ten gelde te maken financiert de heersende klasse, gesteund door het Westen, de oorlog in Syrië. (inhyuksong/Flickr/cc/by-nc-sa)

Wil van der Klift (*)

De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergei Lavrov, verklaarde op 30 mei jl. dat de Syrische Nationale Coalitie en haar regionale mentoren er alles aan doen een oplossing van het conflict door onderhandelen te voorkomen en een invasie tegen Syrië te provoceren. Lavrov hekelde pogingen om de internationale conferentie over Syrië, bijeengeroepen door Moskou en Washington, te laten ontsporen. De internationale tegenstellingen groeien nu het regeringsleger aan de winnende hand is. Achter de politieke gevechten, waarbij in de media vooral wordt gespeculeerd over de religieuze achtergronden van het conflict, spelen echter grote economische belangen.

De kleine gasrijke golfstaat Qatar heeft de afgelopen twee jaar "de opstand in Syrië gesteund met bijna 3 miljard dollar". Dat was "veel meer dan van elke andere regering", meldde de Financial Times op 17 mei jl. Over de rol van Qatar in het Syrische conflict heeft de Financial Times volgens eigen zeggen tientallen interviews gehouden met rebellenleiders in Syrië en in het buitenland, maar ook met ambtenaren van de regionale en westerse hoofdsteden.

Een feit is dat de kleine maar schatrijke golfstaat bijvoorbeeld $ 50.000 per jaar betaalt aan elke overloper van de veiligheidstroepen van president Assad naar de rebellen.

De feodale heerser van Qatar, Hamad bin Khalifa al-Thani, goede bekende van het Nederlandse koningshuis, heeft in Syrië een "revolutie gekocht". Hij wil met zijn steun aan islamistische opstandelingen in de Arabische wereld zoiets als "een pan-islamistische Gamal Abdel Nasser" worden. Qatar en Saoedi-Arabië zijn belangrijke wapenleveranciers van de rebellen in Syrië. In de westerse hoofdsteden heerst toenemende bezorgdheid omdat uit de hele wereld jihadisten van het type al-Nusra Front Syrië binnenstromen, die openlijk erkennen de al-Qaeda ideologie te steunen. De VN-veiligheidsraad staat op het punt dit front op de zwarte lijst te plaatsen.

Het bonte gezelschap waaruit de Syrische Nationale Coalitie bestaat, wil geen politieke oplossing. Volgens een onderzoek van de VN is een meerderheid van de rebellen niet uit op democratie. Vooraf aan mogelijke onderhandelingen als voorwaarde stellen dat president Bashar al-Assad moet aftreden betekent in feite geen steun willen verlenen aan een politieke oplossing. Het antwoord van de president is terecht: aftreden alleen als de meerderheid van de Syrische bevolking dat middels een democratische procedure wil.

Wat de Financial Times en andere westerse media echter volledig onder de tafel schuiven zijn de tastbare economische belangen die de Emir van Qatar nastreeft met zijn gekochte opstand in Syrië. Want ook in dat land gaat het - zoals overal in het Midden-Oosten - om grondstoffen en hun transportroutes. Voor Qatar staat er heel concreet een gaspijpleiding op het spel die moet lopen via Jordanië tot Kalas in het zuiden van Turkije, vanwaar het gas verder moet worden doorgevoerd naar West-Europa. Er zijn dus grote Arabische, Turkse en West-Europese belangen in het spel. Maar Syrië, resp. de regering Assad staat een project van Qatar in de weg. Dit verklaart ook waarom de regering in Ankara plotseling de omverwerping van Assad eiste, hoewel Erdogan samen met de Assad-familie nog kort daarvoor een innige gemeenschappelijke vakantie had doorgebracht.

Het kleine Qatar zit ingeklemd tussen Iran en Saoedi-Arabië op de derde grootste aardgasreserves ter wereld. Deze rijkdom heeft de amper 250.000 burgers van Qatar het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking op de planeet verschaft. Teneinde zich te wapenen tegen Saoedische of Iraanse verlangens, heeft het feodale ministaatje de Verenigde Staten binnengehaald als beschermer in het land. Die hebben in ruil daarvoor twee strategisch gelegen militaire bases gebouwd in Qatar. De kosten daarvan worden, volgens door Wikileaks gepubliceerde diplomatieke berichten van de Verenigde Staten, voor 60 procent betaald door de inwoners van Qatar. Op die manier beschermd kan Qatar zich wel wat veroorloven op het politieke wereldtoneel.

Het grootste deel van de export van gas uit Qatar bestaat uit vloeibaar aardgas (LNG) en op dat punt ziet Qatar het gevaar van overaanbod. Australië zal tussen 2014-2020 met acht nieuwe LNG-lading terminals op de markt komen. In Noord-Amerika is de gasmarkt dankzij de productie van schaliegas reeds oververzadigd. Tientallen nieuw bestelde LNG-tankers zullen in de komende jaren het Amerikaanse gas op de wereldmarkt brengen waardoor de prijzen zullen worden gedrukt op de Aziatische markt waar alle partijen elkaar hevig beconcurreren. Voor Qatar blijft vooral de Europese markt over om uit te breiden. Dus is de pijpleiding naar Europa van levensbelang.

Een soortgelijk concept werd al ontwikkeld in 2009 en daarin speelde Syrië een sleutelrol. Die nieuwe pijpleiding zou door Saoedi-Arabië via Jordanië en Syrië naar Turkije moeten lopen, waar het gas uit Qatar in de onderbenutte Nabucco-pijpleiding zou moeten stromen en doorgegeven worden aan West-Europa. Dit plan ontmoette ook bij russofobe politici in de EU veel steun, want het zou bij realisatie ervan de energie-afhankelijkheid van Rusland reduceren. Maar de regering Assad in Syrië gaf geen medewerking aan dit plan. Ten eerste bestonden tussen Qatar en Damascus allesbehalve vriendschappelijke betrekkingen, die ook niet werden gecompenseerd door de door Qatar aangeboden voorwaarden voor de pijpleiding, ten tweede werden voor de kust van Syrië grote gasvoorraden ontdekt, en ten derde had de strategische bondgenoot van Syrië, Iran, Damascus al een beter voorstel gedaan. Op de achtergrond spelen ook Russische economische belangen een rol.

In juli 2011 tekende Syrië een strategische overeenkomst met Iran en Irak over de bouw van een pijpleiding waarmee Iraans gas uit het Zuid-Pars-veld naar Syrië en van daaruit naar Europa moet worden gepompt. Dat betekende definitief een dikke streep door de plannen van Qatar en die van Europa. Maar er was nog hoop, want op dat moment was de door Qatar betaalde 'revolutie' in Syrië al begonnen.

Bronnen:

  1. Rainer Rupp, 17 mei 2013,
  2. Prensa Latina, 30 mei 2013, bewerking en vertaling WvdK.